Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2022:7483

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-08-2022
Datum publicatie
01-09-2022
Zaaknummer
200.307.839
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking over de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling. Het hof behoudt de zorgregeling, waarbij de GI de opdracht krijgt om het contact tussen de moeder en het kind uit te breiden. Het hof wijst de GI op zijn verantwoordelijkheid in de uitvoering van de ondertoezichtstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.307.839

(zaaknummer rechtbank Gelderland 388199)

beschikking van 30 augustus 2022

inzake

[verzoeker] ,

wonende in [woonplaats1] ,

verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder,

advocaat: mr. L.L. van Dijk,

en

[verweerder] ,

wonende in [woonplaats2] ,

verweerder in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. J.L. Vermeer.

Als informant wordt aangemerkt:

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland,

gevestigd in Arnhem,

verder te noemen: de GI.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 9 december 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (verder te noemen: de bestreden beschikking).

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het beroepschrift met producties, binnengekomen op 8 maart 2022;

  • -

    het verweerschrift en

  • -

    een journaalbericht van mr. Van Dijk van 28 juli 2022 met productie.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op plaatsgevonden op 9 augustus 2022. Daarbij waren aanwezig:

  • -

    de moeder met haar advocaat;

  • -

    de vader met zijn advocaat;

  • -

    een vertegenwoordiger aan de GI;

  • -

    een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad).

3 De feiten

3.1

De vader en de moeder hebben een relatie gehad. Zij zijn de ouders van [de minderjarige] , die is geboren [in] 2017 (verder: [de minderjarige] ). De vader heeft [de minderjarige] erkend. De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige] .

3.2

[de minderjarige] woont sinds mei 2021 bij de vader in het huis waar hij is opgegroeid, nadat hij met de moeder in april 2021 een paar weken elders heeft verbleven.

3.3

[de minderjarige] staat sinds 22 november 2021 onder toezicht van de GI. De ondertoezichtstelling geldt tot 22 november 2022.

4 De omvang van het geschil

4.1

In de bestreden beschikking heeft de rechtbank:

  • -

    de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader bepaald;

  • -

    een zorgregeling vastgesteld waarbij de moeder en [de minderjarige] elkaar eens in de twee weken zien onder begeleiding, met een opbouw naar eens in de week onder begeleiding, waarbij de gezinsvoogd het tempo bepaalt, en

  • -

    de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4.2

De moeder is met twee grieven in hoger beroep gekomen. De grieven zien op de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling. De moeder verzoekt het hof – na aanvulling van haar verzoek ter gelegenheid van de mondelinge behandeling – om voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de bestreden beschikking te vernietigen en:

Primair

  • -

    de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder te bepalen en

  • -

    een zorgregeling vast te stellen, waarbij [de minderjarige] eens in de twee weken van vrijdag 16.00 uur tot zondag 17.30 uur bij de vader verblijft en de helft van de vakanties en feestdagen, te bepalen in onderling overleg, althans een zorgregeling vast te stellen die het hof juist vindt;

  • -

    kosten rechtens;

Subsidiair

- indien het hof de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] ongewijzigd laat, een zorgregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige] ieder weekend van vrijdag 17.30 uur tot zondag 17.30 uur bij de moeder verblijft, alsmede gedurende de helft van alle vakanties en feestdagen (in onderling overleg te bepalen).

4.3

De vader voert verweer en vraagt het hof om de verzoeken van de moeder af te wijzen.

5 De motivering van de beslissing

5.1

De ouders hebben samen het gezag. Op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen over de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan gaan over de hoofdverblijfplaats van en/of de zorgregeling voor het kind. De rechter kijkt dan naar alle omstandigheden van het geval en neemt een beslissing die hij in het belang van het kind wenselijk vindt.

