Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2002:AD9410

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-02-2002
Datum publicatie
22-02-2002
Zaaknummer
21-000777-01
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2003:AI0010
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2003:AI0010
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 27
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-000777-01

Uitspraak dd.: 20 februari 2002

TEGENSPRAAK

GERECHTSHOF TE ARNHEM

meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Almelo van 5 april 2001 in de strafzaak tegen

[Verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op[geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in de penitentiaire inrichting [verbijfplaats].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 februari 2002 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich niet met het vonnis, waarvan beroep, zodat dit behoort te worden vernietigd en opnieuw moet worden rechtgedaan.

De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Namens verdachte is betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hiertoe is aangevoerd dat:

a. bij de aanhouding van verdachte geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering;

b. dat de politie onder leiding van de officier van justitie, onder meer door verspreiding van voorgedrukte aangifteformulieren op voorlichtingsbijeenkomsten en het actief benaderen van mogelijke getuigen, aangiften en verklaringen tegen verdachte heeft geworven;

c. de verklaringen afgelegd in deze strafzaken zijn beïnvloed door de publiciteit die de strafzaken "[tegen de dochters]", zijnde de strafzaken tegen [de dochters], teweeg hebben gebracht, waardoor niet meer te achterhalen is wat getuigen uit eigen wetenschap hebben verklaard, terwijl deze publiciteit mede door het optreden van politie en justitie is veroorzaakt;

d. de getuigenverklaringen door de gebruikte verhoormethoden en de vooringenomenheid van de verhoorders niet kunnen worden gebruikt, terwijl een negatief rapport van de CRI over het opsporingsonderzoek en de daarbij gebruikte verhoormethoden aan de verdediging zou zijn onthouden;

e. dat de verhoren onjuist zijn weergegeven nu er verschillen bestaan tussen de banden van de verhoren, de verbatim-verslagen van deze verhoren en de samenvatting van deze verhoren.

De werkwijzen die bij het opsporingsonderzoek zijn gehanteerd, in hun onderling verband en samenhang bezien moeten worden geacht ontoelaatbaar te zijn, nu doelbewust dan wel met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte is gehandeld. Derhalve zou het recht van verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak, als bedoeld in artikel 6 EVRM, zijn geschonden. Subsidiair is betoogd dat voormeld handelen van politie en justitie tot bewijsuitsluiting dient te leiden.

Het hof oordeelt over een en anders als volgt.

Ten aanzien van het onder a gevoerde verweer: Uit het stamproces-verbaal volgt dat verdachte op verdenking van ontucht, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en gemeenschap met een persoon beneden de 12 jaar is aangehouden naar aanleiding van verklaringen afgelegd door zijn dochters. Naar het oordeel van het hof was op het moment van de aanhouding van verdachte, gelet op de inhoud van voormelde verklaringen van de dochters, een redelijk vermoeden van schuld als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering aanwezig, terwijl niet aannemelijk is geworden dat verdachte op andere gronden dan voormeld is aangehouden.

Ten aanzien van het onder b aangevoerde overweegt het hof dat de advocaat-generaal ter terechtzitting van het hof van 6 februari 2002 heeft medegedeeld dat de "voorgedrukte aangifteformulieren" uitsluitend een tijdige registratie ten behoeve van het fonds geweldsmisdrijven ten doel hadden, zodat het verweer feitelijke grondslag mist en daarom wordt verworpen.

Ten aanzien van het onder c gevoerde verweer stelt het hof voorop dat in strafzaken als de onderhavige (een zedenzaak met een groot aantal (jonge) slachtoffers), niet is te voorkomen dat nadat de delicten in de openbaarheid zijn gekomen ten aanzien van slachtoffers en/of getuigen die naar aanleiding van publicaties over deze strafzaak aangifte doen of een verklaring afleggen, de mogelijkheid van beïnvloeding door deze publiciteit bestaat.

Voorts hebben politie en justitie zowel bij het onderzoek in "[de strafzaken tegen de dochters]", de strafzaken tegen [de dochters], als bij het onderzoek in de zaken tegen verdachte en zijn medeverdachten, naast het opsporingsonderzoek, onder meer door samenwerking met hulpverleners en door voorlichting op scholen, ook aandacht besteed aan de ernstige gevolgen die seksueel misbruik kan hebben voor de slachtoffers van dit misbruik.

Het hof erkent dat bij deze werkwijze een belangenafweging is gemaakt tussen enerzijds het belang dat de verdachten hebben bij het achterwege blijven van beïnvloeding van mogelijke getuigen en/of slachtoffers en anderzijds de belangen die de kwetsbare, jeugdige slachtoffers en hun ouders hebben bij tijdige hulpverlening. Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat als gevolg van voormelde belangenafweging sprake is geweest van een onaanvaardbare relevante beïnvloeding van verklaringen van getuigen en slachtoffers.

Voorts is onder d betoogd dat door vooringenomenheid van de verhoorders en de gebruikte verhoormethoden de getuigenverklaringen zouden zijn beïnvloed.

Gelet op de verklaringen van de verschillende deskundigen is het hof van oordeel dat er binnen de wetenschap geen overeenstemming bestaat over de mate van beïnvloedbaarheid van (jonge) getuigen. Voorts wordt over de betrouwbaarheid van de in dit onderzoek gehoorde getuigen door de geraadpleegde deskundigen verschillend geoordeeld.

De getuige-deskundige [orthopedagoge] heeft ter terechtzitting van het hof van 6 februari 2002 verklaard dat de laatste wetenschappelijke onderzoeken uitwijzen dat de mate van beïnvloedbaarheid van kinderen met een intelligentieleeftijd van 6 jaar of ouder niet veel groter is dan de beïnvloedbaarheid van volwassenen, waarbij de beïnvloedbaarheid ten aanzien van randgebeurtenissen groter is dan die ten aanzien van de centrale gebeurtenis. Ook verklaarde zij dat onderzoek heeft aangetoond dat het meerdere keren horen van jonge getuigen, in tegenstelling tot hetgeen men eerder aannam, een positieve uitwerking kan hebben op de waarheidsgetrouwheid van de betreffende verklaringen.

