Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2000:AA9615

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
27-12-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98-03198
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2003:AE9370
Conclusie in cassatie: ECLI:NL:PHR:2003:AE9370
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

IV

Gerechtshof Arnhem

vierde enkelvoudige belastingkamer

nr. 98/03198

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X Beheer BV

te : Z

ambtenaar : het hoofd van de afdeling Gemeente belastingen van de gemeente Apeldoorn

aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 12 november 1997 op het bezwaar

jaar : 1995

soort belasting : baatbelasting a-weg

mondelinge behandeling : op 5 april 2000 en 13 december 2000 te Arnhem door mr. Matthijssen, raadsheer, in tegenwoordigheid van mevrouw Vermeulen-Post als griffier

waarbij verschenen : op 5 april 2000 belanghebbendes gemachtigde alsmede de Ambtenaar

waarbij niet verschenen : op 13 december 2000 partijen met kennisgeving aan het Hof

gronden:

1. Belanghebbende neemt onder meer het standpunt in dat niet alle gebate registergoederen in de onderhavige belastingheffing zijn betrokken. Teneinde te kunnen constateren of alle gebate registergoederen bijdragen in de kosten heeft belanghebbende de gemeente verzocht een lijst over te leggen met daarin een overzicht van de aangeslagen panden. Zij heeft dit standpunt onder meer verwoord in de motivering van haar bezwaarschrift d.d. 30 september 1993 (blz.1) en herhaald in de motivering van haar beroepschrift d.d. 25 november 1998 (blz.2). Ter zitting is dit punt wederom aan de orde gesteld. Het zittingsverslag vermeldt hieromtrent het volgende: "Voor het Hof is om een goed inzicht te krijgen in de zaak belangrijk dat het Hof weet welke panden er in de heffing zijn betrokken."

2. De Ambtenaar heeft belanghebbendes verzoek om een lijst van aangeslagen objecten over te leggen afgeweerd met een beroep op artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ( brief d.d. 22 december 1995). In de uitspraak op het bezwaarschrift verwijst zij in dit verband naar de bij de verordening behorende gewaarmerkte kaart. In haar brief d.d. 3 mei 2000( schriftelijke inlichtingen na de mondelinge behandeling) vermeldt de Ambtenaar in dit verband: "Tenslotte deel ik u mede dat ik heb gecontroleerd of alle panden in de heffing zijn betrokken. Dit is inderdaad het geval".

3. Belanghebbende handhaaft in haar brief d.d. 14 september 2000 haar desbetreffende grieven ( blz 6, onder het kopje "Onjuiste toepassing").

4. In de zitting van 13 december 2000 zijn beide partijen met bericht aan het Hof niet verschenen.

5. Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt in dit geval mede dat de Ambtenaar desgevraagd duidelijk aangeeft welke onroerende zaken tot welke bedragen in de heffing zijn betrokken. Het Hof is van oordeel dat de Ambtenaar met de in de loop van dit geding overgelegde stukken, waaronder het overgelegde kaartmateriaal, niet aannemelijk maakt dat alle onroerende zaken die door het plan a-weg zijn gebaat daadwerkelijk in de heffing van de baatbelasting zijn betrokken. De aan belanghebbende opgelegde aanslag kan reeds om die reden niet in stand blijven.

6. Het beroep van belanghebbende is gegrond.

proceskosten:

Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten fiscale procedures en in samenhang met de gelijktijdig behandelde samenhangende zaken (98/3195, 98/3196, 98/3197,) 98/3199 en 98/3200 te berekenen op 2,5 x ¦ 710,- x 1 x 1,5 = ¦ 2.662,50.

De tussen ( ) gestelde zaken zijn in de zitting van 5 april 2000 ingetrokken.

beslissing:

Het Gerechtshof

- vernietigt de uitspraak waarvan beroep, alsmede de daarbij gehandhaafde aanslag;

- veroordeelt de Ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van ¦ 2.662,50, te vergoeden door de gemeente Apeldoorn;

- gelast de Ambtenaar aan belanghebbende het door haar gestorte griffierecht van ¦ 80,- te vergoeden.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2000 door mr Matthijssen, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mevrouw Vermeulen-Post als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(I.B. Vermeulen-Post) (T.J. Matthijssen)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 3 januari 2001

Tegen deze mondelinge behandeling is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.