Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2000:AA9516

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
15-12-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98-03124
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2001, 114
V-N 2001/19.24

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

Zevende enkelvoudige belastingkamer

nr. 98/03124

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : X Beheersmaatschappij B.V.

te : Z

ambtenaar : de Inspecteur van de Belastingdienst/Onder-nemingen P

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar tegen een naheffingsaanslag

nummer : A01

soort belasting : loonbelasting/premie volksverzekeringen

tijdvak : van 1 januari 1997 tot en met 31 december 1997

mondelinge behandeling : op 11 december 2000 te Arnhem doormr. drs. F.J.P.M. Haas, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr. Van der Waerden als griffier

waarbij verschenen : de Inspecteur

waarbij niet verschenen : belanghebbendes gemachtigde met telefonische kennisgeving aan het Hof

gronden:

1. Belanghebbende heeft als doelstellingen: de verkrijging, het bezit, het beheer en de vervreemding van onroerende en roerende zaken en al hetgeen daarmee in verband staat. Belanghebbende kan deelnemen in andere ondernemingen met een soortgelijk of aanverwant doel als hiervoor gemeld alsmede het beheer en de directie voeren over andere ondernemingen.

2. De activa van belanghebbende bestaan blijkens de door de Inspecteur ter inzage gegeven balans van belanghebbende per 1 januari 1997 uit :

een deelneming in een dochtermaatschappij met een waarde p.m.

beleggingen met een waarde van f. 28.298

effecten f. 960.280

leningen u/g f. 302.661

overige vorderingen f. 46.572

een vordering in rekening courant op X f. 145.761

liquide middelen f. 31.703

totaal derhalve ruim f. 1.500.000.

3. Volgens de onder 2. bedoelde balans bestonden de activa van belanghebbende per 31 december 1997 uit:

een deelneming in een dochtermaatschappij met een waarde p.m.

beleggingen met een waarde van f. 34.579

effecten f 789.025

leningen u/g f. 267.438

overige vorderingen f. 31.698

een vordering in rekening courant op X f. 233.180

liquide middelen f. 14.519

totaal derhalve ruim f. 1.300.000.

4. De directie van belanghebbende wordt gevoerd door X. Overigens heeft belanghebbende geen personeel. X die in belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, geniet geen salaris.

5. Tussen partijen is in geschil welk bedrag ingevolge artikel 12a van de Wet op de Loonbelasting 1964 als loon in aanmerking dient te worden genomen. Belanghebbende verdedigt dat dit bedrag nihil is, de Inspecteur stelt zich op het standpunt dat het in aanmerking te nemen gebruikelijk loon ten minste f. 2.500 beloopt.

6. Belanghebbende wijst op de omstandigheid dat X als directeur van belanghebbende slechts weinig feitelijke werkzaamheden verricht. Het is echter ongebruikelijk werkzaamheden in het economische verkeer te verrichten zonder dat daar enige vergoeding tegenover staat. Dit is niet anders als die werkzaamheden slechts een bescheiden omvang hebben.

7. Het komt het Hof redelijk voor om in een geval als het onderhavige - met name gelet op de samenstelling van de activa van belanghebbende - bij het bepalen van het gebruikelijk loon aansluiting te zoeken bij de tarieven die vermogensbeheerders in rekening plegen te brengen.

8. De Inspecteur wijst op door hem bij een bankinstelling ingewonnen informatie inhoudende dat voor beheer van een effectenportefeuille met een waarde tot f. 3.000.000 een tarief wordt gehanteerd van 0,5%.

9. Gelet op hetgeen is weergegeven onder 2., 3., 7. en 8. is het Hof van oordeel dat de Inspecteur terecht het standpunt inneemt dat het in aanmerking genomen loon van f. 2.500 niet te hoog is.

10. Het beroep is ongegrond.

proceskosten:

Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het Hof geen termen aanwezig.

beslissing:

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak waarvan beroep.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2000 te Arnhem door

mr. drs. F.J.P.M. Haas, raadsheer, lid van de zevende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Van der Waerden als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van voormelde kamer,

(A.W.M. van der Waerden) (F.J.P.M. Haas)

Afschriften aangetekend per post verzonden op: 19 december 2000

Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.