Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2022:99

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
07-01-2022
Datum publicatie
07-01-2022
Zaaknummer
21-002099-18
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2018:1331, Overig
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Overval in woning van bejaard slachtoffer. Vrijspraak. Ondanks de aanwezigheid van DNA-bewijs, acht het hof de contra-indicatie in het door het slachtoffer gegeven signalement van de daders zodanig dat dat het daderschap van verdachte niet boven redelijke twijfel verheven is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002099-18

Uitspraak d.d.: 7 januari 2022

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 30 maart 2018 met parketnummer 18-730118-17 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] [geboorteland ] ) op [geboortedatum] 1973,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 6 februari 2020, 17 december 2021, 7 januari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van hetgeen hem ten laste is gelegd tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en zeven maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De advocaat-generaal heeft daarnaast gevorderd dat het hof de vordering van de benadeelde partij geheel zal toewijzen en zal vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het ontstaan van de schade en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. T. den Haan, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaren, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank heeft daarnaast de vordering van de benadeelde partij geheel toewezen en vermeerderd met de wettelijke rente en met de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Tot slot heeft de rechtbank de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven met ingang van de dag van de uitspraak.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 17 september 2015 te [plaatsnaam] , (althans) in de gemeente [naam gemeente] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen in/uit een woning (perceel [adres] , aldaar) -onder meer- geld (ongeveer 300 euro) en een parelketting en (vier) doosjes met munten van de Koninklijke Nederlandse Munt en een gouden ketting met gouden hanger (poedeltje) en een DVD-speler en twee paar gouden oorknoppen (met diamantjes) en een oude tabaksdoos en een grote sjaal met gouden rand en twee bontmutsen en een zwart leren jas met bontkraag en een platenspeler en een camera met statief en twee Rayban zonnebrillen en een aantal gouden ringen en een gouden armband met vijf gouden tientjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die woning heeft/hebben verschaft door middel van braak, verbreking en/of inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [naam benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte in vereniging met zijn mededader(s) die [naam benadeelde partij] van achteren heeft vastgepakt met een arm om haar nek, en (vervolgens) op de grond heeft gegooid en (vervolgens) bij haar nek en bij haar benen heeft vastgehouden en (vervolgens) een (ijzeren) staaf tegen haar keel heeft gedrukt en (vervolgens/daarbij) die [naam benadeelde partij] de woorden -zakelijk weergegeven- "ik maak je dood" en "als je je niet rustig houdt, maak ik je dood" en "als je je rustig houdt, doen we je hondje niks", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking heeft toegevoegd en (vervolgens) tape over haar mond en rond haar hoofd en hals heeft geplakt en haar handen kruislings voor haar lichaam heeft vastgetaped en haar benen tegen of aan elkaar heeft getaped en die [naam benadeelde partij] tegen haar benen heeft geschopt en getrapt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof zet hierna zijn overwegingen uiteen.

Uit het dossier blijkt het volgende. Op 17 september 2015 wordt in de vroege ochtend een gewelddadige overval gepleegd in de woning van het slachtoffer, [naam benadeelde partij] . Zij is op dat moment 77 jaar oud. De daders van de overval – naar haar zeggen twee mannen – kwamen binnen via het raam van de garage van de woning. Het slachtoffer werd wakker van het geblaf van haar hondje. De hond bleef blaffen en het slachtoffer liep naar beneden. Daar aangekomen werd zij door de overvallers overmeesterd. Zij werd van achteren vastgepakt, er werd een ijzeren staaf op haar nek gezet en stevig en pijnlijk tegen haar keel aangedrukt. Zij verzette zich en de overvallers bedreigden haar met de dood als zij zich niet rustig zou houden. Ook dreigden de overvallers haar hondje wat aan te doen. Vervolgens werd er ducttape op haar mond geplakt en om haar hoofd gewikkeld. Daarna werden haar benen en handen vast getapet. Het slachtoffer heeft verklaard dat de tape helemaal om haar lichaam heen ging. Zij werd op de grond gegooid en lag vastgetapet op de grond tegen de verwarming. Zo is zij achtergelaten. Toen de daders vertrokken heeft zij zichzelf op wonderbaarlijke wijze uit het huis kunnen bevrijden. Zij heeft vervolgens de aandacht van een buurman weten te trekken en deze is haar te hulp geschoten. Direct werd ook de politie ingeschakeld. Er blijkt veel te zijn meegenomen door de overvallers, onder meer goud en sieraden.

Het slachtoffer doet dezelfde dag nog aangifte en geeft dan een helder en gedetailleerd signalement van de daders op.

