Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2022:3238

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-04-2022
Datum publicatie
02-05-2022
Zaaknummer
200.275.556
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Effectenlease. Vordering vanwege advisering door Spaar Select en wetenschap advisering bij Dexia. Geen vordering vanwege buitengerechtelijke incassokosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.275.556

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen 6760279)

arrest van 26 april 2022

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Dexia Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

bij de rechtbank: gedaagde partij in conventie, eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

hierna: Dexia,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

bij de rechtbank: eisende partij in conventie, verwerende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

hierna: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. J.B. Maliepaard.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 2 januari 2019 dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 11 februari 2019,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord (met producties),

- een akte van Dexia,

- een antwoordakte van [geïntimeerde] (met productie).

2.2.

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

3.1.

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.5 van het (bestreden) vonnis van rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 2 januari 2019. Daaraan voegt het hof het volgende toe.

3.2.

Tussen (de rechtsvoorganger van) Dexia enerzijds en [geïntimeerde] anderzijds zijn de onderstaande effectenleaseovereenkomsten tot stand gekomen (hierna: de overeenkomsten).

Nr.

Contractnr.

Naam overeenkomst

Datum overeenkomst

Betaalde maand-

termijnen/ inleg

Datum eind-

afrekening

Resultaat bij beëindiging overeenkomst

I

[nummer1]

Allround Sparen met vooruitbetaling

22-2-2000

€ 10.890,73

19-5-2005

- € 6.248,11

II

[nummer2]

Allround Sparen met maandbetaling

22-2-2000

€ 2.722,80

19-5-2005

- € 1.273,15

3.3.

Bij de totstandkoming van de overeenkomsten was Spaar Select als tussenpersoon betrokken.

3.4.

[geïntimeerde] heeft gedurende de looptijd van de overeenkomsten geen dividend ontvangen. Het door [geïntimeerde] genoten fiscaal voordeel bedroeg in totaal € 990,35 [geïntimeerde] heeft bij beëindiging van de overeenkomst de restschuld aan Dexia voldaan. Dexia heeft op 14 februari 2012 conform het hofmodel een bedrag van € 6.721,92 aan [geïntimeerde] betaald

4 Het geschil en de beslissing bij de rechtbank

4.1.

[geïntimeerde] heeft in conventie een verklaring voor recht gevorderd dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem en/of toerekenbaar is tekortgeschoten en veroordeling van Dexia tot terugbetaling van al hetgeen [geïntimeerde] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomsten, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast heeft [geïntimeerde] een verklaring voor recht gevorderd dat Dexia aansprakelijk is voor de door [geïntimeerde] geleden hypotheekschade te vermeerderen met wettelijke rente, alsook vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

4.2.

Dexia heeft de vorderingen van [geïntimeerde] bestreden en in reconventie –samengevat – gevorderd (voorwaardelijk) afgifte van een kopie van het dossier van Leaseproces omtrent [geïntimeerde] , althans van het (de) intakeformulier(en), op straffe van een dwangsom, en voorts (onvoorwaardelijk) een verklaring voor recht dat de overeenkomsten rechtsgeldig tot stand zijn gekomen, niet zijn vernietigd en niet bloot staan aan vernietiging, alsook dat [geïntimeerde] niet heeft blootgestaan aan het risico van een onaanvaardbaar zware financiële last en dat Dexia aan [geïntimeerde] niets meer verschuldigd is, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten.

4.3.

De kantonrechter heeft in conventie voor recht verklaard dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld door [geïntimeerde] als cliënt te accepteren, terwijl zij behoorde te weten dat Spaar Select hem niet alleen heeft aangebracht, maar ook persoonlijk heeft geadviseerd en daarvoor geen vergunning bezat. Daarnaast heeft zij Dexia veroordeeld om aan [geïntimeerde] te betalen de door hem geleden schade, bestaande uit de door [geïntimeerde] betaalde inleg (termijnbetalingen, eventuele aflossingen minus dividenduitkeringen en het fiscale voordeel ad € 990,35) en betaalde restschuld, vermeerderd met wettelijke rente. Voorts heeft de kantonrechter Dexia veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten. In reconventie heeft de kantonrechter alle vorderingen van Dexia afgewezen. Dexia is veroordeeld in de proceskosten in conventie en in reconventie.

