Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2022:5913

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-07-2022
Datum publicatie
13-07-2022
Zaaknummer
21-002305-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte voor uitlokking van meerdere bedreigingen en brandstichtingen tot een gevangenisstraf voor de duur van 88 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002305-21

Uitspraak d.d.: 12 juli 2022

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 12 mei 2021

met parketnummer 16-051727-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

thans verblijvende in P.I. [PI] .

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 juni 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. A.S. van der Biezen, naar voren is gebracht.

Het hof heeft daarnaast kennisgenomen van hetgeen mr. F.A. ten Berge, raadsvrouw van de benadeelde partijen [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] en

[slachtoffer] , naar voren heeft gebracht en van hetgeen door [slachtoffer] in het kader van het spreekrecht naar voren is gebracht. Tevens heeft het hof kennisgenomen van hetgeen door mr. N. Greven namens de benadeelde partijen [slachtoffer] ,

W.J. [slachtoffer] -van den Broek en [benadeelde] naar voren is gebracht en van hetgeen door W.J. [slachtoffer] -van den Broek in het kader van het spreekrecht naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een deels andere bewezenverklaring en een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:

1. primair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 9 december 2019 te Zeist tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich, [slachtoffer] en/of haar familieleden, (schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde), heeft bedreigd met

- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of

- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door in de brievenbus van de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) een brief achter te laten met daarin de tekst: “Dit is de eerste en laatste waarschuwing, je pa moet aan zijn verplichtingen voldoen. Zo niet dan volgen er ergere consequenties. Dit is pas het begin. Met vriendelijke groet, kusjes”,

en/of waarbij na het achterlaten van deze brief brand is gesticht bij deze woning, welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met de medeverdachten, althans een van hen en/of

- (een van) hen ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- (een van) hen daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] ;

1. subsidiair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 9 december 2019 te Zeist tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich, [slachtoffer] en/of haar familieleden, (schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde), heeft bedreigd met

- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of

- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting, door in de brievenbus van de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) een brief achter te laten met daarin de tekst: “Dit is de eerste en laatste waarschuwing, je pa moet aan zijn verplichtingen voldoen. Zo niet dan volgen er ergere consequenties. Dit is pas het begin. Met vriendelijke groet, kusjes”, en/of waarbij na het achterlaten van deze brief brand is gesticht bij deze woning,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest door die medeverdachten, althans een van hen, in de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland inlichtingen te verschaffen door (een van) hen de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] te verstrekken;

2. primair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 9 december 2019 te Zeist tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich, opzettelijk brand heeft/hebben gesticht aan de carport gelegen bij de woning [adres] en/of

aan de auto’s geparkeerd in de carport behorende bij de woning gelegen aan [adres] , immers hebben verdachten tezamen en in vereniging,

althans ieder voor zich, toen aldaar opzettelijk een fakkel, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een hoeveelheid benzine,

althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan brand is ontstaan en/of die carport en/of de daarin/daarbij geparkeerde auto’s en/of de/het in die auto’s aanwezige goed(eren) geheel of gedeeltelijk s/zijn verbrand,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor de goederen in voornoemde auto en/of andere zich in de nabije omgeving bevindende auto’s en/of goederen,

in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was,

welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met de medeverdachten, althans een van hen en/of

- ( een van) hen ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- ( een van) hen ten behoeve hiervan te vragen om die carport en/of schutting in de brand te steken en/of

- ( een van) hen daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] ;

2. subsidiair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 9 december 2019 te Zeist tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich, opzettelijk brand heeft/hebben gesticht aan de carport gelegen bij de woning [adres] en/of aan de auto’s geparkeerd in de carport behorende bij de woning gelegen aan [adres] ,

immers hebben verdachten tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich,

toen aldaar opzettelijk een fakkel, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een hoeveelheid benzine, althans met (een) brandbare stof(fen),

ten gevolge waarvan brand is ontstaan en/of die carport en/of de daarin/daarbij geparkeerde auto’s en/of de/het in die auto’s aanwezige goed(eren) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor de goederen in voornoemde auto en/of andere zich in de nabije omgeving bevindende auto’s en/of goederen,

in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest door die medeverdachten, althans een van hen, in de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland inlichtingen te verschaffen door (een van) hen de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] te verstrekken;

3. primair
medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 11 december 2019 te Emmeloord

tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich,

opzettelijk brand heeft/hebben gesticht aan de voordeur en/of gevel behorende

bij de woning(en) gelegen aan [adres] ,

immers hebben verdachten tezamen en in vereniging, althans (ieder) voor zich,

toen aldaar opzettelijk een fakkel, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een hoeveelheid benzine, althans met (een) brandbare stof(fen),

ten gevolge waarvan brand is ontstaan en/of die deur en/of de gevel van het voornoemde pand is/zijn verbrand,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor de daarnaast gelegen woningen gelegen aan [adres] en/of voor andere zich in de nabije omgeving bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen,

te duchten was en/of levensgevaar voor [slachtoffer] en/of de op dat moment aanwezige bewoners van de naastgelegen woningen,

in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer] en/of de bewoners van naastgelegen panden, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was,

welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met die medeverdachten, althans een van hen, en/of

- (een van) hen ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- (een van) hen ten behoeve hiervan te vragen om bij dat pand brand te stichten en/of

- (een van) hen daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] ;

3. subsidiair
medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 11 december 2019 te Emmeloord

tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich,

opzettelijk brand heeft/hebben gesticht aan de voordeur en/of gevel behorende

bij de woning(en) gelegen aan [adres] ,

immers hebben verdachten tezamen en in vereniging, althans (ieder) voor zich,

toen aldaar opzettelijk een fakkel, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een hoeveelheid benzine, althans met (een) brandbare stof(fen),

ten gevolge waarvan brand is ontstaan en/of die deur en/of de gevel van het voornoemde pand is/zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de daarnaast gelegen woningen gelegen aan [adres] en/of

voor andere zich in de nabije omgeving bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was en/of levensgevaar voor [slachtoffer] en/of de op dat moment aanwezige bewoners van de naastgelegen woningen,

in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer] en/of de bewoners van naastgelegen panden, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest door die medeverdachten, althans een van hen, in de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland inlichtingen te verschaffen door (een van) hen de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] te verstrekken;

4. primair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] op of omstreeks

13 december 2019 te Zeist tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans ieder voor zich, ter uitvoering van het door [medeverdachte] en/of [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen,

opzettelijk brand te stichten in/aan een woning gelegen aan de [adres] ,

met dat opzet naar voornoemde woning zijn toegegaan en/of (vervolgens) de ruit in de voordeur van die woning heeft/hebben vernield en/of twee plastic flessen met benzine, althans een brandbare vloeistof, naar binnen heeft/hebben gegooid en/of voor de voordeur een fakkel heeft/hebben aangestoken, en daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de in die woning aanwezig inboedel en/of de omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor [slachtoffer] en/of haar huisgenoten/gezinsleden,

in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] en/of haar huisgenoten/gezinsleden,

in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 13 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met die [medeverdachte] en/of [medeverdachte] en/of

- (een van) hen ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- (een van) hen ten behoeve hiervan te vragen om die woning in de brand te steken en/of

- (een van) hen daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] ;

4. subsidiair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] op of omstreeks

13 december 2019 te Zeist tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans ieder voor zich, ter uitvoering van het door [medeverdachte] en/of [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen,

opzettelijk brand te stichten in/aan een woning gelegen aan de [adres] ,

met dat opzet naar voornoemde woning zijn toegegaan en/of (vervolgens) de ruit in de voordeur van die woning heeft/hebben vernield en/of twee plastic flessen met benzine, althans een brandbare vloeistof, naar binnen heeft/hebben gegooid en/of voor de voordeur een fakkel heeft/hebben aangestoken, en daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de in die woning aanwezig inboedel en/of de omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor [slachtoffer] en/of haar huisgenoten/gezinsleden,

in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] en/of haar huisgenoten/gezinsleden,

in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest door die medeverdachten, althans een van hen, in de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland inlichtingen te verschaffen door (een van) hen de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] te verstrekken;

5. primair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 20 december 209 te Emmeloord tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich, [slachtoffer] en/of

[slachtoffer] , (schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde),

heeft bedreigd met

- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of

- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door in de brievenbus van de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) een brief achter te laten met daarin de tekst:

“U heeft al een aantal waarschuwingen gehad. Dit is de enigste en allerlaatste waarschuwing. Om u verplichtingen te voldoen. Dit is het bedrag van EUR 700.000 dat je terug moet betalen. Doet u dat niet dan beginnen wij met iedereen om u heen. En u als laatste”,

en/of bij welke brief een kogel was gevoegd en/of waarbij na het achterlaten van deze brief brand is gesticht (na)bij deze woning,

welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met de medeverdachten, althans een van hen en/of,

- (een van) hen ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op

[slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- (een van) hen daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] en [slachtoffer] ;

5. subsidiair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 20 december 2019 te Emmeloord tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich,

[slachtoffer] en/of [slachtoffer] , (schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde), heeft bedreigd met

- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of

- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door in de brievenbus van de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) een brief achter te laten met daarin de tekst:

“U heeft al een aantal waarschuwingen gehad. Dit is de enigste en allerlaatste waarschuwing. Om u verplichtingen te voldoen. Dit is het bedrag van EUR 700.000 dat je terug moet betalen. Doet u dat niet dan beginnen wij met iedereen om u heen. En u als laatste”,

en/of bij welke brief een kogel was gevoegd en/of waarbij na het achterlaten van deze brief brand is gesticht (na)bij deze woning,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest door die medeverdachten, althans een van hen, in de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland inlichtingen te verschaffen door (een van) hen de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te verstrekken;

6. primair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 20 december 2019 te Emmeloord tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich,

opzettelijk brand heeft/hebben gesticht aan de heg en/of schutting behorende bij de woning(en) gelegen aan [adres] ,

immers hebben verdachten tezamen en in vereniging, althans voor zich,

toen aldaar opzettelijk een fakkel, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een hoeveelheid benzine, althans met (een) brandbare stof(fen),

ten gevolge waarvan brand is ontstaan en/of die schutting en/of heg en/of gevel van het voornoemde pand is/zijn verbrand,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor andere zich in de nabije omgeving bevindende goederen en/of woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen,

te duchten was,

welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met de medeverdachten, althans een van hen en/of

- (een van hen) ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- (een van) hen daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] ;

6. subsidiair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 20 december 2019 te Emmeloord tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich,

opzettelijk brand heeft/hebben gesticht aan de heg en/of schutting behorende bij de woning(en) gelegen aan [adres] ,

immers hebben verdachten tezamen en in vereniging, althans voor zich,

toen aldaar opzettelijk een fakkel, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een hoeveelheid benzine, althans met (een) brandbare stof(fen),

ten gevolge waarvan brand is ontstaan en/of die schutting en/of heg en/of gevel van het voornoemde pand is/zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor andere zich in de nabije omgeving bevindende goederen en/of woningen,

in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest door die medeverdachten, althans een van hen, in de periode van 1 november 2019 tot en mei 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland inlichtingen te verschaffen door (een van) hen de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] te verstrekken;

7. primair
(tot op heden) een onbekend gebleven medeverdachte(n) op een of meer tijdstippen in de periode van 17 januari 2010 tot en met 19 januari 2020 te Emmeloord,

althans in Nederland, [slachtoffer] en/of [slachtoffer] heeft bedreigd met:

- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of

- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door op 17 januari 2020:

- via de telefoon tegen die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te zeggen dat hij direct en wel binnen 2 dagen geld moest betalen aan [verdachte] , zoniet, dan konden zij hun dochter in Zeist wel binnenkort begraven en/of

dat zij de panden in [adres] ook even zouden aanpakken en/of

- via de telefoon een bericht aan die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te sturen met de tekst: “Heb mij bedacht, regel het vandaag maar, wil 7 ton op rekening zien anders gebeurd er wat ik je zei.” en/of

