Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2022:5917

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-07-2022
Datum publicatie
25-07-2022
Zaaknummer
Wahv 200.297.101/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij verplicht gebruik van de rijbaan door snorfietsers is een helm verplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.297.101/01

CJIB-nummer

: 234118634

Uitspraak d.d.

: 12 juli 2022

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 22 juni 2021, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “bestuurder/passagier snorfiets op rijbaan draagt geen goedgekeurde, goedpassende deugdelijk bevestigde helm”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 juni 2020 om 18.02 uur op de Van Baerlestraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De betrokkene voert aan dat de bijzondere omstandigheden waarom ze geen helm kon dragen zijn aangegeven in haar beroep. Ook is het dragen van een helm in Amsterdam niet verplicht op een snorfiets. Het verplicht dragen van een helm is in Nederland nog niet ingevoerd en vastgelegd, zodat dit geen strafbaar feit is. Daarnaast heeft de betrokkene op dit moment geen geld.

3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene de gedraging niet ontkent, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

4. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 60, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), dat luidt:
“De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen zonder gesloten carrosserie moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, zesde lid van de wet.”

5. Verder is van belang wat is bepaald in artikel 60, tweede lid aanhef en onder a, van het RVV 1990:
“Het eerste lid geldt niet voor: a. de bestuurders en de passagiers van een snorfiets, behoudens wanneer artikel 5, achtste lid, van toepassing is.”

6. Artikel 5, achtste lid, van het RVV 1990, luidt:

“Bestuurders van snorfietsen gebruiken de rijbaan indien dit bij verkeersbesluit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, is bepaald en bij het verkeersteken dat het verplichte fietspad aangeeft een onderbord dit aanduidt.”

7. Uit het samenstel van de voorgaande bepalingen volgt dat onder omstandigheden, namelijk bij het rijden op de rijbaan zoals hier aan de orde, het dragen van een helm voor bestuurders en passagiers van een snorfiets verplicht is. De grond dat het verplicht dragen van een helm nog niet is ingevoerd in Nederland, faalt.

8. Eerder is namens de betrokkene aangevoerd dat de betrokkene bij de staandehouding heeft aangegeven dat ze haar helm ging ophalen, omdat ze die tijdens het gespannen verhoor was vergeten op het kantoor op een afstand van minder dan 2 kilometer. Omdat ze in verband met diefstal de scooter niet kon achterlaten, heeft ze besloten op de scooter de helm op te halen. De ambtenaar heeft met die omstandigheden geen rekening gehouden. Het hof stelt echter vast dat in het zaakoverzicht als verklaring van de betrokkene, nadat haar de cautie was verleend, is opgenomen dat haar helm gestolen was en ze nog geen tijd heeft gehad om een nieuwe te kopen.

9. Los van de omstandigheid dat de tegenstrijdige verklaringen leiden tot twijfel aan de betrouwbaarheid daarvan, kunnen beide opgegeven redenen de betrokkene niet baten. Zowel bij diefstal van de helm als het vergeten ervan, staat het de betrokkene niet vrij om van de regelgeving af te wijken. Bij gebrek aan een helm had de betrokkene niet met haar snorfiets gebruik moeten maken van de rijbaan en, indien zij ter plaatste verplicht was met de snorfiets gebruik te maken van de rijbaan, had zij een andere vorm van transport kunnen kiezen of mogelijk een helm kunnen lenen.

10. Het hof overweegt verder dat op grond van artikel 2, derde lid, van de Wahv de hoogte van de sanctie voor elke gedraging is vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.

11. Naar het oordeel van het hof is er in het onderhavige geval geen sprake van bijzondere omstandigheden als vorenbedoeld. Namens de betrokkene is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het bedrag van de sanctie onevenredig zwaar moet worden geacht.

12. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter.

Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.