Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2000:AA7451

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
25-09-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
99/03266
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2001/10

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

Zevende enkelvoudige belastingkamer

nr. 99/03266

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : X

te : Z

ambtenaar : de heffingsambtenaar van de gemeente Enschede

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift tegen een naheffingsaanslag

soort belasting : parkeerbelasting

tijdstip : 23 juni 1999 12.18 uur

mondelinge behandeling : met schriftelijke toestemming van partijen niet gehouden

gronden:

1. De bestreden naheffingsaanslag is opgelegd voor het parkeren met het voertuig met het kenteken aa-bb-11 op de Boulevard 1945 te Enschede. Belanghebbendes verweer komt hierop neer dat hij verdedigt geen belasting verschuldigd te zijn omdat hij het voertuig daar slechts had neergezet om vis te lossen.

2. Geen parkeerbelasting is verschuldigd voor het laten staan van en voertuig gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk lossen van zaken.

3. Onder het onmiddellijk lossen dient te worden verstaan het onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring uitladen van zaken gedurende de tijd die daarvoor nodig is.

4. In zijn bezwaarschrift heeft belanghebbende betoogd: "Ik zet daar altijd mijn bus neer om te lossen. Dat duurt niet langer dan 10 minuten. Tot mijn grote verbazing kwam ik om 12.30 uur terug lopen naar mijn bestelbus, en zie dat daar een bekeuring opzit."

5. Tussen 12.18 uur en 12.30 uur ligt een periode van 12 minuten.

De ambtenaar heeft aangevoerd dat de controleur zich voor het opleggen van de naheffingsaanslag al enige minuten in de nabijheid van belanghebbendes voertuig bevond (om 12.15 uur heeft de controleur een naheffingsaanslag vastgesteld voor het parkeren van een ander voertuig in dezelfde zone) en dat zowel tijdens het opleggen van de naheffingsaanslag aan de voorgaande auto als tijdens de controle van de weg van en naar de parkeerautomaat en de tijd nodig om de gegevens van belanghebbendes auto in te tikken, geen activiteiten van laden en lossen zijn waargenomen.

Beide partijen wijzen erop dat gezien de lengte van de Boulevard 1945 belanghebbendes voertuig gedurende langere tijd in de gaten kon worden gehouden.

6. Gelet op hetgeen is weergegeven onder 5. is aannemelijk dat belanghebbendes voertuig (aanzienlijk) langer dan 10 minuten op de parkeerplaats heeft gestaan en moet er voor dit geding van worden uitgegaan dat geen sprake was van een onmiddellijk lossen in de onder 3. bedoelde zin.

7. Het beroep is ongegrond.

proceskosten:

Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht vindt het Hof geen termen aanwezig.

beslissing:

Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de ambtenaar.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2000 te Arnhem door mr. drs. F.J.P.M. Haas, raadsheer, lid van de zevende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Vellema als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van voormelde kamer,

(A. Vellema) (F.J.P.M. Haas)

Afschriften aangetekend per post verzonden op: 25 september 2000

Tegen een mondelinge uitspraak van het Hof is geen beroep in cassatie mogelijk; dit kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak.

Ieder van de partijen kan het Hof binnen vier weken na de verzenddatum van het proces-verbaal van deze uitspraak schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het Hof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Van de verzoeker wordt een griffierecht geheven, dat thans voor de belanghebbende ƒ 80 en voor de verweerder ƒ 315 bedraagt.

Het door de belanghebbende ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.