Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2022:3235

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-04-2022
Datum publicatie
02-05-2022
Zaaknummer
200.270.774
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Effectenlease. Vordering vanwege advisering door Spaar Select en wetenschap advisering bij Dexia. Geen vordering vanwege buitengerechtelijke incassokosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.270.774

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen: 6745443)

arrest van 26 april 2022

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Dexia Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

bij de rechtbank: gedaagde partij in conventie, eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

hierna: Dexia,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer,

tegen:

1 [geïntimeerde1] ,

en

2. [geïntimeerde2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerden,

bij de rechtbank: eisende partijen in conventie, verwerende partijen in (voorwaardelijke) reconventie,

hierna: [geïntimeerde1] , [geïntimeerde2] en gezamenlijk [geïntimeerden] c.s. (mannelijk enkelvoud),

advocaat: mr. J.B. Maliepaard.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 14 november 2018 dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft gewezen.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 20 december 2019,

- de memorie van grieven (met producties),

- de memorie van antwoord (met producties),

2.2.

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten

3.1.

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.7 van het (bestreden) vonnis van rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 14 november 2018. Daaraan voegt het hof het volgende toe.

3.2.

Tussen (de rechtsvoorganger van) Dexia enerzijds en [geïntimeerden] c.s. anderzijds zijn de onderstaande effectenleaseovereenkomsten tot stand gekomen (hierna: de overeenkomsten).

Nr.

Contractnr.

Naam overeenkomst

Datum overeenkomst

Betaalde maand-

termijnen/ inleg

Datum eind-

afrekening

Resultaat bij beëindiging overeenkomst

I

[nummer1]

Overwaarde Effect

21-6-2000

€ 10.903,20

11-2-2005

- € 5.667,74

II

[nummer2]

Overwaarde Effect

21-6- 2000

€ 5.396,40

11-2-2005

- € 2.805,49

III

[nummer3]

Overwaarde Effect

21-6- 2000

€ 5.396,40

11-2-2005

- € 2.805,49

3.3.

Bij de totstandkoming van de overeenkomsten was Spaar Select als tussenpersoon betrokken.

3.4.

[geïntimeerden] c.s. heeft gedurende de looptijd van de overeenkomsten in totaal € 4.575,51 aan dividend ontvangen. Het door [geïntimeerden] c.s. genoten fiscaal voordeel bedroeg in totaal € 2.284,04. [geïntimeerden] c.s. heeft bij beëindiging van de overeenkomsten de restschuld aan Dexia voldaan. Dexia heeft op 18 januari 2012 conform het hofmodel een bedrag van € 10.184,59 aan [geïntimeerden] c.s. betaald.

4 Het geschil en de beslissing bij de rechtbank

4.1.

[geïntimeerden] c.s. heeft in conventie een verklaring voor recht gevorderd dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem en/of toerekenbaar is tekortgeschoten en veroordeling van Dexia tot betaling van de door [geïntimeerden] c.s. geleden schade, bestaande uit de door [geïntimeerden] c.s. betaalde bedragen aan inleg en de betaalde restschulden, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast heeft [geïntimeerden] c.s. een verklaring voor recht gevorderd dat Dexia aansprakelijk is voor de door [geïntimeerden] c.s. geleden hypotheekschade te vermeerderen met wettelijke rente, alsook vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

4.2.

Dexia heeft de vorderingen van [geïntimeerden] c.s. bestreden en in reconventie –samengevat – gevorderd (voorwaardelijk) afgifte van een kopie van het dossier van Leaseproces omtrent [geïntimeerden] c.s., althans van het (de) intakeformulier(en), op straffe van een dwangsom, en voorts (onvoorwaardelijk) een verklaring voor recht dat de overeenkomsten rechtsgeldig tot stand zijn gekomen, niet zijn vernietigd en niet bloot staan aan vernietiging, alsook dat [geïntimeerden] c.s. niet heeft blootgestaan aan het risico van een onaanvaardbaar zware financiële last en dat Dexia aan [geïntimeerden] c.s. niets meer verschuldigd is, met veroordeling van [geïntimeerden] c.s. in de proceskosten.