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep

omvang hoger beroep

5.1.

Dexia heeft tegen het vonnis van de kantonrechter zeven grieven aangevoerd. De volgende geschilpunten liggen in hoger beroep nog voor:

- de verjaring (grief I);

- de advisering door Spaar Select als cliëntenremisier (grieven II – IV);

- het handelen van Spaar Select als orderremisier (grief V);

- de buitengerechtelijke kosten (grief VI);

- de proceskostenveroordeling (grief VII).

verjaring

5.2.

Dexia heeft aangevoerd dat de vorderingen van [geïntimeerde] zijn verjaard. Dit betoog gaat niet op. Tussen partijen staat als niet dan wel onvoldoende weersproken vast dat Leaseproces namens [geïntimeerde] Dexia aansprakelijk heeft gesteld bij brief van 13 april 2006, dat [geïntimeerde] door middel van een “opt-out” verklaring in 2007 heeft gemeld niet aan de Duisenberg-regeling gebonden te willen zijn en dat [geïntimeerde] zijn rechtsvordering tot schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht tijdig en rechtsgeldig heeft gestuit bij brieven van 2009 en 2012 en van 24 oktober 2016. De brieven die [geïntimeerde] heeft gestuurd, zijn gelijk aan de brieven die in andere procedures door Leaseproces aan Dexia werden verzonden. In die procedures heeft het hof de inhoud van de brieven voldoende specifiek geacht en heeft het hof het beroep op verjaring verworpen.1 Dexia heeft in deze zaak geen standpunten ingenomen die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. Ook het betoog dat het beroep op schending van artikel 41 Nadere Regeling 1999 (hierna: NR 1999) is verjaard faalt, nu dat beroep kan worden behandeld in het kader van de bij het beroep op eigen schuld in acht te nemen billijkheidsafweging.2 Grief I van Dexia faalt.

beroep op billijkheidscorrectie - advisering
5.3. In de rechtspraak van de Hoge Raad is geoordeeld dat er reden is voor afwijking van het aanbod van Dexia tot afwikkeling van de door haar aan een afnemer toegebrachte schade conform het hofmodel in de situatie dat een cliëntenremisier zonder vergunning een (beleggings)advies aan de afnemer heeft verstrekt en Dexia hiervan wist dan wel behoorde te weten.3 Deze afwijking vindt haar grondslag in een beroep op de billijkheidscorrectie van artikel 6:101, lid 1, slotzin, BW wegens schending van artikel 41 NR 1999. Volgens Dexia heeft de kantonrechter ten onrechte het beroep van [geïntimeerde] op de billijkheidscorrectie van artikel 6:101 BW aanvaard.

5.4.

Uitgangspunt bij de beoordeling van de vraag of sprake is geweest van verboden advisering is dat de tussenpersoon een cliëntenremisier was en niet beschikte over een vergunning om (beleggings)adviezen te mogen geven. Niet betwist is dat Spaar Select optrad als cliëntenremisier voor Dexia en als zodanig was geregistreerd in het STE-register. Tussen partijen staat ook vast dat Spaar Select niet over de nodige vergunning beschikte om tevens als adviseur op te treden. Als maatstaf geldt voorts dat sprake moet zijn van een op de specifieke situatie van de particuliere belegger toegesneden advies. Dit moet worden beoordeeld in het licht van alle omstandigheden van het geval. Uit de arresten van dit hof van 3 november 2020 en daarna blijkt op welke wijze het hof invulling heeft gegeven aan dit toetsingskader.4

5.5.

[geïntimeerde] heeft met betrekking tot de advisering aan hem door Spaar Select onder meer het volgende aangevoerd:

- [geïntimeerde] werd telefonisch benaderd door een medewerker van Spaar Select, waarna een afspraak is gemaakt voor een huisbezoek.

