Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2022:488

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-01-2022
Datum publicatie
04-02-2022
Zaaknummer
20/00839 t/m 20/00842
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2020:2602, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

LH. Proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 4-2-2022
V-N Vandaag 2022/305
FutD 2022-0412 met annotatie van Fiscaal up to Date
NLF 2022/0361 met annotatie van Felix Peppelenbosch
V-N 2022/10.17 met annotatie van Redactie
NTFR 2022/1078 met annotatie van mr. J.W. Bosman
Belastingadvies 2022/10.7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

nummers 20/00839 tot en met 20/00842

uitspraakdatum: 25 januari 2022

Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] B.V. te [vestigingsplaats] (hierna: belanghebbende)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 juli 2020, nummers LEE 19/2290 tot en met 19/2293, in het geding tussen belanghebbende en

de inspecteur van de Belastingdienst/Kantoor Emmen (hierna: de Inspecteur)

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

Aan belanghebbende zijn voor de tijdvakken 1 april tot en met 31 december 2013, 1 januari tot en met 31 december 2014, 1 januari tot en met 31 december 2015 en 1 januari tot en met 31 december 2016 naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd. Bij beschikkingen is belastingrente berekend en zijn boeten opgelegd.

1.2.

De Inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de bezwaren inzake de naheffingsaanslagen, de belastingrente en een verzuimboete ongegrond verklaard en de vergrijpboeten vernietigd.

1.3.

Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank NoordNederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep inzake de naheffingsaanslagen en de belastingrente ongegrond verklaard en de verzuimboete vernietigd.

1.4.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Belanghebbende heeft met dagtekening 4 november 2021 nadere stukken ingediend. De Inspecteur heeft voorafgaand aan de zitting een pleitnota ingezonden.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2021. Namens belanghebbende is verschenen [naam1] bijgestaan door [naam2] (lid van het sociale team van de gemeente Groningen). Namens de Inspecteur is verschenen mr. [naam3] , bijgestaan door mr. [naam4] . Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht.

2 De vaststaande feiten

2.1.

Belanghebbende is een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Zij is opgericht op 3 april 2008 en gevestigd te [vestigingsplaats] . De fiscale partners [naam5] (hierna: [naam5] ) en [naam1] (hierna: [naam1] ) houden ieder 50% van de aandelen in belanghebbende. De bedrijfsactiviteiten van belanghebbende bestaan uit het voeren van een beheersmaatschappij en de verhuur van een woonruimte. Met ingang van 20 april 2013 is [naam5] bestuurder/algemeen directeur van belanghebbende.

2.2.

Belanghebbende houdt alle aandelen in en is bestuurder van [naam6] BV en [naam7] BV.

2.3.

Belanghebbende heeft op 1 april 2014 met [naam1] een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten. Volgens deze arbeidsovereenkomst is [naam1] werkzaam als consultant. De arbeidsduur is maximaal 12 uur per dag en een werkweek loopt van maandag tot en met zondag.

2.4.

Namens de Inspecteur hebben [naam8] en [naam9] , destijds medewerkers van de Inspecteur, vanaf 10 november 2016 een boekenonderzoek ingesteld bij belanghebbende en haar dochtervennootschappen. Daarbij is onder meer de aanvaardbaarheid van de aangiften loonheffingen voor de jaren 2012 tot en met 2015 van belanghebbende onderzocht. Van het boekenonderzoek is op 11 januari 2018 een controlerapport opgemaakt.

2.5.

In het controlerapport wordt geconcludeerd tot correcties voor de vennootschapsbelasting, de omzetbelasting en de loonheffingen. De in geding zijnde naheffingsaanslagen zijn een uitvloeisel van het controlerapport. De grondslag van de naheffingsaanslagen is de stelling van de Inspecteur dat het gebruikelijke loon van [naam1] moet worden gesteld op een bedrag boven het vaste bedrag van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964. In het controlerapport wordt het standpunt ingenomen dat belanghebbende voor de loonheffingen over de jaren 2013, 2014 en 2015 niet de vereiste aangifte heeft gedaan.

2.6.

Bij brief van 7 mei 2021 schrijft de Belastingdienst aan [naam1] het volgende:

‘Betreft: Uw gegevens in de Fraude Signalering Voorziening

Beste heer/mevrouw,

U krijgt deze brief omdat uw gegevens in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) van de Belastingdienst stonden. Het gebruik van deze voorziening voldeed niet aan de privacywet Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), omdat te veel medewerkers toegang hadden en de gegevens hierin te lang werden bewaard. Sommige gegevens zijn onterecht opgenomen en sommige verkeerd gebruikt. Dat spijt ons zeer. Daarom is de FSV op 27 februari 2020 uitgezet en gebruiken we deze niet meer.

