Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2002:AD9866

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
22-01-2002
Datum publicatie
06-03-2002
Zaaknummer
01-01770
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

eerste enkelvoudige belastingkamer

nummer 01/01770

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem (hierna: de Ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : naheffingsaanslag parkeerbelasting

nummer : […]

mondelinge behandeling : met schriftelijke toestemming van partijen niet gehouden

gronden:

1. Op 17 mei 2001 om 19.12 uur stond belanghebbendes personenauto met het kenteken [AA-BB-00], merk Saab, geparkeerd op een parkeerplaats aan de Rijnkade/Boterdijk te Arnhem. Ingevolge de op dat moment geldende Verordening parkeerbelastingen 2001 van de gemeente Arnhem en de daarbij behorende tarieventabel gold ter plaatse ter zake van het parkeren van een motorrijtuig een verplichting tot voldoening van parkeerbelasting.

Belanghebbende heeft geen parkeerbelasting betaald.

2. Nu belanghebbende de ten tijde van de controle op 17 mei 2001, omstreeks 19.12 uur, voor het parkeren verschuldigde belasting niet had voldaan, is terecht de onderhavige naheffingsaanslag aan hem opgelegd.

3. De door belanghebbende aangevoerde omstandigheid dat op zondag 13 mei 2001 vlak voor het vertrek van het cruiseschip waarmee hij een langdurige reis ging maken, bleek dat de parkeergarage waar hij zijn auto gedurende langere tijd had willen parkeren gesloten was en op andere parkeerterreinen alleen per dag betaald kon worden, doet daaraan niet af.

4. Met betrekking tot het tegen betaling parkeren van een voertuig in de gemeente is de gemeenteraad dan wel het college van burgemeester en wethouders bij uitsluiting bevoegd plaats, tijdstip en wijze te bepalen. Deze bevoegdheid is niet vatbaar voor toetsing door de belastingrechter.

De belastingrechter is slechts bevoegd te beoordelen of de van toepassing zijnde verordening parkeerbelastingen met bijbehorend(e) aanwijzingsbesluit en tarieventabel juist is toegepast.

Nu niet is gebleken dat dit niet het geval is, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.

slotsom:

Het beroep is ongegrond.

proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

beslissing:

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Ambtenaar.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2002 door mr. M.C.M. de Kroon, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. J.L.M. Egberts als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(J.L.M. Egberts) (M.C.M. de Kroon)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 31 januari 2002

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.