- Tijdens het eerste gesprek waren de heer [geïntimeerde] en zijn echtgenote aanwezig. De adviseur van Spaar Select, de heer [de medewerker van Spaar Select] (hierna: [de medewerker van Spaar Select] ), informeerde naar de wensen en de financiële situatie van [geïntimeerde] . Hierbij kwamen de bruto jaarsalarissen van [geïntimeerde] en zijn echtgenote aan bod. Ook werd er gesproken over de pensioenregelingen en de spaarloonregeling waar zij aan deelnamen. [geïntimeerde] en zijn echtgenote gaven verder aan dat zij een aantal kredieten hadden lopen. Zo hadden zij een doorlopend krediet bij de Postbank en een ‘Golden Car Plan’ voor de auto’s.

- [geïntimeerde] en zijn echtgenote hebben [de medewerker van Spaar Select] aangegeven dat zij eerder zouden willen stoppen met werken. Daarnaast hadden zij de wens om te sparen voor de studie van hun jongste kind. Verder wilden zij graag lagere maandlasten, van het doorlopend krediet af en wilden zij in vrij nieuwe auto’s (blijven) rijden.

- [de medewerker van Spaar Select] adviseerde een Allround Spaarplan aan [geïntimeerde] en zijn echtgenote. Hiermee kon een mooi bedrag gespaard worden om de doelstellingen te kunnen realiseren. Om de inleg van de overeenkomsten te bekostigen en het doorlopend krediet alvast af te lossen, kon [geïntimeerde] volgens de adviseur het beste de overwaarde van het huis gebruiken. De adviseur zou het een en ander nader uitwerken in een Persoonlijk Financieel Plan en nog een keer terugkomen.

- In het Persoonlijk Financieel Plan heeft de adviseur [geïntimeerde] geadviseerd om een nieuwe hypotheek bij SNS af te sluiten en daarvan een bedrag van NLG 24.000,- aan te wenden voor de vooruitbetaling van de Allround Sparen producten. Het overige deel was bestemd voor de aflossing van het doorlopend krediet. Met de opbrengst die de overeenkomst elke vijf jaar zou opleveren, kon [geïntimeerde] om de zoveel tijd een nieuwe auto aanschaffen. Volgens het plan zouden de overeenkomsten na 15 jaar een bedrag van NLG 76.000,-opleveren, waarmee [geïntimeerde] de extra opgenomen hypotheek weer kon aflossen en er alsnog een aanzienlijk kapitaal zou resteren om de studie van de kinderen te bekostigen.

- Naast de hypotheekverhoging adviseerde [de medewerker van Spaar Select] [geïntimeerde] om ook een lijfrenteverzekering af te sluiten bij [naam1] Verzekeringen.

- [geïntimeerde] heeft het advies van [de medewerker van Spaar Select] opgevolgd. De hypothecaire lening is overgesloten bij SNS bank en verhoogd.

5.6.