Wat was de FSV?

De Belastingdienst en Toeslagen verwerken miljoenen belastingaangiften en aanvragen van toeslagen. Dat kunnen we niet met de hand en daarom gebruiken we computersystemen. In deze systemen staan de gegevens van iedereen die belasting betaalt of een toeslag krijgt.

De FSV was één van deze systemen. Hierin registreerden we bijvoorbeeld dat een gemeente of UWV het inkomen van iemand opvroeg. Of dat een belastingaangifte volgens het computersysteem misschien niet klopte. Bijvoorbeeld als iemand hoge reiskosten opgaf, terwijl hij dicht bij zijn werk woonde. Zo’n registratie noemden we een risicosignaal. En dit kon aanleiding zijn om een belastingaangifte of een aanvraag voor een toeslag handmatig te controleren.

Wat betekende een registratie in de FSV?

Voor zover we nu weten hebben veel mensen niets gemerkt van de registratie in de FSV. Maar we weten dat er ook mensen zijn die onterechte gevolgen hebben ondervonden als we een registratie verkeerd gebruikten. Dan werkten we bijvoorbeeld niet mee aan minnelijke schuldsanering.

Wat betekent dit voor u?

We onderzoeken of de registratie voor u mogelijk onterechte gevolgen heeft gehad. Door de grote hoeveelheid registraties zal dit onderzoek niet snel afgerond zijn. We informeren u zodra we weten wat de uitkomst van dit onderzoek is.’

2.7.

In haar nadere stuk van 4 november 2021 schrijft belanghebbende onder meer:

‘Er is in 2016 een boekenonderzoek ingesteld bij belanghebbende n.a.v. een onderzoek naar toeslagen van de directeur. Mogelijke fraude met betrekking tot de dochter van [naam1] (…) [de dochter] . (…)

Dit zou dan ook de uitgekeerde toeslagen beïnvloeden (…)

Tijdens en tot ver na het onderzoek werden er steeds nieuwe argumenten aangehaald om de inkomsten voor de bedrijven van [naam5] en partner “op te krikken” (…) Al gauw bleek, geheel onterecht en uit het niets, dat het criminaliseren van de aandeelhouders, met woorden als “opzettelijk bedrog en grove nalatigheid”, de boventoon ging voeren. (…)

Fysieke en psychische stress van honderden blauwe enveloppes die belanghebbende en aandeelhouders n.a.v. het onderzoek hebben gekregen en het onbegrip van wat hun is overkomen eisten en eisen nog steeds hun tol. De directeur [naam5] is met burn-out verschijnselen en psychische problemen onder medische behandeling. (…)

De professionaliteit en belangrijker nog de integriteit van de onderzoekinspecteur verdween bij belanghebbenden op het moment dat men zeer veel jaren terugging met naheffingen terwijl volgens belanghebbenden alle heffingen en aanslagen waren betaald wat er betaald moest worden. Er waren immers ook al definitieve toeslagen gestuurd voor die jaren. (…)

Belanghebbende wist destijds niet dat het onderzoek plaats vond gebaseerd op feiten die nu pas in de pers bekend zijn geworden en de Belastingdienst nu pas (deels) heeft toegegeven. (…)

Vorderingen Belastingdienst [naam5] , diversen waaronder kinderopvangtoeslag, een totaalbedrag van 68.041 euro (opgave Belastingdienst n.a.v. opvragen overzicht fiscaal partner van belanghebbende).

Vorderingen belastingdienst, inkomstenbelasting [naam1] , een totaalbedrag van 90.430 euro (opgave Belastingdienst n.a.v. opvragen overzicht van belanghebbende). (…)

Er zijn inmiddels meer dan 400 blauwe belasting enveloppes ontvangen. (…)

Er zijn inmiddels meer dan 100 bezwaar en beroepschriften ingediend. (…)

De in begin januari 2021 opgevraagde belastingdossiers (CAF en Project 1043) van belanghebbende en haar aandeelhouders zijn tot op heden niet overhandigd. Uit de laatste berichten in de pers blijkt dat niet alleen individuen inzake toeslagen en inkomstenbelasting in het systeem terecht konden komen maar ook BV’s en NV’s met betrekking tot loonheffingen, vennootschapsbelasting en btw. (…)