- via de telefoon tegen die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te zeggen “Regel het vandaag met [verdachte] . Heb geen zin om uit het buitenland te komen. Als je het niet regelt komen we naar je toe. Die camera’s doen ons niks. Wij zijn met 2 groepen en komen bij je langs op [adres] .”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of

door op 18 januari 2020 via de telefoon tegen die [slachtoffer] en/of

[slachtoffer] te zeggen: “betalen aan [verdachte] , zo niet dan ga je zien wat er gebeurd”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of

door op 19 januari via de telefoon een bericht aan die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te sturen met de tekst: “Heb mij bedacht, regel het vandaag maar, wil 7 ton op rekening zien anders gebeurd er wat ik je zei” en/of “Vuile hond je weet wat je moet doen gisteren bij je dochter was een voor proef doe wat je is gezegt 7 ton tiktak de tijd dringt”,

welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 16 januari 2020 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met die onbekend gebleven medeverdachte(n) en/of

- hem/haar/hen ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- hem/haar/hen daarvoor te voorzien van de adres-, persoons- en telefoniegegevens van [slachtoffer] en [slachtoffer] ;

7. subsidiair
(tot op heden) een onbekend gebleven medeverdachte(n) op een of meer tijdstippen in de periode van 17 januari 2010 tot en met 19 januari 2020 te Emmeloord,

althans in Nederland, [slachtoffer] en/of [slachtoffer] heeft bedreigd met:

- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of

- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door op 17 januari 2020:

- via de telefoon tegen die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te zeggen dat hij direct en wel binnen 2 dagen geld moest betalen aan [verdachte] , zoniet, dan konden zij hun dochter in Zeist wel binnenkort begraven en/of dat zij de panden in [adres] ook even zouden aanpakken en/of

- via de telefoon een bericht aan die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te sturen met de tekst: “Heb mij bedacht, regel het vandaag maar, wil 7 ton op rekening zien anders gebeurd er wat ik je zei.” en/of

- via de telefoon tegen die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te zeggen “Regel het vandaag met [verdachte] . Heb geen zin om uit het buitenland te komen, Als je het niet regelt komen we naar je toe. Die camera’s doen ons niks. Wij zijn met 2 groepen en komen bij je langs op [adres] .”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of

door op 18 januari 2020 via de telefoon tegen die [slachtoffer] en/of

[slachtoffer] te zeggen: “betalen aan [verdachte] , zo niet dan ga je zien wat er gebeurd”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of

door op 19 januari via de telefoon een bericht aan die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te sturen met de tekst: “Heb mij bedacht, regel het vandaag maar, wil 7 ton op rekening zien anders gebeurd er wat ik je zei” en/of “Vuile hond je weet wat je moet doen gisteren bij je dochter was een voor proef doe wat je is gezegt 7 ton tiktak de tijd dringt”,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest door die medeverdachte(n), in de periode van 1 november 2019 tot 16 januari 2020 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland inlichtingen te verschaffen door die medeverdachte(n) de adres-, persoons- en telefoniegegevens van [slachtoffer] en [slachtoffer] te verstrekken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak feit 2

Het hof heeft met de advocaat-generaal uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 2 primair en onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt daartoe in het bijzonder dat er weliswaar voorafgaand aan de brandstichting gesproken is tussen verdachte, [medeverdachte] en [medeverdachte] over het bewegen van [slachtoffer] om de vordering te voldoen die verdachte op hem meende te hebben, maar dat niet vast is komen te staan dat het opzet van verdachte daarbij gericht was op de onder 2 tenlastegelegde feiten.

Bewijsmiddelen en overwegingen met betrekking tot het bewijs

Het hof neemt een groot deel van de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen over. De overgenomen delen uit het vonnis van de rechtbank zijn hieronder cursief weergeven. Voor zover daarin rechtbank of zij staat geschreven wordt gerechtshof of hij bedoeld. Het hof vult de bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank op sommige plekken aan, ook omdat het hof, anders dan de rechtbank, wel tot een bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde komt.

Feiten 1 en 3 tot en met 7 1

De aanleiding: conflict tussen [verdachte] en [slachtoffer]

Uit het dossier komt naar voren dat verdachte een zakelijk conflict heeft met [slachtoffer]

.

In 2012 heeft verdachte een lening aangevraagd bij het bedrijf [bedrijf] van [slachtoffer]

. Getuige [getuige] , eigenaar van een incassobureau, heeft verklaard dat

verdachte via een ingewikkelde en ongebruikelijke constructie met een Zwitsers bedrijf van

[slachtoffer] aan waardepapieren kon komen waarmee hij een lening van 3 tot 5

miljoen zou kunnen afsluiten. Verdachte heeft een bedrag van ruim € 150.000 betaald om

deze financiering te kunnen krijgen maar er zijn geen waardepapieren gekocht en geleverd.

Het bedrag dat [verdachte] aan [slachtoffer] heeft (aan)betaald, heeft hij nooit

teruggekregen. 2

Op 25 februari 2020 is op de achterbank van het voertuig van verdachte onder meer een

dossier aangetroffen met de tekst “ [bedrijf] ”. Dit is het bedrijf van [slachtoffer] .

Het dossier is voorzien van een handgeschreven gele post-it sticker waarop staat vermeld:

Inleg 2012 € 195.550,-

Rente, kosten, ellende etc 2018 € 500.000,-

De totale vordering op [bedrijf] bedraagt volgens dit dossier € 695.550,-. In het dossier

worden de personalia van de heer [slachtoffer] en zijn echtgenote mevrouw [slachtoffer]

vermeld. Tevens worden hun telefoonnummers en woonadres in Emmeloord

vermeld. Verder zijn personalia en adresgegevens van de dochter van de heer [slachtoffer] ,

[slachtoffer] , in Zeist vermeld. 3

Verdachte heeft zich in april 2019 gewend tot getuige [getuige] , eigenaar van

incassobureau [bedrijf] , voor een incasso op [slachtoffer] . Er is

door [bedrijf] een brief gestuurd aan [slachtoffer] met daarin een aanmaning tot het betalen van een bedrag van € 703.286,17. 4 [getuige] heeft verdachte ermee

geconfronteerd dat het incassodossier niet haalbaar was. Verdachte heeft toen aangegeven

dat hij wilde dat er heel veel druk opgelegd werd. Het ging specifiek om het onder druk

zetten van de dochter van [slachtoffer] , [slachtoffer] . Op

6 november 2019 heeft [getuige] aan verdachte laten weten dat hij ‘zaken die meer dan

maatschappelijk acceptabele druk nodig hebben’ niet zal uitvoeren en hij heeft toen het

contact met verdachte beëindigd. 5

Uit chatgesprekken tussen [getuige] en verdachte volgt het volgende:

[verdachte] , 7-6-2019: “Hij heeft van 4 man geld gepakt en voor niemand iets geregeld.

En het is nu tijd om af te rekenen.” “Kan je zo meerdere referentie adressen geven om te

checke wie van de [slachtoffer] is.” “De enigste gevoelige snaar is, Zeist!!” “Hij heeft geld gepakt, en nu moet het terug. Its pay time.” “...ga geen jaren procederen.”

[verdachte] , 29-6-2019: “...die auwe gaat liever dood dan van zijn poen af.”

[getuige] , 29-6-2019: “Ja dat geloof ik best maar ik vertrouw op een zwakke plek.” (...)

[verdachte] , 29-6-2019: “Ik denk dat meenemen het beste is”. “Dan weet hij meteen dat

het serieus is.” (...)

[getuige] , 17-7-2019: “Volgende week woensdag mag dochterlief mee.”

[verdachte] , 17-7-2019: “Dat is goed nieuws.”

[getuige] , 6-11-2019: “De zaken die meer dan maatschappelijk acceptabele druk nodig hebben om tot betaling te bewegen zullen wij niet uitvoeren.” 6

Getuige [getuige] heeft tegenover de rechter-commissaris onder meer het volgende

verklaard:

“Ik ben bij [verdachte] thuis geweest. Hij had een vordering die wilde hij

geïncasseerd hebben. Ik heb een heel pakket gekregen. Veel stukken op basis

waarvan het bedrag is opgebouwd. 7 Er zaten allerlei foto’s tussen van [slachtoffer]

. Dat is niet gebruikelijk. Hij had al een heel dossier klaar gemaakt en dat heeft hij in zijn geheel aan mij overhandigd. 8 Een legale incasso was zeker de insteek in eerste instantie. Je moet een partij hebben op wie je kunt verhalen. Dat was een probleem en dat is met [verdachte] besproken. 9 Hij heeft gezegd dat ze meer onder druk gezet moesten worden. Er is wel wat besproken over ontvoering, dat dat mogelijk de enige optie was om druk te zetten. Dat zou gaan om zijn dochter. Er zijn wel dingen besproken om zoiets te gaan doen. Ik heb hem gebeld dat ik hier niet meer aan mee wilde werken en dat dit mijn grens was. 10 Hij wilde dat er heel veel druk gelegd werd. Het ging specifiek om zijn dochter onder druk te zetten. Als je überhaupt al dat soort dingen bespreekt is het voor mij illegaal terrein.” 11

Contacten tussen verdachte en medeverdachten [medeverdachte] en [medeverdachte]

Uit onderzoek van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] blijkt dat op 1 december 2019

het nummer van medeverdachte [medeverdachte] (“ [medeverdachte] ”) is opgeslagen. 12 Medeverdachte [medeverdachte] heeft op 26 november 2020 tegenover de rechter-commissaris verklaard dat hij [medeverdachte] vier weken voor hij werd opgepakt (op 24 december 2019, toevoeging door de rechtbank) heeft leren kennen. 13 Volgens medeverdachte [medeverdachte] heeft hij sinds anderhalve week voor kerst bij [medeverdachte] ( [medeverdachte] ) verbleven. 14

Uit onderzoek van de telefoon van [verdachte] blijkt onder meer de volgende

berichtenwisseling op 29 november 2019 en 30 november 2019 tussen hem en

medeverdachte [medeverdachte] :

[medeverdachte] : Ik weet wel iemand

Alleen beloning als die met geld terugkomt

[verdachte] : Jij snapt hem

[verdachte] : Regel maar een afspraak, dan gaan we in gesprek,

Moeten wel mensen zijn die echt tot gaatje gaan

Hebben er al meer aan gewerkt maar haakte af

Als je mij appt zal ik je vast een document doorsturen

Krijg je een idee van de omvang. 15

Morgen gas d’r op pik, dat we iets verdienen !!!

[medeverdachte] : Ja heb ze al gesproken wij komen sws langs bij jou

We zorgen dat we rond drie uur bij jou zijn.

Ok moet je adres ff geven.

[verdachte] : [adres] .

[medeverdachte] : Ok ok

Je ziet me morgen. 16

Uit onderzoek van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] blijkt dat het nummer

[telefoonnummer] bij hem in gebruik is. Uit de historische verkeersgegevens van dit nummer is

gebleken dat op 01-12-2019 om 15.28/15.29 uur de mastlocatie [mastlocatie] locatie

[adres] aanstraalde. Deze mastlocatie staat in de directe

nabijheid van het adres van verdachte. 17

Uit onderzoek van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] blijkt eveneens de volgende

berichtenwisseling op 1 december 2019 tussen 14:07 uur en 14:29 uur tussen [medeverdachte] en

medeverdachte [medeverdachte] :

[medeverdachte] : Rij ff langs hem dan 18

[medeverdachte] : Ja goed pik [persoon] eerst op dan rijden we ff langs hem, hoor je ons zo 19

staan bij hem voor

[medeverdachte] : OK 20

Uit de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] 21 en van medeverdachte [medeverdachte] 22 blijkt dat zij samen op 8, 12 en 21 december 2019 in Wijk en Aalburg zijn geweest. Dit wordt bevestigd door onderzoek van (de historische verkeersgegevens van) de telefoon van

medeverdachte [medeverdachte] . 23

Telefoonnummer [telefoonnummer]

De politie heeft onderzoek gedaan naar de telefoonnummers die verdachte gebruikt. In een

proces-verbaal wordt daarover onder meer het volgende vermeld:

“Bij de aanhouding had hij een mobiele telefoon, een Apple Iphone 5s bij zich.