[geïntimeerde] heeft zijn stellingen onderbouwd met verschillende stukken, waaronder een document getiteld ‘Persoonlijk Financieel Plan’ dat is voorzien van het logo van Spaar Select en de naam van [de medewerker van Spaar Select] . Onder het kopje ‘huidige situatie’ is de financiële situatie van de heer en mevrouw [geïntimeerde] uiteengezet. Daaruit blijkt dat het salaris, de pensioenvoorziening, de spaarloonregeling, de spaarverzekering, de bestaande hypotheek, het doorlopend krediet bij de Postbank en het ‘Golden Car Plan’ zijn besproken en opgenomen. Onder het kopje ‘wensen’ is opgenomen dat [geïntimeerde] eventueel eerder wil stoppen met werken. Daarnaast wil [geïntimeerde] af van het doorlopend krediet bij de Postbank, lagere maandlasten, sparen voor de studie van het jongste kind en nieuwe auto’s blijven rijden. Onder het kopje ‘Spaar Select Advies’ is opgenomen: ‘De huidige hypotheek wordt omgezet naar de SNS Bank met stabielrente (…). Voor de aflossing van de hypotheek wordt een kapitaalverzekering gestart, welke een doelvermogen heeft van f 300.000 (…). De overwaarde op de woning bedraagt momenteel f 75.000 (…) en dit is nog een voorzichtige schatting gezien de huidige huizenmarkt. Door binnen de nieuwe hypotheek een extra bedrag op te nemen van f 43.600 kunnen de dure kredieten worden afgelost. Daarnaast wordt een bedrag van f 24.000 opgenomen om een éénmalige storting te kunnen doen in het Allround Spaarplan om zodoende elke 5 jaar geld beschikbaar te hebben voor een nieuwe auto (…). Voor het pensioen en de VUT loopt er momenteel een lijfrente bij AMEV. Gezien de kosten en rendementen van deze verzekeringsmaatschappij is het aan te bevelen een maatschappij te kiezen waar er een hoog rendement wordt behaald en waar de kosten zeer laag zijn. De

maatschappij die aan deze eisen voldoet, is [naam1] Verzekeringen. Tevens is het raadzaam om

het spaarloon van mevrouw [de echtgenote van geïntimeerde] door te koppelen naar een lijfrente van [naam1]

Verzekeringen. Met de belastingteruggave uit de lijfrente en de geplande inleg bij Spaarbeleg kan er beter een Allround Spaarplan worden gestart met een maandelijkse inleg van ƒ 100 welke na 15 jaar een verwachte opbrengst kent van ƒ 76.000.’ Als conclusie vermeldt het advies: ‘Door gebruik te maken van de overwaarde op de woning, realiseert de familie [geïntimeerde] een situatie waarin de dure doorlopende kredieten zijn afgelost, waarbij het pensioen en de eventuele VUT zijn veilig gesteld. Tevens is er elke 5 jaar voldoende kapitaal beschikbaar voor de aanschaf van een nieuwe auto en wordt er voldoende vermogen opgebouwd om de kinderen te laten studeren. Dit is allemaal mogelijk terwijl de huidige levensstijl onbezorgd kan worden voortgezet, sterker nog, met een maandlast die fors lager ligt. Op de twee ‘aanvraagformulieren Aandelenlease’ staat het stempel van Spaar Select met daarbij de naam [de medewerker van Spaar Select] . Op het eerste aanvraagformulier staat het product ‘Allround Sparen’ aangekruist met daarachter bij ‘vooruitbetaling voor 5 jaar’ handgeschreven ‘f 24.000,-’. Op het tweede aanvraagformulier staat aangekruist dat [geïntimeerde] kiest voor een maandbedrag van NLG 100,- per maand, zonder vooruitbetaling. Uit de afrekening van de notaris van 11 april 2000 blijkt dat een hypotheek is verstrekt door de SNS Bank voor een bedrag van NLG 470.000,-. Uit de afrekening blijkt ook dat van het geleende bedrag de bestaande hypothecaire lening en het doorlopend krediet bij de Postbank zijn afgelost en een bedrag van NLG 24.000,- is betaald aan Labouchere. Uit de financiële afrekening van Dexia volgt dat [geïntimeerde] in maart 2000, in totaal € 10.890,73 (NLG 24.000,-) heeft ingelegd in de effectenleaseovereenkomsten Allround Sparen, hetgeen exact overeenkomt met de door [geïntimeerde] gestelde aanbetaling van NLG 24.000,-.

5.7.

