Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:1999:AA4845

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
28-12-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98/3245
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2000/677
Belastingblad 2000/538
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

HR

Gerechtshof Arnhem

Vijfde enkelvoudige belastingkamer

nummer 98/3245

U i t s p r a a k

op het beroep van *X BV te *Z (hierna te noemen: belanghebbende) tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Wierden (hierna: de ambtenaar) op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de haar voor het jaar 1998 opgelegde, op één aanslagbiljet verenigde, aanslagen in de onroerende-zaakbelasting/gebruikersbelasting en het rioolrecht.

1. Aanslag en bezwaar

1.1. De bestreden aanslagen zijn aan belanghebbende opgelegd bij aanslagbiljet gedagtekend 31 maart 1998. De aanslag gebruikers-belasting bedraagt ƒ 128,- en de aanslag rioolrecht bedraagt ƒ 125,70. Voorts is in het aanslagbiljet nog opgenomen de (niet bestreden) aanslag onroerende zaakbelasting/eigenarenbelasting.

1. Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de ambtenaar bij uitspraak van 18 juli 1998 de bestreden aanslagen gehandhaafd.

2. Geding voor het hof

2.1. Het beroepschrift is ter griffie ontvangen op 25 augustus 1998 en aangevuld op 9 september 1998, waarbij bijlagen zijn overgelegd.

2.2. Tot de stukken van het geding behoren het vertoogschrift en de daarin genoemde bijlagen.

2.3. Bij de mondelinge behandeling op 7 december 1999 te Zwolle zijn gehoord de directeur van belanghebbende, alsmede de ambtenaar.

2.4. De notities van de pleidooien die de directeur van belanghebbende en de gemachtigde van de ambtenaar bij de mondelinge behandeling hebben gehouden, worden als hier herhaald en ingelast beschouwd.

3. De vaststaande feiten

Het Hof stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting, als tussenpartijen niet in geschil dan wel door een der partijen gesteld en door de wederpartij niet weersproken, de volgende feiten vast.

3.1. Bij koopovereenkomst van juni 1997 heeft belanghebbende van *A Vastgoed B.V. (hierna: de verkoper) voor een prijs van ƒ 169.000,- gekocht een recreatiebungalow met inventaris, tuin en bosgrond, weg en verdere aanhorigheden, *a-weg 1 te *Q, gemeente Wierden. De bungalow, die volgens belanghebbende dient als belegging, is gelegen in een bungalowpark. Bij de koop heeft belanghebbende een huurgarantieregeling met de verkoper getroffen.

3.2. In de verkoopbrochure van de projectontwikkelaar stond omtrent de mogelijkheid van verhuur het volgende vermeld:

Verhuren of niet verhuren, u maakt het zelf uit!

Geheel vrijblijvend kunt u uw bungalow verhuren. Gaat u verhuren, dan dient u zich aan te sluiten bij de organisatie op het park. Deze verhuurorganisatie, *A Recreatie B.V., opereert vanuit Q. Deze verhuurorganisatie zorgt ervoor dat uw bungalow vakkundig in de perioden, die u hebt aangegeven, verhuurd wordt.

Ieder jaar in november ontvangt u een formulier van de organisatie, waarin u exact kunt invullen welke perioden u eventueel in het komende jaar wilt verhuren.

Inzake de uitbetaling van de huurgelden: een voorschot van ca 50% zal in juni worden uitbetaald en de afrekening zal uiterlijk in januari geschieden.

Nogmaals: u bent tot niets verplicht, u maakt zelf uit of u verhuurt of niet!

Een 3-jaarlijkse, direct te verrekenen, huurgarantie!

Bij aankoop van een bestaande bungalow bestaat de mogelijkheid om een 3-jaarlijkse huurgarantie af te sluiten.

(…)

Buitengewoon interessant voor u is dat deze huurgarantie direct op uw koopsom in mindering kan worden gebracht!

- Mocht u overgaan tot het afsluiten van deze interessante 3-jaarlijkse huurgarantie, bestaat nog steeds de mogelijkheid om uw bungalow te gebruiken op het moment dat u dat wenst (uiteraard in overleg met de betreffende verhuurorganisatie).

Mocht u tijdens de vakantieperiode zelf de bungalow willen gebruiken, zal de betreffende periode verrekend worden met de reeds afgesloten huurgarantie.

Mocht u buiten de vakantieperioden de bungalow willen bewonen en de woning is niet verhuurd, kunt u er uiteraard vrij (en zonder betaling) over beschikken.