In zijn auto werd een tweede telefoon, een Nokia, aangetroffen.

De Iphone 5s was voorzien van een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer] .

Het nummer [telefoonnummer] kwam op meerdere plaatsen in de telefoon voor. Ik zag dat dit nummer onder de User Accounts stond met de gebruikersnaam [verdachte] , gekoppeld aan Whats-app. Verder stond het nummer in de contactlijst onder de naam [verdachte] . 24

In de Call Log was te zien dat dit nummer was gebruikt voor telefoongesprekken via Whats-app met verschillende contacten.

Ik zag dat i[n] Whats-app dit nummer werd gebruikt als contactnummer van [verdachte] (owner) en dat er met dit nummer contact was via Whats-app met vele verschillende contacten.

In een uitgebreide chat met getuige [getuige] werden meerdere berichten met gegevens verstuurd door de gebruiker van [telefoonnummer] , waaronder:

- Op de vraag of hij een afschrift van een brief kan ontvangen geeft de gebruiker het adres [e-mail] door (pagina 583 en 597)

- Kort na dit bericht volgt een bericht met de tekst: "Top brief, kort en zakelijk, zal een hoop onzin op terugkomen". Kennelijk is de brief ontvangen en gelezen door de gebruiker van het genoemde email adres. (pagina 584)

- De gebruiker onderschrijft zijn berichten niet altijd, maar doet dat enkele keren wel met Gr [verdachte] , [verdachte] vr gr [verdachte] of Gr [verdachte] (oa pagina 582 en 586)

- Door [getuige] wordt gevraagd om de gegevens, zoals het thuisadres, van de gebruiker te bevestigen. [getuige] geeft op: [verdachte] , [adres] . De gebruiker antwoordt met: "Ja" en vraagt hoe laat het bezoek zal komen (pagina 611)

- Op de vraag van [getuige] om een bankrekeningnummer geeft gebruiker door:
[iban] 75, [verdachte] (pagina 629)25

In een eerder verhoor van verdachte [verdachte] (van 30 maart 2017) verklaarde [verdachte] onder andere dat hij het telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik had gehad en dat het mailadres [e-mail] van hem was.26

De getuige [getuige] heeft ook verklaard dat hij apps ontving van [verdachte] via het nummer [telefoonnummer] .27

Op basis van het voorgaande gaat het hof, ongeacht de verklaring van de zoon van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat verdachte dit nummer in of na 2015 niet meer in gebruik zou hebben gehad, ervan uit dat verdachte ook na 2015 nog gebruikmaakte van het telefoonnummer dat eindigt op -0471 en daarmee onder meer voornoemde gesprekken voerde met [getuige] .

Overige relevante contacten

Uit de tap op de telefoon van verdachte is onder meer het volgende gesprek op 16 december 2019 met [persoon] ( [persoon] ) naar voren gekomen:

“ [persoon] : Ik denk dat ik morgen in de buurt ben, morgen. Dat ik zelf wel langs rij, overdag. Als ik morgen zelf langs rij en ik bel ook gewoon even aan, zeg ik gewoon; ik moet die en die hebben. Dan weet ik dat hij er is en confronteer ik hem daarmee.

[verdachte] : En wil je dan naar Zeist rijden of naar Emmeloord?

[persoon] : Nee naar Zeist.

[verdachte] : Naar Zeist. Oke want die oude zit in Emmeloord natuurlijk he

[persoon] : ja maar het beste is waar zij zit.” 28

Ten aanzien van de onder 1 tenlastegelegde bedreiging op 9 december 2019 te Zeist

In de aangifte van [slachtoffer] wordt het volgende vermeld, zakelijk weergegeven:

“Ik woon samen met mijn gezin in de tussenwoning [adres] . Ik woon hier met mijn man [slachtoffer] en mijn zonen [kind] en [kind] .

Vannacht, 9 december 2019, omstreeks 01.30 uur, werd ik gewekt door [kind] met de mededeling "Brand". Ik ben direct naar beneden gegaan, heb 112 gebeld, en ik zag toen al dat de carport in brand stond. Ik zag vanuit mijn woning namelijk hele hoge vlammen uit de carport en door de carport deur die toegang geeft naar de achtertuin.” 29

Op maandag 9 december 2019 omstreeks 01:23 uur kwam er een melding binnen bij de

meldkamer van de Brandweer, er werd een uitslaande brand gemeld op het adres [adres] . De brandweer ging ter plaatse en trof een tweetal auto's onder een carport aan die in brand stonden en de dakconstructie van de carport stond ook in brand. De verbalisant die ter plaatse ging zag dat het een carport betrof geplaatst tussen woning [adres] en hij zag dat er twee voertuigen onder het ingestorte dak stonden. Hij zag dat de dakconstructie van de carport van [adres] meer verbrand was dan van het carportdak van [adres] . 30

Gelet op voorafgaande alsmede de aangetroffen situatie zijn volgens de verbalisant twee scenario’s mogelijk.

1: Brandstichting door het bijbrengen van open vuur waardoor de voertuigen zijn gaan

branden en de carport constructie heeft aangetast met vuur.

2: Een technische oorzaak van één van de twee voertuigen waarbij de brand is ontstaan

en de carport heeft aangetast middels vuur.

Beide scenario’s zijn niet te onderbouwen door aangetroffen sporen, dit mede doordat

de brand erg hard heeft gewoed en beide voertuigen totaal uitgebrand waren. Echter

heeft gelet op het brandbeeld er zeer waarschijnlijk een hogere vuurbelasting gezeten

onder de carport van [adres] .

Zowel scenario 1 en 2 zijn niet te bekrachten dan wel te ontkrachtigen.

Aanvulling: in de namiddag van maandag 9 december 2019, werd door de bewoners van [adres] een briefje in de brievenbus aangetroffen met de tekst: Dit is de eerste en laatste waarschuwing je pa moet aan zijn verplichtingen voldoen, zo niet volgen er ergere consequenties. Dit is pas het begin! Met vriendelijke groet, kusjes. (foto 6)

Dit gegeven maakt scenario 1 meer aannemelijker. Dit houdt tevens in dat er sprake is van een gevaarzetting te weten gemeen gevaar voor goederen.31

In het aanvullend verhoor van aangeefster [slachtoffer] wordt het volgende vermeld, zakelijk weergegeven:

“Ik woon in Zeist. Vanmiddag (het hof begrijpt, gelet op de datum van de aangifte: 9 december 2019) zat er in mijn brievenbus één envelop zonder adressering.32 Ik zag dat in de brief de volgende tekst stond:

“Dit is de eerste en laatste waarschuwing je pa moet aan zijn verplichtingen voldoen. Zo niet volgen er ergere consequenties. Dit is pas het begin! Met vriendelijke groet, kusjes.”33

Medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij twee briefjes heeft getypt. Bij een van de briefjes stond er iets met kusjes onder.34

Ten aanzien van de onder 3 tenlastegelegde uitlokking van brandstichting op 11 december 2019 te Emmeloord.

In de aangifte wordt onder meer het volgende vermeld:

“Ik woon aan [adres] . Ik werd omstreeks

01.45

uur wakker van een hard geluid beneden. De politie stond aan de deur te

bonken. Ik keek uit mijn raam en zag dat het huis [adres] in de brand stond. Ik

zag dat de voordeur en de pui aan de rechterkant in de brand stond. Deze woning

verhuren wij aan vier (4) personen.” 35

In een proces-verbaal van de politie wordt onder meer vermeld:

“Op woensdag 11 december 2019 kreeg ik de melding om te gaan naar [adres] in verband met een woningbrand. In eerste instantie werd op bonken en bellen en dergelijke op [adres] niet gereageerd. Nadat de brandweer was gearriveerd ging de voordeur ineens open en zag ik door de rook heen een manspersoon komen lopen, hij gaf aan dat hij in orde was.” 36

In een proces-verbaal van de politie wordt onder meer vermeld:

“Ik vroeg de bewoner van [adres] naar zijn identiteit en hij gaf op te zijn:

[slachtoffer] . De man zei dat hij lag te slapen en wakker werd van

geluid en rook.” 37

Een verbalisant die de camerabeelden van [adres] heeft bekeken heeft

onder meer het volgende gerelateerd:

“Ik zag dat op 11 december 2019 om 01:26:15 uur twee manspersonen aan komen lopen. 38 Persoon B heeft een plastic fles bij zich.

Persoon A heeft in zijn linkerhand een fles. Hij begint de flesdop open te draaien. Persoon B heeft een fles en iets wits in zijn handen. 39 Persoon B begint ook de flesdop open te draaien.

Persoon A leegt de fles op de grond terwijl persoon B de fles leegt tegen de gevel en

voordeur van het pand. Dan loopt persoon B weg waarbij het witte wat hij in zijn

handen heeft losrolt, dit lijkt wcpapier of keukenpapier te zijn, hij gooit zijn fles

weg. 40 Persoon A steekt iets aan. 41 Binnen een seconde vat het vlam en persoon A rent weg. Om 01:27:13 uur staat de voorgevel van de woning in brand.” 42

Uit forensisch onderzoek op [adres] blijkt onder meer het volgende:

“Omschrijving onderzoekslocatie

Ik zag dat rechts naast de voordeur de beplating van de gevel was verwijderd en dat

de isolatie erachter zichtbaar was. Ik zag dat de brand de beplating en de aanwezige struiken had beroerd. Ik zag dat links naast de voordeur tegen het grote raam ook een beroeting zichtbaar was dit was de tweede brandhaard. 43

Bevindingen

Ik zag onder het woonkamerraam een gedeeltelijk versmolten cola fles liggen. Ik zag op het toegangspad onder de bosschages een fakkel liggen. Ik zag dat de voorgevel en bestrating onder het woonkamerraam beroet waren en herkende hierin een zogeheten vloeistofbrand patroon. Ik zag dat rechts naast de voordeur een

brandhaard had gewoed welke een inbranding in de gevel en daar achter gelegen

constructie had veroorzaakt. Ik zag dat de bosschages gedeeltelijk verbrand waren. Ik zag dat in de toilet gelegen op de begane grond de brand door was geslagen door het bediening mechanisme. Middels een gasconcentratiemeter werd door mij vastgesteld dat er een brand versnellende vloeistof werd gebruikt, ik rook een benzine geur.

Samenvatting

Gelet op de aangetroffen situatie is brandstichting meest aannemelijk, met gevaar

voor personen en goederen. Ten tijde van de brand was in de bovengelegen verhuur

kamers een persoon aanwezig, die door de rook en brandhaard naar buiten is gehaald daar er verder geen andere vluchtroutes waren in deze woning doordat de

toegangsdeur naar het kantoor, afgesloten was.” 44

Uit onderzoek naar de bankrekening van medeverdachte [medeverdachte] blijkt onder meer het

volgende:

“Na analyse van de transactiegegevens van bankrekeningnummer [iban] op naam van [medeverdachte] bleek dat op:

11 december 2019 te 00.50 uur voor 30.01 euro brandstof, met de bankpas van

[medeverdachte] , werd afgerekend bij het tankstation van Total op de parkeerplaats

“Lepelaar” op de A6 te Lelystad in de richting van Emmeloord.

(Op 11 december te 01.34 uur werd brand gemeld bij de woning van [slachtoffer] aan de

[adres] . De reis, met een personenauto, van het tankstation van Total aan de A6 in Lelystad naar de [adres]

is 39 KM lang en duurt 40 minuten).” 45

Ten aanzien van de onder 4 tenlastegelegde uitlokking van een poging tot brandstichting op

13 december 2019 te Zeist.

In de aangifte door [slachtoffer] van 13 december 2019 wordt onder meer het

volgende vermeld:

“Vanochtend, op vrijdag 13 december 2019 omstreeks 02.00 uur, is bij ons thuis een ruit van de voordeur ingeslagen en daar zijn twee molotovcocktails door naar binnen gegooid. Er is ook geprobeerd deze molotovcocktails aan te steken. Op de deurmat, direct achter de voordeur, zag ik twee plastic Coca Cola flessen liggen.

