Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:1999:AA3872

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
03-11-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98/4535
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2000/10.15

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

tweede meervoudige belastingkamer

nr. 98/4535

Proces-verbaal mondelinge uit-spraak

belanghebbende : *X

te : *Z

ambtenaar : de Inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen *P

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift

soort belasting : inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen

jaar : 1997

mondelinge behandeling : op 20 oktober 1999 te Arnhem door mr Van Schie, vice-president, mrs Lamens en De Kroon, raadsheren, in tegenwoordig-heid van mr Den Ouden als griffier

waarbij verschenen : belanghebbende en de Inspecteur

Gronden:

1. Belanghebbende is als informaticus in dienstbetrekking werkzaam bij een pensioen-fonds. In de periode 1987 - 1997 heeft hij (juridische) bijstand verleend aan - onder anderen - de in zijn wijk woonachtige gebroe-ders *A in hun strijd tegen de door de gemeente *Z voorgenomen wijziging van een bestemmingsplan. Deze strijd hebben genoemde gebroeders verloren. De gemeente *Z heeft hun gronden onteigend en hen daarvoor schadeloos gesteld. Zonder dat daarover afspra-ken waren gemaakt, heeft belangheb-ben-de ter zake van de bijstand aan de gebroeders *A van hen een vergoe-ding ontvangen ten bedrage van - in totaal - ¦ 125.0-00,-- (in 1996 heeft belangheb-bende

¦ 41.125,-- ontvangen en in 1997 ¦ 83.875,--).

2. In zijn aangifte voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1997 heeft belang-hebbende deze vergoeding van ¦ 125.000,-- onder de noemer "in-komsten uit werkzaamheden die niet in dienstbetrek-king zijn verricht" tot zijn belast-bare inkomen van dat jaar gerekend. Daarnaast heeft hij een bedrag van ¦ 30.125,-- opgevoerd als kosten tot verwerving van die vergoeding. Voorts heeft belanghebbende aanspraak gemaakt op toepassing van het bijzondere tarief van 45 percent over het verschil van de vergoeding en genoemde kosten (zijnde ¦ 94.875,--).

3. Bij de vaststelling van de onderwerpelijke aanslag heeft de Inspecteur die aan-spraak op het bijzondere tarief niet gehonoreerd. Voorts heeft hij slechts een bedrag van ¦ 29.075,-- als "verwer-vings-kosten" geaccepteerd. Tegen het niet-toepassen van het bijzondere tarief heeft belang-heb-bende tevergeefs be-zwaar ge-maakt.

4. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Hof. Ter zitting heeft hij het Hof - desge-vraagd - medegedeeld dat de onderha-vige rechtsstrijd slechts ziet op het antwoord op de vraag of de onderwerpe-lijke vergoe-ding dient te worden belast naar het bijzonde-re tarief van 45 percent danwel naar het (progressieve) tabeltarief.

5. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de vergoeding dient te worden belast naar het bijzondere tarief van 45 percent, daartoe (kennelijk) betogend dat deze vergoeding valt binnen het bereik van artikel 31, eerste lid, van de Wet op de inkom-stenbelas-ting 1964.

6. Ingevolge genoemde bepaling behoort tot de inkomsten mede hetgeen genoten wordt ter vervanging van gederfde of te derven inkomsten.

7. Deze bepaling heeft het oog op de situatie dat een belastingplichtige een inkomst die hem onder normale omstandigheden zou zijn toegevloeid heeft gederfd of zal derven en hem in de plaats van die inkomst ten titel van afkoopsom, schadeloosstel-ling of tegemoetkoming een baat wordt verstrekt welke dient om het gemis van die inkomst te vergoeden (vergelijk onder meer HR 6 januari 1971, nr. 16457, BNB 1971/33).

8. De door belanghebbende van de gebroeders *A ontvangen vergoeding ten bedrage van ¦ 125.000,-- kan niet als zodanig worden gekwalificeerd. Belanghebben-des standpunt in dezen kan mits-dien niet als juist worden aanvaard.

9. Nu partijen zijn overeengekomen de onderwerpelijke vergoeding geheel in 1997 in aanmer-king te nemen - en het Hof geen aanleiding ziet partijen daarin niet te volgen -, heeft de Inspecteur terecht het bedrag van (¦ 125.000,-- -/- ¦ 29.075,-- =) ¦ 95.925,-- naar het (progres-sieve) tabeltarief in de onderhavige aanslag begre-pen.

10. Uit het vorenoverwogene volgt dat het beroep van belanghebbende ongegrond is.

Proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken (oud).

Beslissing:

Het Hof bevestigt de uitspraak van de Inspecteur.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 3 november 1999 te Arnhem door

mr Van Schie, vice-president, voorzitter van de tweede meer-vou-dige belas-tingka-mer, in tegen-woor-dig-heid van mr Den Ouden als grif-fier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, De voorzitter van de voor-melde ka-mer,

(R. den Ouden) (P.M. van Schie)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 4 november 1999

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak het gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belangheb-bende ¦ 150,--. Verweerder is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van ¦ 150,- verschuldigd.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.