4.3.

De kantonrechter heeft in het eindvonnis van 14 november 2018 in conventie voor recht verklaard dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld door [geïntimeerden] c.s. als cliënt te accepteren, terwijl zij behoorde te weten dat Spaar Select hem niet alleen heeft aangebracht, maar ook persoonlijk heeft geadviseerd en daarvoor geen vergunning bezat. Daarnaast heeft zij Dexia veroordeeld om aan [geïntimeerden] c.s. te betalen de door hem geleden schade, bestaande uit de door [geïntimeerden] c.s. betaalde inleg (termijnbetalingen, eventuele aflossingen minus dividenduitkeringen en het fiscale voordeel ad € 2.284,04), vermeerderd met wettelijke rente en verminderd met hetgeen door Dexia reeds is uitgekeerd. Voorts heeft de kantonrechter Dexia veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten. In reconventie heeft de kantonrechter alle vorderingen van Dexia afgewezen. Dexia is veroordeeld in de proceskosten in conventie en in reconventie.

5 De motivering van de beslissing in hoger beroep

omvang hoger beroep

5.1.

Dexia heeft tegen het vonnis van de kantonrechter zes grieven aangevoerd. De volgende geschilpunten liggen in hoger beroep nog voor:

- de verjaring (grief I)

- de advisering door Spaar Select als cliëntenremisier en de wetenschap van Dexia daarover (grieven II – IV);

- de buitengerechtelijke kosten (grief V);

- de proceskostenveroordeling (grief VI).

verjaring en klachtplicht

5.2.

Dexia heeft aangevoerd dat haar beroep op schending van de klachtplicht en verjaring van de vordering ten onrechte is afgewezen. Ter onderbouwing van dit standpunt stelt Dexia dat de vorderingen van [geïntimeerden] c.s. zijn verjaard. Dit betoog gaat niet op. Tussen partijen staat als niet dan wel onvoldoende weersproken vast dat Leaseproces namens [geïntimeerden] c.s. Dexia aansprakelijk heeft gesteld bij brief van 31 oktober 2006, dat [geïntimeerden] c.s. door middel van een “opt-out” verklaring in 2007 heeft gemeld niet aan de Duisenberg-regeling gebonden te willen zijn en dat [geïntimeerden] c.s. zijn rechtsvordering tot schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht tijdig en rechtsgeldig heeft gestuit bij brieven van 9 oktober 2009, 24 januari 2012 en 8 november 2016. De brieven die [geïntimeerden] c.s. heeft gestuurd, zijn gelijk aan de brieven die in andere procedures door Leaseproces aan Dexia werden verzonden. In die procedures heeft het hof de inhoud van de brieven voldoende specifiek geacht en heeft het hof het beroep op verjaring verworpen.1 Dexia heeft in deze zaak geen standpunten ingenomen die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. Dit geldt eveneens voor het niet onderbouwde beroep op schending van de klachtplicht dat ook door dit hof eerder is verworpen.2 Ook het betoog dat het beroep op schending van artikel 41 Nadere Regeling 1999 (hierna: NR 1999) is verjaard faalt, nu dat beroep kan worden behandeld in het kader van de bij het beroep op eigen schuld in acht te nemen billijkheidsafweging.3 Grief I van Dexia faalt.

beroep op billijkheidscorrectie - advisering
5.3. In de rechtspraak van de Hoge Raad is geoordeeld dat er reden is voor afwijking van het aanbod van Dexia tot afwikkeling van de door haar aan een afnemer toegebrachte schade conform het hofmodel in de situatie dat een cliëntenremisier zonder vergunning een (beleggings)advies aan de afnemer heeft verstrekt en Dexia hiervan wist dan wel behoorde te weten.4 Deze afwijking vindt haar grondslag in een beroep op de billijkheidscorrectie van artikel 6:101, lid 1, slotzin, BW wegens schending van artikel 41 NR 1999. Volgens Dexia heeft de kantonrechter ten onrechte het beroep van [geïntimeerden] c.s. op de billijkheidscorrectie van artikel 6:101 BW aanvaard.

5.4.

