Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2001:AD8991

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
03-07-2001
Datum publicatie
11-10-2004
Zaaknummer
21-001567-99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Medeplegen mensenhandel in vereniging meermalen gepleegd. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Medeplegen van voorbereiding van mensenhandel in vereniging.

Verwerping beroep op partiële nietigheid van de dagvaarding en op de niet-ontvankelijkheid van het O.M.. Verwerping bewijsverweer van de verdediging t.a.v. de betrouwbaarheid van de vertalingen van telefoongesprekken.

5 jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-001567-99

Uitspraak dd.: 3 juli 2001

TEGENSPRAAK

GERECHTSHOF TE ARNHEM

meervoudige kamer voor strafzaken

ARREST

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te Zutphen van 20 juli 1999 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] (Nigeria) 1965,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Arnhem.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 16 december 1999, 23 januari 2001, 27 maart 2001, 24 april 2001 en 19 juni 2001 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep van verdachte is kennelijk niet gericht tegen de gegeven vrijspraak, en blijkens mededeling van de advocaat-generaal van dit hof het hoger beroep van de officier van justitie evenmin.

Nietigheid van de dagvaarding

Door de raadsman is aangevoerd dat gedeelten van de dagvaarding nietig verklaard dienen te worden nu deze niet voldoen aan de eisen die artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering daaraan stelt.

Het hof verwerpt het betoog van de raadsman voorzover een beroep is gedaan op partiële nietigheid van de dagvaarding, nu de dagvaarding een voldoende duidelijke opgave van de telastegelegde feiten bevat als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsman van verdachte heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Daartoe is onder meer aangevoerd dat de politie reeds in een eerder stadium op de hoogte was van de tenlastegelegde feiten door een of meer verdachten in deze strafzaak dan de fase waarin daadwerkelijk tot opsporing en vervolging is overgegaan. Door dit verlaten ingrijpen zou er geen sprake zijn van een fair strafproces.

Het hof is van oordeel dat de door de raadsman gestelde feitelijkheden, voorzover de raadsman daarmee heeft willen betogen dat er sprake is geweest van enige genomen beslissing binnen het opsporings- en vervolgingstraject die het vermeende verlate ingrijpen door justitie zou verklaren en dat derhalve sprake zou zijn van enige vorm van "doorlating" (van AMA's), niet aannemelijk zijn geworden.

Door de raadsman is betoogd dat de verdediging is geschaad door het niet tijdig verstrekken van processtukken, waardoor de verdediging niet in staat is geweest een aantal AMA's te horen, op grond waarvan het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Het hof is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat bij het niet eerder verstrekken van processtukken doelbewust en met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van de zaak is tekortgedaan.

De verweren van de raadsman op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie worden verworpen.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich niet met het vonnis, waarvan beroep, voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen, zodat dit vonnis in zoverre behoort te worden vernietigd en in zoverre opnieuw moet worden rechtgedaan.

De telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd, zoals gewijzigd ter terechtzitting in eerste aanleg, dat:

(zie voor de inhoud van de gewijzigde telastelegging bijlage II)

Indien in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen, dat verdachte het onder 1 telastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsverweer

Door de raadsman is betoogd dat de vertalingen van de telefoongesprekken niet betrouwbaar zijn en dat deze niet voor het bewijs gebruikt mogen worden.

De zaak is op 16 december 1999 verwezen naar de rechter-commissaris voor onder meer het horen van de tolk [naam] en de anonieme tolk. Uit het faxbericht van de rechter-commissaris F. van Beuge van 22 januari 2001, gericht aan mr J.A. Wiarda, advocaat-generaal bij het ressortsparket te Arnhem, blijkt het volgende - zakelijk weergegeven -:

Er is sprake van personen die niet de voor Nederland gebruikelijke opleiding tot tolk en/of vertaler hebben gehad, maar om native speakers in een Afrikaanse stamtaal.

Er is aandacht besteed aan de kennis en het begrip van deze stamtaal, alsmede aan het opleidingsniveau van de beide tolken. Met hen is voorts de gevolgde procedure bij de vertalingen nagelopen, hetgeen ook bij het horen van de beide teamleiders uitvoerig ter sprake is geweest.

