Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:1998:AA1269

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
13-05-1998
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
97/20648
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 1998/56.25

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

Zesde enkelvoudige belastingkamer

nr. 97/20648

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : *X B.V.

Te : *Z

ambtenaar : de Inspecteur van de Belastingdienst/Centraal bureau motorrijtuigenbelasting

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag

soort belasting : motorrijtuigenbelasting

tijdvak : 22 januari 1996 tot en met 21 januari 1997

mondelinge behandeling : op 29 april 1998 te Arnhem door mr Lamens, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Den Ouden als griffier

waarbij verschenen : namens belanghebbende, *A, tot bijstand vergezeld van *B, alsmede de Inspecteur

Gronden:

1. Belanghebbende maakt gebruik van het handelaarskenteken *aa. Zij heeft een cliënt, die belangstelling had voor een auto, de heer *B, met die auto een proefrit laten maken.

2. De heer *B is met de auto van *Z naar *Q gereden om zijn vriendin, die in *Q woont en op zoek was naar een auto, te vragen of deze auto wellicht geschikt voor haar was. Hij is in *Q stilgehouden door twee controle-ambtenaren en heeft, daarnaar gevraagd, het kentekenbewijs van de auto niet kunnen tonen.

3. Door de controle-ambtenaren is, blijkens het door hen opgemaakte rapport *, uit de mond van de heer *B vervolgens opgetekend: “Ik mocht een proefrit maken en ik doe gelijk boodschappen. Ik heb geen papieren meegekregen.”.

In een op ambtseed opgemaakte verklaring van 28 oktober 1997 hebben deze ambtenaren bevestigd dat deze uitspraak is gedaan.

4. De Inspecteur verwijt belanghebbende dat door de heer *B het kentekenbewijs niet is getoond en dat niet is voldaan aan de voorwaarde opgenomen in artikel 44, lid 4, van het Kentekenreglement, te weten dat het handelaarskenteken uitsluitend mag worden gebruikt indien met het voertuig gebruik van de weg wordt gemaakt in het kader van bedrijfsactiviteiten van het erkende bedrijf of de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie dat kenteken is opgegeven.

5. Artikel 44, lid 5, van het Kentekenreglement stelt degene aan wie het handelaarskenteken is opgegeven aansprakelijk voor overtreding van de in lid 4 van die bepaling opgenomen voorwaarde.

Het Hof acht door de Inspecteur aannemelijk gemaakt dat de hiervóór onder 3. genoemde uitspraak door de heer *B is gedaan en dat door hem inderdaad boodschappen zijn gedaan.

6. Indien een proefrit door een cliënt mede wordt benut voor het doen van boodschappen kan niet langer worden gesproken van het gebruik maken van de weg in het kader van bedrijfsactiviteiten. Door aldus te handelen wordt een voorwaarde voor de “handelaarsregeling” overtreden. Belanghebbende draagt hiervoor de verantwoordelijkheid. Reeds op deze grond is de belasting terecht met een verhoging van 100% nageheven.

7. Er is in de betrokken regelgeving geen aanknopingspunt te vinden voor de opvatting dat de handelaar slechts aansprakelijk is voor de daden van zijn personeel en niet voor daden van een cliënt tijdens een proefrit. Belanghebbende dient ter voorkoming van dergelijke situaties de cliënt voldoende te instrueren of, om elk risico te vermijden, mee te rijden tijdens de proefrit.

8. Uit het vorenoverwogene volgt dat de uitspraak van de Inspecteur dient te worden bevestigd. De overige stelling van de Inspecteur behoeft geen behandeling.

Proceskosten:

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

Beslissing:

Het Hof bevestigt de uitspraak van de Inspecteur.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 1998 te Arnhem door mr Lamens, raadsheer, lid van de zesde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Den Ouden als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, Het lid van de voormelde kamer,

(R. den Ouden) (J. Lamens)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 14 mei 1998