Ten aanzien van de onder c en d gevoerde verweren acht het hof het niet ondenkbaar dat bij een zaak als deze de publiciteit en de gebruikte verhoormethoden een zekere invloed hebben gehad op onderdelen van verklaringen van getuigen.

Echter niet aannemelijk is geworden dat de verklaringen dusdanig zijn beïnvloed door de publiciteit over deze strafzaken en/of door de gebruikte verhoormethoden, dat de inhoud van deze verklaringen daarom niet meer als waarheidsgetrouw kan worden beschouwd. Het hof verwerpt de onder c en d gevoerde verweren.

Voorts is op bevel van de rechtbank het rapport van de CRI over het opsporingsonderzoek en de daarbij gebruikte verhoormethoden aan het dossier toegevoegd. Dat het standpunt van de officier van justitie inhoudende dat het een intern stuk betrof dat geen deel uitmaakte van het dossier in deze strafzaak, niet werd gedeeld door de rechtbank betekent naar oordeel van het hof nog niet dat de politie en de officier van justitie bewust informatie hebben onthouden aan de verdediging.

Ten aanzien van het onder e gevoerde verweer is het hof gebleken dat er verschillen bestaan tussen de weergave van verklaringen in processen-verbaal, de transcripties in de verbatim-verslagen en de bandopnamen van de verhoren, maar naar het oordeel van het hof zijn deze verschillen niet zodanig van omvang of aard dat de processen-verbaal die in deze strafzaak zijn opgemaakt daarom niet voor het bewijs zijn te gebruiken. Voorts is niet aannemelijk geworden dat politie of justitie doelbewust onjuistheden in de processen-verbaal hebben (doen) opnemen teneinde de rechter verkeerd in te lichten en/of bewijsmateriaal tegen de verdachten te "produceren".

Door of namens verdachte is onvoldoende concreet aangegeven in hoeverre in strijd zou zijn gehandeld met de Aanwijzing opsporing seksueel misbruik in afhankelijkheidsrelaties, zodat het verweer als onvoldoende onderbouwd geen verdere bespreking behoeft.

Ook indien het hof voormelde verweren in hun onderling verband en samenhang beschouwt, kan niet met vrucht worden gesteld dat er geen sprake meer is van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM, en ook niet dat bewijsmiddelen van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Derhalve verwerpt het hof de gevoerde verweren.

Verzoek tot aanhouding van de behandeling

De raadsman heeft ter terechtzitting van 6 februari 2002 zijn verzoek herhaald de behandeling aan te houden, teneinde alsnog een tegenonderzoek te doen verrichten door een gedragsdeskundige naar de psychische gesteldheid van verdachte, nu het rapport van het Pieter Baan Centrum te zeer zou zijn uitgegaan van de veronderstelling dat verdachte de telastegelegde feiten heeft gepleegd en het rapport daardoor de mogelijkheid dat verdachte terecht ontkent en de mogelijkheid dat deze ontkenning dus geen gevolg is van een persoonlijkheidsstoornis, buiten beschouwing laat.

Het hof is van oordeel dat uit de rapportage van het Pieter Baan Centrum betreffende verdachte niet blijkt dat de rapporteurs zijn uitgegaan van de schuld van verdachte.

Het hof acht een nader onderzoek op dit punt daarom niet noodzakelijk en wijst het verzoek tot aanhouding van de behandeling af.

De telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd, zoals dient te worden gelezen na toelating van de vordering nadere omschrijving telastelegging, dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 1994 tot 18 mei 1999, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 april 1996 tot 18 mei 1999, in de gemeente [woonplaats], en/althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen en/althans alleen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [dochter 2] (geboren 1985, dossier A) (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [dochter 2], hebbende hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s)

- hun/zijn penis en/of hun/zijn/haar tong in de mond van die [dochter 2] gebracht en/of

- hun/zijn penis en/of hun/zijn/haar vinger(s) en/of hun/zijn/haar tong in het geslacht en/of in de anus van die [dochter 2] gebracht

en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of (een van) zijn mededader(s)

- die [dochter 2] heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of hardhandig vastgepakt en/of

- dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [dochter 2] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) op die [dochter 2] had(den) en/of (aldus) (telkens) voor die [dochter 2] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 1994 tot 18 mei 1999, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 april 1996 tot 18 mei 1999, in de gemeente [woonplaats], en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [dochter 2] (geboren 1985, dossier A) (telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s)

- de borsten en/of borststreek van die [dochter 2] betast en/of ontuchtig vastgepakt en/of

- het geslacht van die [dochter 2] betast, daarover gewreven, vastgepakt en/of daarin geknepen en/of

- die [dochter 2] ontuchtig gezoend (om de mond en/of elders op het lichaam) en/of

- die [dochter 2] hem/hen laten aftrekken en/of

- die [dochter 2] zijn/haar/hun genitaliën en/of anus laten likken en/of laten

- betasten en/of laten beroeren en/of

- die [dochter 2] hem/hen op/tegen zijn/hun penis laten slaan

en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of (een van) zijn mededader(s)

- die [dochter 2] heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of hardhandig vastgepakt en/of

- dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [dochter 2] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) op die [dochter 2] had(den) en/of (aldus) (telkens) voor die [dochter 2] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 1994 tot 18 mei 1999, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 april 1996 tot 18 mei 1999, in de gemeente [woonplaats], en/althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen en/althans alleen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [dochter 1] (geboren 1987, dossier B) (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [dochter 1] hebbende hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s)

- hun/haar/zijn genitaliën en/of hun/haar/zijn tong en/of borst (en) in de mond van die [dochter 1] gebracht en/of

- hun/haar/zijn vinger(s) en/of hun/zijn/haar tong in het geslacht en/of in de anus van die [dochter 1] gebracht

en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en of (een van) zijn mededader(s)

- die [dochter 1] heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of hardhandig vastgepakt en/of

- dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [dochter 1] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) op die [dochter 1] had(den) en/of (aldus) (telkens) voor die [dochter 1] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 1994 tot 18 mei 1999, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 april 1996 tot 18 mei 1999, in de gemeente [woonplaats], en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [dochter 1] (geboren 1987, dossier B) (telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s)