Ik zag dat daar een heldere vloeistof in zitten. De hal rook sterk naar benzine of een andere brandbare stof.” 46

Getuige [slachtoffer] heeft onder meer het volgende verklaard:

“Omstreeks 02:00 uur werd ik wakker van glasgerinkel op de begane grond.

Ik zag dat er een gat in de ruit van de voordeur zat. Ik door het gat twee benen achter de voordeur staan. Ik zag ook een oranje gloed achter de voordeur.

Ik heb de slang van de brandblusser door het gat in de ruit gestoken en de brand bij

de voordeur geblust. Ik zag vervolgens dat er twee colaflessen met benzine op de mat lagen. Ik zag dat de benzine er nog uit gulpte. Ik zag toen ik de voordeur opendeed dat er een vuurwerkfakkel voor de deur lag die gebrand had.” 47

In een proces-verbaal van de politie wordt onder meer vermeld:

Ik zag dat de trap naar de bovenverdieping kort op de voordeur zat. Als de flessen

benzine waren gaan branden dan wel ontploft waren was de trap in brand gevlogen

en hadden de aanwezige bewoners niet meer naar beneden gekund (…). 48

Uit onderzoek naar de bankrekening van medeverdachte [medeverdachte] blijkt onder meer het

volgende:

“Na analyse van de transactiegegevens van bankrekeningnummer [iban] op naam van [medeverdachte] bleek dat op:

- 13 december 2019 te 00.12 uur, voor 4.43 euro brandstof werd afgenomen en

afgerekend, met de bankpas van [medeverdachte] , bij betaalautomaat in Tiel.

Dit tijdstip en het bedrag komen overeen met het tijdstip op de gevorderde

camerabeelden van die tankactie en de hoeveelheid brandstof die door [medeverdachte] op

13 december 00.11.44 uur daadwerkelijk afgenomen werd bij de Shell Express aan

de Grotebrugse Grintweg 236 te Tiel.

(Op 13 december 2019 te 02.00 uur werd brand gemeld bij de woning [adres]

. De reis met een personenauto van het tankstation Shell Express in Tiel naar [adres] is 52.5 KM lang en duurt tussen 35 en 45 minuten.)” 49

Medeverdachte [medeverdachte] is door de politie geconfronteerd met de beelden van tanken bij

Shell te Tiel op 13 december 2019 om 00:11.44 uur. Verdachte heeft daarover het volgende

verklaard:

(V = vraag verbalisant

A = antwoord verdachte, toevoeging door de rechtbank)

“Dat is mijn auto en dat ben ik. Ik heb benzine gehaald. 50

V: Even voor de duidelijkheid de jerrycan die wij in de schuur hebben aangetroffen

is dat de jerrycan waar jullie de bewuste avond mee hebben getankt.

A: Ja dat is de jerrycan.” 51

Medeverdachte [medeverdachte] is door de politie geconfronteerd met de beelden van tanken bij

Shell te Tiel op 13 december 2019 om 00:11.44 uur. Medeverdachte [medeverdachte] heeft

daarover het volgende verklaard:

“V: Van wie is die zwarte Volkswagen Golf?

A: Die is van [medeverdachte]

V: Wie zaten er toen in die auto?

A: Volgens mij alleen ik en [medeverdachte] .

V: Wie bestuurde de auto?

A: [medeverdachte]

V: Wie was de bijrijder’? 52

A: Ik” 53

Uit forensisch onderzoek op [adres] blijkt onder meer het volgende:

“Bevindingen

Ik zag aan de voorzijde van de woning een gat in de onderste ruit van de voordeur. Ik zag dat deze ruit was vernield. Het was van buiten naar binnen gebeurd daar het grootste deel van het glas aan de binnenzijde van de woning lag. Ik zag dat de onderste ruit licht was beroet. Door het gat in de ruit, zag ik dat in de hal van de woning twee Coca-Cola flessen lagen. Ik ben de hal van de woning in gegaan en zag dat achter de voordeur twee, voor een deel gevulde, Coca-Cola flessen lagen. In de hal rook ik een sterke petrochemische lucht. Ik vermoedde dat de beiden Coca-Cola flessen waren gevuld met benzine. De doppen van de desbetreffende flessen waren niet aanwezig op de flessen. Tevens lag in de hal achter de voordeur een rol wc papier. De mat in de hal, achter de voordeur, was doordrenkt met de petrochemische vloeistof.

Tijdens een onderzoek in de voortuin van de woning werd door mij een zwart kleurig dopje aangetroffen. Ik zag dat dit een dopje was dat goed paste bij een van de Coca-Cola flessen die in de woning lagen. Ik heb dit dopje veiliggesteld voor eventueel vervolgonderzoek. Ik zag dat er, ter hoogte van de voordeur van de woning, een gebruikte fakkel lag. Ik zag dat de fakkel had gebrand. Aan de rechterzijde van dit plastic lag een blauw kleurig dopje. 54

Interpretatie van bevindingen

Gezien mijn bevindingen kan ik niet anders concluderen dat de verdachte(n) de

bedoeling hebben gehad, met behulp van een ontbrandbare vloeistof en een

ontstoken fakkel brand te stichten in de woning, aan [adres] .

Samenvatting

Door een poging te ondernemen brand te stichten in de voornoemde woning is er

groot gevaar ontstaan voor personen en/of goederen. Gezien het feit dat er in de

woning vier personen aanwezig waren, waarvan er een aantal lagen te slapen, had

een geslaagde brandstichting grote gevolgen kunnen hebben. Doordat de zoon van de familie de fakkel heeft weten te doven is erger voorkomen.

Sporendragers

Goednummer PL0900-2019372837-2543858

SIN AANA1525NL

Bijzonderheden betreft dop van fles

Goednummer PL0900-2019372837-2546713

SIN AANA1522NL

Bijzonderheden Benzine vanuit coca cola fles

Goednummer PL0900-2019372837-2546714

SIN AANA1521NL 55

Bijzonderheden Benzine vanuit coca cola fles

Het NFI heeft de benzine uit de colaflessen op de plaats delict vergeleken met de inhoud van

de jerrycan die op 14 januari 2020 bij de doorzoeking in de schuur van medeverdachte

[medeverdachte] is aangetroffen. Uit dit onderzoek door het NFI blijkt onder meer het volgende:

“De benzine AANA1522NL en AANA1521NL is motorbenzine. 56

Resultaten

Bij de onderlinge vergelijking van de gaschromatografische onderzoeksresultaten

van de jerrycan [AANO5731NL] met die van het vloeistofmonsters [AANA1521NL]

en [AANA1522NL] zijn de volgende waarnemingen gedaan:

- De beide vloeistofmonsters komen op alle onderzochte karakteristieken zeer

goed overeen. 57

Conclusie

De vloeistofmonsters [AANA1521NL] en [AANA1522NL] zijn beide motorbenzine.

In de jerrycan [AAN05731NL] is geen vloeistof aangetroffen. In de damp in de

jerrycan zijn vluchtige stoffen aangetoond die afkomstig zijn van motorbenzine.

Er is een vergelijkend motorbenzine onderzoek uitgevoerd tussen de motorbenzine

in de jerrycan en de vloeistofmonsters [AANA1521NL] en [AANA1522NL]. De

conclusie van het vergelijkend onderzoek wordt geformuleerd aan de hand van de

volgende hypothesen:

Hypothese 1: Het vloeistofmonster [AANA1521NL]/[AANA1522NL] en de

motorbenzine in de jerrycan [AAN05731NL] hebben een gezamenlijke herkomst.

Hypothese 2: Het vloeistofmonster [AANA1521NLL/[AANA1522NL] en de

motorbenzine in de jerrycan [AAN05731NL] hebben geen gezamenlijke herkomst.

Voor beide vloeistofmonsters is de conclusie dat de resultaten van het vergelijkend

onderzoek waarschijnlijker zijn wanneer hypothese 1 waar is dan wanneer hypothese 2 waar is.” 58

Het NFI heeft de dop die is aangetroffen op de plaats delict onderzocht op DNA. Uit dit

onderzoek door het NFI blijkt onder meer het volgende:

“Politie Eenheid Midden-Nederland heeft verzocht om AANA1525NL te onderzoeken op de aanwezigheid van humane biologische sporen en DNA. 59

Resultaten

- Dop AANA1525NL - DNA mengprofiel van minimaal twee personen - DNA kan afkomstig zijn van [medeverdachte] en minimaal één onbekende persoon. 60

Bewijskracht

Ten behoeve van het berekenen bewijskracht van de overeenkomsten tussen het

DNA-profiel van [medeverdachte] en DNA-mengprofiel AANA1525NL#01 zijn de

volgende aannames gedaan:

- bemonstering AANA1525NL#01 bevat DNA van twee personen;

- de onbekende personen in dit mengsel zijn niet onderling (zie hypothese 2) of aan

[medeverdachte] (zie hypothese 1) verwant.

Onder deze aannames zijn de resultaten van het DNA-onderzoek beschouwd onder

het volgende hypothesepaar:

- Hypothese 1: De bemonstering bevat DNA van [medeverdachte] en één willekeurige

onbekende persoon.

- Hypothese 2: De bemonstering bevat DNA van twee willekeurige onbekende personen.

Het verkregen DNA-mengprofiel AANA1525NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is, dan wanneer hypothese 2 waar is.” 61

Een verbalisant heeft over de plaats delict onder meer het volgende gerelateerd:

“Op 13 mei (de rechtbank begrijpt: 13 december) was ik op [adres] .

Op deze locatie was voor de tweede keer in één week tijd brand gesticht. Bij de brand op

13 december 2019 hebben de verdachten(n) twee flessen met een vloeistof naar binnen gegooid.

HAL WONING:

Ik zag op de deurmat een natte wc-rol liggen.

GESPREK AANGEVER:

Ik hoorde aangever zeggen dat er in de woning diverse spullen waren achtergebleven

die niet van haar of haar gezin waren, onder andere een wc-rol.” 62

Ten aanzien van de onder 5 tenlastegelegde uitlokking van bedreiging op 20 december 2019

te Emmeloord.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft tegenover de politie verklaard dat hij de brief heeft getypt. 63

In de aangifte van [slachtoffer] wordt het volgende vermeld, zakelijk weergegeven:

“Ik woon op [adres] . Rond 9 uur (de rechtbank begrijpt gelet op de datum van aangifte: 20 december2019) haalde ik de krant uit de brievenbus. Ik zag dat er een envelop in de brievenbus lag. Ik maakte de envelop open. Met het openen viel er een kogel uit.” 64

In de brief, die als bijlage bij het proces-verbaal is gevoegd, staat:

“U heeft al een aantal waarschuwingen gehad. Dit is de enigste en allerlaatste

waarschuwing. Om uw verplichtingen te voldoen. Dit is dat u het bedrag van

€ 700000,- terug moet betalen. Doet u dat niet dan beginnen wij met iedereen om u

heen. En u als laatste.” 65

Uit camerabeelden blijkt dat op 20 december 2019 omstreeks 01:33:44 uur een brief is

bezorgd op Deltastraat 39. 66

Ten aanzien van de onder 6 tenlastegelegde uitlokking van brandstichting op

20 december 2019 te Emmeloord.

In de aangifte van [slachtoffer] wordt onder meer het volgende vermeld:

“Vandaag werden wij om ongeveer 01.45 uur wakker, ik zag dat de schutting aan de achterzijde van onze woning in de brand stond.” 67

Uit onderzoek naar de bankrekening van medeverdachten [medeverdachte] en [medeverdachte] blijkt

onder meer het volgende:

“Na analyse van de transactiegegevens van bankrekeningnummer

[iban] op naam van [medeverdachte] bleek dat op:

- 19 december 2019 te 22.31 uur voor 40.03 euro brandstof is afgenomen en

afgerekend met de bankpas van [medeverdachte] bij de betaalautomaat te Tiel.

- 19 december 2019 te 22.33 uur voor 7.26 euro brandstof is afgenomen en

afgerekend met de bankpas van [medeverdachte] bij de betaalautomaat te Tiel.

