Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:1999:AA1360

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
24-08-1999
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98/04131
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

vijfde enkelvoudige belastingkamer

nr. 98/04131

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende:*X

te:*Z

ambtenaar:Inspecteur van de Belastingdienst/Centraal bureau motorrijtuigenbelasting te Apeldoorn

aangevallen be-slissing:uitspraak op bezwaar van 23 november 1998

soort belasting:motorrijtuigenbelasting

dagtekening aanslagbiljet:12 oktober 1998

naheffingsaanslagnummer:* *Y8

tijdvak:11 juli tot en met 10 oktober 1998

mondelinge behandeling:met toestemming van beide partijen niet gehouden.

gronden:

1. Aan belanghebbende is met toepassing van artikel 15, lid 3, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 en artikel 4a van de Uitvoeringsregeling motorrijtuigenbelasting 1994 vergunning verleend om over nog niet aangevangen tijdvakken per automatische incasso te mogen betalen. De vergunning eindigt bij de beëindiging van het houderschap.

2. Voorgaande regeling laat onverlet, dat de belasting telkenmale is verschuldigd over een tijdvak van drie maanden, en wel door degene die bij de aanvang van het tijdvak in het kentekenregister als houder van het motorrijtuig staat geregistreerd.

3. Bij de overschrijving van het kenteken op naam van een particulier wordt over het resterende deel van het lopende tijdvak van drie maanden geen teruggaaf van belasting verleend.

4. Het deel van de belasting over het ten tijde van de verkoop nog lopende tijdvak kan eventueel met de nieuwe houder worden verrekend. Dit betekent voorts dat de nieuwe houder eerst met ingang van het volgende tijdvak van drie maanden belasting is verschuldigd.

5. De inspecteur heeft derhalve terecht de bestreden naheffingsaanslag vastgesteld.

6. Belanghebbendes beroep is niet gegrond.

proceskosten:

Voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken vindt het hof geen termen aanwezig.

beslissing:

Het gerechtshof bevestigt de bestreden uitspraak.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 1999 door mr Röben, raadsheer, lid van de vijfde eenvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Van der Waerden als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(A.W.M. van der Waerden) (J.B.H. Röben)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 7 september 1999