Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:1999:AE9707

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
22-07-1999
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
1999/392
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onvoldoende inzicht gegeven aan Hof in aard schulden.

Hof kan schuldsanering niet voorlopig van toepassing verklaren om alsnog ontbrekende gegevens te laten verstrekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof te Arnhem

Arrest

in de zaak van:

X.

wonende te P.,

appellante,

procureur: mr J.W.M. Soentjens

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 23 juni 1999, dat in fotokopie aan dit arrest is gehecht.

2 Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 30 juni 1999, is appellante (hierna te noemen: X.) in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis, waarbij haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen

2.2 Bij voormeld beroepschrift heeft X. het hof verzocht het vonnis van 23 juni 1999 te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling alsnog toe te wijzen.

2.3 Het hof heeft kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een verklaring schuldsanering van de gemeente Arnhem en een overzicht schulden X. d.d. 12 mei 1999.

2.4 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 19 juli 1999, waarbij X. is verschenen in persoon, bijgestaan door mr J.W.M. Soentjens, advocaat te Arnhem.

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1 Het hoger beroep is tijdig ingesteld.

3.2 X. betwist in haar beroepschrift dat zij bij het ontstaan of onbetaald laten van de schulden niet te goeder trouw is geweest. Zij is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat zij op de hoogte was en meegeprofiteerd heeft van de in het vonnis omschreven handelswijze van haar echtgenoot Y.voert daartoe het volgende aan. Haar echtgenoot was verslaafd aan alcohol en gokken. Hij heeft haar meerdere malen bedrogen en X. heeft gedurende diverse periodes, waaronder ook de periode medio 1997, gescheiden geleefd van haar echtgenoot. Het geld dat de handelswijze van haar echtgenoot hem opleverde ging geheel op aan drank, gokken en andere vrouwen.

3.3 Ter zitting is X. in de gelegenheid gesteld het overzicht schulden Y. d.d. 1 2 mei 1999 nader toe te lichten. Dit om het hof inzicht te verschaffen in de vraag welke schulden door haar en welke schulden door haar echtgenoot zijn gemaakt nu alléén X. in hoger beroep is gekomen van het afwijzend vonnis van de rechtbank op hun beider verzoek om in aanmerking te komen voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. X., heeft naar voren gebracht dat een groot deel van de op het overzicht genoemde schulden haar onbekend voorkomt, aangezien het schulden van haar echtgenoot zijn en zij in die tijd gescheiden van haar echtgenoot leefde. Een paar schulden herkende X. als haar eigen schulden. Van de andere schulden kon X. niet aangeven of deze door haar of door haar echtgenoot zijn gemaakt. Daarnaast heeft X. naar voren gebracht dat op bovengenoemd overzicht alléén de bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel geregistreerde schulden staan. Volgens X. heeft zij thuis papieren liggen waarop nog meer schulden staan die niet op dit overzicht voorkomen. Zij kon niet aangeven om welke schulden dit ging.

3.4 Het hof is van oordeel dat het verzoek van X. om de schuldsaneringsregeling alsnog op haar van toepassing te verklaren dient te worden afgewezen nu X., een zeer onduidelijk en onvolledig overzicht van haar schulden heeft verschaft. X. heeft daarmee niet voldaan aan het bepaalde in artikel 285 lid 1 onder a van de Faillissementswet. In hoger beroep bestaat, anders dan in eerste aanleg, niet de mogelijkheid om eerst een schuldsaneringsregeling voorlopig van toepassing te verklaren teneinde de schuldenaar in staat te stellen ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken (artikel 287 lid 2 en 292 lid 6 van de Faillissementswet). Het bestreden vonnis zal derhalve worden bekrachtigd. Gelet op het voorgaande behoeven de door X. geformuleerde grieven geen bespreking meer.

4 De beslissing

Het hof, rechtdoende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 23 juni 1999.

Dit arrest is gewezen door mrs Houtman, Van Wijland-Kalkman en Van der Kwaak en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 1999.