Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2000:AA8335

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
26-10-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98/3278
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WS

Gerechtshof Arnhem

derde enkelvoudige belastingkamer

nr. 98/3278

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : kerkgenootschap X gemeente Y

te : Z

ambtenaar : de heffingsambtenaar van de gemeente P (hierna: de ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift tegen waardebeschikking (artikel 22 Wet waardering onroerende zaken; hierna te noemen: woz)

tijdvak : jaren 1997 tot en met 2000

mondelinge behandeling : op 12 oktober 2000 te Arnhem door mr N.E. Haas, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Snoijink als griffier

waarbij verschenen : belanghebbende bij monde van haar ouderling-kerkvoogd A en haar gemachtigde B, kantoor houdende te Z, alsmede de ambtenaar

gronden:

1. De onderhavige beroepszaak is er één van de vier - bij het hof bekend onder de nummers 98/3276, 98/3277, 98/3278 en 98/3279 - die in samenhang met elkaar zijn behandeld.

2. De voormelde beschikking nr. 2748 betreft de onroerende zaak plaatselijk bekend a-straat 1 (hierna: het object). Bij de aangevallen uitspraak is de naar de peildatum, 1 januari 1994, vastgestelde waarde van het object gehandhaafd op ¦ 175 000.

3. Het object bestaat uit een ruime bovenwoning van twee verdiepingen met totale inhoud van ± 1 000 m³, waarvan ± 300 m³ zolderruimte is. De bovenwoning maakt deel uit van een onder monumentenzorg staande villa uit ± 1770, gelegen in het centrum van Z naast de X-kerk. De begane grond van de villa alsmede de haaks op de achterzijde ervan gebouwde nieuwe vleugel zijn bij belanghebbende in gebruik als kerkelijk centrum. De begane grond wordt mede aangewend als rouwcentrum. De plafondhoogte van het object beloopt ± 4 meter.

4. Ingevolge artikel 17, tweede lid, van de woz wordt de waarde bepaald op die welke aan de onroerende zaak dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.

5. Tot staving van de door hem verdedigde waarde van ¦ 175 000 legt de ambtenaar een taxatierapport over dat op 31 maart 1999 is opgemaakt door C, taxateur o.z., werkzaam voor D B.V. te Q, dat uitkomt op hetzelfde bedrag.

6. Hiertegenover voert belanghebbende geen deskundigenrapport of ander objectief gegeven van vergelijkbaar gewicht aan. Zij grondt haar mening op de vastgestelde woz-waarden van ¦ 35 000 van appartementen aan de b-straat en van ¦ 72 000 van bovenwoningen aan de c-straat. Het standpunt van haar voormelde gemachtigde, die ter plaatse makelaar is, kan niet als deskundigenrapport of objectief gegeven in de vorenbedoelde zin gelden, omdat daarbij niet de bijzonderheden zijn vermeld die als waardebepalende factoren in aanmerking zijn genomen.

7. Belanghebbende wijst er terecht op en het hof acht op zichzelf aannemelijk, dat het gebruik van de begane grond als kerkelijk centrum beperkingen oplegt, maar maakt niet aannemelijk dat de ambtenaar met deze door hem erkende beperkingen bij de bepaling van de waarde onvoldoende rekening houdt.

8. Het gelijk is in dezen derhalve aan de ambtenaar. Het beroep is ongegrond.

proceskosten:

Voor een veroordeling in proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het hof geen termen aanwezig.

beslissing:

Het gerechtshof bevestigt de uitspraak van de ambtenaar.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 26 oktober 2000 door mr N.E. Haas, vice-president, lid van de derde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Snoijink als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(W.J.N.M. Snoijink) (N.E. Haas)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 31 oktober 2000

Het is mogelijk dat de mondelinge uitspraak wordt vervangen door een schriftelijke. Ieder van de partijen kan daar het gerechtshof om verzoeken binnen vier weken na de verzenddatum van het proces-verbaal van deze uitspraak.

Van de verzoeker wordt een griffierecht van ¦ 150 geheven.

Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open.