Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2001:AD8353

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
19-12-2001
Datum publicatie
22-01-2002
Zaaknummer
99-00440
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2002/694
FutD 2002-0230
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

achtste enkelvoudige belastingkamer

nummer 99/00440

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X] B.V.

te : [Z]

verweerder : de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem (hierna: de Ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar

betreft : legesheffing 1998

nummer : BT.[…] AS/FB

mondelinge behandeling : op 5 december 2001 te Arnhem

waarbij verschenen : namens belanghebbende [A], directeur van belanghebbende, bijgestaan door [B], werkzaam bij belanghebbende, alsmede [de Ambtenaar]

gronden:

1. Belanghebbende heeft een aanvraag ingediend voor een bouwvergunning voor het plaatsen van een (tweede) tijdelijke loods op het bedrijfsterrein aan de [a-weg 1 te Z].

2. Op 23 maart 1998 is de gevraagde vergunning verleend. Daarbij is aan belanghebbende te kennen gegeven dat aan leges een bedrag van ƒ 999,- is verschuldigd, inclusief ƒ 579,- voor het beoordelen van een bodemonderzoek.

3. Belanghebbende is van mening dat er geen ruimte is voor het heffen van leges voor zover het betreft het genoemde bedrag van ƒ 579,-, nu het onderzoeksresultaten betreft die reeds bij de gemeente voorhanden waren, en die ook al bij eerdere aanvragen voor andere bouwvergunningen zijn beoordeeld.

4. Artikel 5, eerste lid, van de Legesverordening 1998 van de gemeente Arnhem (hierna: de Verordening) bepaalt dat leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bijbehorende tarieventabel. Onder punt 7.2.3.18 van deze tarieventabel staat opgenomen dat het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een bouwvergunning waarvoor op grond van de bouwverordening tevens een bodemonderzoek moet plaatsvinden, bestaat uit het basisbedrag voor de desbetreffende aanvraag, verhoogd met ƒ 1.157,-. Als er reeds bodemonderzoeksresultaten beschikbaar zijn, wordt het basisbedrag echter verhoogd met de helft van dat bedrag, te weten ƒ 579,-. De Ambtenaar heeft toegelicht dat deze gereduceerde verhoging betreft het beoordelen van de onderzoeksresultaten.

5. Nu belanghebbende een nieuwe bouwvergunning heeft aangevraagd en deze in behandeling is genomen, waarbij een nieuwe beoordeling van de reeds beschikbare onderzoeksresultaten was vereist, heeft de Ambtenaar terecht leges in rekening gebracht inclusief de gereduceerde verhoging van ƒ 579,-.

6. Dat dezelfde onderzoeksresultaten reeds meerdere malen bij eerdere aanvragen voor andere bouwvergunningen (zouden moeten) zijn beoordeeld, en dat belanghebbende betwijfelt of er daadwerkelijk steeds een hernieuwde beoordeling heeft plaatsgevonden, doet aan het voorgaande niet af. Niet is gebleken dat de Verordening onjuist is toegepast.

slotsom:

Het beroep is niet gegrond.

proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

beslissing:

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de Ambtenaar.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2001 door mr. J.P.M. Kooijmans, lid van de achtste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. A.W.M. van der Waerden als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(A.W.M. van der Waerden) (J.P.M. Kooijmans)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 28 december 2001

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het Gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het Gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.