­ de borsten en/of borststreek van die [dochter 1] betast en/of ontuchtig vastgepakt en/of

­ het geslacht van die [dochter 1] betast, daarover gewreven, vastgepakt en/of daarin geknepen en/of

­ die [dochter 1] ontuchtig gezoend (op de mond en/of elders op het lichaam) en/of

­ die [dochter 1] hem/hen laten aftrekken en/of

­ die [dochter 1] hun/haar/zijn genitaliën en/of anus en/of borst(en) laten likken en/of laten betasten en/of laten beroeren en/of

­ die [dochter 1] hem/hen op/tegen zijn/hun penis laten slaan/stompen

en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s)

- die [dochter 1] heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of hardhandig vastgepakt en/of

- dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [dochter 1] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) op die [dochter 1] had(den) en/of (aldus) (telkens) voor die [dochter 1] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 1996 tot 1 januari 1999 in elk geval in de periode van 1 november 1997 tot 1 september 1998 in de gemeente [woonplaats], althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een jongetje genaamd [slachtoffer 3] (geboren in 1986, dossier C) (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3], hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- hun/zijn/haar genitaliën en/of borst(en) in de mond van die [slachtoffer 3] gebracht

- en/of zijn/hun penis in de anus van [slachtoffer 3] gebracht

en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben uitgekleed en/of

- die [slachtoffer 3] (op een stoel) heeft/hebben vastgebonden en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 3] naar voren en achteren heeft/hebben bewogen, althans heeft/hebben vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben geblinddoekt en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het

- hoofd van [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden, althans daarmee ten overstaan van [slachtoffer 3] heeft/hebben gemanipuleerd en/of

- die [slachtoffer 3] hardhandig heeft/hebben vastgepakt en/of

­ die [slachtoffer 3] tegen het gezicht en/of tegen zijn penis en/althans (elders) tegen het lichaam heeft/hebben geslagen/gestompt en/of geschopt en/of

- dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [slachtoffer 3] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op die [slachtoffer 3] had(den) en/of (aldus) (telkens) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 1996 tot 1 januari 1999, in elk geval in de periode van 1 november 1997 tot 1 september 1998, in de gemeente [woonplaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een jongetje genaamd [slachtoffer 3] (geboren in 1986, dossier C) (telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 3] afgetrokken, althans aftrekkende bewegingen aan de penis van die [slachtoffer 3] gemaakt en/of

- de penis en/of de anus van die [slachtoffer 3] betast en/of vastgepakt en/of gelikt en/of

- die [slachtoffer 3] hem/hen laten aftrekken en/of

- die [slachtoffer 3] hun/zijn/haar genitaliën en/of anus laten likken en/of laten betasten en/of laten beroeren en/of

- die [slachtoffer 3] de borst(en) van zijn mededader laten masseren/vastpakken en/of een of meer vinger(s) van die [slachtoffer 3] in het geslacht van (een of meer van) zijn mededader(s) gebracht

en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben uitgekleed en/of

- die [slachtoffer 3] (op een stoel) heeft/hebben vastgebonden en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 3] naar voren en achteren heeft/hebben bewogen, althans heeft/hebben vastgehouden en/of

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben geblinddoekt en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden, althans daarmee ten overstaan van [slachtoffer 3] heeft/hebben gemanipuleerd en/of

- die [slachtoffer 3] hardhandig heeft/hebben vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 3] tegen het gezicht en/of tegen zijn penis en/althans (elders) tegen het lichaam heeft/hebben geslagen/gestompt en/of geschopt en/of

- dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [slachtoffer 3] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op die [slachtoffer 3] had(den) en/of (aldus) (telkens) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 1996 tot 1 januari 1999, in de gemeente [woonplaats], althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhei(i)d(en) een meisje, genaamd [slachtoffer 4] (geboren in. 1987, dossier E) (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4], hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- hun/zijn/haar genitaliën in de mond van die [slachtoffer 4] gebracht en/of

- hun/haar/zijn tong in het geslacht van die [slachtoffer 4] gebracht en/of

- hun/zijn penis in de anus van [slachtoffer 4] gebracht en/of

- hun/zijn/haar vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 4] gebracht en/of

- een of meer voorwerp(en) in het geslacht en/of in de anus van die [slachtoffer 4] gebracht en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- genoemde [slachtoffer 4] heeft/hebben geslagen en/of

- (de handen van) die [slachtoffer 4] heeft/hebben vastgebonden en/of

- [slachtoffer 4] heeft/hebben geblinddoekt en/of

- [slachtoffer 4] heeft/hebben uitgekleed en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van [slachtoffer 4] heeft/hebben gehouden en/of

- een mes op/voor de keel, althans het lichaam, van [slachtoffer 4] heeft/hebben gezet/gehouden, en/althans met dat pistool/voorwerp en/of een mes ten overstaan van die [slachtoffer 4] heeft/hebben gemanipuleerd en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd -zakelijk weergegeven- dat [slachtoffer 4] zou worden neergeschoten of doodgemaakt indien zij niet aan zijn/hun/de penis(sen) zou zuigen en/of

- dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [slachtoffer 4] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op die [slachtoffer 4] had(den) en/of (aldus) (telkens) voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 4 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 1 april 1996 tot 1 januari 1999 in de gemeente [woonplaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een meisje, genaamd [slachtoffer 4] (geboren in 1987, dossier E) (telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- het geslacht en/of de borst(en) en/of de borststreek van die [slachtoffer 4] vastgepakt en/of

- het kruis en/althans het lichaam van die [slachtoffer 4] gelikt en/of gekust en/of

- die [slachtoffer 4] hem/hen laten aftrekken en/of

- die [slachtoffer 4] hun/zijn genitaliën en/of anus laten likken en/of laten betasten en/of laten beroeren en/of

- een of meer vinger(s) van die [slachtoffer 4] in het geslacht van (een van) zijn

- mededader(s) gebracht en/of

- zijn/hun penis tegen de billen van [slachtoffer 4] geduwd

en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- genoemde [slachtoffer 4] heeft/hebben geslagen en/of

