Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2002:AD9877

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
05-02-2002
Datum publicatie
06-03-2002
Zaaknummer
00/01241 VS
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

zesde enkelvoudige belastingkamer

nr. 00/01241 VS

Uitspraak op verzet

1. De uitspraak waarvan verzet

Het verzetschrift van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende), is ontvangen op 27 september 2000.

Het richt zich tegen de met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) door de tweede enkelvoudige belastingkamer van het Hof op 4 augustus 2000 gedane uitspraak.

Een fotokopie van die uitspraak is aan deze uitspraak gehecht. Bij de uitspraak van de tweede enkelvoudige belastingkamer is belanghebbende in zijn beroep niet-ontvankelijk verklaard.

2. Behandeling van het verzet

Tot de stukken waarop het Hof bij de beoordeling van het verzet acht slaat, behoort het beroepschrift van belanghebbende.

Belanghebbende heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet gevraagd over het verzet te worden gehoord.

3. De vaststaande feiten

Het afschrift van de aangevallen uitspraak is gedagtekend 4 augustus 2000 en bij begeleidende brief met dezelfde dagtekening aan belanghebbende bekendgemaakt.

Blijkens een vermelding door PTT-post op de door het Hof retour ontvangen enveloppe heeft belanghebbende de enveloppe geweigerd. Op 8 augustus 2000 is de aangevallen uitspraak -niet aangetekend- door de griffier opnieuw aan belanghebbende verzonden.

4. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzet

De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken.

De verzettermijn eindigde op 15 september 2000. Het verzetschrift is blijkens de daarop gestelde aantekening ter griffie van het Hof ontvangen op 27 september 2000.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de verzettermijn is overschreden.

In verzet voert belanghebbende aan dat hij de aangevallen uitspraak pas op 21 augustus 2000 heeft ontvangen, omdat zijn vrouw, welke de Nederlandse taal niet goed beheerst, het aangetekend schrijven van 4 augustus 2000 heeft geweigerd.

Het Hof is van mening dat indien belanghebbende de aangevallen uitspraak eerst op 21 augustus 2000 zou hebben ontvangen, hij tijdig verzet had kunnen indienen, aangezien de verzettermijn pas op 15 september 2000 zou verstrijken.

Belanghebbende maakt voorts niet aannemelijk dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij met betrekking tot de overschrijding van de verzettermijn in verzuim is geweest. De termijnoverschrijding moet aan belanghebbende worden toegerekend.

5. Slotsom

Gelet op het vorenstaande is belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn verzet.

6. Beslissing

Het gerechtshof verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in zijn verzet.

Aldus gedaan op 5 februari 2002 te Arnhem door mr. Lamens, raadheer, lid van de zesde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mw. Kleefsman als griffier.

(M.C.B. Kleefsman) (J. Lamens)

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op

Ieder van de partijen kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (zie voor het adres de begeleidende brief).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

De partij die beroep in cassatie instelt, is een griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.