Dexia voert aan dat de door [geïntimeerde] overgelegde productie B (Persoonlijk Financieel Plan) slechts een aantal pijlen en bedragen omvat en dat niet uit het document kan worden afgeleid dat dit op de situatie van [geïntimeerde] is toegespitst. Het hof meent dat dit, gezien de omvang en inhoud van de productie, op een misverstand moet berusten, zeker nu Dexia in randnummer 122 van haar memorie van grieven ook uitgaat van het door [geïntimeerde] overgelegde Persoonlijk Financieel Plan. Dexia weerspreekt voorts in hoger beroep de door [geïntimeerde] uit voormelde gang van zaken getrokken conclusie, namelijk dat Spaar Select verstrekkender heeft geadviseerd dan haar op grond van haar vrijstelling was toegestaan. Het hof overweegt als volgt. Naar het oordeel van het hof had het gegeven de gedetailleerde onderbouwing van de stellingen door [geïntimeerde] , op de weg van Dexia gelegen om deze stellingen te betwisten met op de situatie van [geïntimeerde] toegespitste feiten en omstandigheden. Dexia heeft dat naar het oordeel van het hof onvoldoende gedaan, zodat het hof – als niet dan wel onvoldoende bestreden – zal uitgaan van de juistheid van hetgeen door [geïntimeerde] is gesteld (artikel 149 Rv). Naar het oordeel van het hof heeft [geïntimeerde] met het door hem gestelde voldoende onderbouwd dat de medewerker van Spaar Select met hem heeft gesproken over zijn persoonlijke financiële situatie en hem onder meer heeft geadviseerd twee Allround Sparen producten van Dexia aan te schaffen. Daaruit leidt het hof af dat de medewerker van Spaar Select in het gesprek met [geïntimeerde] verder is gegaan dan het slechts algemeen informeren van [geïntimeerde] over de kenmerken van het product in kwestie en dat [geïntimeerde] ertoe is bewogen de overwaarde in zijn huis te benutten om twee Allround Sparen producten aan te schaffen. Dat medewerkers van Dexia en andere tussenpersonen hebben verklaard dat zij geen (beleggings)advies gaven, doet er niet aan af dat in de onderhavige situatie dit wel kan worden vastgesteld. Bij gebreke van een voldoende gemotiveerde betwisting komt het hof niet toe aan het (tegen)bewijsaanbod van Dexia.

wetenschap

5.8.

Voor het beroep op de billijkheidscorrectie is naast het vereiste van advisering door de tussenpersoon ook vereist dat Dexia wist of behoorde te weten dat de tussenpersoon in kwestie – Spaar Select – [geïntimeerde] zodanig heeft geadviseerd dat zij buiten de grens van haar vrijstelling is getreden.

5.9.

Dit hof heeft in zijn arresten van 3 november 2020 en daarna waarin verboden advisering is aangenomen op basis van de discussie tussen partijen in die zaken en de daarbij overgelegde documenten omtrent de vereiste wetenschap bij Dexia geoordeeld dat zij wist dan wel behoorde te weten dat de tussenpersonen in die zaken, waaronder met name ook Spaar Select, de afnemers regelmatig niet slechts algemeen over deze producten informeerden, maar de producten ook onderdeel lieten zijn van een specifiek op de persoon toegesneden advies en dat het daarom op de weg van Dexia als vergunninghoudende financiële instelling lag om te verifiëren of de bij haar aangebrachte cliënt in die zin was geadviseerd. Nu zij dat naliet en het risico van verboden advisering zich verwezenlijkte, oordeelde het hof dat Dexia wetenschap had van de advisering of dat behoorde te weten. Het hof verwijst naar deze zaken die bij Dexia en – via Leaseproces – bij de afnemers bekend zijn.5

5.10.

Naar het oordeel van het hof heeft [geïntimeerde] in de onderhavige zaak (op basis van dezelfde stukken als in de zaken van 3 november 2020 en daarna naar voren zijn gebracht) voldoende aangetoond dat Dexia in algemene zin wist, althans behoorde te weten dat Spaar Select haar klanten regelmatig adviseerde en dat Dexia kan worden verweten dat zij onder de gegeven omstandigheden heeft nagelaten om te controleren of sprake was van verboden advisering bij [geïntimeerde] . Weliswaar heeft [geïntimeerde] zich niet beroepen op het jaarverslag over het jaar 2001 van Labouchere, maar op basis van de andere overgelegde producties, komt het hof ook tot het oordeel dat Dexia wist althans behoorde te weten van de advisering door Spaar Select. Nu Dexia de aan de overgelegde stukken ontleende citaten en de conclusies die [geïntimeerde] hieraan verbindt onvoldoende gemotiveerd en concreet heeft tegengesproken, moet er in rechte van worden uitgegaan dat Dexia wetenschap had behoren te hebben van de advisering door Spaar Select.

