Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARN:1998:AA1098

Instantie
Gerechtshof Arnhem
Datum uitspraak
20-05-1998
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
97/22248
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem

vijfde enkelvoudige belastingkamer

nr. 97/22248

Proces-verbaal mondelinge uitspraak

belanghebbende: *X

woonplaats: *Z

ambtenaar: Burgemeester en wethouders van de gemeente *P (hierna: b en w)

aangevallen beslissing: uitspraak op bezwaar

betreft: WOZ-beschikking d.d. 27 maart 1997

mondelinge behandeling: op 6 mei 1998 door mr. Röben, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr van der Waerden, als griffier

waarbij verschenen: belanghebbende en * gemachtigde van b en w

gronden:

1. Belanghebbende is eigenaar en feitelijk gebruiker van de onroerende zaak

*a–plein 3 te *Z.

Het betreft een vrijstaande villa, bouwjaar 1897, inhoud circa 1295 m³, perceelsoppervlak 1120 m². Er is een garage met een gebouwde oppervlakte van 25 m².

Het pand heeft ter plaatse een vrij uniek karakter en is gelegen nabij het centrum.

2. Bij de beschikking is de waarde in het economische verkeer vastgesteld op ƒ 595.000,–. Bij de uitspraak op het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is de waarde verlaagd tot ƒ 536.000,–.

3. B en w baseren zich voor deze waarde op een taxatierapport van *taxatiebureau A van 2 februari 1998, van welk rapport zich een exemplaar bij de stukken bevindt.

4. Belanghebbende heeft geen rapport van een deskundige overgelegd. Hij baseert zijn mening, dat de waarde van zijn onroerende zaak ƒ 400.000,– beloopt op vergelijking met de aankoopprijs van ƒ 230.000,– in 1987 en de voor de onroerende-zaakbelasting vastgestelde waarde per 1 januari 1990 van ƒ 220.000,–. Voorts is belanghebbende van mening dat de door de taxateur aangevoerde vergelijkingspanden niet als zodanig kunnen dienen.

Door de gemachtigde van b en w is ter zitting opgemerkt dat de waarde per 1 januari 1990 te laag was vastgesteld.

5. Voor de benadering van de waarde in het economische verkeer van een onroerende zaak moet worden uitgegaan van de waarde van op of omstreeks de peildatum verkochte vergelijkbare zaken. Het door belanghebbende kennelijk voorgestane systeem waarbij hij onder meer uitgaat van de waarde op een eerdere peildatum kan niet worden gevolgd.

6. Nu vergelijking met waarden van soortgelijke panden in *Z en omgeving haast niet mogelijk is, heeft de taxateur zich terecht mede georiënteerd op waarden van onroerende zaken in de gemeente die ook een grote inhoud en perceelsoppervlakte hebben, maar overigens niet goed vergelijkbaar zijn.

7. Daarnaast heeft de taxateur de waarde van het pand op ƒ 536.000,– berekend, rekening houdend met een waarde van ƒ 150,– per m², van ƒ 275,– per m³ (bij een bouwprijs per m³ van ƒ 600,– à ƒ 700,–) en van ƒ 12.000,– voor de garage.

Deze berekening van de waarde komt het hof aannemelijk voor.

8. Belanghebbende maakt met hetgeen hij aanvoert onvoldoende waar, dat van andere uitgangspunten en mitsdien van een andere waarde moet worden uitgegaan.

9. Het beroep van belanghebbende is niet gegrond.

Proceskosten:

Het hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

beslissing:

Het gerechtshof bevestigt de uitspraak waarvan beroep.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 1998 te Arnhem door mr Röben, raadsheer, lid van de vijfde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr Van der Waerden als griffier.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier,Het lid van de voormelde kamer,

(A.W.M. van der Waerden)(J.B.H. Röben)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 27 mei 1998