Uitgangspunt bij de beoordeling van de vraag of sprake is geweest van verboden advisering is dat de tussenpersoon een cliëntenremisier was en niet beschikte over een vergunning om (beleggings)adviezen te mogen geven. Niet betwist is dat Spaar Select optrad als cliëntenremisier voor Dexia en als zodanig was geregistreerd in het STE-register. Tussen partijen staat ook vast dat Spaar Select niet over de nodige vergunning beschikte om tevens als adviseur op te treden. Als maatstaf geldt voorts dat sprake moet zijn van een op de specifieke situatie van de particuliere belegger toegesneden advies. Dit moet worden beoordeeld in het licht van alle omstandigheden van het geval. Uit de arresten van dit hof van 3 november 2020 en daarna blijkt op welke wijze het hof invulling heeft gegeven aan dit toetsingskader.5

5.5.

[geïntimeerden] c.s. heeft met betrekking tot de advisering aan hem door Spaar Select onder meer het volgende aangevoerd:

- [geïntimeerden] c.s. heeft contact gehad met een medewerker van Spaar Select, waarna een afspraak is gemaakt voor een huisbezoek.

- Tijdens het eerste gesprek heeft de adviseur van Spaar Select, de heer [de medewerker van Spaar Select] (hierna: [de medewerker van Spaar Select] ), geïnformeerd naar de wensen en de financiële situatie van [geïntimeerden] c.s. Met [de medewerker van Spaar Select] is gesproken over de wens van [geïntimeerden] c.s. om veilig vermogen op te bouwen voor onder andere de verbouwing van de badkamer, de aanschaf van een nieuwe auto en voor het aanstaande huwelijk. [de medewerker van Spaar Select] adviseerde [geïntimeerden] c.s. om in zijn geval een Overwaarde Effect product van Dexia af te sluiten. [geïntimeerden] c.s. diende hiervoor de overwaarde op zijn woning op te nemen middels een nieuwe hypothecaire lening en deze aan te wenden voor de vooruitbetaling op het Overwaarde Effect product. Volgens [de medewerker van Spaar Select] zou [geïntimeerden] c.s. met dit spaarplan aanzienlijk vermogen opbouwen, zodat [geïntimeerden] c.s. na vijf jaar het deel van de hypotheek dat aangewend werd voor de vooruitbetaling van het Overwaarde Effect product, weer kon aflossen en er een aanzienlijk bedrag zou resteren. [de medewerker van Spaar Select] hield [geïntimeerden] c.s. voor dat dit kon tegen lagere maandlasten dan de lasten die nu werden betaald. Hij zou één en ander op papier gaan zetten.

- [de medewerker van Spaar Select] heeft vervolgens een persoonlijk financieel plan opgesteld, waarin aan de hand van een inventarisatie van de persoonlijke situatie en de wensen van [geïntimeerden] c.s. specifiek het Overwaarde Effect product aan [geïntimeerden] c.s. werd aangeraden.

- [geïntimeerden] c.s. heeft het advies van [de medewerker van Spaar Select] opgevolgd. De taxatie van de woning en het afsluiten van de levensverzekering en de hypotheek zijn met behulp van Spaar Select gedaan. De hypotheek is via een lening bij SNS bank overgesloten en er is NLG 48.000,- aan inleg betaald voor de drie Overwaarde Effect producten van Dexia.

5.6.

