Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2000:AA7292

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
30-08-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
00/431
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

WS

Gerechtshof Arnhem

eerste meervoudige belastingkamer

nr. 00/431

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : X

te : Z

verweerder : de inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen/Landelijk punt uitvoering heffing Ziekenfondswet voor zelfstandigen P

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift tegen beschikking houdende een verklaring als bedoeld in artikel 3d, tweede lid, van de Ziekenfondswet (tekst vanaf 1 januari 2000)

mondelinge behandeling : op 16 augustus 2000 te Arnhem door mr N.E. Haas, vice-president, mr drs F.J.P.M. Haas en mr Kooijmans, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr Snoijink als griffier

waarbij verschenen : de inspecteur van de Belastingdienst/Onder-nemingen Q

waarbij niet verschenen : belanghebbende, hoewel overeenkomstig de wet opgeroepen aan het uit het beroepschrift bekende adres bij aangetekende brief van 6 juli 2000, die blijkens de retourkaart is uitgereikt op 7 juli 2000

gronden:

1. De inspecteur heeft in de aangevallen uitspraak van 20 januari 2000 de beschikking van 9 november 1999 herroepen en in plaats daarvan een nieuw besluit genomen.

2. De beschikking van 9 november 1999 is door de inspecteur herroepen omdat zij is genomen op de voet van een eerst op 1 januari 2000 in werking getreden wetsbepaling (artikel 3d, tweede lid, van de Ziekenfondswet).

3. De heroverweging als bedoeld in de artikelen 6:18 en 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is niet bedoeld om de inspecteur in de gelegenheid te stellen aan een beschikking, genomen toen de wijziging van de Ziekenfondswet bij de wet van 28 oktober 1999, Stb. 461, nog niet in werking was getreden, na bezwaar alsnog rechtsgeldigheid te verlenen en daarbij met betrekking tot dat nadere besluit de bezwaarfase over te slaan.

4. De artikelen 6:18, 6:19 en 7:11 van de Awb brengen ook overigens niet met zich dat de inspecteur in een geval als het onderhavige bij uitspraak op bezwaar een beslissing neemt die rechtstreeks voor beroep vatbaar is, als zo'n beslissing volgens de wettelijke regels (indien de vorenbedoelde bepalingen buiten beschouwing worden gelaten) dient te worden genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking. Een ander oordeel zou onder meer neerkomen op het openen van de mogelijkheid van prorogatie, wat de wetgever in de procedure in belastingzaken - die ingevolge artikel 76 van de Ziekenfondswet van toepassing is - uitdrukkelijk niet heeft gewild.

5. Het hof is dan ook van oordeel dat het beroepschrift van belanghebbende voor zover dat is gericht tegen het onder 1 bedoelde nieuwe besluit, is aan te merken als een bezwaarschrift tegen een voor bezwaar vatbare beschikking.

6. Belanghebbendes eerste grief is gegrond. De overige grieven behoeven geen behandeling.

proceskosten:

In beroep is niet gebleken van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en ook overigens niet van kosten die volgens artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht kunnen worden begrepen in een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Awb.

beslissing:

Het gerechtshof:

- vernietigt de uitspraak van de inspecteur;

- vernietigt de beschikking van 9 november 1999;

- verstaat dat de inspecteur op het als bezwaarschrift tegen de beschikking van 20 januari 2000 aan te merken beroepschrift uitspraak zal doen;

- gelast de inspecteur aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van ¦ 60,- te vergoeden.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 30 augustus 2000 door mr N.E. Haas voornoemd in tegenwoordigheid van mevrouw Vermeulen-Post als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, De voorzitter van de voormelde kamer,

(I.B. Vermeulen-Post) (N.E. Haas)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 30 augustus 2000

Ieder van de partijen kan het hof binnen vier weken na de verzenddatum van proces-verbaal van deze uitspraak schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het hof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Van de verzoeker wordt een griffierecht geheven, dat voor de belanghebbende ¦ 80 en voor de verweerder ¦ 315 bedraagt.

Het door de belanghebbende ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.