Door het direct verrekenen van deze 3-jaarlijkse huurgarantie, kan een aankoop op ‘’ *Q’’ natuurlijk nog interessanter worden!

3.3. De koopovereenkomst vermeldt omtrent de mogelijkheid van verhuur het volgende:

Bijzondere bepalingen en bedingen

Artikel 18

1. Commerciële verhuur van het verkochte mag alleen plaatsvinden via de verkoper of een door deze aan te wijzen derde, zulks op straffe van een boete van vijfentwintigduizend gulden (f 25.000,00) per overtreding. Het verhuren/in gebruik afstaan aan familieleden in de eerste graad is wel toegestaan.

2. (…)

Huurgarantie

Artikel 20

Bij het passeren van de notariële akte van levering zal de toegezegde huurgarantie ten totale bedrage van f 25.500,- (voor het type: ‘’ *q’’), zijnde de totale huurgarantie voor de eerste drie jaar, worden verrekend.

3.4. Op bladzijde 7 van de notariële akte van levering van september 1997 staat onder meer vermeld:

2. het bij deze akte verkochte zal gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf heden, aan *A Recreatie B.V., gevestigd te *R, in exploitatie worden gegeven, waarvoor van de zijde van *A Recreatie B.V. een huurgarantie is verstrekt van vijfentwintigduizend vijfhonderd gulden, welke op heden is verrekend, waarvoor kwijting bij deze.

3.5. De door belanghebbende met de verkoper aangegane huurgarantieregeling kent geen eigen reglement.

3.6. Namens belanghebbende is in 1998 in het weekend van 7/8 februari 1998 éénmalig gebruik gemaakt van eigen gebruiksmogelijkheden ter inspectie van de onroerende zaak.

4. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

4.1. Partijen houdt verdeeld of belanghebbende voor de gebruikersbelasting en het rioolrecht als gebruiker van de bungalow kan worden aangemerkt

4.2. Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken.

4.3. Daaraan is mondeling, afgezien van hetgeen reeds hiervoor onder de vaststaande feiten is opgenomen, toegevoegd - zakelijk weergegeven-

Namens belanghebbende:

indien dat mogelijk is zal zij na afloop van de eerste drie jaar wederom een huurgarantie van drie jaar proberen te verkrijgen;

de koper heeft voor de verhuur de keuze uit twee mogelijkheden zoals die in de verkoopbrochure zijn weergegeven; zij heeft haar keuze voor een bedrag ineens gemaakt;

er is geen schriftelijke huurovereenkomst tussen haar en het verhuurbureau opgemaakt;

zij betaalt zelf de vaste lasten en een deel van de onderhoudskosten; daarover zijn afspraken met het verhuurbureau.

Namens de ambtenaar:

hij blijft van mening dat belanghebbende de beschikking over de woning hield;

ook voor het rioolrecht is belanghebbende de gebruiker.

4.4. Belanghebbende verzoekt vernietiging van de bestreden uitspraak en vernietiging van de twee bestreden aanslagen.

4.5. De ambtenaar concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak.

5. Beoordeling van het geschil

(de gebruikersbelasting)

5.1. De tekst van de Verordening onroerende-zaakbelastingen 1997 van de gemeente Wierden - voorzover van belang - luidt als volgt:

Artikel 1, lid 1, aanhef en onderdeel a

Onder de naam ‘’onroerende-zaakbelastingen’’ worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

a. een gebruikersbelasting van degene die - naar de omstandigheden beoordeeld - bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

Artikel 1, lid 2, aanhef en onderdeel c

Met betrekking tot de gebruikersbelasting wordt:

c. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie de zaak ter beschikking is gesteld.

Deze tekst van de verordening is in overeenstemming met de overeenkomstige teksten van de artikelen 220 en 220b van de Gemeentewet.

5.2. Blijkens de Memorie van toelichting bij het wetsvoorstel tot wijziging van materiële belastingbepalingen (Kamerstukken II, 1989-1990, 21 591, blz. 69 en 70), is met het bepaalde in lid 1, onderdeel c, van artikel 220b van de Gemeentewet beoogd dat bij kortstondige verhuur van de onroerende zaak aan wisselende gebruikers die verhuurder wordt aangemerkt als gebruiker.