Dader 1 omschrijft zij als een blanke man, donker haar, volgens haar kort, 28 tot 30 jaar, breed postuur, groter dan 1.76 meter, donkere kleding.

Dader 2 omschrijft zij als een beetje bruin, misschien bruin of getint van de zon, donker, kort haar, jonger dan dader 1, moeilijk om een leeftijd te schatten, behoorlijk groot, net zo groot als de andere, smaller dan de eerste man, ook deze man had donkere kleding aan.

Tijdens het aanvullende verhoor op 24 september 2015 verklaart zij dat de man die haar tapete donkere kleding droeg en zwart kort haar had. Het was een blanke man met een gedekt kapsel.

Zowel de politie, het ambulancepersoneel als de buurman zijn bezig geweest de ducttape te verwijderen. De tape, in totaal negen meter, wordt naar het NFI gestuurd. Op de tape wordt een DNA-profiel en een DNA-mengprofiel aangetroffen. Uit een rapport van het NFI blijkt dat beide (meng)profielen op 11 en 27 november 2015 zijn opgenomen in - en vergeleken met - de DNA-databank. Daarbij zijn matches gevonden met het DNA-profiel van verdachte. Uit het relaas proces-verbaal forensisch onderzoek, zoals dat is opgenomen vanaf p. 131 van het dossier, alsmede uit het herzien rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek, gedateerd 31 mei 2016, met de bijlage daarbij, blijkt dat de politie reeds op 4 december 2015 op de hoogte is gesteld van het bestaan van een match met het DNA-profiel van verdachte op de veiliggestelde ducttape. Nadien wordt er aanvullend DNA- en zogenoemd ‘souche-onderzoek’ gedaan op de verschillende tape fragmenten. Het resultaat van de onderzoeken is uiteindelijk dat bij de bemonsteringen van de tape op vijf locaties DNA is aangetroffen van verdachte.

Eerst op 27 maart 2017 wordt verdachte aangehouden, verhoord en in verzekering gesteld. Verdachte ontkent elke betrokkenheid bij de overval en is dit gedurende de gehele strafprocedure blijven doen. Wat opvalt is de huidskleur van verdachte, die hijzelf omschrijft als ‘pikzwart’. Het hof stelt vast dat verdachte inderdaad een zeer donkere tot zwarte huidskleur heeft.

In hoger beroep is, naar aanleiding van het tussenarrest van dit hof van 20 februari 2020, nader onderzoek verricht. Onder meer is door [naam] , hoogleraar neuropsychologie en recht, op 9 december 2020 gerapporteerd over de betrouwbaarheid van de waarnemingen van het slachtoffer wat betreft de door haar verschafte signalementen van de beide daders. De deskundige beschrijft welke factoren van belang zijn bij een accurate herinnering. De dader moet goed kunnen zijn waargenomen. Daarnaast speelt het verstrijken van tijd tussen waarneming en verklaring een rol. Hogere leeftijd en neurologische problemen kunnen eveneens effect hebben op wat het slachtoffer meent te hebben waargenomen. De deskundige concludeert dat er voldoende licht was om de daders goed te kunnen waarnemen en dat tijdsverloop geen rol heeft gespeeld, omdat het slachtoffer enkele uren na de overval heeft verklaard. Anderzijds kan de hogere leeftijd van het slachtoffer en het feit dat er in juni 2016 een hersenkneuzing bij haar is vastgesteld de accuraatheid van haar herinnering aangetast hebben. De deskundige concludeert dat het door deze factoren mogelijk is dat er fouten in het signalement zijn geslopen.

Het hof stelt voorop dat sprake is van een afschuwwekkend feit waaronder het slachtoffer ernstig te lijden heeft gehad. Het slachtoffer is inmiddels overleden. Onder meer uit de door slachtofferhulp ter terechtzitting van het gerechtshof voorgelezen slachtofferverklaring blijkt de grote impact die het feit op het verdere leven van het slachtoffer heeft gehad.

Tegelijkertijd is het hof van oordeel dat het onderzoek naar het feit op verschillende vlakken ernstige tekortkomingen vertoont. Zo is verdachte pas anderhalf jaar nadat hij middels de DNA-databank als verdachte in beeld kwam, aangehouden en verhoord. Vanaf 4 december 2015, de datum waarop de ‘match’ met verdachte bekend werd, tot diens aanhouding op 27 maart 2017 lijkt het aanvullend technische onderzoek enkel in het teken te hebben gestaan van het vergaren van nader bewijs tegen verdachte. Gedurende het verstrijken van de tijd zijn andere aanknopingspunten in het dossier om de zaak op te lossen niet aangegrepen voor nader onderzoek, terwijl de verdachte intussen in de mogelijkheid om zich achteraf te verweren tegen het zich tegen hem kerende bewijs in ernstige mate door deze gang van zaken is beperkt. Dat iemand zich na zo’n lange periode niet meer kan herinneren waar hij zich op een bepaald moment heeft bevonden, acht het hof meer dan voorstelbaar.