- (de handen van) die [slachtoffer 4] heeft/hebben vastgebonden en/of

- [slachtoffer 4] heeft/hebben geblinddoekt en/of

- [slachtoffer 4] heeft/hebben uitgekleed en/of

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd van [slachtoffer 4] heeft/hebben gehouden

- en/of een mes op/voor de keel, althans het lichaam, van [slachtoffer 4] heeft/hebben gezet/gehouden, en/althans met dat pistool/voorwerp en/of mes ten overstaan van die [slachtoffer 4] heeft/hebben gemanipuleerd en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd -zakelijk weergegeven- dat [slachtoffer 4] zou worden neergeschoten of doodgemaakt indien zij niet aan zijn/hun/de penis(sen) zou zuigen en/of

- dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [slachtoffer 4] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op die [slachtoffer 4] had(den) en/of (aldus) (telkens) voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 1997 tot 1 januari 1999 in de gemeente [woonplaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een meisje, genaamd [slachtoffer 5] (geboren in 1989, dossier F) (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 5], hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- een of meer vinger(s) en/of zijn penis en/of zijn/hun/haar tong en/of (een) voorwerp (en) in het geslacht van die [slachtoffer 5] gebracht en/of (door [dochter 1]) doen brengen en/of

- een of meer vinger(s) en/of zijn penis en/of zijn/hun/haar tong en/of (een) voorwerp(en) in de anus van die [slachtoffer 5] gebracht en/of (door [dochter 1]) doen brengen en

(telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 5] de woning (met kracht) naar binnen heeft/hebben getrokken en/of

- (de handen van) die [slachtoffer 5] heeft/hebben vastgebonden en/of

- [slachtoffer 5] heeft/hebben geblinddoekt en/of

- een pistool althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd, althans tegen het lichaam van [slachtoffer 5] heeft/hebben gehouden en/althans met dat pistool althans met dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp ten overstaan van [slachtoffer 5] heeft/hebben gemanipuleerd en/of

- die [slachtoffer 5] hardhandig heeft/hebben vastgepakt en/of

- dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [slachtoffer 5] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op die [slachtoffer 5] had(den) en/of (aldus) (telkens) voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 5 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 1997 tot 1 januari 1999 in de gemeente [woonplaats], althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, en/althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) een meisje, genaamd [slachtoffer 5] (geboren in 1989, dossier F) (telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- het geslacht van die [slachtoffer 5] vastgepakt en/of daarin geknepen en/of betast en/of (door [dochter 1]) doen vastpakken en/of daarin doen knijpen en/of doen betasten en/of

- de billen en/of de borsten en/of de borstreek en/of de rug van [slachtoffer 5] betast en/of (door [dochter 1]) doen betasten en/of daarin geknepen en/of daarin (door [dochter 1]) doen knijpen

en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 5] de woning (met kracht) naar binnen heeft/hebben getrokken en/of

- (de handen van) die [slachtoffer 5] heeft/hebben vastgebonden en/of

- [slachtoffer 5] heeft/hebben geblinddoekt en/of

- een pistool althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het hoofd althans tegen het lichaam van [slachtoffer 5] heeft/hebben gehouden en/althans met dat pistool althans met dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp ten overstaan van [slachtoffer 5] heeft/hebben gemanipuleerd en/of

- die [slachtoffer 5] hardhandig heeft/hebben vastgepakt en/of

- dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [slachtoffer 5] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op die [slachtoffer 5] had(den) en/of (aldus) (telkens) voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 1997 tot 1 januari 1999 te [woonplaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen en/althans alleen, met [slachtoffer 6] (geboren 1990, dossier G), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen en/of uit het seksueel (door [dochter 1]) doen binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 6], hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) bij [slachtoffer 6] (een) vinger(s) en/of (een) stokje(s) en/of (een) spuit(en) in de anus en/of in het geslacht van die [slachtoffer 6] gebracht en/of doen brengen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 6 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 1997 tot 1 januari 1999 te [woonplaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of met anderen en/althans alleen met [slachtoffer 6] (geboren 1990, dossier G), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd en/of (door [dochter 1]) doen plegen, hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- bij die [slachtoffer 6] het geslacht vastgepakt en/of doen vastpakken en/of daaraan getrokken en/of doen trekken en/of

- het geslacht en/of de billen van die [slachtoffer 6] aangeraakt en/of doen aanraken met (een) vinger(s) en/of met (een) spuit(en) en/of (een) stokje(s) en/althans met (een) (ander (e)) voorwerp (en);

7.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 november 1997 tot 23 juli 1998 te [woonplaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen en/althans alleen, met [slachtoffer 7] (geboren 1993, dossier H), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd en/of doen plegen, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen en/of seksueel (door [dochter 1]) doen binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 7], hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- (een) vinger(s), en/of (een) stokje(s) en/of (een) spuit(en) in de anus van die [slachtoffer 7] gebracht en/of doen brengen en/of

- met een mes in de penis van die [slachtoffer 7] gesneden en/of doen snijden;

ALTHANS voor zover voor het vorenstaande onder 7 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 november 1997 tot 23 juli 1998 te [woonplaats], althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander en/of anderen en/althans alleen, met [slachtoffer 7] (geboren 1993, dossier H), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd en/of (door [dochter 1]) doen plegen, hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- de penis van die [slachtoffer 7] vastgepakt en/of doen vastpakken en/of aan de penis van die [slachtoffer 7] getrokken en/of doen trekken en/of

- de penis en/of de anus en/of de billen van die [slachtoffer 7] aangeraakt en/of betast en/of doen aanraken en/of doen betasten met (een) vinger(s) en/of met (een) spuit(en) en/of (een) stokje(s) en/of (een) ander(e) voorwerp(en);

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 7 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 november 1997 tot 23 juli 1998 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen en/althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 7] (geboren 1993, dossier H) wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden en/of (door [dochter 1]) doen beroven en/of beroofd doen houden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet die [slachtoffer 7] vastgebonden en/of doen vastbinden en/of belet en/of doen beletten dat die [slachtoffer 7] naar buiten kon gaan;