Er werd gezegd “Het zou zelfs zo kunnen zijn dat er een aparte Belastingdienst IB-herstel lijn (Project 1043) geopend gaat worden nu is gebleken dat de Belastingdienst net als in de toeslagenaffaire de bewijslast omdraaide…” en “Aftrekposten werden standaard afgewezen en bewijzen dat zij terecht waren vaak niet geaccepteerd. Men kreeg ook forse naheffingen omdat eerder goedgekeurde aftrekposten alsnog werden afgekeurd”. En dat is nu precies wat er is gebeurd.

Op 30 oktober 2021 deed belanghebbende haar werknemer [naam1] van zijn kant ook maar melding bij de Belastingdienst nu IB/LH toch iets anders is dan de toeslagaffaire en het vertrouwen in de aanpak van een integer herstel toeslagen totaal is verdwenen. (…)

Belanghebbende en haar aandeelhouders, na jaren van bezwaar en beroepschriften moe gestreden en als fraudeurs bestempeld kregen naheffingen omdat eerder goedgekeurde aftrekposten, salarissen, etc. werden afgewezen zonder enige opgegeven redenen behalve die van een inspecteur die geen bewijslast wou meenemen.

Met niet bewezen opzet, grove schuld dus fraude, en gender en leeftijd discriminatie zoals al jaren aangegeven, moet het volgens belanghebbende ergens ophouden nu de aandeelhouders langzaam het overzicht en de energie verliezen, hun bedrijven en gezinsleven kapotgaan. (…)

Op de klachten inzake het handelen van de inspecteur inzake discriminatie, etc., van tafel vegen van gevraagde bewijzen voor aankopen, etc. aan de directeur van de Belastingdienst hebben zij geen of geen ander antwoord ontvangen dan dat de klacht tijdens het heronderzoek Toeslagen zal worden meegenomen. (…)

UITBREIDING VAN EIS (…)

In de Fraude Signaleringsvoorziening (FSV) werden 20 jaar alle mogelijke vermoedens en signalen over ‘verdachte’ burgers maar ook bedrijven (BV’s en NV’s) bijgehouden, zonder dat werd onderzocht of die informatie wel klopte en waaraan dus niet de juistheid, volledigheid en actualiteitswaarde kon/kan worden ontleend. De selectieregels voor “extra” en “speciaal” onderzoek werden niet bekend gemaakt. De betreffende belastingplichtigen werden ook niet over hun selectie en de reden daarvan geïnformeerd. Toeslagen maar ook aangiften inkomstenbelasting, loonheffingen, vennootschapsbelasting en omzetbelasting werden “extra” gecontroleerd en de belastingdienst heeft inmiddels ook het etnisch profileren toegegeven. Belanghebbende haar werknemer stond om onbekende redenen in deze FSV, de “Belastingdienst fraudelijst”. (…)

Belanghebbende en aandeelhouders werden gecontroleerd (door dezelfde inspecteur) inzake toeslagen, uitgaven voor kinderen (met een deels buitenlands klinkende naam) en vermeende bewust verkeerde Belastingdienst aangiftes.

Belanghebbende werd dan ook in het verlengde door dezelfde inspecteur gecontroleerd wat uiteindelijk tot de inspectierapporten en o.a. de extra naheffingen loonheffingen maar ook btw, Vpb, etc. heeft geleid. (…)

Er werd zonder verder inhoudelijke toetsing vanuit gegaan dat beide aandeelhouders privé niet te goeder trouw waren waarna hun bedrijf, belanghebbende, op fraude werd onderzocht en grove opzet dus fraude werd verweten. (…)

De onrechtmatigheid die in de selectie schuilt, voerde tot het onderzoek dat de inspecteur verrichtte en vervolgens in hogere belastingaanslagen, naheffingen en verrekeningen (met zeer hoge kosten aan juridische en fiscale ondersteuning). (…)

Belanghebbende verzoekt het Hof de Belastingdienst te veroordelen in de kosten gemaakt voor de gang naar de Rechtbank en het Gerechtshof, maar ook voor alle andere gemaakte kosten inzake fiscaal juridische bijstand inzake de bezwaren, beroepschriften en klachten tot op heden.”

2.8.

Ter zitting is onder meer het volgende voorgevallen.