Ter onderbouwing van zijn stellingen heeft [geïntimeerden] c.s. de hypotheekstukken overgelegd en het hiervoor genoemde ‘Persoonlijk Financieel Advies’ dat is voorzien van het logo van Spaar Select en de naam van [de medewerker van Spaar Select] . Onder het kopje ‘huidige situatie’ is onder meer opgenomen dat er ‘sprake is van een flinke overwaarde’. De tekst luidt als volgt: ‘ [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] wonen momenteel in een koopwoning waarop een SNS spaar/aflossingsvrije hypotheek rust van f 173.000,- (f 140.000,- + f 32.000,-). Deze hypotheek geeft een bruto maandlast van f 1140,- per maand. Daarnaast leggen jullie f 180,75 per maand in, voor het spaarplan naast de hypotheek. De vrije verkoopwaarde van het huis bedraagt momenteel f 325.000,- Er is dus sprake van een flinke overwaarde. [geïntimeerde1] is werkzaam als medewerker bij [de werkgever1] te [woonplaats] . Het bruto-jaarinkomen bedraagt momenteel f 52.409,-. Het pensioen is afgedekt door een collectieve arbeidsovereenkomst. Via de werkgever wordt het bedrijfssparen aangeboden, hier wordt sinds 1994 aan deelgenomen. [geïntimeerde2] is werkzaam als part-time medewerkster bij [de werkgever2] te [plaats] . Haar bruto-jaarinkomen bedraagt momenteel f 33.807,-. Jullie sparen op dit moment f 600,- per maand, voor reserve en voor de auto en het huwelijk.’

Onder het kopje ‘Wensen’ staat het volgende: ‘Jullie zouden over een jaar of vijf een bedrag willen hebben, dat jullie vrij naar keuze zouden kunnen uitgeven. Daarnaast willen jullie f 40.000,- hebben voor de verbouwing van de badkamer, een nieuwe auto en voor het aanstaande huwelijk. Ook zouden jullie een besparing willen hebben op de huidige rentelasten van de hypotheek. In verband met de huidige uitgaven willen jullie de huidige maandlasten niet uitbreiden.’ Verder is onder ‘Spaar Select Advies’ opgenomen: ‘Door de overwaarde te benutten voor een aandelenlease-constructie, bekostigt het spaarplan zichzelf’.

Onder het kopje ‘Hypotheek’ is opgenomen: ‘oversluiten huidige hypotheek f 180.000,- + f 40.000,- verbouwing, auto en huwelijk en f 55.000,- voor het spaarplan. (..). Van f 55.000,- wordt f 48.000,- in een aandelenlease-constructie gestort.’ Uit de berekening onder het kopje ‘Kosten overzicht Overwaarde Effect’ volgt dat de geschatte winst NLG 32.891,44 bedraagt. Op de drie ‘Aanvraagformulieren Aandelenlease’ staat bovenaan het stempel van Spaar Select en staat het product ‘Overwaarde Effect’ aangekruist. Op het eerste aanvraagformulier staat daarachter bij ‘vooruitbetaling voor 5 jaar’ handgeschreven ‘f 24.000,-’ en op het tweede en derde aanvraagformulier ‘f 12.000,-’ (totaal: NLG 48.000,-). Uit de afrekening van de notaris van 1 augustus 2000 blijkt dat een hypotheek is verstrekt door de SNS Bank voor een bedrag van NLG 275.000,-. Uit de financiële afrekening van Dexia volgt dat [geïntimeerden] c.s. op 11 augustus 2000 in totaal € 21.696,- (NLG 47.811,-) heeft ingelegd in de effectenleaseovereenkomsten ‘Overwaarde Effect’, hetgeen, anders dan Dexia stelt, nagenoeg overeenkomt met de door [geïntimeerden] c.s. gestelde aanbetaling van NLG 48.000,-.

5.7.