8.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 1996 tot 18 mei 1999 in de gemeente [woonplaats] en/althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen en/althans alleen met

- [slachtoffer 9] (geboren 1988, dossier D) en/of

- [slachtoffer 8] (geboren 1995, dossier Bijlage o.a. p. 516-556) en/of

- een of meer ander(e) kind(eren) (niet [dochter 2] en/of [dochter 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 9]) , (allen geboren na 18 mei 1987), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd en/of (door [dochter 2] en/of [dochter 1]) doen plegen,

hebbende hij verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- bij die [slachtoffer 9] met (een) vinger(s) en/of met (een) stokje(s) en/of (een) spuit(en) en/althans (een) ander(e) voorwerp(en) , de penis en/of de anus en/althans de billen betast en/of aangeraakt en/of doen betasten en/of doen aanraken en/of

- naakt op die [slachtoffer 9] gezeten en/of ([dochter 1]) naakt op die [slachtoffer 9] doen zitten en/of

- bij die [slachtoffer 8] met (een) voorwerp(en) en/of (een) vinger(s) en/of (een) stokje(s) de penis en/of de anus en/althans de billen betast en/of aangeraakt en/of doen betasten en/of doen aanraken en/of

- bij een of meer ander(e) kind(eren) (niet [dochter 1], [dochter 2], [slachtoffer 4], [slachtoffer 3], [slachtoffer 9], [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6]) met (een) vinger(s) en/of met (een) stokje(s) en/of (een) spuit(en) en/althans (een) ander(e) voorwerp(en) de genitaliën en/of de anus en/althans de billen betast en/of aangeraakt en/of doen aanraken en/of doen betasten;

Indien in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Geldigheid van de dagvaarding

De dagvaarding zal ten aanzien van het onder 8 telastegelegde nietig worden verklaard voor zover het betreft de onderdelen "een of meer andere kinderen" en "bij een of meer andere kinderen" nu deze onderdelen een onvoldoende duidelijke opgave inhouden van het strafbare feit dat is telastegelegd in de zin van het bepaalde in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat verdachte het onder 5 primair, 6 primair en 6 subsidiair telastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat telastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair 3 primair, 4 primair, 5 subsidiair, 7 primair en 8 telastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 1996 tot 18 mei 1999, in de gemeente [woonplaats], tezamen en in vereniging met anderen geweld en een ander feitelijkheid en/of bedreiging met geweld [dochter 2], geboren 1985, telkens heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [dochter 2], hebbende hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s)

- hun/zijn penis in de mond van die [dochter 2] gebracht en/of

- hun/zijn penis en/of hun vinger(s) in het geslacht van die [dochter 2] gebracht

en telkens bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld hierin dat verdachte en/of (een van) zijn mededader(s)

- die [dochter 2] heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of

- dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [dochter 2] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) op die [dochter 2] had(den) en

aldus telkens voor die [dochter 2] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan.

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 1996 tot 18 mei 1999, in de gemeente [woonplaats], tezamen en in vereniging met anderen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld [dochter 1], geboren 1987, telkens heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [dochter 1] hebbende hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s)- hun/haar/zijn genitaliën en/of hun/haar/zijn tong en/of borst(en) in de mond van die [dochter 1] gebracht en/of

- hun/haar/zijn vinger(s) en/of hun/zijn/haar tong in het geslacht van die [dochter 1] gebracht

en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld hierin dat verdachte en of (een van) zijn mededader(s)

- die [dochter 1] heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of hardhandig vastgepakt en/of

- dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [dochter 1] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) op die [dochter 1] had(den) en

aldus telkens voor die [dochter 1] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan.

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 november 1997 tot 1 september 1998 in de gemeente [woonplaats], tezamen en in vereniging met anderen, door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld een jongetje genaamd [slachtoffer 3], geboren in 1986, telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3], hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- hun/zijn/haar genitaliën in de mond van die [slachtoffer 3] gebracht en/of

- zijn/hun penis in de anus van [slachtoffer 3] gebracht en

telkens bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld hierin dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben uitgekleed en/of

- die [slachtoffer 3] (op een stoel) heeft/hebben vastgebonden en/of

- het hoofd van die [slachtoffer 3] naar voren en achteren heeft/hebben bewogen

- die [slachtoffer 3] heeft/hebben geblinddoekt en/of

- een pistool tegen het hoofd van [slachtoffer 3] heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer 3] hardhandig heeft/hebben vastgepakt en/of

- die [slachtoffer 3] tegen het gezicht en/of tegen zijn penis en/of elders tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt

- dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [slachtoffer 3] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op die [slachtoffer 3] had(den)

en aldus (telkens) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 1996 tot 1 januari 1999, in de gemeente [woonplaats], tezamen en in vereniging met een ander door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld een meisje, genaamd [slachtoffer 4], geboren in 1987, telkens heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4], hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- zijn genitaliën in de mond van die [slachtoffer 4] gebracht en/of

- hun/zijn penis in de anus van [slachtoffer 4] gebracht en/of

- hun/zijn/haar vinger(s) in de anus van die [slachtoffer 4] gebracht en/of

- een of meer voorwerp(en) in het geslacht en/of in de anus van die [slachtoffer 4] gebracht

en (telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld hierin dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- genoemde [slachtoffer 4] heeft/hebben geslagen en/of

- (de handen van) die [slachtoffer 4] heeft/hebben vastgebonden en/of

- [slachtoffer 4] heeft/hebben geblinddoekt en/of

- [slachtoffer 4] heeft/hebben uitgekleed en/of

- een pistool tegen hoofd van [slachtoffer 4] heeft/hebben gehouden en/of een mes op/voor de keel, althans het lichaam, van [slachtoffer 4] heeft/hebben gezet/gehouden, en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd -zakelijk weergegeven- dat [slachtoffer 4] zou worden neergeschoten of doodgemaakt indien zij niet aan zijn penis zou zuigen en/of

- dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [slachtoffer 4] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op die [slachtoffer 4] had(den)

en aldus telkens voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 1 november 1997 tot 1 januari 1999 in de gemeente [woonplaats], tezamen en in vereniging met anderen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld een meisje, genaamd [slachtoffer 5], geboren in 1989, telkens

heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- het geslacht van die [slachtoffer 5] vastgepakt en/of daarin geknepen en/of betast en/of

- de billen en/of de borsten en/of de borstreek en/of de rug van [slachtoffer 5] betast

en telkens) bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld hierin dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- die [slachtoffer 5] de woning (met kracht) naar binnen heeft/hebben getrokken en/of

- die [slachtoffer 5] heeft/hebben vastgebonden en/of

- [slachtoffer 5] heeft/hebben geblinddoekt en/of

- een pistool tegen het hoofd van [slachtoffer 5] heeft/hebben gehouden en/of

- die [slachtoffer 5] hardhandig heeft/hebben vastgepakt en/of

- dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) ten aanzien van die [slachtoffer 5] gebruik heeft/hebben gemaakt van het geestelijk en/of lichamelijk overwicht dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op die [slachtoffer 5] had(den) en aldus telkens voor die [slachtoffer 5] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

7.

hij op een tijdstip in de periode van 3 november 1997 tot 23 juli 1998 te [woonplaats], tezamen en in vereniging met anderen met [slachtoffer 7], geboren 1993, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 7], hebbende hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- (een) vinger(s), en/of (een) stokje(s) en/of (een) spuit(en) in de anus van die [slachtoffer 7] gebracht en/of

- met een mes in de penis van die [slachtoffer 7] gesneden.

8.

hij op een tijdstip in de periode van 1 april 1996 tot 18 mei 1999 in de gemeente [woonplaats], tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer 9], geboren 1988 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd hebbende hij verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) bij die [slachtoffer 9] met (een) stokje(s) en/of (een) spuit(en) de penis en/of de anus aangeraakt.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is telastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven

ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 4, bewezenverklaarde:

Het medeplegen van:

Verkrachting;

meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde:

Het medeplegen van:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 7 bewezenverklaarde:

Het medeplegen van:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

ten aanzien van het onder 8 bewezenverklaarde:

Het medeplegen van:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent verdachte is op 12 juli 2000 een multidisciplinair rapport uitgebracht door [ ], psychiater, en [ ], psycholoog, beiden verbonden aan de Psychiatrische Observatiekliniek van het Gevangeniswezen "Pieter Baan Centrum" te Utrecht.

Die rapportage leert dat verdachte een intellectueel zwakke man is die lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met narcistische, theatrale en paranoïde trekken. Een massieve kinderlijke egocentriciteit en gekrenktheid hebben van jongs af aan zijn gevoelsleven en denken bepaald en stuurden ook zijn handelen op impulsieve en agerende wijze aan. Het belemmerde de ontwikkeling van meer empathische vermogens en daarmee ook het vermogen om zichzelf in de context van verschillende generaties vanuit een - gepast - verschillend perspectief te ervaren en te gedragen.

Geconcludeerd wordt dat verdachte ten tijde van het plegen van het hem telastegelegde weliswaar de ongeoorloofdheid hiervan heeft kunnen inzien, doch in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat is geweest zijn wil in vrijheid - overeenkomstig een dergelijk besef - te bepalen.

Voorts wordt geconcludeerd dat verdachte ten tijde van het plegen van het hem ingevolge artikel 261 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering verkort onder 1 en 3 telastegelegde lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis zijner geestvermogens, dat de feiten - indien bewezen - hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend en dat verdachte ten tijde van het plegen van het hem op dezelfde voet verkort onder 2 telastegelegde lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis zijner geestvermogens, dat het feit - indien bewezen - hem slechts in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend.

Het hof neemt bovengenoemde conclusies over en maakt die tot zijn oordeel.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat verdachte strafbaar is, terwijl ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

Na een eis tot het opleggen van twaalf jaar gevangenisstraf en de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging heeft de rechtbank verdachte terzake van het onder 1 primair, 3 primair, 4 primair, 5 subsidiair, 7 primair en 8 telastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met de last van terbeschikkingstelling met dwangverpleging. De advocaat-generaal heeft een gevangenisstraf van tien jaar en de oplegging van voormelde maatregel gevorderd.

Het hof acht na te melden strafoplegging in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij zijn strafoplegging in overweging genomen dat het meer feiten bewezen heeft verklaard dan de rechtbank deed en zal derhalve een hogere straf opgelegen.

Het hof heeft bij zijn straftoemeting, mede in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte en zijn mededaders:

- gedurende een lange periode veelvuldig en stelselmatig ontuchtige handelingen hebben gepleegd met meerdere jonge en zeer jonge kinderen, waaronder verdachtes eigen dochters, waarbij ook meermalen sprake is geweest van het seksueel binnendringen van het lichaam van deze slachtoffertjes;

- bij deze brutale en gewelddadige verkrachtingen en het gepleegde seksuele misbruik hebben zij de belangen van de weerloze slachtoffertjes ondergeschikt gemaakt aan hun eigen behoeften en daarmee zijn zij volledig voorbij gegaan aan de meest elementaire belangen van de slachtoffers;

- hebben bevorderd of goedgevonden dat zijn dochters kinderen van de straat haalden, waarop verdachte en zijn medeverdachten deze kinderen seksueel misbruikten;

- teneinde te voorkomen dat hun handelen bekend zou worden en om de slachtoffertjes tot medewerking te dwingen de kinderen op soms wrede wijze hebben mishandeld en met mishandeling en de dood hebben bedreigd.

Voor de slachtoffers zijn deze gebeurtenissen zeer angstaanjagende en ingrijpende aantasting van persoonlijkheid geweest. De ervaring leert dat door de onderhavige ernstige inbreuken door verdachte en zijn mededaders op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de jeugdige slachtoffers de (seksuele) ontwikkeling van deze kinderen ernstig kan zijn verstoord en dat zij ten gevolge van dit handelen ook op latere leeftijd nog langdurig, ernstige psychische problemen kunnen ondervinden op het terrein van seksualiteit en relatievorming.