‘De Inspecteur verklaart desgevraagd dat volgens hem de notering op de FSV lijst in casu niet de aanleiding was voor het instellen van het onderzoek. Hij begrijpt dat belanghebbende de controle als streng heeft ervaren. De controle is uitgevoerd door [naam8] en het is bij de Belastingdienst bekend dat hij een strenge aanpak hanteerde. [naam8] werkt thans niet meer als controleur. (…)

Het Hof houdt de Inspecteur voor dat er sprake is geweest van cumulatie van de FSV-lijst en de toeslagenaffaire. Dit blijkt ook uit het nader stuk van 4 november 2021. Er zijn openstaande aanslagen, verrekeningen etc. Het Hof kan daar in dit kader niet over oordelen. De omstandigheid dat [naam1] 400 blauwe enveloppen heeft ontvangen en meer dan 100 bezwaarschriften heeft ingediend vraagt om overkoepelend overleg. (…)

[naam1] verklaart dat hij steeds heeft meegewerkt met de Belastingdienst, maar dat hij niet heeft ingestemd met voorstellen van de Belastingdienst en dat hem dat wordt verweten. (…) De informatie over de FSV inschrijving verklaarde veel over het waarom van de houding van de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft [naam1] en zijn partner nooit willen geloven. (…)

De Inspecteur verklaart dat belanghebbende inzage in het FSV dossier heeft gekregen.

[naam1] verklaart dat hij het dossier heeft opgevraagd maar dat hij het nog niet heeft gekregen. De Belastingdienst was op de hoogte van de inschrijving en het dossier stond de Belastingdienst ter beschikking. Er kunnen gegevens zijn gewist en zijn toegevoegd.

Het Hof vraagt of de rechter de Belastingdienst nog kan geloven.

De Inspecteur verklaart dat hij zich afvraagt of [naam1] goed is behandeld.

Het Hof wijst erop dat de aanslagen zijn gebaseerd op het controlerapport.

De Inspecteur verklaart dat de aanslagen waarschijnlijk wel kloppen.

Het Hof vraagt of dit zo is en vraagt nogmaals of de rechter de Belastingdienst kan vertrouwen.

De Inspecteur verklaart dat het hierbij gaat om een ethische discussie en dat hij de vraag begrijpt.

Het Hof houdt de Inspecteur voor dat de bal bij hem ligt. En dat de vraag voorligt wat er moet gebeuren als er twijfels zijn bij het controlerapport.

(…)

De Inspecteur verklaart dat hij contact heeft gehad met collega’s van de afdeling Formeel Recht. De feiten en omstandigheden zoals die naar voren komen in het verhaal van [naam1] vragen om een oplossing. De Inspecteur wil de zaak graag breder trekken met hulp van het Hof. De Inspecteur zegt toe de naheffingsaanslagen loonheffingen te zullen vernietigen. Hij verklaart verder ook de andere belastingzaken graag op te willen lossen. (…)

De Voorzitter deelt mee dat het vernietigen van de onderhavige naheffingsaanslagen het begin van een oplossing is voor [naam1] en dat het aan de Inspecteur is om ook de andere belastingzaken van [naam1] op te lossen. Het ligt moeilijk voor het Hof om een algemene brief over zaken als de onderhavige op te stellen. Het Hof kan slechts “spreken” in zijn uitspraken.

[naam1] verklaart dat de naheffingsaanslagen loonheffing het zwaartepunt zijn en dat andere zaken daarop zijn gebaseerd. (…) [naam1] verklaart dat de kosten van de boekhouder voor de gevoerde procedures afgerond € 42.609,11 bedragen. (…) De andere aanslagen zijn verweven met de naheffingsaanslagen loonheffingen en zullen opnieuw beoordeeld moeten worden. [naam1] heeft het liefst dat de controleverslagen van tafel gaan.

De Voorzitter vraagt de Inspecteur met welk bedrag voor de proceskosten hij kan instemmen.

De Inspecteur verklaart desgevraagd dat hij het lastig vindt om een bedrag voor de proceskosten te noemen. Hij betwist niet dat belanghebbende in totaal meer dan € 42.000 kosten heeft gemaakt, maar wijst erop dat dit bedrag niet alleen op de onderhavige procedure betrekking heeft.