5.3. Belanghebbende heeft, gelet op de onder de feiten weergegeven passages uit de verkoopbrochure, respectievelijk de koopovereenkomst en de notariële akte van levering met de verkoper een regeling getroffen, waarbij belanghebbende aan de verkoper voor een periode van drie jaar ingaande september 1997 en tegen een vergoeding van ƒ 25.500,- het recht verleende om de bungalow aan derden te verhuren. Enkel indien en voorzover de verkoper de woning niet verhuurde kon belanghebbende de bungalow gebruiken tegen betaling (tijdens vakantieperiodes) dan wel zonder betaling (buiten de vakantieperiodes indien de bungalow niet was verhuurd).

5.4. Belanghebbende heeft door de met de verkoper gemaakte afspraken ervan afgezien de woning zelf volgtijdig aan derden te verhuren. Deze taak is overgenomen door het verhuurbureau van de verkoper. Het risico van meer of minder opbrengst dan het overeengekomen bedrag van ƒ 25.500,- ligt volledig bij het verhuurbureau. De omstandigheid dat belanghebbende, indien zij zelf de bungalow wil gebruiken in een vakantieperiode, een vergoeding moet betalen aan de verkoper, doet aan dat door de verkoper te lopen huuropbrengstrisico niet af. In dit verband kan, anders dan de ambtenaar betoogt, evenzeer niet worden gezegd dat belanghebbende risico loopt met betrekking tot de opbrengst.

5.5. Het genot dat belanghebbende, gelet op het voorgaande, van de onroerende zaak heeft, kan niet worden aangemerkt als gebruik in de zin van artikel 220b van de Gemeentewet.

5.6. Belanghebbende is mitsdien niet degene die bij het begin van het kalenderjaar de bungalow gebruikte. De aanslag gebruikersbelasting is ten onrechte ten name van belanghebbende gesteld.

(het rioolrecht)

5.7. Artikel 2, lid 1, en lid 2, aanhef en onderdeel a, van de Verordening rioolrechten 1997 van de gemeente Wierden luidt:

Lid 1

Onder de naam ‘’rioolrechten’’ wordt een recht geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.

Lid 2, aanhef en onderdeel a

Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;

5.8. Nu de Verordening rioolrechten belast degene die het eigendom gebruikt moet worden bezien of belanghebbende in 1998 als gebruiker van de bungalow is aan te merken.

5.9. Belanghebbende heeft de bungalow onder voormelde condities tot verhuur ter beschikking gesteld aan de verkoper. Zij heeft zelf, behoudens één weekend, van de bungalow geen gebruik gemaakt. Onder deze omstandigheden is belanghebbende niet aan te merken als gebruiker in de zin van de Verordening rioolrechten. Ook is geen plaats voor een heffing naar tijdsgelang als bedoeld in artikel 8 van de Verordening.

5.10. De aanslag rioolrecht is mitsdien ten onrechte ten name van belanghebbende gesteld.

6. Slotsom

Het beroep van belanghebbende is gegrond.

7. Proceskosten

Bij monde van de directeur van belanghebbende ter zitting heeft belanghebbende verzocht om een vergoeding in de proceskosten. Het Hof merkt dienaangaande het volgende op. De directeur van belanghebbende oefent het beroep van belastingadviseur uit. Blijkens de stukken (uittreksel Handelsregister) is hij alleen/zelfstandig bevoegd directeur van belanghebbende. Blijkens de bij het aanvullende beroepschrift overgelegde managementovereenkomst ontvangt de hij voor zijn werkzaamheden een management-fee.

Onder deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat de directeur van belanghebbende in dit geding is opgetreden is zijn hoedanigheid van belastingadviseur die als derde beroepsmatig rechtsbijstand verleent.

Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten fiscale procedures te berekenen op reis- en verblijfkosten Mijdrecht - Zwolle v.v., begroot op

ƒ 100,-.

8. Beslissing

Het Gerechtshof

- vernietigt de bestreden uitspraak alsmede de daarbij gehandhaafde aanslagen onroerende-zaakbelasting/gebruikersbelasting en rioolrecht;

- gelast de ambtenaar aan belanghebbende het door haar gestorte griffierecht van ¦ 80,- te vergoeden;

- veroordeelt de ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van ¦ 100,-, te vergoeden door de gemeente Wierden.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 28 december 1999 te Arnhem door mr Röben, raadsheer, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Van der Waerden als griffier.

(A.W.M. van der Waerden) (J.B.H. Röben)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 28 december 1999

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (zie voor het adres de begeleidende brief).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep is een griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt u een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien u na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.