Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:1998:AA1252

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
04-08-1998
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
M 97/20675
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

Vierde enkelvoudige belastingkamer

nr. M 97/20675

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende : *X B.V.

Te : *Z

ambtenaar : inspecteur van de Belastingdienst/Centraal bureau motorrijtuigenbelasting te Apeldoorn

aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift d.d. 14 juli 1997

naheffingsaanslagnummer : *1

dagtekening aanslagbiljet : 10 juni 1997

soort belasting : motorrijtuigenbelasting

datum controle : 10 maart 1997

tijdvak : 16 oktober 1996 tot en met 15 maart 1997

mondelinge behandeling : met toestemming van partijen niet gehouden

gronden:

1. De inspecteur maakt aannemelijk dat het onderhavige motorrijtuig een vrachtauto (achterwaartse kipper) is, merk Mercedes-Benz, met kenteken *AA-00-BB, die wordt gebruikt voor de aanvoer van heet asfalt en de afvoer van oud asfalt, met de volgende kenmerken:

- Op het chassis is een speciale bak voor het vervoer van heet asfalt gebouwd. De bak is geïsoleerd en heeft hydraulische laadkleppen aan de bovenkant. Na het openen van deze kleppen kan bij de asfaltcentrale het asfalt in de bak worden gestort. De achterklep waardoor wordt gekiept heeft ook een speciale constructie.

- Het chassis is aan de achterkant aangepast om te kunnen worden voortgeduwd door de asfalteermachine. Deze machine duwt met speciale rollen tegen de achterbanden van de kipper. Hiertoe zijn de achterlichten hoger gemonteerd en is een deel van het chassis verwijderd. Deze aanpassingen waren ook nodig om op juiste wijze te kunnen storten in de asfalteermachine.

- De wagen is voorzien van een ander soort uitlaatpijp. De uitlaat gaat nu direct achter de cabine recht omhoog. Dit voorkomt dat de wegwerkers uitlaatgassen inademen.

- Het voertuig is niet voorzien van een teersproei-installatie.

2. Voor motorrijtuigen, die zijn ingericht voor de aanleg en het onderhoud van wegen en uitsluitend daarvoor worden gebruikt als bedoeld in artikel 72, eerste lid, onderdeel j, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: de Wet), wordt vrijstelling van belasting verleend.

3. Vrachtauto's waarmee (heet) asfalt wordt vervoerd, zijn niet specifiek ingericht voor het onderhoud en aanleg van wegen en kunnen derhalve niet onder de vrijstelling worden begrepen. Dergelijke vrachtauto's zijn immers, gelet op hun inrichting mede bestemd om, over de weg, materialen voor de wegenbouw te vervoeren. De geschiedenis van de totstandkoming van de Wet bevat geen aanknopingspunten voor het standpunt van belanghebbende dat gebruik van de weg voor dat doel, anders dan voorheen (vergelijk HR 7 januari 1970, BNB 1970/36), van de belasting is vrijgesteld.

4. Gezien het vorenstaande is het hof van oordeel dat de wegenbouwvrijstelling in dit geval geen toepassing kan vinden.

5. Volgens het kentekenregister staat belanghebbende vanaf 5 mei 1989 als houder van het motorrijtuig met kenteken *AA-00-BB, merk Mercedes-Benz ingeschreven.

6. Ingevolge artikel 1, lid 1 onderdeel b van de Wet (gewijzigd bij de Wet van 12 juni 1997, Stb. 245) wordt motorrijtuigenbelasting geheven voor het rijden op de weg met een ander motorrijtuig.

7. Op 10 maart 1997 is ambtelijk geconstateerd dat op de weg werd gereden met het bovenstaand motorrijtuig. De inspecteur legt ter ondersteuning van zijn standpunt een zogenaamde visuele controlekaart over, inhoudende een ambtelijke verklaring betreffende de waarneming van een motorrijtuig.

Het kenteken van de waargenomen auto komt overeen met het kenteken van een motorrijtuig waarvan belanghebbende volgens het kentekenregister op de controledatum houder was.

Onder deze omstandigheden levert de visuele controlekaart het vermoeden op, dat met het motorrijtuig van belanghebbende op die datum de weg is gebruikt.

Een redelijke verdeling van de bewijslast brengt mede, dat belanghebbende aannemelijk maakt dat de waargenomen auto op het controlemoment niet de zijne was.

Het hof acht belanghebbende in deze bewijsvoering niet geslaagd.

8. Op het tijdstip van controle was de verschuldigde belasting niet conform het voorschrift van artikel 41 van de Wet (gewijzigd bij Wet van 12 juni 1997, Stb. 245) vooraf op aangifte voldaan. De belastingplichtige is verantwoordelijk voor de tijdige en volledige betaling. Hieraan doet niet af dat voor het motorrijtuig reeds eerder een aangifte is gedaan.

9. Artikel 52, lid 1 van de Wet (gewijzigd bij Wet van 12 juni 1997, Stb. 245) bepaalt dat deze belasting kan worden nageheven. De belasting is overeenkomstig lid twee tot en met vijf van dit artikel berekend over de periode 16 oktober 1996 tot en met 15 maart 1997.

10. Op grond van artikel 38 van de Wet (gewijzigd bij de Wet van 12 juni 1997, Stb. 245) wordt de belasting voor andere motorrijtuigen dan personenauto's, bestelauto's en motorrijwielen geheven van de houder.

11. De oplegging van de verhoging is door de inspecteur met de vermelding op het aanslagbiljet van de controledatum, de gegevens betreffende het motorrijtuig, het tijdvak waarover is nageheven en het uit de wet voorvloeien van de verhoging voldoende gemotiveerd (arrest van de Hoge Raad van 20 december 1995, nr. 30728, BNB 1996/74).

12. De inspecteur heeft niet gehandeld in strijd met enig beginsel van behoorlijk bestuur door de verhoging niet kwijt te schelden.

13. Belanghebbendes beroep is ongegrond.

proceskosten:

Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

beslissing:

Het gerechtshof bevestigt de uitspraak waarvan beroep.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 1998 te Arnhem door mr. Matthijssen, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Nuboer als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier,Het lid van de voormelde kamer,

(M.M. Nuboer)(T.J. Matthijssen)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 4 augustus 1998