Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2002:AD8547

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
04-01-2002
Datum publicatie
29-01-2002
Zaaknummer
00/360
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2002/1003

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

derde enkelvoudige belastingkamer

nr. 00/360

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : X

te : Z

verweerder : de ambtenaar van het waterschap Rijn en IJssel belast met de invordering

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift tegen kosten van vervolging

soort belasting : waterschapsomslag

jaar : 1998

onderzoek ter zitting : op 21 december 2001 te Arnhem door mr N.E. Haas, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Snoijink als griffier

waarbij verschenen : belanghebbende

waarbij niet verschenen : de verweerder met schriftelijke kennisgeving aan het hof

gronden:

1. Belanghebbende maakt bezwaar tegen de hem in rekening gebrachte aanmaningskosten van ƒ 10,- en stelt daartoe dat hij het aanslagbiljet met nummer 80061745 niet heeft ontvangen.

2. Volgens artikel 7, tweede lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, te dezen toepasselijk krachtens artikel 123, tweede lid, van de Waterschapswet, kan het bezwaar- of beroepschrift niet zijn gegrond op de stelling dat het aanslagbiljet of de aanmaning niet is ontvangen.

3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de verweerder het bezwaar dan ook terecht ongegrond verklaard.

4. Het ligt buiten de invloed van de bestuursrechter in belastingzaken, ervoor te zorgen dat de aanslag over het jaar 2000 wel aan het goede adres wordt bezorgd. Ter zitting is overigens gebleken dat dit inmiddels is gebeurd.

proceskosten:

Bij het verweerschrift heeft de verweerder geen duplicaat van het aanslagbiljet of zelfs maar een elementennota overgelegd. Daardoor heeft belanghebbende zich er evenmin als het hof van kunnen overtuigen dat en aan welk adres het onder 1 genoemde oorspronkelijke aanslagbiljet is verzonden en heeft hij kunnen menen zijn grieven bij pleidooi kansrijker te maken en daarvoor ter zitting te moeten verschijnen. Hierin vindt het hof aanleiding, de verweerder te veroordelen in de reis- en verblijfkosten van belanghebbende, die ter zitting heeft verklaard geen verletkosten te hebben. Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op die van een treinretour 2e klasse Z-Arnhem van ƒ 16,75, op die van 2x2x2 strippen voor de stadsbus in beide steden à ƒ 1,50 (wagentarief) ofwel ƒ 12, en op verblijfkosten van ƒ 1,25, in totaal ƒ 30,- ofwel EUR 13,61.

slotsom:

Het beroep is ongegrond.

beslissing:

Het gerechtshof:

- bevestigt de uitspraak van de verweerder;

- veroordeelt de verweerder in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van EUR 13,61, te vergoeden door het waterschap Rijn en IJssel.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 4 januari 2002 door mr N.E. Haas, vice-president, lid van de derde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Snoijink als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(W.J.N.M. Snoijink) (N.E. Haas)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 10 januari 2002

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van het proces-verbaal van deze uitspraak het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt, is hiervoor een griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt om een schriftelijke uitspraak te verkrijgen, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.