Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:1999:AA1399

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
30-06-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98/3238
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

zesde enkelvoudige belastingkamer

nummer 98/3238

U i t s p r a a k

op het beroep van FANFARE “*X” te *Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het hoofd van de afdeling financiële en economische zaken van de gemeente *P (de ambtenaar) op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de beschikking waardevaststelling ingevolge de Wet waardering onroerende zaken voor de periode 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000.

1. Aanslag en bezwaar

1.1. De beschikking, genummerd *1 en gedagtekend 31 december 1997, betreft de onroerende zaak *a-straat te *Z en vermeldt een vastgestelde waarde van ƒ 1.426.000,–.

1.2. Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de ambtenaar bij uitspraak, verzonden 14 augustus 1998, de vastgestelde waarde verminderd tot op ƒ 358.000,–.

2. Geding voor het Hof

2.1. Het beroepschrift, met 2 bijlagen, is ter griffie ontvangen op 24 augustus 1998.

2.2. Tot de stukken van het geding behoren het vertoogschrift en de daarin genoemde bijlagen.

2.3. Bij de mondelinge behandeling op 20 januari 1999 te Arnhem zijn gehoord het bestuurslid van belanghebbende, alsmede de ambtenaar.

2.4. Het Hof heeft mondeling uitspraak gedaan op 3 februari 1999. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt, waarvan afschriften op 8 februari 1999 aangetekend aan partijen zijn verzonden.

2.5. Op 4 maart 1999 is het schriftelijke verzoek van de ambtenaar ingekomen om vervanging van de mondelinge uitspraak door een schriftelijke. Het verschuldigde recht van ƒ 150,- is tijdig gestort.

3. De vaststaande feiten

Op grond van de stukken en het ter zitting verhandelde is het navolgende tussen partijen komen vast te staan.

Belanghebbende heeft het genot krachtens zakelijk recht (recht van opstal) van een clubhuis gelegen aan de *a-straat te *Z, kadastraal bekend gemeente *Z, sectie C, nummer *2.

Het clubhuis bestaat uit een grote repetitieruimte, een aantal kleinere repetitieruimten en een toilet en vormt tezamen met het naastgelegen Verenigingsgebouw één bouwwerk. De totale oppervlakte van het bouwwerk bedraagt 924 m², de oppervlakte van het clubhuis bedraagt 190 m².

Het clubhuis en het Verenigingsgebouw zijn van elkaar gescheiden door middel van een schuifwand. Bij opening van de schuifwand kan de – hoger gelegen – repetitieruimte van belanghebbende worden gebruikt als podium voor de grote zaal van het Verenigingsgebouw.

Voor toegang tot het clubhuis moet gebruik gemaakt worden van de centrale ingang van het Verenigingsgebouw. Belanghebbende bezit geen sleutel van deze deur.

Het clubhuis heeft geen eigen electriciteits- en wateraansluiting, noch een eigen riolering.

Het clubhuis kan niet afzonderlijk van het Verenigingsgebouw worden verkocht.

4. Conclusies van partijen

Partijen concluderen uiteindelijk tot vernietiging van de uitspraak, alsmede van de daarbij gewijzigde beschikking waardering onroerende zaken.

5. De gronden van de beslissing

Partijen hebben ter zitting geconcludeerd dat het “clubhuis” van belanghebbende niet valt aan te merken als een gedeelte van een gebouwd eigendom dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt in de zin van de Wet waardering onroerende zaken en dat de beschikking mitsdien ten onrechte op naam van belanghebbende is gesteld.

Het Hof zal partijen in dit standpunt volgen, aangezien het niet berust op een juridisch onjuist uitgangspunt.

6. Slotsom

Het beroep is gegrond.

7. Proceskosten

Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten fiscale procedures te berekenen op ƒ 30,– reis- en verblijfkosten.

8. Beslissing

Het gerechtshof:

– vernietigt de uitspraak waarvan beroep alsmede de daarbij gewijzigde beschikking waardering onroerende zaken;

– gelast de ambtenaar aan belanghebbende het door haar gestorte griffierecht van ƒ 80,– te vergoeden;

– veroordeelt de ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van ƒ 30,–, te vergoeden door de gemeente *P.

Aldus gedaan te Arnhem op 30 juni 1999 door mr Lamens, raadsheer, lid van de zesde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Vellema als griffier.

(A. Vellema)(J. Lamens)

De beslissing is in het openbaar uitgesproken en afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 30 juni 1999