Dexia betwist de door [geïntimeerden] c.s. gestelde feiten en betwist dat een gesprek heeft plaatsgevonden tussen [geïntimeerden] c.s. en Spaar Select. Dexia weerspreekt in hoger beroep voorts de door [geïntimeerden] c.s. uit voormelde gang van zaken getrokken conclusie, namelijk dat Spaar Select verstrekkender heeft geadviseerd dan haar op grond van haar vrijstelling was toegestaan. Naar het oordeel van het hof had het gegeven de gedetailleerde onderbouwing van de stellingen door [geïntimeerden] c.s., op de weg van Dexia gelegen om deze stellingen te betwisten met op de situatie van [geïntimeerden] c.s. toegespitste feiten en omstandigheden. Dexia heeft dat naar het oordeel van het hof onvoldoende gedaan. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom uit de tekst van het door [geïntimeerden] c.s. overgelegde stuk, getiteld ‘Persoonlijk Financieel Advies’ niet blijkt dat een gesprek heeft plaatsgevonden tussen [geïntimeerden] c.s. en een verkoper van Spaar Select. Het hof wijst daarbij op de gedetailleerde informatie over de situatie en wensen van [geïntimeerden] c.s. onder de kopjes ‘Huidige situatie’ en ‘Wensen’ gecombineerd met het (tamelijk formele) taalgebruik. Het hof zal daarom – als niet dan wel onvoldoende bestreden – uitgaan van de juistheid van hetgeen door [geïntimeerden] c.s. is gesteld (artikel 149 Rv). Naar het oordeel van het hof heeft [geïntimeerden] c.s. met het door hem gestelde voldoende onderbouwd dat de medewerker van Spaar Select onderzoek heeft gedaan naar zijn persoonlijke financiële situatie, deze in kaart heeft gebracht en op basis van zijn bevindingen heeft geadviseerd de Overwaarde Effect producten van Dexia aan te schaffen. Daaruit leidt het hof af dat de betrokkenheid van de medewerker van Spaar Select bij [geïntimeerden] c.s. meer heeft omvat dan het slechts algemeen informeren van [geïntimeerden] c.s. over de kenmerken van het product in kwestie en dat [geïntimeerden] c.s. ertoe is bewogen de overwaarde in zijn huis te benutten om de Overwaarde Effect producten aan te schaffen. Daarbij betreft met name het aanwenden van de overwaarde in zijn woning bij uitstek de persoonlijke financiële situatie van [geïntimeerden] c.s. Dat medewerkers van Dexia en andere tussenpersonen hebben verklaard dat zij geen (beleggings)advies gaven, doet er niet aan af dat in de onderhavige situatie dit wel kan worden vastgesteld. Bij gebreke van een voldoende gemotiveerde betwisting komt het hof niet toe aan (tegen)bewijs door Dexia.

wetenschap

5.8.

Voor het beroep op de billijkheidscorrectie is naast het vereiste van advisering door de tussenpersoon ook vereist dat Dexia wist of behoorde te weten dat de tussenpersoon in kwestie – Spaar Select – [geïntimeerden] c.s. zodanig heeft geadviseerd dat zij buiten de grens van haar vrijstelling is getreden.

5.9.

Dit hof heeft in zijn arresten van 3 november 2020 en daarna, waarin verboden advisering is aangenomen op basis van de discussie tussen partijen en de daarbij overgelegde documenten omtrent de vereiste wetenschap bij Dexia, geoordeeld dat zij wist dan wel behoorde te weten dat de tussenpersonen in die zaken, waaronder met name ook Spaar Select, de afnemers regelmatig niet slechts algemeen over deze producten informeerden, maar de producten ook onderdeel lieten zijn van een specifiek op de persoon toegesneden advies en dat het daarom op de weg van Dexia als vergunninghoudende financiële instelling lag om te verifiëren of de bij haar aangebrachte cliënt in die zin was geadviseerd. Nu zij dat naliet en het risico van verboden advisering zich verwezenlijkte, oordeelde het hof dat Dexia wetenschap had van de advisering of dat behoorde te weten. Het hof verwijst naar deze zaken die bij Dexia en – via Leaseproces – bij de afnemers bekend zijn.6

5.10.

Naar het oordeel van het hof heeft [geïntimeerden] c.s. in de onderhavige zaak (op basis van grotendeels dezelfde stukken als in de zaken van 3 november 2020 naar voren zijn gebracht) voldoende aangetoond dat Dexia in algemene zin wist, althans behoorde te weten dat Spaar Select haar klanten regelmatig adviseerde en dat Dexia kan worden verweten dat zij onder de gegeven omstandigheden heeft nagelaten om te controleren of sprake was van verboden advisering bij [geïntimeerden] c.s. Weliswaar heeft [geïntimeerden] c.s. zich niet beroepen op het jaarverslag over het jaar 2001 van Labouchere, maar op basis van de andere overgelegde producties, komt het hof ook tot het oordeel dat Dexia wist althans behoorde te weten van de advisering door Spaar Select. Nu Dexia de aan de overgelegde stukken ontleende citaten en de conclusies die [geïntimeerden] c.s. hieraan verbindt onvoldoende gemotiveerd en concreet heeft tegengesproken, moet er in rechte van worden uitgegaan dat Dexia wetenschap had behoren te hebben van de advisering door Spaar Select.