- 20 (cijfer is handgeschreven, toevoeging door de rechtbank) te 00.15 en 00.17 uur

2 aankopen werden gedaan en afgerekend werd met de bankpas van [medeverdachte] , bij het BP tankstation aan de A2 te Beesd (in de richting van Utrecht).

(Op 20 december 2019 om 01.48 uur werd brand gemeld bij de woning aan de

[adres] . De reis met een personenauto van het tankstation Shell Express in Tiel naar [adres] is 137 KM lang en duurt tussen de 1.10 en 1.40 uur. De reis van het tankstation Shell Express in Tiel naar het BP tankstation aan de A2 is 23 KM lang en duurt tussen de 14 en 20 minuten. De reis van het BP tankstation aan de A2 naar [adres] is 114 KM lang en duurt tussen 1 uur en 1.20 uur.)” 68

Uit onderzoek door de politie op de plaats delict blijkt onder meer het volgende:

“Op [adres] brandde de schutting in de achtertuin.

Vermoedelijk heeft de dader een vloeistof onder de tuindeur gespoten en deze

aangestoken, de brand woedde aan de binnenkant van de tuin. De tuindeur was

afgesloten, de dader is niet binnen in de tuin geweest. In de steeg lag een fakkel met

verbrandde kruitresten.” 69

Uit camerabeelden van het pad achter [adres] blijkt het volgende:

“Op 20 december om 01:38 uur kwamen drie manspersonen aan lopen. 70

Persoon A: 2 flessen 71

Persoon B: 1 fles 72

De drie personen lopen uit beeld waarna persoon B terugloopt en met zijn

rechterhand een fles leeggooit over de schutting. 73 Schijnbaar heeft persoon

C de brand ontstoken want wanneer hij wegrent ontstaat er brand.” 74

Medeverdachte [medeverdachte] heeft na het tonen van de camerabeelden verklaard dat hij

verdachte herkent als de persoon die aan het gieten is. 75

Ten aanzien van de onder 7 tenlastegelegde in vereniging plegen van de (telefonische)

bedreigingen in de periode van 17 januari 2020 tot en met 19 januari 2020

In de aangifte van [slachtoffer] wordt onder meer het volgende vermeld:

“Ik doe aangifte van de 3 dreigende telefoongesprekken of berichten die ik

vanochtend op 17 januari 2020 heb ontvangen op mijn mobiele telefoon.

De eerste 2 berichten kreeg is via het telefoonnummer: [telefoonnummer]

Om 11:40 uur belde een man die mij mededeelde:

“dat ik direct en wel binnen 2 dagen geld moest betalen aan [verdachte] ,

Zo niet, dan konden wij onze dochter in Zeist wel binnenkort begraven,

ook zouden ‘zij’ de panden in [adres] even aanpakken.

Om 12:02 uur kreeg ik via hetzelfde nummer: [telefoonnummer] het volgende bericht:

“Heb mij bedacht

regel het vandaag maar

wil 7 ton op rekening zien

anders gebeurd er wat ik je zei.”

Om 13:07 werd ik via mijn telefoon gebeld door een andere man, met het

telefoonnummer: [telefoonnummer]

Deze man deelde mij het volgende mede:

Regel het vandaag met [verdachte] .

Heb geen zin om uit het buitenland te komen.

Als je het niet regelt komen we naar je toe.

Die camera’s doen ons niks.

Wij zijn met 2 groepen en komen bij je langs op [adres] .” 76

In een proces-verbaal van de politie wordt onder meer het volgende vermeld:

“De man vertelde mij dat hij vandaag, 19 januari 2020, was bedreigd door middel

van een bericht op zijn mobiele telefoon. Ik zag op het scherm van de telefoon twee

berichten staan, namelijk een bericht van 17 januari 2020, te 12:02 uur, en een

bericht van 19 januari 2020 te 19:03 uur.

Het eerste bericht, van 17 januari 2020, bevatte de volgende tekst

“Heb mij bedacht regel het maar vandaag wil 7 ton op die rekening zien

ander gebeurd er wat ik je zei”.

In het tweede bericht, van 19 januari 2020, stond:

“Vuile hond je weet wat je moet doen gisteren bij je

dochter was een voor proef doe wat je is gezegt 7 ton tiktak de tijd dringt”.

Ik zag dat de berichten afkomstig waren van telefoonnummer [telefoonnummer] .” 77

De politie heeft nader onderzoek gedaan naar de telefoonnummers - [telefoonnummer] en - [telefoonnummer] waarmee

de bedreigingen zijn gedaan. Dit heeft onder meer het volgende opgeleverd:

“Dreignummer - [telefoonnummer] is op 27 november 2019 opgewaardeerd met de bankrekening

[iban] van [verdachte] . [verdachte] is

woonachtig op [adres] . Op het adres [adres] staan op naam van “ [bedrijf] ” de telefoonnummers
- [telefoonnummer] , - [telefoonnummer] en - [telefoonnummer] geregistreerd.

Uit analyse van de historische verkeersgegevens van die telefoonnummers is

gebleken dat de drie (3) nummers onderling veel contact met elkaar hadden en dat de gebruiker van het telefoonnummer - [telefoonnummer] op 17 januari 2020 gelijktijdig mastlocaties in de buurt van de aangestraalde mastlocaties door de gebruiker(s) van de (dreig-)telefoonnummers (- [telefoonnummer] en - [telefoonnummer] ), aanstraalde op de route van Arnhem naar Groningen.

Op 19 januari 2020 legde(n) de gebruiker(s) van de telefoonnummers - [telefoonnummer] en

- [telefoonnummer] de route Heusden-Groningen v.v. gezamenlijk af en straalden de gebruikers

van die telefoonnummers te 18.56 en 18.57 uur een mastlocatie in Rutten aan.” 78

“De analyses van de historische verkeersgegevens telefonie van de nummers

waarmee aangever werd bedreigd (- [telefoonnummer] en - [telefoonnummer] ) en de analyses van de nummers

geregistreerd op het adres van [verdachte] (KvK: [bedrijf] ) (- [telefoonnummer]

en - [telefoonnummer] ) werden met elkaar vergeleken. 79

[verdachte] (- [telefoonnummer] ) belt op 29 november 2019 tevergeefs met oud nummer [verdachte]

.

Verder werden naar aanleiding van deze verkeersgegevens ANPR gegevens

geanalyseerd. Daaruit bleek onder andere het volgende:

De nummers waarmee werd gedreigd (- [telefoonnummer] en - [telefoonnummer] ) verplaatsten zich op 17 en 19 januari vanuit de omgeving van Arnhem naar Groningen en via Emmeloord weer

terug.

Twee nummers van [bedrijf] [adres] (- [telefoonnummer]

en - [telefoonnummer] ) leken dezelfde route af te leggen als de ‘dreigtelefoons’.

Uit de ANPR gegevens bleek dat slechts 2 kentekens de afgelegde route (op 2 dagen) aflegden. Een kenteken is van de Nationale Politie en het andere kenteken

[kenteken] is van een Subaru Justy, kentekenhouder [persoon] te

Oudheusden. Deze Subaru was volgens de wijkagent in gebruik bij verdachte [verdachte]

. 80

Uit het politiesysteem bleek dat [verdachte] een omgangsregeling heeft met zijn in Groningen wonende kinderen en deze regelmatig in een weekend op haalt. 81

[verdachte] heeft tegenover de politie onder meer verklaard dat (alleen) hij gebruik maakt van telefoonnummer - [telefoonnummer] en dat hij regelmatig zijn kinderen ophaalt in Groningen 82 , dat het telefoonnummer - [telefoonnummer] van hem is, telefoonnummer - [telefoonnummer]

van zijn vriendin is en telefoonnummer - [telefoonnummer] van zijn stiefdochter is en dat hij tijdelijk

gebruik heeft gemaakt van een [voertuig] met kenteken [kenteken] om

bijvoorbeeld zijn kinderen op te halen en dat hij gebruikmaakt van bankrekening

[iban] . 83

[verdachte] , die een kennis is van zijn vrouw, heeft financiële problemen en heeft

hem gevraagd of hij iemand wist die een bezoekje kon brengen. 84 Hij heeft [persoon]

gevraagd om naar [slachtoffer] in Emmeloord te gaan. Ik wilde [persoon] laten vragen

contact op te nemen met [verdachte] . 85

[persoon] heeft tegenover de politie onder meer verklaard dat hij iemand wilde helpen en op 23 december 2019 naar Emmeloord is gegaan bij een bewoner die een hele grote schuld heeft bij iemand en dat hij heeft gevraagd wanneer hij [verdachte] ging betalen. 86 Hij heeft tegen die persoon gezegd dat hij contact moest opnemen met [verdachte] . 87

Uit camerabeelden blijkt dat op 18 januari 2020 omstreeks 19.56.12 uur een persoon een

brandend voorwerp gooit naar de woning op [adres] . 88

Uit onderzoek van de historische verkeersgegevens van Kuik is gebleken dat zijn telefoon op 18 januari 2020 om 19:54:35 is gelokaliseerd op [adres] (dataverkeer) en dat hij op 18 januari 2020 om 20:29:26 wordt gebeld door [verdachte] . 89

Overige bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 1 en 3 tot en met 7

Fakkels

In een proces-verbaal van de politie wordt onder meer vermeld:

“De informatie in het geheugen van de telefoon (van medeverdachte [medeverdachte] , toevoeging rechtbank) werd uitgelezen. Daaruit bleek dat op die telefoon op 10 december 2019 op het internet gezocht was met de zoekterm “Action”. Tevens was gezocht met de zoekterm “stadionfakkels”.

Op vordering van de officier van justitie werden door de ABN-Amro bank de transactie gegevens van de bankrekening van [medeverdachte] verstrekt. Daaruit bleek dat op 10 december 2019 voor een totaalbedrag van 13.19 euro artikelen bij de winkel “Action’ te Tiel waren gekocht.

Op vordering van de officier werden door de “Action” in Tiel de gegevens van de

kassabon met daarop de aangekochte artikelen verstrekt. Hieruit bleek dat door [medeverdachte] o.a. 5 stuks schertsvuurwerk (Bengaals vuur) waren aangekocht.” 90

In een proces-verbaal van de doorzoeking van de woning van verdachte [medeverdachte] wordt

onder meer vermeld:

“Op 14 januari 2020 is bij een doorzoeking ter inbeslagneming onder meer

aangetroffen: 2x fakkels en 1x jerrycan.” 91

Een verbalisant heeft een vergelijking gemaakt tussen de fakkel aangetroffen bij Nijenheim

in Zeist en de fakkel aangetroffen bij [adres] met de fakkels aangetroffen

bij de doorzoeking van de woning van medeverdachte [medeverdachte] . De verbalisant komt tot de

conclusie dat de fakkels hem doen voorkomen als soortgelijk. 92

Camerabeelden

Een verbalisant die de beelden van de brandstichting op 20 december 2019 heeft bekeken,

heeft het volgende gerelateerd:

“Personen B en C herken ik van andere camerabeelden welke gemaakt zijn bij de

brandstichting op 11 december om 01:33 uur aan hetzelfde adres, [adres] .” 93

Overig onderzoek telefoons

Uit onderzoek van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] blijkt dat op 20 december 2019

16 websites werden bezocht over branden in Zeist en Emmeloord. Op 30 december 2019

werden 2 websites bezocht met informatie over de aanhouding van een verdachte voor de

branden in Zeist. 94

Uit onderzoek van de telefoon van verdachte blijkt dat op 9 december 2019 zogenaamde

“cookies” zijn geaccepteerd/geplaatst met de naam:

www.nieuwsbode-zeist.nl. en .nieuwsbode-zeist.nl.

Op 11 en 20 december 2019 bleken de cookies: denoordoostpolder.nl en .noordoostpolder.nl geplaatst/geaccepteerd te zijn.

Op 20 december 2019 bleek tevens de cookie: .emmeloord.info geplaatst/geaccepteerd te

zijn. 95

Nadere bewijsoverwegingen

Schakelbewijs

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (11 januari 2000, NJ 2000, 194) is het

gebruik van aan andere bewezenverklaarde, soortgelijke, feiten ten grondslag liggende

bewijsmiddelen als ondersteunend schakelbewijs toegelaten. Daarbij moet het gaan om

bewijsmateriaal van dat andere feit dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten

vertoont met het bewijsmateriaal van de te bewijzen feiten en dat duidt op een specifiek

patroon in het gedrag van een verdachte, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden zijnde bewijsmiddelen.

