Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2022:3191

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
25-04-2022
Datum publicatie
30-05-2022
Zaaknummer
Wahv 200.269.692/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bebording aanwezig? Vaste flitspaal. Bebouwde kom. Het hof herhaalt dat bij kom- en zoneborden niet alleen moet blijken dat op enig moment vóór en ná de snelheidsmeting een bord op de gevolgde route aanwezig was, maar ook moet worden geverifieerd of in de tussenliggende periode incidenten hebben plaatsgevonden met de bebording. Nu aan die laatste eis niet is voldaan, staat onvoldoende vast dat deugdelijke bebording aanwezig was. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.269.692/01

CJIB-nummer

: 214267262

Uitspraak d.d.

: 25 april 2022

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 30 september 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 312,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 29 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 februari 2018 om 05.52 uur op de Weg naar de Poort in Nieuwegein met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter de inleidende beschikking ten onrechte in stand heeft gelaten. Op de pleegdatum was de bebording niet of niet zichtbaar aanwezig. Er is geen recent schouwrapport en ook de beelden van Google Maps Street View zijn van een datum die te ver is gelegen van de pleegdatum.

3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“ Toegestane snelheid : 50 km/u. (…)

De overtreding werd geautomatiseerd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal.”

4. De betrokkene wordt verweten te hebben gehandeld in strijd met artikel 20, aanhef en onder a, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 dat bepaalt dat de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom 50 km/h bedraagt. Het begin van de bebouwde kom wordt aangegeven door middel van een bord H1.

5. In het dossier bevinden zich onder meer een aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar en uitdraaien van Google Maps Street View, waaruit blijkt dat de pleeglocatie een kruising vlak na het begin van de bebouwde kom betreft. In dit geval is er dus maar één aanrijroute en dit betekent dat, om vast te kunnen stellen of de gedraging is verricht, moet blijken van bebording H1 aan de Weg naar de Poort.

6. Uit door het advocaat-generaal ingebrachte schouwrapport blijkt dat op 15 januari 2018 de betreffende bebording geschouwd en in orde bevonden is. Daarnaast blijkt uit de uitdraai van Google Maps Street View met opnamedatum juli 2018 dat zich ter plaatse zowel links als rechts van de rijbaan borden H1 bevonden. Er kan worden vastgesteld dat zowel enig moment voor als na de gedraging juiste bebording aanwezig was. Echter niet blijkt dat er navraag is gedaan naar eventuele incidenten met betrekking tot de bebording (vgl. ro 8 van het arrest van het hof van 28 februari 2020 (te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2020:1803). Dit betekent dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter een hoger beroepschrift en een nadere toelichting daarop dienen in totaal 3,5 punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.354,50.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.354,50.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.