De verschillen tussen de diverse vertalingen en de eigen opvatting van de verdachte over de juiste vertaling van hetgeen bij een aantal telefoongesprekken gezegd is, zijn ter sprake gekomen en de raadsman heeft te dien aanzien alle vragen mogen stellen die hij wilde stellen.

De beheersing van de Nederlandse taal blijkt uit de wijze waarop de getuigenverhoren zijn verlopen en in de processen-verbaal zijn vastgelegd. Als er met een van beide of zelfs beide getuigen niet goed te communiceren was geweest dan was zulks door mij in het desbetreffende proces-verbaal opgenomen.

Op grond van het bovenstaande is het hof van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de vertalingen van de tolken onbetrouwbaar zijn, zodat het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat telastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 2, 3 en 4 telastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

(zie voor de inhoud van de bewezenverklaring bijlage III)

Bewezenverklaring:

2. dat hij op tijdstippen inde periode van 1 januari 1996 tot en met 11 oktober 1998,

in de gemeente(n) Tilburg en/ of Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, zich meermalen heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel (als bedoeld in artikel 250ter van Wetboek van Strafrecht) ten aanzien van een aantal personen,

immers heeft/ hebben hij, verdachte, en/ of zijn mededader(s) op vorenomschreven tijd(en) en/ of in vorenomschreven plaats(en) een (aantal) perso(o)n(en) (telkens):

-in Nigeria en/ of in een of meer ander(e) Afrikaanse land(en) aangeworven, telkens met het oogmerk die perso(o)n(en)in een ander land (Nederlanden/ of België en/ of Italië) in de prostitutie te brengen

en

-door geweld en/ of (een) ander(e) feitelijkhe(i)d(en) en/ of door bedreiging met geweld en/ of (een) ander(e) feitelijkhe(i)d(en), en/ of door misleiding in Nederland en/ of België en/ of Italië tot prostitutie gebracht, dan wel (onder voornoemde omstandigheden) handelingen ondernomen, waarvan hij, verdachte, en/ of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en)vermoeden, dat die perso(o)n(en) daardoor in de prostitutie zou(den) belanden

immers heeft/ hebben hij, verdachte en/ of zijn mededader(s) toen daar (telkens) een of meer (van nader te noemen) perso(o)n(en), te weten:

-[slachtoffer], en

-[slachtoffer], en

-[slachtoffer], en

-[slachtoffer], en

-[slachtoffer]

en een of meer ander(e) al dan niet minderjarige perso(o)n(en),

-werk aangeboden (anders dan in de prostitutie) in Nederland en/ of in Europa en/ of

-laten overkomen en/ of

-gedreigd haar/ hen/ en/ of haar/ hun familie te zullen vermoorden en/ of te doden, indien zij/ hij niet zou(den) luisteren en/ of indien zij/ hij het geld/ een geldsbedrag niet zou(den) terugbetalen en/ of

-onder toezicht gehouden en/ of laten houden en/ of

-weggehaald en/ of laten halen en/ of naar zich toe laten komen vanaf dat/ die Onderzoekscentrum/ -centra/ Asielzoekerscentrum/ -centra en/ of

-gebracht naar, althans laten gaan naar, en/ of opgehaald van de plaats waar de prostitutie werd bedreven en/ of

-(woon)ruimte en/ of onderdak ter beschikking gesteld

en/ of

(tegen/ van) een of meer van voornoemd(e) perso(o)n(en) toen daar (telkens):

-(plukjes van) (schaam)haren en/ of stukjes van nagels en/ of maandverband afgenomen en/ of doen afstaan en/ of nagel(s) verbrand en/ of (stukjes van de) huid afgeschraapt en/ of

-onder druk gebracht met voodoo(-rituelen) en/ of

-gezegd, dat hier voodoo (-rituelen) mee gedaan/ gepleegd kon(den)/ zou(den) worden en/ of dat zij gedood zou(den) worden (met voodoo) en/ of dat zij onder voodoo zaten, althans soortgelijke (dreigende) woorden en/ of

-het (door middel van prostitutie) verdiende geld (grotendeels) afgenomen en/ of doen afgeven en/ of

-hun paspoort(en) en/ of reisdocument(en) afgenomen en/ of doen afgeven,

in elk geval tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, enig(e) handeling(en) als hiervoor omschreven heeft/ hebben ondernomen,

waarvan verdachte en/ of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die voornoemde perso(o)n(en) daardoor in de prostitutie belandde;

