Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2001:AB2591

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
11-07-2001
Datum publicatie
11-07-2001
Zaaknummer
21-002001-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 21-002001-00

Uitspraak dd.: 25 juni 2001

TEGENSPRAAK

GERECHTSHOF TE ARNHEM

economische kamer

ARREST

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de arrondissementsrechtbank te Arnhem van 17 augustus 2000 in de strafzaak tegen

DE BESLOTEN VENNOOTSCHAP [NAAM],

gevestigd te [plaats]

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 juni 2001 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I), na voorlezing aan het hof overgelegd, en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Geldigheid van de inleidende dagvaarding

Blijkens de akte van uitreiking is de inleidende dagvaarding niet uitgereikt, omdat op het adres [adres] te [plaats] niemand werd aangetroffen, althans niemand die bereid of bevoegd was de dagvaarding in ontvangst te nemen. Om die reden is de dagvaarding met toepassing van artikel 531 Sv teruggezonden naar de afzender en vervolgens uitgereikt aan de griffier van de rechtbank, waarna de griffier de dagvaarding als gewone brief heeft verzonden aan het genoemde adres.

Tot uitreiking overeenkomstig artikel 531 Sv mag blijkens de rechtspraak van de Hoge Raad pas worden overgegaan wanneer de uitreiking noch aan de plaats van het kantoor van de vennootschap noch aan de woonplaats van een van de bestuurders of aansprakelijke vennoten heeft kunnen plaatsvinden. Dit laatste is in het onderhavige geval kennelijk aangenomen, aangezien - blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rivierenland - het genoemde adres zowel de plaats van het kantoor van de vennootschap als de woonplaats van de bestuurders betreft.

De economische politierechter heeft de inleidende dagvaarding nietig verklaard omdat het, gelet op de ratio van de tweeledige betekening, in de rede ligt indien de vestigingsplaats van de vennootschap en woonplaats van de bestuurders samenvallen en onopgehelderd is gebleven waarom op het desbetreffende adres niemand werd aangetroffen die bereid of bevoegd was de dagvaarding in ontvangst te nemen, door verificatie bij de gemeentelijke basisadministratie (GBA) voldoende zekerheid omtrent de huidige woonplaats van een der bestuurders te verkrijgen.

Voormelde rechtspraak van de Hoge Raad brengt echter geenszins met zich dat de officier van justitie gehouden was de juistheid van de inschrijving van de woonplaats van de bestuurders van de vennootschap in het handelsregister van de Kamer van Koophandel in de GBA te controleren nu de wetgever in de artikelen 529 en 531 van het Wetboek van Strafvordering een aparte regeling voor de uitreiking van gerechtelijke mededelingen aan rechtspersonen in het leven heeft geroepen, en deze regeling de officier van justitie niet tot een nadere controle verplicht. Dit te meer nu rechtspersonen de verplichting hebben voor een juiste inschrijving in het handelsregister zorg te dragen en van rechtspersonen kan worden verwacht dat, mede gelet op het belang van een juiste inschrijving in het handelsregister voor het economisch verkeer, aan deze verplichting wordt voldaan.

Het hof zal, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, de inleidende dagvaarding geldig verklaren, met vernietiging van het vonnis waarvan beroep.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht:

Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg geldig.

Stelt de stukken in handen van de griffier van de arrondissementsrechtbank te Arnhem.

Aldus gewezen door

mr Verheugt, voorzitter,

mrs Abbink en Van Kuijck, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr Van Laethem, griffier,

en op 25 juni 2001 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr Verheugt is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.