Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2000:AE9740

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-01-2000
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
1999/736
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBALM:1999:AF0116
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schulden, ontstaan door terugval na eerdere heroïneverslaving niet te goeder trouw geacht. Ook ten aanzien van echtgenote, nu het mede huishoudelijke schulden betreft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem

Arrest

In de zaak van:

1. X.

2. Y.

echtelieden, beiden wonende te P.

appellanten,

procureur: mr W. J. E. Hendriks.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de vonnissen van de rechtbank te Almelo van 22 december 1999, die in fotokopie aan dit arrest zijn gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 28 december 1999, en een herstelberoepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 6 januari 2000, zijn appellanten (hierna te noemen X. en Y.) in hoger beroep gekomen van voormelde vonnissen, waarbij hun verzoeken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zijn afgewezen.

2.2 Bij voormeld beroepschrift hebben zij het hof verzocht te bepalen dat de schuldsaneringsregeling alsnog op hen van toepassing wordt verklaard.

2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken.

2.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 januari 2000, waarbij X. is verschenen in persoon, bijgestaan door mr M. Smit, advocaat te Almelo. Namens Y. is voornoemde mr M. Smit verschenen.

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1 Het beroep is tijdig ingesteld.

3.2 X. en Y. ontkennen in hoger beroep dat zij, afgezien van de opgelegde boetes en de ontnemingsvordering, waartegen nog cassatie- beroep loopt, ten aanzien van het ontstaan van de schulden niet te goeder trouw zijn geweest. Zij voeren aan dat een groot aantal schulden dateert uit een periode in 1997 waarin X. , die in het verleden ongeveer 12 jaar verslaafd is geweest aan heroïne, een terugval had in zijn heroïneverslaving en dat zij een heel moeilijke periode achter de rug hebben doordat onder meer hun zoon, momenteel 17 jaar oud, moeilijk te handhaven bleek. Zij stellen dat hun zoon thans uitzicht heeft op een vaste aanstelling, een eigen inkomen geniet en een aflossingsregeling voor zijn boetes met de deurwaarder heeft getroffen. Daarnaast dient Y. hun inziens niet de dupe te worden van de door X. in zijn verleden gemaakte fouten. X. en Y. hopen de kans te krijgen om onder begeleiding van een goede bewindvoerder serieus te kunnen werken aan een financieel gezonde toekomst.

3.3 Het hof is van oordeel dat de bestreden vonnissen moeten worden bekrachtigd. Het hof overweegt daartoe het volgende. Uit de stukken en uit het behandelde ter zitting blijkt dat de meeste schulden zijn ontstaan of onbetaald gelaten ten gevolge van de heroïneverslaving van X. Daarom moet aangenomen worden dat X. ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van deze schulden niet te goeder trouw is geweest. Ditzelfde geldt voor Y. Vast staat dat zij wetenschap had van diens versla- ving. Desondanks heeft zij eveneens - ook huishoudelijke - schulden laten ontstaan en onbetaald gelaten. Dat een groot deel van de schulden is te herleiden tot het handelen/nalaten van X. doet daaraan niet af. Het hof zal derhalve de vonnissen van de rechtbank te Almelo van 22 december 1999 bekrachtigen. Dat leidt ertoe dat de verzoeken van X., en Y., om alsnog te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling niet toewijsbaar zijn.

De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank te Almelo van 22 december 1999.

Dit arrest is gewezen door mrs Van Raalte, Smeeïng-Van Hees en Groen en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2000.