Hoofdverblijfplaats

5.2

Het hof is van oordeel dat [de minderjarige] het best bij de vader kan blijven wonen. Het gaat goed met [de minderjarige] . Hij verblijft bij de vader in een stabiele en vertrouwde omgeving, waar hij het grootste deel van zijn leven gewoond heeft. . [de minderjarige] heeft beter leren praten en hoeft daardoor minder vaak naar logopedie. Daarnaast is hij zindelijk geworden. De vader heeft verteld dat [de minderjarige] het goed doet op school en zowel op school als in de buurt vriendjes heeft om mee te spelen. [de minderjarige] heeft er baat bij dat de situatie blijft zoals die nu is. Het is daarom in zijn belang om de hoofdverblijfplaats nu niet te wijzigen. Daarom wijst het hof het verzoek van de moeder tot wijziging van de hoofdverblijfplaats af.

Zorgregeling

5.3

Het hof is van oordeel dat het in [de minderjarige] belang is dat het contact tussen [de minderjarige] en de moeder wordt uitgebreid. De moeder heeft verteld dat zij [de minderjarige] nu twee uur per week ziet, onder begeleiding. De GI heeft verteld dat [de minderjarige] goed reageert op het contact met de moeder. Het hof leest dit ook terug in de verslagen van [naam1] . De GI ziet daarom mogelijkheden om het contact uit te breiden.

5.4

Het hof is echter van oordeel dat het contact tussen de moeder en [de minderjarige] niet nu al onbegeleid kan plaatsvinden en ook niet in de omvang zoals moeder verzoekt. Het is belangrijk dat de situatie van de moeder ook stabiel en veilig is voor [de minderjarige] , voordat [de minderjarige] zonder begeleiding bij de moeder kan verblijven. De thuissituatie van de moeder is een tijd niet stabiel geweest. Nadat zij plotseling naar [woonplaats1] was verhuisd, heeft zij op verschillende plekken verbleven. De moeder heeft verteld dat zij inmiddels eigen woonruimte heeft. De GI heeft daarover nog geen duidelijkheid.

5.5

Het hof deelt de visie van de raad dat nu te weinig zicht is op de situatie bij de moeder en het is aan de GI nu zo snel mogelijk zicht te krijgen op de thuissituatie van de moeder. Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] op dit moment niet daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De gezinsvoogd is per 1 juli 2021 gestopt en de GI heeft nog geen nieuwe gezinsvoogd kunnen vinden. Daardoor heeft de GI sindsdien geen stappen kunnen zetten in mogelijke uitbreiding van het contact tussen [de minderjarige] en de moeder. Dit vindt het hof zorgelijk: deze gang van zaken bij de GI belemmert de uitbreiding van de omgang en dat kan schadelijk zijn voor de band tussen [de minderjarige] en de moeder en daarmee ook voor de ontwikkeling van [de minderjarige] .

5.6

Het hof wijst het primaire en het subsidiaire verzoek van de moeder over de zorgregeling af. Dat betekent dat de huidige zorgregeling, waarbij [de minderjarige] en de moeder minimaal twee uur per week begeleid contact met elkaar hebben blijft bestaan. Naar het oordeel van het hof is dat een minimum en dient het contact onder regie van de GI te worden uitgebreid. Gestreefd dient te worden naar een onbegeleide zorgregeling van een weekeinde per veertien dagen en een gelijke verdeling van vakanties en feestdagen. De GI beoordeelt wanneer het contact onbegeleid kan plaatsvinden en op welke wijze uitbreiding vorm en inhoud krijgt. Daarbij is steeds leidend wat het meest in het belang van [de minderjarige] is. Het hof merkt hierbij op dat van de GI verwacht mag worden dat zij steeds inzet op het maximaal haalbare contact. Het hof zal de bestreden beschikking ook voor wat betreft de zorgregeling bekrachtigen.

Proceskosten

5.7

Het hof zal beslissen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

6 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 9 december 2021

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mrs. I.G.M.T. Weijers-van der Marck, J.B. de Groot en A.L.H. Ernes, bijgestaan door mr. L.M. de Wit als griffier en is op 30 augustus 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.