De rechtbank stelt vast dat uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgt dat er grote

overeenkomsten bestaan in de modus operandi ten aanzien van de tenlastegelegde strafbare

feiten.

[medeverdachte] en [medeverdachte] hebben steeds een bezoek gebracht aan verdachte op de dag

voorafgaand aan de tenlastegelegde feiten of de dag daarna. Zoals in de bewijsmiddelen is

weergegeven zijn [medeverdachte] en [medeverdachte] op 1, 8, 12 en 21 december 2019 bij verdachte

geweest.

Verder is steeds benzine getankt met de bankpas van [medeverdachte] kort voorafgaand aan een

(poging tot) brandstichting. Zoals in de bewijsmiddelen is weergegeven, heeft [medeverdachte]

getankt op 9, 11, 13 en 20 december 2019. Steeds werd er midden in de nacht getankt en het

ging veelal om een kleine hoeveelheid benzine. Zoals in de bewijsmiddelen is weergegeven,

is aan de hand van het tijdsverloop tussen het tanken en het tijdstip van de brandstichting

alsmede de reisafstand tussen het tankstation en de plaats van het delict nagegaan of het

tanken vooraf kan zijn gegaan aan het plegen van de delicten, hetgeen op alle data mogelijk

blijkt.

Op de plaatsen delict van 11 en 13 december 2019 zijn frisdrankflessen gevonden waar

benzine in zat en uit de beelden van de brandstichting op 20 december 2019 blijkt dat daar

ook drinkflessen zijn gebruikt. Er zijn vuurwerkfakkels aangetroffen op de plaatsen delict

van 11, 13 en 20 december2019. Uit de beelden van de brandstichting op 11 december 2019

blijkt dat wc-papier wordt gebruikt en bij de poging tot brandstichting op 13 december 2019

is een wc-rol op de plaats delict achter gebleven. De brandstichtingen vonden plaats in de

nacht.

Kort voor of na de brandstichting op 9 december 2019 is een dreigbrief in de brievenbus

gedaan waarin wordt gewaarschuwd dat ‘je pa aan zijn verplichtingen moet voldoen en, zo

niet, dan volgen ergere consequenties.’ Ook de brandstichting op 20 december 2019 is

gepaard gegaan met een dreigbrief, waarin wordt verwezen naar een aantal eerdere

waarschuwingen om aan de verplichtingen te voldoen en € 700.000,- terug te betalen.

De inhoud van beide brieven past bij het conflict dat verdachte had met [slachtoffer] , zoals eerder omschreven.

Het voorgaande maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de hiervoor weergegeven

bewijsmiddelen elkaar over en weer ondersteunen, omdat daaruit blijkt dat de wijze waarop

de strafbare feiten zijn uitgevoerd op specifieke en essentiële punten met elkaar

overeenkomt.

De rechtbank zal de weergegeven bewijsmiddelen over en weer gebruiken als steunbewijs

voor de ten laste gelegde feiten.

Andere mogelijke dadergroepen

De verdediging heeft betoogd dat [slachtoffer] verschillende mensen voor grote bedragen

heeft opgelicht en dat de feiten daarom ook door of in opdracht van anderen dan verdachte

kunnen zijn gepleegd.

De rechtbank is, op basis van de contacten tussen de verdachten en de in de bewijsmiddelen

opgenomen chatgesprekken tussen [medeverdachte] en verdachte in combinatie met de inhoud van

de dreigbrieven waarvan [medeverdachte] heeft bekend dat hij die teksten heeft getypt, van oordeel

dat [medeverdachte] en [medeverdachte] kennelijk met [verdachte] zijn overeengekomen dat zij

[slachtoffer] ertoe zouden bewegen dat hij “aan zijn verplichtingen zou voldoen”,

te weten, dat hij “het bedrag van € 700.000,- terug moest betalen” aan verdachte. De

rechtbank vindt de verklaring van verdachte dat de berichten en bezoeken van [medeverdachte] te

maken hadden met autohandel niet aannemelijk en verwijst daarvoor naar de inhoud van het chatgesprek tussen verdachte en [medeverdachte] dat is opgenomen bij de bewijsmiddelen.

De rechtbank overweegt dat het DNA van [medeverdachte] op 13 december 2019 is gevonden op

de dop die is achtergebleven op de plaats delict. Daarnaast wordt in de dreigbrief van

20 december 2019 specifiek gerefereerd aan het bedrag van zeven ton, wat blijkens het

dossier de omvang van de vordering betreft die verdachte meent te hebben op [slachtoffer]

. Daarmee is duidelijk dat, anders dan de verdediging heeft betoogd, deze poging tot

brandstichting niet in opdracht van andere “vijanden van [slachtoffer] ” is gepleegd. Gelet op hetgeen onder het kopje schakelbewijs is opgenomen heeft daarmee te gelden dat ook ten aanzien van de andere tenlastegelegde feiten duidelijk is dat deze in opdracht van verdachte zijn gepleegd.

Uitlokking

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan uitlokking van

medeverdachten [medeverdachte] en [medeverdachte] (en eventueel onbekend gebleven andere daders)

door het doen van beloften en het verschaffen van inlichtingen.

Zoals in de bewijsmiddelen is weergegeven is sprake van een onderliggend zakelijk conflict

tussen verdachte en [slachtoffer] . Verdachte heeft geprobeerd zijn vordering op

legale wijze te incasseren en heeft, toen duidelijk werd dat een legale incasso niet eenvoudig

zou zijn, aangegeven dat hij geen jaren ging procederen. Hij heeft toen aangegeven dat hij

open stond voor Plan B, te weten een incasso waarbij de druk zou worden opgevoerd en de

grenzen van het recht zouden worden overschreden.

Verdachte heeft medeverdachte [medeverdachte] gevraagd op zoek te gaan naar mensen die ‘tot het gaatje’ zouden gaan. Verdachte heeft een beloning in het vooruitzicht gesteld op basis van ‘no cure no pay’. Verdachte heeft aangekondigd medeverdachte [medeverdachte] een document toe te zenden zodat hij een indruk kreeg van de omvang.

In de dreigbrieven wordt verwezen naar de verplichting tot het terugbetalen van € 700.000,-wat het bedrag is waarop [verdachte] recht meent te hebben blijkens het dossier.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte in ieder geval voorwaardelijk opzet heeft gehad op de gronddelicten. Daaraan ligt het volgende ten grondslag.

Er hebben meerdere ontmoetingen plaatsgevonden tussen verdachte en voornoemde

medeverdachten. Hoewel uit het dossier niet duidelijk wordt of zij besproken hebben op

welke wijze zij [slachtoffer] ertoe zouden bewegen het geld terug te laten betalen,

is mede in het licht van de getuigenverklaring van [getuige] alsook de chatberichten tussen [getuige] en [verdachte] duidelijk dat dit niet op een legale wijze zou zijn en dat de zwakke plek van [slachtoffer] de dochter in Zeist was.

Uit de berichtenwisseling tussen [medeverdachte] en verdachte volgt dat ‘echt tot [het] gaatje’ moet worden gegaan. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte in het licht van het voorgaande bij het aanvaarden van de opdracht tot incasso door de medeverdachte(n) minst genomen welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat daaronder door de medeverdachte(n) – anders dan bij de onder 2 tenlastegelegde brandstichting – in elk geval een bedreiging met een dreigbrief werd verstaan. Dit betreft immers niet een wezenlijk ander feit dan waarop verdachte het opzet had.

De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte in ieder geval op 9 december 2019 op de hoogte is geraakt van de strafbare wijze waarop [medeverdachte] [slachtoffer] ertoe zou bewegen het geld terug te laten betalen omdat verdachte op 9 december 2019 cookies heeft geaccepteerd van de nieuwsbode Zeist en daarin moet hebben gelezen over de brandstichting bij de dochter van [slachtoffer] in Zeist, terwijl verdachte niet woonachtig is in Zeist. Vanaf 9 december 2019 moet verdachte dus duidelijk zijn geweest op welke wijze en specifiek met welke delicten de druk zou worden opgevoerd. Op 12 december 2019 heeft opnieuw een ontmoeting plaats gevonden tussen verdachte, medeverdachte [medeverdachte] en medeverdachte [medeverdachte] .

Uit het dossier blijkt niet wat tijdens die ontmoeting is besproken, maar duidelijk is dat de medeverdachten na 9 december 2019 dezelfde werkwijze hebben voortgezet.

Verdachte heeft, na kennis te hebben genomen van de door de medeverdachten uitgevoerde ‘incassohandelingen’, waarbij gesteld noch gebleken is dat verdachte deze vorm van uitvoering niet voor ogen had, met ingang van 9 december 2019 bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de medeverdachten op dezelfde strafbare werkwijze zouden doorgaan met het door de verdachte geïnitieerde incasseren van de vordering op [slachtoffer] .

Overige verweren

De overige door de raadsman gevoerde verweren worden weerlegd door de inhoud van de

weergegeven bewijsmiddelen.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1. primair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 9 december 2019 te Zeist tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich, [slachtoffer] en/of haar familieleden, (schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde), heeft bedreigd met

- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of

- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door in de brievenbus van de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) een brief achter te laten met daarin de tekst: “Dit is de eerste en laatste waarschuwing, je pa moet aan zijn verplichtingen voldoen. Zo niet dan volgen er ergere consequenties. Dit is pas het begin. Met vriendelijke groet, kusjes”,

en/of waarbij na het achterlaten van deze brief brand is gesticht bij deze woning, welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met de medeverdachten, althans een van hen en/of

- (een van) hem ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- (een van) hem daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] ;

3. primair
medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 11 december 2019 te Emmeloord

tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich,

opzettelijk brand heeft/hebben gesticht aan de voordeur en/of gevel behorende

bij de woning(en) gelegen aan [adres] ,

immers hebben verdachten tezamen en in vereniging, althans (ieder) voor zich,

toen aldaar opzettelijk een fakkel, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een hoeveelheid benzine, althans met (een) brandbare stof(fen),

ten gevolge waarvan brand is ontstaan en/of die deur en/of de gevel van het voornoemde pand is/zijn verbrand,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor de daarnaast gelegen woningen gelegen aan [adres] en/of voor andere zich in de nabije omgeving bevindende goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen,

te duchten was en/of levensgevaar voor [slachtoffer] en/of de op dat moment aanwezige bewoners van de naastgelegen woningen,

in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer] en/of de bewoners van naastgelegen panden, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was,

welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 29 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met die medeverdachten, althans een van hen, en/of

- (een van) hen ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- (een van) hen ten behoeve hiervan te vragen om bij dat pand brand te stichten en/of

- (een van) hen daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] ;

4. primair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] op of omstreeks

13 december 2019 te Zeist tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans ieder voor zich, ter uitvoering van het door [medeverdachte] en/of [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging, althans alleen,

opzettelijk brand te stichten in/aan een woning gelegen aan de [adres] ,

met dat opzet naar voornoemde woning zijn toegegaan en/of (vervolgens) de ruit in de voordeur van die woning heeft/hebben vernield en/of twee plastic flessen met benzine, althans een brandbare vloeistof, naar binnen heeft/hebben gegooid en/of voor de voordeur een fakkel heeft/hebben aangestoken, en daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of de in die woning aanwezig inboedel en/of de omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor [slachtoffer] en/of haar huisgenoten/gezinsleden,

in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] en/of haar huisgenoten/gezinsleden,

in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 29 november 2019 tot en met 13 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met die [medeverdachte] en/of [medeverdachte] en/of

- (een van) hen ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- (een van) hen ten behoeve hiervan te vragen om die woning in de brand te steken en/of

- (een van) hen daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] ;

5. primair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 20 december 209 te Emmeloord tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich, [slachtoffer] en/of

