Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2000:AE9764

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
05-06-2000
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
2000/268
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het oordeel van de door de rechtbank benoemde deskundige wordt door de rechtbank niet maar door hof wel gevolgd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem

Arrest

In de zaak van:

X.,

wonende te P.,

appellant,

procureur: mr P. C. Plochg.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de vonnissen van de rechtbank te Zwolle van 3 april 2000 en 9 mei 2000, waarvan het laatstgenoemde in fotokopie aan dit arrest is gehecht.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij het ter griffie van het hof op 16 mei 2000 per fax ingekomen beroepschrift, is verzoeker in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis van 9 mei 2000, waarbij het verzoek van verzoeker om de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit te spreken is afgewezen.

2.2 Bij voormeld beroepschrift heeft hij het hof verzocht dat vonnis te vernietigen en de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren.

2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een brief met bijlagen van na te noemen mr R.A.E. Bunge, advocaat te Lelystad, van 22 mei 2000.

2.4 Op 29 mei 2000 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden waarbij verzoeker in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. D.H. Sloof, advocaat te Harmelen. Verder is verschenen mr Bunge voornoemd.

3. De motivering van de beslissing

3.1 Het beroep is tijdig ingesteld.

3.2 Bij vonnis van 3 april 2000 heeft de rechtbank te Zwolle de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling van X. uitgesproken. Tot rechter-commissaris is benoemd mr A.L. Smit en tot bewindvoerder mr R.A.E. Bunge te Lelystad voornoemd.

3.3 In opdracht van de rechtbank heeft de deskundige drs L. Doodkorte van het kantoor Wallast accountants en belastingadviseurs te Woerden een onderzoek verricht naar de door X. verschuldigde bedragen uit hoofde van inkomstenbelasting en omzetbelasting. Bij brief van 20 april 2000 heeft de deskundige verslag gedaan van zijn bevindingen. Gebleken is dat in de jaren waarop de aanslagen betrekking hadden door X. geen reserveringen zijn gedaan waardoor hij de aanslagen overeenkomstig zijn aangiften inkomstenbelasting over de jaren 1993 tot en met 1997 van fl. 109.652,-- niet kon voldoen. Naar aanleiding van een boekenonderzoek door de belasting heeft er nog een belastingcorrectie over de jaren 1989 tot en met 1997 plaatsgevonden tent aanzien van de inkomstenbelasting tot een bedrag van fl. 65.142,--. Verder heeft de deskundige geconstateerd dat er vanaf 1997 geen volledige afdracht omzetbelasting heeft plaatsgevonden waarvoor door de belastingdienst verschillende aanslagen met een boete van 10% zijn opgelegd.

3.4 De eindconclusie van drs Doodkorte luidt: "Vaststaat dat de heer X. in gebreke is gebleven bij het volledig en tijdig afdragen van verschuldigde inkomsten- en omzetbelasting uit hoofde van zijn werkzaamheden als zelfstandig ondernemer. Blijkbaar heeft terzake niet de noodzakelijke reservering van liquiditeiten plaatsgevonden. De redenen hiervoor zijn mij niet bekend en vallen ook buiten het kader van mijn onderzoek. Wel heeft een en ander geleid tot een verder oplopen van de schulden aan de belastingdienst uit hoofde van boeten wegens niet tijdige betaling en heffingsrente. Naar aanleiding van diverse fiscale boekenonderzoeken zijn voorts door de belastingdienst aanzienlijke correcties aangebracht in de inkomstenbelasting en omzetbelastingsfeer. Slechts ten aanzien van de correcties omzetbelasting over 1993 en 1994 is hierbij sprake van boete (fl 3.393,--). Vanuit een fiscaal standpunt kan de heer X. derhalve nauwelijks grove schuld of opzet aangerekend worden."

3.5 Mede gelet op het rapport van de deskundige, drs Doodkorte, is het hof van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat er sprake is van afwezigheid van goede trouw bij het ontstaan van de schulden. Het hof zal daarom de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaren ten aanzien van X.

De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de rechtbank te Zwolle van 9 mei 2000, en opnieuw rechtdoende:

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van Huiskamp;

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Wijland-Kalkman, Smeeïng-Van Hees en Van Kuijck erg in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2000.