5.11.

De conclusie luidt dat het beroep van [geïntimeerden] c.s. op de billijkheidscorrectie slaagt. Het gevolg hiervan is dat de schade van [geïntimeerden] c.s. volledig door Dexia moet worden vergoed. De grieven II t/m IV Dexia falen.

omvang schade

5.12.

Uit het voorgaande volgt dat de schade van [geïntimeerden] c.s., bestaande uit de door hem betaalde inleg (rente, aflossing en kosten) en de restschuld, volledig door Dexia moet worden vergoed. Tussen partijen is geen geschil over de omvang van de schade en Dexia heeft geen grief gericht tegen de wijze waarop de kantonrechter de schade van [geïntimeerden] c.s., met inbegrip van de door hem genoten voordelen, in het vonnis heeft toegekend.

buitengerechtelijke kosten

5.13.

Dexia heeft een grief gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat zij buitengerechtelijke kosten verschuldigd is (grief V). [geïntimeerden] c.s. heeft verweer gevoerd en heeft – samengevat – gesteld dat de door Leaseproces verrichte werkzaamheden wel in aanmerking komen voor vergoeding als buitengerechtelijke kosten. Het hof heeft meermaals geoordeeld dat de werkzaamheden, zoals deze door [geïntimeerden] c.s. zijn genoemd, niet als buitengerechtelijke kosten voor vergoeding in aanmerking komen en verwijst naar die uitspraken en daaraan ten grondslag liggende jurisprudentie.7 [geïntimeerden] c.s. heeft in deze zaak geen standpunten ingenomen die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. Grief V slaagt.

6 De slotsom

6.1.

De conclusie is dat grief V slaagt en de overige grieven van Dexia falen. Het bestreden vonnis zal, behoudens voor zover daarin onder 7.3 Dexia is veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten, worden bekrachtigd. Het hof zal het vonnis op dit punt vernietigen en opnieuw rechtdoende deze vordering alsnog afwijzen.

6.2.

Als de (overwegend) in het ongelijk te stellen partij zal het hof Dexia in de kosten van het hoger beroep veroordelen. Grief VI van Dexia faalt ook. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerden] c.s. zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 324,-

- salaris advocaat € 1.442,- (1 punt x appeltarief III)

6.3.

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 14 november 2018, behoudens voor zover daarin onder 7.3 Dexia is veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke kosten, vernietigt dit vonnis en zoverre en doet in zoverre opnieuw recht;

wijst de vordering van [geïntimeerden] c.s. tot betaling van € 462,50 wegens buitengerechtelijke kosten af;

veroordeelt [geïntimeerden] c.s. tot terugbetaling van het bedrag van € 462,50 aan Dexia, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag van betaling door Dexia aan [geïntimeerden] c.s. tot aan de dag van terugbetaling door [geïntimeerden] c.s. aan Dexia;

veroordeelt Dexia in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerden] c.s. vastgesteld op € 324,- voor griffierecht en op € 1.442,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

veroordeelt Dexia in de nakosten, begroot op € 163,-, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 85,- en de explootkosten van betekening van de uitspraak in geval Dexia niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;


wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. I. Brand, B.J. Engberts en W.C. Haasnoot en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 april 2022.

1 Zie onder meer Hof Arnhem-Leeuwarden 10 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10565 en 3 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8989.

2 Zie onder meer Hof Arnhem-Leeuwarden 10 december 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10565.

3 Zie HR 5 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH2815, HR 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012 en HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1935.

4 HR 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012 en ECLI:NL:HR:2016:2015 en HR 12 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1935.

5 Zie o.m. Hof Arnhem-Leeuwarden 3 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8992, ECLI:NL:GHARL:2020:8984 en ECLI:NL:GHARL:2020:8990.

6 Zie o.m. Hof Arnhem-Leeuwarden 3 november 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:8984.

7 HR 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:590.