[slachtoffer] , (schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde),

heeft bedreigd met

- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of

- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door in de brievenbus van de woning van die [slachtoffer] (gelegen aan de [adres] ) een brief achter te laten met daarin de tekst:

“U heeft al een aantal waarschuwingen gehad. Dit is de enigste en allerlaatste waarschuwing. Om u verplichtingen te voldoen. Dit is het bedrag van EUR 700.000 dat je terug moet betalen. Doet u dat niet dan beginnen wij met iedereen om u heen. En u als laatste”,

en/of bij welke brief een kogel was gevoegd en/of waarbij na het achterlaten van deze brief brand is gesticht (na)bij deze woning,

welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 29 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met de medeverdachten, althans een van hen en/of,

- (een van) hen ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op

[slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- (een van) hen daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] en [slachtoffer] ;

6. primair
medeverdachte [medeverdachte] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een (tot op heden) onbekend gebleven medeverdachte op of omstreeks 20 december 2019 te Emmeloord tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich,

opzettelijk brand heeft/hebben gesticht aan de heg en/of schutting behorende bij de woning(en) gelegen aan [adres] ,

immers hebben verdachten tezamen en in vereniging, althans voor zich,

toen aldaar opzettelijk een fakkel, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een hoeveelheid benzine, althans met (een) brandbare stof(fen),

ten gevolge waarvan brand is ontstaan en/of die schutting en/of heg en/of gevel van het voornoemde pand is/zijn verbrand,

terwijl daarvan gemeen gevaar voor andere zich in de nabije omgeving bevindende goederen en/of woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen,

te duchten was,

welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 29 november 2019 tot en met 12 december 2019 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met de medeverdachten, althans een van hen en/of

- (een van hen) ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- (een van) hen daarvoor te voorzien van de adres- en persoonsgegevens van [slachtoffer] ;

7. primair
(tot op heden) (een) onbekend gebleven medeverdachte(n) op een of meer tijdstippen in de periode van 17 januari 2010 tot en met 19 januari 2020 te Emmeloord,

althans in Nederland, [slachtoffer] en/of [slachtoffer] heeft/hebben bedreigd met:

- openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, en/of

- enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of

- enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of

- zware mishandeling, en/of

- brandstichting,

door op 17 januari 2020:

- via de telefoon tegen die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te zeggen dat hij direct en wel binnen 2 dagen geld moest betalen aan [verdachte] , zo niet, dan konden zij hun dochter in Zeist wel binnenkort begraven en/of

dat zij de panden in [adres] ook even zouden aanpakken en/of

- via de telefoon een bericht aan die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te sturen met de tekst: “Heb mij bedacht, regel het vandaag maar, wil 7 ton op rekening zien anders gebeurd er wat ik je zei.” en/of

- via de telefoon tegen die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te zeggen “Regel het vandaag met [verdachte] . Heb geen zin om uit het buitenland te komen. Als je het niet regelt komen we naar je toe. Die camera’s doen ons niks. Wij zijn met 2 groepen en komen bij je langs op [adres] .”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of

door op 18 januari 2020 via de telefoon tegen die [slachtoffer] en/of

[slachtoffer] te zeggen: “betalen aan [verdachte] , zo niet dan ga je zien wat er gebeurd”, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of

door op 19 januari 2020 via de telefoon een bericht aan die [slachtoffer] en/of [slachtoffer] te sturen met de tekst: “Heb mij bedacht, regel het vandaag maar, wil 7 ton op rekening zien anders gebeurd er wat ik je zei” en/of “Vuile hond je weet wat je moet doen gisteren bij je dochter was een voor proef doe wat je is gezegt 7 ton tiktak de tijd dringt”,

welk vorenomschreven feit verdachte in of omstreeks de periode van 23 december 2019 tot en met 16 januari 2020 te Wijk in Aalburg en/of elders in Nederland opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften en/of het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door:

- contact te zoeken met die onbekend gebleven medeverdachte(n) en/of

- hem/haar/hen ten behoeve van het incasseren van een gestelde incasso op [slachtoffer] een beloning in het vooruitzicht te stellen en/of

- hem/haar/hen daarvoor te voorzien van de adres-, persoons- en telefoniegegevens van [slachtoffer] en [slachtoffer].

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

uitlokking van bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling en/of met brandstichting, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarde geschiedt

Het onder 3 primair bewezenverklaarde levert op:

uitlokking van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.

Het onder 4 primair bewezenverklaarde levert op:

uitlokking van een poging tot het medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.

Het onder 5 primair bewezenverklaarde levert op:

uitlokking van bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling en/of met brandstichting, terwijl deze bedreiging schriftelijk en onder bepaalde voorwaarde geschiedt

Het onder 6 primair bewezenverklaarde levert op:

uitlokking van medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

Het onder 7 primair bewezenverklaarde levert op:

uitlokking van (medeplegen van) bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling en/of met brandstichting

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde, te weten de feiten 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair en

7 primair, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren met aftrek van het voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor de tenlastegelegde feiten onder 1 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtentachtig (88) maanden (zijnde 7 jaren en 4 maanden) met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Het hof neemt ook het deel van de door de rechtbank gebruikte overwegingen omtrent de ernst van de feiten over. De overgenomen delen uit het vonnis van de rechtbank zijn cursief weergeven. Ook hier geldt wederom waar rechtbank of haar staat vermeld moet gerechtshof of hij worden gelezen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft bij de keuze voor een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan

De rechtbank laat in het midden of verdachte een terechte vordering heeft op [slachtoffer] . Verdachte heeft er (tot nu toe) niet voor gekozen die vraag aan de rechter voor te leggen in een civiele procedure. Het gaat er in deze strafzaak om wat verdachte heeft

ondernomen toen hem duidelijk werd dat het niet eenvoudig zou zijn om de vordering die hij op [slachtoffer] meende te hebben op een legale wijze te incasseren.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte medeverdachten [medeverdachte] en [medeverdachte] heeft uitgelokt tot het plegen van brandstichtingen en bedreigingen. Daarbij heeft hij de medeverdachten een groot geldbedrag in het vooruitzicht gesteld, zij het op basis van ‘no cure no pay’. Verdachte is zelf achter de schermen gebleven en heeft anderen het vuile werk laten opknappen. Verdachte heeft de druk op [slachtoffer] opgevoerd door zich ook te richten op zijn dochter, die hij als de zwakke plek van [slachtoffer] beschouwde. Deze dochter en haar gezin stonden echter buiten het zakelijk conflict van verdachte en het is slechts aan oplettend en doortastend optreden van de zoon van het gezin te danken dat de poging tot brandstichting op 13 december 2019 in Zeist niet fataal is afgelopen. Verder had de brandstichting op 11 december 2019 in Emmeloord ook noodlottig kunnen worden voor de bewoner van het pand die op zolder lag te slapen en ternauwernood het pand heeft kunnen verlaten.

Verdachte heeft zich als uitlokker schuldig gemaakt aan feiten die in hoge mate

gevaarzettend zijn en gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij teweegbrengen, terwijl ze doorgaans ook grote (financiële) schade veroorzaken. Uit de

slachtofferverklaringen blijkt hoe beangstigend, ingrijpend en ontwrichtend de strafbare

feiten zijn geweest en ook nog steeds zijn. Na de poging brandstichting op 13 december 2019 moest het gezin [slachtoffer] - [slachtoffer] voor hun eigen veiligheid naar een hotel. Enkele dagen later moesten zij van de politie naar een safe-house. Daar hebben zij de kerstdagen doorgebracht.

De angst en paniek waren groot, zeker nadat er weer bedreigingen waren geuit en er ook (weer) brand was gesticht bij de heer en mevrouw [slachtoffer] sr. Bij meerdere gezinsleden is PTSS geconstateerd waarvoor behandeling nodig is. De slachtoffers van de bedreigingen en (poging) brandstichtingen hebben in doodsangst verkeerd en dat juist op de plaats waar zij zich veilig zouden moeten voelen, hun huis. Een en ander volgt ook uit de slachtofferverklaringen die in hoger beroep zijn overgelegd.

De arrestatie van medeverdachte [medeverdachte] heeft verdachte kennelijk niet op andere

gedachten gebracht. Hij heeft andere personen benaderd die namens hem op

23 december 2019 een bezoek hebben afgelegd aan [slachtoffer] . Toen de politie

via de tap op de telefoon van verdachte op de hoogte raakte van plannen om op de

kerstdagen ‘actie’ te ondernemen’ is verdachte door de politie gebeld en gewaarschuwd zich daarvan te onthouden. Ook dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden enkele

weken later door te gaan met het (laten) bedreigen van [slachtoffer] en zijn dochter.

Uit de verklaringen van verdachte ter zitting leidt de rechtbank af dat de rancune van

verdachte richting [slachtoffer] nog altijd groot en actueel is. Ook ter terechtzitting in hoger beroep bleek dit nog het geval, ongeacht het feit dat [slachtoffer] inmiddels overleden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan zeer ernstige

feiten. Verdachte is meedogenloos geweest bij zijn pogingen op illegale wijze af te dwingen

dat hij zijn geld terug zou krijgen en is er niet voor terug gedeinsd daarbij personen te

betrekken die buiten het zakelijk geschil stonden.

De persoon van de verdachte

Het hof heeft ook rekening gehouden met de gegevens van het uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 april 2022, waaruit blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld.

Daarnaast heeft het hof gelet op het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 8 september 2021 en hetgeen door en namens verdachte ter terechtzitting is aangevoerd over de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Gelet op de ernst en de hoeveelheid van de feiten is het hof van oordeel dat geen andere straf dan een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd kan worden. Alles afwegende is het hof van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 88 maanden, zoals door de advocaat-generaal is geëist, op zijn plaats is.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.119,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.098,35. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 primair, 5 primair en 6 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.098,35. Dit bedrag bestaat uit de gevorderde materiële schade met uitzondering van de btw en de gevraagde immateriële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (hoofdelijk) tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is in zoverre niet tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering voor het overige zal worden afgewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 primair, 5 primair en 6 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.500,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (hoofdelijk) tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.939,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 642,53. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 642,53. Dit bedrag bestaat uit het vervangen van de boeidelen (exclusief BTW). Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering (hoofdelijk) tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat niet is gebleken dat de kosten die voor de aanschaf van de blusmiddelen zijn gemaakt dienen ter vervanging van (gebruikte) blusmiddelen die al in het pand aanwezig waren. Verdachte is in zoverre niet tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering voor het overige zal worden afgewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 12.797,11. Dit bedrag bestaat uit
€ 2.797,11 aan materiële schade en € 10.000,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van (eigen bijdrage ziektekosten van € 655,90, inkomensschade tot en met april 2021 van € 1.012,17 en immateriële schade

van € 6.750,00 =) € 8.418,07. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering en heeft het deel van de vordering dat ziet op de inkomensschade voor de periode van april 2021 tot en met december 2021 met aanvullende stukken nader onderbouwd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 11.297,11. Dit bedrag bestaat uit een bedrag van € 2.797,11 aan materiële schade en een bedrag van € 8.500,00 aan immateriële schade. De gehele materiële schade is ter terechtzitting onderbouwd en ook niet betwist. Voor wat betreft de gevorderde immateriële schade heeft het hof gelet op de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij. Het hof acht, mede rekening houdend met de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen, de vordering tot een bedrag van € 8.500,00 billijk en daarom toewijsbaar.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (hoofdelijk) tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.375,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het betreft een bedrag van € 375,00 aan materiële schade en een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering (hoofdelijk) zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.329,42. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het betreft een bedrag van € 329,42 aan materiële schade en een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (hoofdelijk) zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 5.788,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 5.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 5.000,00. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering (hoofdelijk) tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige (een bedrag van € 788,00) is onvoldoende gebleken dat de gestelde schade door het bewezenverklaarde handelen van verdachte is veroorzaakt, nu het de schade betreft die de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 tenlastegelegde feit heeft gevorderd en verdachte voor dat feit wordt vrijgesproken. De benadeelde partij kan daarom voor het overige in haar vordering niet worden ontvangen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 47, 57, 63, 157 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair, 6 primair en 7 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 88 (achtentachtig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 3 primair, 5 primair en 6 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.098,35 (duizend achtennegentig euro en vijfendertig cent) bestaande uit € 98,35 (achtennegentig euro en vijfendertig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 3 primair, 5 primair en 6 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.098,35 (duizend achtennegentig euro en vijfendertig cent) bestaande uit € 98,35 (achtennegentig euro en vijfendertig cent) materiële schade en

