Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2001:AD7312

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-11-2001
Datum publicatie
19-12-2001
Zaaknummer
00-00566
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2002/589
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

MN

Gerechtshof Arnhem

vierde enkelvoudige belastingkamer

nummer 00/00566

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : [X]

te : [Z]

ambtenaar : de heffingsambtenaar van de gemeente Enschede (hierna: de Ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift

soort belasting : Bouwleges

jaar : 1999

mondelinge behandeling : op 6 november 2001 te Arnhem door mr. Matthijssen, raadsheer, in tegenwoordigheid van mw. mr. Nuboer als griffier

waarbij verschenen : belanghebbende alsmede [de Ambtenaar]

gronden:

1. Volgens de tarieventabel bij de Legesverordening 1998 van de gemeente Enschede wordt onder bouwkosten verstaan: de aan een derde te betalen aanneemsom als bedoeld in paragraaf 1, lid 1, van de "Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken", "U.A.V.", van het uit te voeren werk, of, voor zover deze ontbreekt een raming van de aan een derde te betalen bouwkosten berekend op de wijze als bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Bij de bepaling van de bouwkosten wordt de per saldo verschuldigde omzetbelasting aangemerkt als bestanddeel van de bouwkosten (paragraaf 1, rubriek I, van Hoofdstuk I).

2. De Ambtenaar maakt aannemelijk dat in het onderhavige geval een aanneemsom als onder 1 bedoeld ontbreekt, nu belanghebbendes oorspronkelijke aannemer failliet is verklaard en het werk niet heeft uitgevoerd en belanghebbende vervolgens het werk in eigen beheer heeft uitgevoerd. Niet van belang is dat eerder wel een aanneemsom tussen belanghebbende en vorenbedoelde aannemer was overeengekomen.

3. De Ambtenaar maakt aannemelijk dat een raming als onder 1 bedoeld in dit geval leidt tot een bedrag aan bouwkosten van ƒ 422.372,- (conform de opstelling op pagina 5 van het verweerschrift) dat wil zeggen meer dan het aanvankelijk door de Ambtenaar als heffingsmaatstaf in aanmerking genomen bedrag.

4. Hetgeen belanghebbende aanvoert doet aan deze raming niet af. De inpandige zolders en bergingen van de woning zelf zijn door de Ambtenaar terecht voor hetzelfde bedrag in de raming verwerkt als de eigenlijke woongedeelten.

5. Aan belanghebbende is voorts terecht ƒ 220,- in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van zijn aanvraag tot toepassing van een vrijstellingsbepaling etc. Hieraan doet niet af dat de desbetreffende aanvraag uiteindelijk de facto door belanghebbende is ingetrokken.

Conclusie:

Het beroep van belanghebbende is ongegrond.

proceskosten:

Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het Hof geen termen aanwezig.

beslissing:

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak waarvan beroep.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2001 door mr. Matthijssen, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mw. mr. Nuboer als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(M.M. Nuboer) (T.J. Matthijssen)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 23 november 2001

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.