Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:2000:AA6964

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
29-06-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98/04243
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2000, 1338

Uitspraak

WS

Gerechtshof Arnhem

zevende enkelvoudige belastingkamer

nr. 98/04243

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : X

te : Z

ambtenaar : het hoofd van de afdeling Comptabiliteit van de gemeente Wijchen (hierna: de ambtenaar)

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift tegen waardebeschikking (artikel 22 Wet waardering onroerende zaken)

tijdvak : jaren 1997 tot en met 2000

mondelinge behandeling : op 15 juni 2000 te Arnhem door mr Haas, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Snoijink als griffier

waarbij verschenen : belanghebbende alsmede de ambtenaar en A, taxateur

gronden:

1. De onroerende zaak plaatselijk bekend a-straat 1 (hierna: het object) dient belanghebbende tot woning. Bij de aangevallen uitspraak is de naar de peildatum, 1 januari 1995, vastgestelde waarde van het object gehandhaafd op ƒ 408 000.

2. Tot staving van deze waarde legt de ambtenaar een taxatierapport over dat op 7 mei 1999 is opgemaakt door A en uitkomt op hetzelfde bedrag. Daarbij zijn ter vergelijking opbrengsten vermeld die omstreeks de peildatum zijn behaald met verkopen van één ander geheel vrijstaand woonhuis en twee met de garage geschakelde vrijstaande woonhuizen.

3. Van het in juni 1997 opgeleverde object is geen omstreeks de peildatum behaalde verkoopopbrengst bekend. De gezochte waarde moet daarom zo betrouwbaar mogelijk worden benaderd aan de hand van vergelijkingsgegevens.

4. De door de ambtenaar gevolgde methode benadert de gezochte waarde betrouwbaarder dan die welke belanghebbende voorstaat. Daarin gaat hij uit van de stichtingskosten die, naar hij stelt, van het object dat in zijn wijk het enige model is ƒ 341 530 hebben bedragen. Belanghebbende ziet eraan voorbij, dat overeenkomsten tot aankoop van bouwgrond en aanneemovereenkomsten een ander voorwerp hebben dan overeenkomsten tot koop en verkoop van bestaande woonhuizen. Een aanneemovereenkomst houdt voorts risico's in die - in wellicht afnemende mate - blijven bestaan tot aan de eindoplevering van het aangenomen werk. Daartegenover staat doorgaans de verwachting dat het eindresultaat en de ontwikkeling van de nieuwbouwomgeving tot haar meer definitieve vorm zullen blijken die risico's waard te zijn geweest. Dit wordt niet anders indien aannemers en projectontwikkelaars hun prijzen op de nieuwbouwmarkt de laatste jaren wellicht steeds meer tevens afstemmen op verwachte waardeontwikkelingen na voltooiing van de aangenomen bouw.

5. Belanghebbendes algemene verwijzing naar de uitspraken van het gerechtshof te Amsterdam van 17 juli 1998, nr. 98/70 (Belastingblad 1998, blz. 909), en van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 augustus 1999, nr. 97/20637, kan hem dus niet baten.

6. De voormelde waarde, gestaafd en toegelicht als voormeld, kan als juist worden aanvaard.

proceskosten:

Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het hof geen termen aanwezig.

beslissing:

Het gerechtshof bevestigt de uitspraak van de ambtenaar.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken te Arnhem op 29 juni 2000 door mr N.E. Haas, vice-president, plaatsvervangend lid van de zevende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Snoijink als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het plaatsvervangende lid van de voormelde kamer,

(W.J.N.M. Snoijink) (N.E. Haas)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 4 juli 2000

Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van het proces-verbaal van deze uitspraak het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke.

Van de verzoeker wordt een griffierecht van ¦ 150 geheven.

Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open. Voor het instellen van dat beroep is eveneens een griffierecht verschuldigd.