Daarnaast is het gezinsleven binnen de gezinnen van de slachtoffers gedurende een lange periode ernstig verstoord, waardoor niet alleen de misbruikte kinderen maar ook de ouders, en eventuele broers en zussen onder het handelen van verdachte en zijn mededaders hebben geleden en wellicht nog lijden en zullen lijden.

Door te handelen als hiervoor bewezen is verklaard hebben verdachte en zijn mededaders tevens grote onrust en gevoelens van onveiligheid veroorzaakt in de buurten waar verdachte woonde en heeft gewoond.

Het hof rekent het de verdachte in het bijzonder aan dat hij als initiatiefnemer van voormelde verkrachtingen en seksueel misbruik van (jonge) kinderen moet worden beschouwd.

Anderzijds heeft het hof heeft bepaling van de duur van de gevangenisstraf rekening gehouden met de (enigszins) verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

In het reeds hiervoor genoemde multidisciplinaire rapport wordt geconcludeerd dat verdachte in staat moet worden geacht - gelet op de door wraakzucht (krenkbaarheid) ingekleurde persoonlijkheidspathologie, zijn ontkennende houding, het ontbreken van probleembesef en de hiermee samenhangende neiging tot externalisatie - door een extreme toename van onmachtgevoelens in geval van een bewezenverklaring, in het kader van zijn behoefte tot zelfdramatisering te komen tot een herhaling van soortgelijke feiten. Tevens wordt er een gevaar ingeschat voor zijn echtgenote en voor anderen die een belastende verklaring over hem hebben afgelegd. Gelet op het gevaar voor recidive wordt geadviseerd last te geven tot de terbeschikkingstelling van verdachte, met bevel tot verpleging van overheidswege.

Het hof is van oordeel - gelet op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en zijn in voormeld multidisciplinair rapport omschreven delictgevaarlijkheid - dat verdachte langdurig uit de samenleving moet worden verwijderd. Het hof acht het derhalve noodzakelijk om naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht jaar, de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege op te leggen.

Het hof zal bevelen dat verdachte ter beschikking wordt gesteld aangezien de bewezenverklaarde feiten gericht zijn tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van personen en daarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaar is gesteld en de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eisen.

Het hof zal voorts bevelen dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd, daar genoemde veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen die verpleging eisen.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij, [benadeelde partij 1], heeft in eerste aanleg als voorschot een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van f 7080,00 (zevenduizendtachtig gulden) ingesteld.

Deze vordering is bij vonnis, waarvan beroep, toegewezen.

In het vonnis, waarvan beroep, is op grond van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, aan verdachte de verplichting tot betaling aan de staat van een som geld ten behoeve van genoemde benadeelde opgelegd. De benadeelde partij heeft haar vordering in hoger beroep gehandhaafd.

Naar het oordeel van het hof is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezen verklaard handelen schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De vordering dient tot dit bedrag als voorschot te worden toegewezen. Wat betreft de kosten van rechtsbijstand dient de vordering te worden afgewezen, nu deze kosten niet zijn te beschouwen als schade die direct uit het misdrijf voortvloeit. Het hof zal de kosten van rechtsbijstand toewijzen op grond van artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. De benadeelde partij dient voor wat betreft het meer of anders gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, aangezien de vordering naar het oordeel van het hof niet van zodanige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De benadeelde partij, [benadeelde partij 2], heeft in eerste aanleg als voorschot een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van f 9.079,00 (negenduizendnegenenzeventig gulden) ingesteld.

Deze vordering is bij vonnis, waarvan beroep, toegewezen tot een bedrag van f 5188,00 (vijfduizendhonderdachtentachtig gulden).

In het vonnis, waarvan beroep, is op grond van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, aan verdachte de verplichting tot betaling aan de staat van een som geld ten behoeve van genoemde benadeelde opgelegd. De benadeelde partij heeft haar vordering in hoger beroep gehandhaafd.

Naar het oordeel van het hof is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 4 bewezen verklaard handelen schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De vordering dient tot dit bedrag als voorschot te worden toegewezen. De benadeelde partij dient voor wat betreft het meer of anders gevorderde niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, aangezien de vordering naar het oordeel van het hof niet van zodanige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De benadeelde partij, [benadeelde partij 4], heeft in eerste aanleg als voorschot een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van f 9.555,00 (negenduizendvijfhonderdvijfenvijftig gulden) ingesteld.

Deze vordering is bij vonnis, waarvan beroep, toegewezen tot een bedrag van f 5.690,00 (vijfduizendzeshonderdnegentig gulden).

In het vonnis, waarvan beroep, is op grond van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, aan verdachte de verplichting tot betaling aan de staat van een som geld ten behoeve van genoemde benadeelde opgelegd. De benadeelde partij heeft haar vordering in hoger beroep gehandhaafd.

Naar het oordeel van het hof is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 5 bewezen verklaard handelen schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De vordering dient tot dit bedrag als voorschot te worden toegewezen. Voor wat betreft de kosten van rechtsbijstand dient de vordering op voormelde gronden te worden afgewezen. Voor wat betreft het meer of anders gevorderde moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, aangezien de vordering naar het oordeel van het hof niet van zodanige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De benadeelde partij, [benadeelde partij 3], heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van f 6160,00 (zesduizendeenhonderdzestig gulden) ingesteld.

Deze vordering is bij vonnis, waarvan beroep, toegewezen.

In het vonnis, waarvan beroep, is op grond van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, aan verdachte de verplichting tot betaling aan de staat van een som geld ten behoeve van genoemde benadeelde opgelegd. De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd.

Naar het oordeel van het hof is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 6 bewezen verklaard handelen schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De vordering dient tot dit bedrag als voorschot te worden toegewezen. Voor wat betreft de kosten rechtsbijstand dient de vordering op voormelde gronden te worden afgewezen. Ten aanzien van het meer of anders gevorderde moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, aangezien de vordering naar het oordeel van het hof niet van zodanige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De benadeelde partij, [benadeelde partij 5], heeft in eerste aanleg als voorschot een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van f 6070,00 (zesduizendzeventig gulden) ingesteld.

Deze vordering is bij vonnis, waarvan beroep, toegewezen.