3. dat hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 1996 tot en met 11 oktober 1998,

in de gemeente(n) Tilburg en / of Amsterdam, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit hem, verdachte, en [medeverdachte] en [medeverdachte] en [medeverdachte] en [medeverdachte] en [medeverdachte] en [medeverdachte]en andere(n),

en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

-het (telkens) plegen van mensenroof (als bedoeld in artikel 278 van het Wetboek van Strafrecht) ten aanzien van vrouwen, afkomstig uit Nigeria of elders uit Afrika en/ of

-het (telkens) plegen van mensenhandel (als bedoeld in artikel 250ter van het Wetboek van Strafrecht) ten aanzien van vrouwen, afkomstig uit Nigeria of elders uit Afrika en/ of

-het (telkens) gebruik laten maken van vervalste paspoorten/ reisbescheiden en/ of andere bescheiden en/ of formulieren en/ of

-het (telkens) plegen van voorbereidingshandelingen van misdrijvan (als bedoeld in artikel 46 ban het Wetboek van Strafrecht);

4. dat hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 1996 tot en met 11 oktober 1998,

in de gemeente(n) Tilburg en/ of Amsterdam, althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van de met anderen te plegen misdrijven,

te weten:

-het (telkens) plegen van mensenhandel (als bedoeld in artikel 250ter van het Wetboek van Strafrecht) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ten aanzien van perso(o)n(en), afkomstig uit Nigeria of elders uit Afrika

(telkens) opzettelijk (Nederlands en/ of buitenlands) geld en/ of (GSM) telefoons en/ of auto’s en/ of opvangadressen, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan dat/ die bovengenoemd(e) misdrijf/ misdrijven,

voorhanden gehad;

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is telastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezene levert op de misdrijven

ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Mensenhandel door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Het medeplegen van voorbereiding van het misdrijf:

mensenhandel door twee of meer verenigde personen, terwijl de dader opzettelijk voorwerpen, gelden en ruimten, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van die misdrijven, voorhanden heeft gehad.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaren. Verdachte en de officier van justitie zijn in hoger beroep gekomen. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, met vrijspraak van het onder 1 telastegelegde.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen hoofdstraf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich in georganiseerd verband meermalen schuldig gemaakt aan mensenhandel ten behoeve van straat- of raamprostitutie en de voorbereiding van die misdrijven, alsmede deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, zijnde deze zulke ernstige strafbare feiten dat alleen een vrijheidsbenemende straf in aanmerking komt.

Samen met anderen heeft verdachte in een periode van bijna drie jaren vrouwen afkomstig uit Nigeria of elders uit Afrika naar Nederland laten overkomen en hun werk aangeboden (anders dan in de prostitutie), die vrouwen uit onderzoekcentra laten halen of naar zich toe laten komen en hun woonruimte en/of onderdak ter beschikking gesteld, waarna die vrouwen werden gedwongen in de prostitutie te gaan werken.

Van een of meer van die vrouwen werden plukjes haar, nagels, verband en/of huid afgenomen of nagels verbrand, en een of meer van die vrouwen werd duidelijk gemaakt dat hiermee Voodoo-rituelen gedaan/gepleegd konden/zouden worden en/of dat zij gedood zouden worden (met Voodoo).

Feiten als de onderhavige kunnen een aanzienlijke psychische schade bij de veelal jonge slachtoffers hebben teweeggebracht of teweegbrengen.

Alle omstandigheden in aanmerking nemend is het hof van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren passend is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 46,47, 57, 140 en 250ter van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Verstaat, dat het door verdachte en de officier van justitie ingestelde rechtsmiddel niet is gericht tegen dat deel van het vonnis, waarvan beroep, waarbij verdachte terzake van het onder 5 telastegelegde werd vrijgesproken.

Vernietigt het vonnis, voorzover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 1 telastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen, dat verdachte het onder 2, 3 en 4 telastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is telastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren.

Bepaalt, dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door

mr Rutgers van der Loeff, voorzitter,

mrs Otte en Beschoor Plug, raadsheren,

in tegenwoordigheid van Kruithof, griffier,

en op 3 juli 2001 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr Beschoor Plug is niet in staat dit arrest mede te ondertekenen.