€ 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 20 (twintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 11 december 2019.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 3 primair, 5 primair en 6 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 3 primair, 5 primair en 6 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 25 (vijfentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 11 december 2019.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het onder 3 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 642,53 (zeshonderdtweeënveertig euro en drieënvijftig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het onder 3 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 642,53 (zeshonderdtweeënveertig euro en drieënvijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 12 (twaalf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 11 december 2019.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van

€ 11.297,11 (elfduizend tweehonderdzevenennegentig euro en elf cent) bestaande uit

€ 2.797,11 (tweeduizend zevenhonderdzevenennegentig euro en elf cent) materiële schade en

€ 8.500,00 (achtduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 11.297,11 (elfduizend tweehonderdzevenennegentig euro en elf cent) bestaande uit € 2.797,11 (tweeduizend zevenhonderdzevenennegentig euro en elf cent) materiële schade en € 8.500,00 (achtduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 91 (eenennegentig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 13 december 2019.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.375,00 (vijfduizend driehonderdvijfenzeventig euro) bestaande uit € 375,00 (driehonderdvijfenzeventig euro) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.375,00 (vijfduizend driehonderdvijfenzeventig euro) bestaande uit € 375,00 (driehonderdvijfenzeventig euro) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 61 (eenenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 13 december 2019.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.329,42 (vijfduizend driehonderdnegenentwintig euro en tweeënveertig cent) bestaande uit

€ 329,42 (driehonderdnegenentwintig euro en tweeënveertig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.329,42 (vijfduizend driehonderdnegenentwintig euro en tweeënveertig cent) bestaande uit € 329,42 (driehonderdnegenentwintig euro en tweeënveertig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 61 (eenenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 13 december 2019.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het onder 1 primair en 4 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 5.000,00 (vijfduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 60 (zestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 13 december 2019.

Aldus gewezen door

mr. A. van Maanen, voorzitter,

mr. D. Visser en mr. P.T. Heblij, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. H.J. Rosmalen-Jansen, griffier,

en op 12 juli 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. P.T. Heblij is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal - PV VGL deel 1 van 26 december2019, doorgenummerd pagina 1 tot en met 402; - PV VGL deel 2 van 26 februari 2020, doorgenummerd pagina 403 tot en met 803; - PV VGL deel 3, ongedateerd, doorgenummerd pagina 804 tot en met 829; - Einddossier van 11 mei 2020, doorgenummerd pagina 830 tot en met 1150, opgemaakt door politie Midden-Nederland. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 13 januari 2016, pagina 423-424.

3 Een proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2020, pagina 643-645.

4 Een proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2020, pagina 1032.

5 Een proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 12 maart 2020, pagina 1091 e.v. en een ongenummerd proces-verbaal van verhoor van deze getuige bij de rechter-commissaris.

6 Een proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2020, pagina 563 e.v.

7 Een proces-verbaal van verhoor van [getuige] op 7 april 2021 door de rechter-commissaris, losbladig, pagina 2.

8 Een proces-verbaal van verhoor van [getuige] op 7 april 2021 door de rechter commissaris, losbladig, pagina 7.

9 Een proces-verbaal van verhoor van [getuige] op 7 april 2021 door de rechter-commissaris, losbladig, pagina 4.

10 Een proces-verbaal van verhoor van [getuige] op 7 april 2021 door de rechter-commissaris, losbladig, pagina 5.

11 Een proces-verbaal van verhoor van [getuige] op 7 april 2021 door de rechter-commissaris, losbladig, pagina 7.

12 Een proces-verbaal van bevindingen van 10 februari 2020, nummer 162, pagina 267.

13 Het losbladige proces-verbaal van verhoor door de rechter-commissaris op 26 november 2020, pagina 2.

14 Een proces-verbaal van verhoor van 8 januari 2020 van medeverdachte [medeverdachte] , pagina 95.

15 Een bijlage van het proces-verbaal van bevindingen van 25 maart 2020, nummer 246, pagina 1023.

16 Een bijlage van het proces-verbaal van bevindingen van 25 maart 2020, nummer 246, pagina 1024.

17 Een proces-verbaal van bevindingen van 12 maart 2020, nummer 241, pagina 1026.

18 De bijlage van een proces-verbaal van bevindingen van 17 februari 2020, nummer 178, pagina 295.

19 De bijlage van een proces-verbaal van bevindingen van 17 februari 2020, nummer 178, pagina 296.

20 De bijlage van een proces-verbaal van bevindingen van 17 februari 2020, nummer 178, pagina 299.

21 Een proces-verbaal van verhoor van 14 januari 2020 van verdachte, pagina 125 en 126.

22 Een proces-verbaal van verhoor van 8 januari 2020 van medeverdachte [medeverdachte] , pagina 92.

23 Een proces-verbaal van bevindingen van 7 januari 2020, nummer 51, pagina 67.

24 Een proces-verbaal van bevindingen van 18 augustus 2020, nummer 263, losbladig, pagina 1.

25 Een proces-verbaal van bevindingen van 18 augustus 2020, nummer 263, losbladig, pagina 2.

26 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 30 maart 2017, pagina 430.

27 Het proces-verbaal van verhoor van 12 maart 2020 van getuige [getuige] , pagina 1099.

28 Een bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van 25 februari 2020, nummer 199, TA001, sessienr. 2496, pagina 449.

29 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 9 december 2019, pagina 355.

30 Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict van 10 december 2019, pagina 863.

31 Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict van 10 december 2019, pagina 864.

32 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster van [slachtoffer] van 9 december 2019, pagina 358.

33 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster van [slachtoffer] van 9 december 2019, pagina 359.

34 Het proces-verbaal van verhoor van 24 februari 2020 van [medeverdachte] , pagina 377.

35 Een aangifte van 11 december 2019 van [slachtoffer] , pagina 194.

36 Een proces-verbaal van bevindingen van 11 december 2019, nummer PL0900-2019370449-2, pagina 184.

37 Een proces-verbaal van bevindingen van 11 december 2019, nummer PL0900-2019370449-4, pagina 175.

38 Een proces-verbaal van bevindingen van 18 december 2019, nummer 3, pagina 186.

39 Een proces-verbaal van bevindingen van 18 december 2019, nummer 3, pagina 185.

40 Een proces-verbaal van bevindingen van 18 december 2019, nummer 3, pagina 188.

41 Een proces-verbaal van bevindingen van 18 december 2019, nummer 3, pagina 189.

42 Een proces-verbaal van bevindingen van 18 december 2019, nummer 3, pagina 190.

43 Een proces-verbaal van forensisch onderzoek van 11 december 2019, nummer PL0900-2019370449-6, pagina 879.

44 Een proces-verbaal van forensisch onderzoek van 11 december 2019, nummer PL0900 2019370449-6, pagina 880.

45 Een proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2020, nummer 174, pagina 261.

46 Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , pagina 24 en 25.

47 Een verklaring van getuige [slachtoffer] van 13 december 2019, pagina 26.

48 Een proces-verbaal van bevindingen van 13 december 2019, pagina’s 11 en 12.

49 Een proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2020, nummer 174, pagina 262.

50 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte op 14 januari 2020, nummer 69, pagina 126.

51 Een proces-verbaal van verhoor van verdachte op 15 januari 2020, nummer 80, pagina 139.

52 Een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] op 8 januari 2020, nummer 69, pagina 93.

53 Een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] op 8 januari 2020, nummer 69, pagina 94.

54 Een proces-verbaal van forensisch onderzoek van 13 december 2019, nummer PL0900-2019372837-5, pagina 901.

55 Een proces-verbaal van forensisch onderzoek van 13 december 2019, nummer PL0900-2019372837-5, pagina 902.

56 Een rapport van het NFI chemisch brandonderzoek van 7 april 2020, zaaknummer 2019.12.17.166 (002), pagina 981.

57 Een rapport van het NFI chemisch brandonderzoek van 7 april 2020, zaaknummer 2019.12.17.166 (002), pagina 982.

58 Een rapport van het NFI chemisch brandonderzoek van 7 april 2020, zaaknummer 2019.12.17.166 (002), pagina 984.

59 Een rapport van het NFI forensisch onderzoek biologische sporen van 20 december 2019, zaaknummer 2019.12.17.166, pagina 15.

60 Een rapport van het NFI forensisch onderzoek biologische sporen van 20 december 2019, zaaknummer 2019.12.17.166, pagina 16.

61 Een rapport van het NFI forensisch onderzoek biologische sporen van 20 december 2019, zaaknummer 2019.12.17.166, pagina 17.

62 Een proces-verbaal van bevindingen van 16 december 2019, nummer 13, pagina 1047.

63 Een proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte] op 24 februari 2020, pagina 377.

64 Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 20 december 2020, nummer 20, pagina 363.

65 De bijlage van het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 20 december 2020, nummer 20, pagina 366.

66 Een proces-verbaal van bevindingen van 23 december 2019, documentcode MD2R019233-76, pagina 771.

67 Een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] van 20 december 2019, nummer PL0900-2019380248-1, pagina 192.

68 Een proces-verbaal van bevindingen van 13 februari 2020, nummer 174, pagina 262.

69 Een proces-verbaal van bevindingen van 20 december 2019, nummer PL0900-2019380248-2, pagina 161.

70 Een proces-verbaal van bevindingen van 20 december 2019, nummer 18, pagina 162.

71 Een proces-verbaal van bevindingen van 20 december 2019, nummer 18, pagina 163.

72 Een proces-verbaal van bevindingen van 20 december 2019, nummer 18, pagina 164.

73 Een proces-verbaal van bevindingen van 20 december 2019, nummer 18, pagina 165.

74 Een proces-verbaal van bevindingen van 20 december 2019, nummer 18, pagina 166.

75 Een proces-verbaal van verhoor van 9 maart 2020 van medeverdachte [medeverdachte] , nummer 214, pagina 825.

76 Een proces-verbaal van aangifte van 17 januari 2020 door [slachtoffer] , pagina 466.

77 Een proces-verbaal van bevindingen van 20 januari 2020, nummer PL0900-2020020903-3, pagina 470.

78 Een proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2020, nummer 186. pagina 1059.

79 Een proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2020, nummer 213, pagina 1056.

80 Een proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2020, nummer 213, pagina 1057.

81 Een proces-verbaal van bevindingen van 28 februari 2020, nummer 213, pagina 1058.

82 Een proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 6 mei 2020, nummer 262, pagina 1076.

83 Een proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 6 mei 2020, nummer 262, pagina 1077.

84 Een proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 6 mei 2020, nummer 262, pagina 1079.

85 Een proces-verbaal van verhoor van [verdachte] van 6 mei 2020, nummer 262, pagina 1081.

86 Een proces-verbaal van bevindingen van 27 februari 2020, nummer 210, pagina 693.

87 Een proces-verbaal van bevindingen van 8 maart 2020, nummer 729, pagina 729.

88 Een proces-verbaal van bevindingen van 14 april 2020, nummer 254, pagina 1064.

89 Een proces-verbaal van bevindingen van 9 april 2020, nummer 253, pagina 1067.

90 Een proces-verbaal van bevindingen van 28 april 2020, nummer 259, pagina 1054.

91 Een proces-verbaal doorzoeking ter inbeslagneming van 14 januari 2020, nummer 72, pagina 101.

92 Een proces-verbaal van bevindingen van 15 januari 2020, nummer 82, pagina 106.

93 Een proces-verbaal van bevindingen van 20 december 2019, nummer 18, pagina 168.

94 Een proces-verbaal van bevindingen van 21 januari 2020, nummer 110, pagina 149.

95 Een proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2020, nummer 225, pagina 637.