Omtrent de mogelijke betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde overweegt het hof verder als volgt.

Hoewel het aangetroffen DNA-spoor weliswaar een sterke aanwijzing voor die betrokkenheid is, is dat ook het enige bewijsmiddel dat verdachte aan de overval verbindt. Overig (aanvullend) bewijs voor betrokkenheid van verdachte heeft het opsporingsonderzoek niet opgeleverd.

Het bij de bemonstering van de tape-delen op vijf locaties aangetroffen DNA van verdachte is door de NFI-deskundige beschouwd onder de volgende hypothesen:

Hypothese 1: [verdachte] heeft het slachtoffer vastgebonden met de tape.

Hypothese 2: Een onbekende persoon heeft het slachtoffer vastgebonden met de tape; [verdachte] heeft niets met het delict te maken (d.w.z. geen betrokkenheid bij het vastbinden van het slachtoffer en geen aanwezigheid ten tijde van het incident).

De deskundige concludeert dat de resultaten van het onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek waarschijnlijker zijn als hypothese 1 waar is dan als hypothese 2 waar is.

De kans op het waarnemen van de onderzoeksresultaten is dan 10 tot 100 keer groter in geval hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.

De verbale term ‘waarschijnlijker’ – zo vervolgt de deskundige – is afkomstig uit een standaard reeks van termen. Deze definities worden uitgedrukt in navolgende ordegroottes:

Verbale term

Ordegrootte bewijskracht

Ongeveer even waarschijnlijk

1-2

Iets waarschijnlijker

2-10

Waarschijnlijker

10-100

Veel waarschijnlijker

100-10.000

Zeer veel waarschijnlijker

10.000-1.000.000

Extreem veel waarschijnlijker

>1.000.000

De deskundige tekent daarbij aan dat de aangegeven conclusie niet de kans weergeeft dat een bepaalde hypothese waar is. Die kans hangt namelijk ook af van overig bewijs en informatie buiten het forensisch expertiseterrein en valt daardoor buiten de reikwijdte van het rapport.

Door de deskundige wordt er nog op gewezen dat de bewijskracht van hypothese 1 (veel) groter zou uitvallen wanneer - anders dan de verdachte heeft verklaard - de ducttape niet over de gehele lengte eerder is gebruikt

Het hof stelt vast dat naast de ordegrootte van de bewijskracht van hypothese 1 ten opzichte van hypothese 2 zich in het dossier een sterke contra-indicatie bevindt voor de betrokkenheid van verdachte aan het ten laste gelegde feit. Verdachte past namelijk niet in het signalement dat aangeefster op de dag van de overval gaf. De huidskleur van de beschreven daders is absoluut onverenigbaar met de huidskleur van verdachte. Prof. Jelicic heeft verklaard dat het mogelijk is dat er fouten in het door aangeefster omschreven signalement zijn geslopen. Daarbij is echter geen mate van waarschijnlijkheid voor dat de verklaring niet accuraat is, opgenomen. Ook heeft aangeefster over de gang van zaken tijdens het feit gedetailleerd en op de belangrijkste punten telkens consistent verklaard. Er zijn derhalve onvoldoende aanknopingspunten voor het hof om aan te nemen dat het slachtoffer niet juist heeft waargenomen of niet juist heeft verklaard over wat zij heeft waargenomen. Het hof acht de verklaringen van aangeefster om die reden betrouwbaar. Het hof acht de verklaring van aangeefster omtrent het signalement van de personen die haar hebben aangevallen dermate zwaarwegend dat er gerede twijfel rijst over de vraag of verdachte de persoon is die kan worden aangemerkt als strafbare dader. Het hof concludeert - ook in het geval zwaarder gewicht zou moeten worden toegekend aan de aangetroffen DNA-sporen - dat het daderschap van verdachte niet boven redelijke twijfel verheven is en spreekt hem vrij van hetgeen hem verweten wordt.

De vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. De vordering betreft de immateriële schade en bedraagt

€12.000,-. In hoger beroep heeft de benadeelde partij haar vordering gehandhaafd.

De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de schade is veroorzaakt. De vordering van de benadeelde partij wordt om die reden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij] tot schadevergoeding af.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. L.T. Wemes, voorzitter,

mr. W. Foppen en mr. T.H. Bosma, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier,

en op 7 januari 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mrs. Foppen en mr. Bosma zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.