Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2001:AB2081

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
02-05-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
00/891
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

tweede meervoudige belastingkamer

nummer 00/891

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : X

te : Z

ambtenaar : de Inspecteur van de Belastingdienst/Onder-nemingen P

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift

soort belasting : inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen

jaar : 1997

mondelinge behandeling : op 18 april 2001 te Arnhem door mr Van Schie, vice-president, mr Matthijssen en mr drs F.J.P.M. Haas, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr Den Ouden als griffier

waarbij verschenen : belanghebbendes gemachtigde alsmede de Inspecteur

gronden:

1. De tekst noch de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 57, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet) biedt steun aan belanghebbendes opvatting dat de onderhavige - in het kader van de zogenaamde Swill-regeling ontvangen - schadevergoeding dient te worden belast naar het bijzondere tarief van 45 percent. Ten overvloede zij opgemerkt dat de onderdelen b en c van genoemde bepaling daartoe evenmin aanknopingspunten bieden.

2. In zoverre belanghebbende - onder verwijzing naar het door de Staatssecretaris van Financiën gevoerde begunstigende beleid met betrekking tot de zogenoemde SLOM-uitkeringen - zich beroept op toepassing van het gelijkheidsbeginsel, faalt dit beroep evenzeer. De onderhavige uitkering kan naar het oordeel van het Hof niet op één lijn worden gesteld met bedoelde SLOM-uitkeringen. Deze uitkeringen zien, anders dan de hier aan de orde zijnde Swill-uitkering, immers op een periode die langer is dan drie jaar. De Wet biedt ten aanzien van zodanige uitkeringen geen mogelijkheid tot matiging van het progressieve tarief, terwijl zulks met betrekking tot de onderhavige uitkering via de zogenoemde middelingsregeling wel kan worden gerealiseerd. De omstandigheid dat, naar belanghebbende stelt, toepassing van de middelingsregeling in het onderhavige geval onvoldoende effect sorteert, doet aan het vorenstaande niet af.

3. Voor zover belanghebbende zich ten slotte nog beroept op andere in de uitvoeringssfeer getroffen regelingen waarin - kort gezegd - toepassing van het bijzondere tarief (van 45 percent) op schadevergoedingen in de winstsfeer werd toegestaan (verwezen wordt naar de in onderdeel 2 van het beroepschrift genoemde regelingen), kan zulks hem evenmin baten. De door belanghebbende bedoelde regelingen zien op situaties waarin sprake is van het definitief inkrimpen of afstoten van bedrijfsactiviteiten zonder dat sprake is van fiscale staking, terwijl de uitkering in het kader van de Swill-regeling betrekking heeft op - in verband met de omschakeling van vervoedering met voedsel- en slachtafval naar meelvervoedering - tijdelijk geleden inkomensschade. Van gelijke gevallen is mitsdien geen sprake.

4. Uit het vorenoverwogene volgt dat het beroep ongegrond is.

Proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

beslissing:

Het Gerechtshof bevestigt de bestreden uitspraak.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2001 te Arnhem door mr Van Schie, voorzitter van de tweede meervoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Den Ouden als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, De voorzitter,

(R. den Ouden) (P.M. van Schie)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 4 mei 2001

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak is griffierecht verschuldigd.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.