In het vonnis, waarvan beroep, is op grond van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, aan verdachte de verplichting tot betaling aan de staat van een som geld ten behoeve van genoemde benadeelde opgelegd. De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd.

Naar het oordeel van het hof is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 8 bewezen verklaard handelen schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De vordering dient tot dit bedrag als voorschot te worden toegewezen. Wat betreft de kosten rechtsbijstand dient de vordering op voormelde gronden te worden afgewezen. Ten aanzien van het meer of anders gevorderde moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, aangezien de vordering naar het oordeel van het hof niet van zodanige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De benadeelde partij, [benadeelde partij 6], heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van f 6160,00 (zesduizendeenhonderdzestig gulden) ingesteld.

Bij het vonnis, waarvan beroep, is de benadeelde partij in die vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft haar vordering in hoger beroep gehandhaafd.

Nu aan verdachte ten aanzien van feiten begaan ten opzichte van deze benadeelde partij geen straf of maatregel wordt opgelegd, dan wel artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, in die vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De benadeelde partij, [benadeelde partij 7], heeft in eerste aanleg een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van f 5375,00 (vijfduizenddriehonderdvijfenzeventig gulden) ingesteld.

Bij het vonnis, waarvan beroep, is de benadeelde partij in die vordering niet-ontvankelijk verklaard.

De benadeelde partij heeft zijn vordering in hoger beroep gehandhaafd.

Nu aan verdachte ten aanzien feiten begaan ten opzichte van deze benadeelde partij geen straf of maatregel wordt opgelegd, dan wel artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, in die vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 37a, 37b, 47, 57, 242, 244, 246 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht:

Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg ten aanzien van het onder 8 telastegelegde voor zover het betreft de onderdelen "een of meer andere kinderen en "bij een of meer andere kinderen" nietig.

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 5 primair, 6 primair en subsidiair telastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 subsidiair, 7 primair en 8 telastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is telastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaren.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: acht videobanden.

Veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1], wonende te [woonplaats], [adres], van een bedrag van € 2.305,20 (tweeduizenddriehonderdvijf euro en twintig cent) als voorschot, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededaders betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

Wijst af de vordering voor wat betreft de kosten van rechtsbijstand.

Verwijst verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep begroot op € 907,57 (negenhonderdenzeven euro en zevenenvijftig cent), met dien verstande dat indien en voor zover een mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1], wonende te [woonplaats], [adres], voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat hij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de staat, ten behoeve van [benadeelde partij 1], wonende te [woonplaats], [adres], een bedrag te betalen van € 768,40 (zevenhonderdachtenzestig euro en veertig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat indien en voor zover zijn een mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

Bepaalt, dat indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat van € 768,40 ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dat bedrag te betalen in zoverre komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan de benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2], wonende te [woonplaats], [adres], van een bedrag van € 2.354,21 (tweeduizenddriehonderdvierenvijftig euro en eenentwintig cent) als voorschot, met dien verstande dat indien en voor zover zijn een mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

Verwijst verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2], wonende te [woonplaats], [adres], voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de staat, ten behoeve van [benadeelde partij 2], wonende te [woonplaats], [adres], een bedrag te betalen van € 784,74 (zevenhonderdvierentachtig euro en vierenzeventig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis, met dien verstande dat indien en voor zover zijn een mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

Bepaalt, dat indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat van € 784,74 ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dat bedrag te betalen in zoverre komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan de benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 4], wonende te [woonplaats], [adres], van een bedrag van € 2.405,04 (tweeduizendvierhonderdvijf euro en vier cent) als voorschot.

Wijst af de vordering voor wat betreft de kosten van rechtsbijstand.

Verwijst verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep begroot op € 176,97.

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 4], wonende te [woonplaats], [adres], voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de staat, ten behoeve van [benadeelde partij 4], wonende te [woonplaats], [adres], een bedrag te betalen van € 2.405,04 (tweeduizendvierhonderdvijf euro en vier cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis.

Bepaalt, dat indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat van € 2.405,04 ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 4], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dat bedrag te betalen komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan de benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 3], wonende te [woonplaats], [adres], van een bedrag van € 2.305,20 (tweeduizenddriehonderdvijf euro en twintig cent) als voorschot, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

Wijst af de vordering voor wat betreft de kosten van rechtsbijstand.

Verwijst verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep begroot op Euro 490,08 (vierhonderdnegentig euro en acht cent), met dien verstande dat indien en voor zover een mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 3], wonende te [woonplaats], [adres], voor het overige in zijn vordering niet-ontvankelijk is en dat hij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de staat, ten behoeve van [benadeelde partij 3], wonende te [woonplaats], [adres], een bedrag te betalen van € 1.152,60 (duizendeenhonderdtweeënvijftig euro en zestig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

Bepaalt, dat indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat van € 1.152,60 ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dat bedrag te betalen komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan de benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.

Veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 5], wonende te [woonplaats], [adres], van een bedrag van € 2.305,20 (tweeduizenddriehonderdvijf euro en twintig cent), met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

Wijst af de vordering voor wat betreft de kosten van rechtsbijstand.

Verwijst verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot de behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep begroot op € 449,24 (vierhonderdnegenenveertig euro en vierentwintig cent), het dien verstande dat indien en voor zover een mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 5], wonende te [woonplaats], [adres], voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat hij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan verdachte de verplichting op om aan de staat, ten behoeve van [benadeelde partij 5], wonende te [woonplaats], [adres], een bedrag te betalen van € 1.152,60 (duizendeenhonderdtweeënvijftig euro en zestig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 23 (drieëntwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt, dat indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat van € 1.152,60 ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 4], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dat bedrag te betalen komt te vervallen, en andersom, indien verdachte aan de benadeelde partij dat bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dat bedrag ten behoeve van de benadeelde partij komt te vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 6] in haar vordering niet-ontvankelijk is.

Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 7] in zijn vordering niet-ontvankelijk is.

Aldus gewezen door

mr Kerssemakers, voorzitter,

mrs Rutgers van der Loeff en Verheugt, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr Van Laethem, griffier,

en op 20 februari 2002 ter openbare terechtzitting uitgesproken.