De Voorzitter benoemt dat nu het hoger beroep gegrond is, de Inspecteur zal worden veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Deze kosten kunnen integraal worden vergoed of forfaitair worden vastgesteld en dat kan ook op een bepaald bedrag zijn. De Voorzitter wijst erop dat in deze procedure niet alles is goed gegaan, en benoemt daarbij het controlerapport. De Voorzitter geeft de Inspecteur in overweging om bij het vergoeden van de kosten ruimhartig te zijn. (…)

De Inspecteur verklaart dat er in de onderhavige zaken niet onzorgvuldig is gehandeld, maar dat het totale plaatje wel vraagt om een ruimhartige vergoeding.

De Inspecteur laat de hoogte van het bedrag graag over aan het oordeel van het Hof. De Inspecteur vindt het lastig om een bedrag te noemen omdat deze zaken een voorbeeld kunnen zijn voor andere, soortgelijke zaken.’

3 Het geschil

Niet meer in geschil is dat de naheffingsaanslagen, en de rentebeschikkingen moeten worden vernietigd. Ook is niet in geschil dat de Rechtbank de verzuimboete terecht heeft vernietigd. In geschil is nog de proceskostenvergoeding.

4 Beoordeling van het geschil

Niet meer in geschil is dat de naheffingsaanslagen en rentebeschikkingen moeten worden vernietigd. Het Hof zal dienovereenkomstig beslissen. Het hoger beroep is dus gegrond

5 Griffierecht en proceskosten

Omdat het Hof het hoger beroep gegrond verklaart, bepaalt het Hof dat de Inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt.

Het Hof ziet aanleiding de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende voor de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep heeft moeten maken.

Naar het oordeel van het Hof is sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het zal afwijken van het tarief dat is opgenomen om artikel 2, eerste lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. In elk geval een van de beide aandeelhouders van belanghebbende was vermeld op de FSV-lijst. Niet kan worden vastgesteld wat de reden was voor die vermelding. Hoewel die vermelding mogelijk niet de aanleiding is geweest voor het onderzoek, acht het Hof aannemelijk dat de vermelding van belanghebbende grote invloed heeft gehad op het verloop van het onderzoek, op de vaststelling van de naheffingsaanslagen, op de behandeling van de bezwaarschriften en op de opstelling van de Inspecteur tijdens de gerechtelijke procedures over de naheffingsaanslagen. Daarbij verdient nog opmerking dat het in het onderhavige geval – anders dan in het arrest HR 10 december 2021, nr. 20/02304, ECLI:NL:HR:2021:1748 – gaat om naheffingsaanslagen die zijn gebaseerd op correcties waarvan de Inspecteur de bewijslast draagt. De naheffingsaanslagen hebben geleid tot verhoging van het verzamelinkomen van [naam1] , waardoor eerder toegekende toeslagen zijn teruggevorderd. Algemeen is bekend dat hardvochtig is opgetreden bij de terugvordering van toeslagen van personen die waren vermeld op de FSV-lijst. Het Hof verwijst in dit verband naar het verslag ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (Kamerstukken II, 2020/21, 35.510, nr. 2). Ook overigens heeft belanghebbende aanmerkelijk nadeel ondervonden van de vermelding op de FSV-lijst. Illustratief daarvoor zijn de honderden blauwe enveloppen die belanghebbende en haar aandeelhouder [naam1] en diens partner ontvingen. Dit heeft ertoe geleid dat zij meer dan honderd bezwaarschriften hebben ingediend en aanmerkelijke kosten hebben moeten maken voor rechtsbijstand. Belanghebbende heeft onweersproken verklaard dat deze kosten in totaal meer dan € 42.000 belopen, waarvan het grootste gedeelte betrekking heeft op de onderhavige zaak. Het Hof zal op grond van het voorgaande de vergoeding voor de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand vaststellen op € 25.000.

6 Beslissing

Het Hof:

– vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,

– verklaart het tegen de uitspraken van de Inspecteur ingestelde beroep gegrond,

– vernietigt de uitspraken van de Inspecteur,

– vernietigt de naheffingsaanslagen, de rentebeschikkingen en de boetebeschikkingen,

– veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 25.000,

– gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht vergoedt, te weten € 1.380 (€ 345 per zaak) in verband met de beroepen bij de Rechtbank en € 532 in verband met het hoger beroep bij het Hof.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van de Merwe, voorzitter, mr. P. van der Wal en mr. J.W. Keuning, in tegenwoordigheid van mr. H. de Jong als griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2022.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De voorzitter,

(J. van de Merwe)

Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 25 januari 2022.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.