5.11.

De conclusie luidt dat het beroep van [geïntimeerde] op de billijkheidscorrectie slaagt. Het gevolg hiervan is dat de schade van [geïntimeerde] volledig door Dexia moet worden vergoed. De grieven II t/m IV van Dexia falen.

omvang schade

5.12.

Uit het voorgaande volgt dat de schade van [geïntimeerde] , bestaande uit de door hem betaalde inleg (rente, aflossing en kosten) en de restschuld, volledig door Dexia moet worden vergoed. Tussen partijen is geen geschil over de omvang van de schade en Dexia heeft geen grief gericht tegen de wijze waarop de kantonrechter de schade van [geïntimeerde] , met inbegrip van de door hem genoten voordelen, in het vonnis heeft toegekend.

buitengerechtelijke kosten

4.13.

Dexia heeft een grief gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat zij buitengerechtelijke kosten verschuldigd is (grief VI). [geïntimeerde] heeft verweer gevoerd en heeft – samengevat – gesteld dat de door Leaseproces verrichte werkzaamheden wel in aanmerking komen voor vergoeding als buitengerechtelijke kosten. Het hof heeft meermaals geoordeeld dat de werkzaamheden, zoals deze door [geïntimeerde] zijn genoemd, niet als buitengerechtelijke kosten voor vergoeding in aanmerking komen en verwijst naar die uitspraken en daaraan ten grondslag liggende jurisprudentie.6 [geïntimeerde] heeft in deze zaak geen standpunten ingenomen die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. Grief VI slaagt.

6 De slotsom

6.1.

De conclusie is dat grief VI slaagt en de overige grieven van Dexia falen (deels bij gebrek aan belang). Het bestreden vonnis zal, behoudens voor zover daarin onder 7.3 Dexia is veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten, worden bekrachtigd. Het hof zal het vonnis op dit punt vernietigen en opnieuw rechtdoende deze vordering alsnog afwijzen.

6.2.

Als de (overwegend) in het ongelijk te stellen partij zal het hof Dexia in de kosten van het hoger beroep veroordelen. Grief VII van Dexia faalt ook. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 324-

- salaris advocaat € 1.671,- (1,5 punt x appeltarief II)

6.3.

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 2 januari 2019, behoudens voor zover daarin onder 7.3 Dexia is veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten, vernietigt dit vonnis en zoverre en doet in zoverre opnieuw recht;

wijst de vordering van [geïntimeerde] tot betaling van € 462,50 wegens buitengerechtelijke kosten af;

veroordeelt [geïntimeerde] tot terugbetaling van het bedrag van € 462,50 aan Dexia, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van betaling door Dexia aan [geïntimeerde] tot aan de dag van terugbetaling door [geïntimeerde] aan Dexia;

veroordeelt Dexia in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 324,- voor griffierecht en op € 1.671,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

veroordeelt Dexia in de nakosten, begroot op € 163,-, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 85,- en de explootkosten van betekening van de uitspraak in geval Dexia niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;


wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. I. Brand, B.J. Engberts en W.C. Haasnoot en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 april 2022.

1 Zie onder meer Hof Arnhem-Leeuwarden 10 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10565 en 3 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8989.

2 Zie HR 5 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815, HR 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012 en HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1935.

3 HR 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012 en ECLI:NL:HR:2016:2015 en HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1935.

4 Zie o.m. Hof Arnhem-Leeuwarden 3 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8992, ECLI:NL:GHARL:2020:8984 en ECLI:NL:GHARL:2020:8990.

5 Zie o.m. Hof Arnhem-Leeuwarden 3 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8984.

6 HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590.