Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2022:2105

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-03-2022
Datum publicatie
11-04-2022
Zaaknummer
Wahv 200.297.197/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Parkeerplaats voor opladen elektrische voertuigen. De accu van de auto was al (ruim) twee uur vol, zodat niet meer werd voldaan aan de voorwaarde dat moet worden geladen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.297.197/01

CJIB-nummer

: 234625551

Uitspraak d.d.

: 17 maart 2022

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 27 april 2021, betreffende

[de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De zaak is behandeld op de zitting van 3 maart 2022. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [naam1] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “parkeren op parkeergelegenheid met ander doel dan aangegeven wijze”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 juni 2020 om 14:39 uur op de Boerenburgerweg in Noordwijk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de omstandigheden reden geven de sanctie te vernietigen dan wel te matigen. De betrokkene heeft het voertuig niet langdurig geparkeerd nadat het laden was voltooid. Het zou leiden tot de onhoudbare situatie dat een bestuurder bij het voertuig zou moeten blijven om hem te verplaatsen exact zodra het licht groen gaat uitstralen op de laadpaal. Het parkeerbeleid is niet voldoende kenbaar. Het is niet duidelijk wat wordt bedoeld met ‘langdurig parkeren’. Het had op de weg van de gemeente gelegen om nader te specificeren wat als langdurig te gelden heeft.

Verder voert de gemachtigde aan dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven omdat daarin niet is vermeld welk wettelijk voorschrift zou zijn overtreden. Ook blijkt niet van een dergelijke vermelding in het zaakoverzicht. Dit is in strijd met artikel 4, eerste lid, van de Wahv en artikel 2, eerste lid, van de Regeling modellen en formulieren ten behoeve van de handhaving Justitie en de betrokkene is daardoor in zijn verdedigingsbelangen geschaad, aldus de gemachtigde.

3. Uit de omschrijving van de gedraging in de inleidende beschikking, in combinatie met de verdere omschrijving van het overtreden voorschrift in het zaakoverzicht – dat het een overtreding betreft van artikel 24, lid 1 sub, d van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 – moet het voor de betrokkene in ieder geval vanaf de procedure van het administratief beroep duidelijk zijn geweest waartegen hij zich diende te verweren. Dat het de gemachtigde daadwerkelijk duidelijk was waartegen hij zich diende te verdedigen blijkt ook uit hetgeen hij in administratief beroep heeft aangevoerd.

4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Om 12.40 uur heden niet aan het opladen aan oplaadpunt 51152.” Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 13 januari 2021. Hierin verklaart de ambtenaar het volgende: “Ik, [naam2] , belast met toezicht op de naleving van de Algemene plaatselijke verordening en Afvalstoffenverordening van de gemeente Noordwijk, alsmede met de handhaving van het parkeerbeleid van de gemeente Noordwijk, bevond mij, in uniform gekleed, op 9 juni 2020 om 12:40 uur op de binnen de bebouwde kom van de gemeente Noordwijk gelegen openbare weg de Boerenburgerweg, toen ik zag dat daar een voertuig was geparkeerd op een parkeergelegenheid, terwijl blijkens de aanduiding op het bord of op het onderbord, dat voertuig stond geparkeerd met een ander doel dan de aangegeven wijze. Ik zag namelijk dat daar toen in een parkeervak, dat blijkens verkeersbord E04 met twee onderborden, te weten een onderbord met de tekst ‘opladen elektrische voertuigen’ en een onderbord OB504 (pijl schuin naar rechtsonder en naar linksonder), uitsluitend was bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen, was geparkeerd een personenauto van het merk MG met het kenteken [kenteken] die niet aan het opladen was. Ik zag dat dit voertuig in het parkeervak, kijkend naar de voorzijde van verkeersbord E04, meteen rechts van dit verkeerbord met zijn twee onderborden stond en ik zag dat dit verkeersbord met zijn onderborden pal voor een laadpunt van de firma [naam3] met het laadpaalnummer 51152 stond. Ik zag dat het andere parkeervak bij dit bord op dat moment niet bezet was. Ik zag dat dit voertuig aan de laadpaal met laadpuntnummer 51152 door middel van een laadkabel was verbonden. Ik zag dat op de laadpaal met laadpuntnummer 51152 toen een groen lampje brandde. Ik zag toen dat op dit laadpunt bij het groene licht de tekst was aangegeven ‘batterij vol/standby’, ten teken dat er op dat moment niet werd geladen. Ik maakte met mijn iPhone daar om 12:40 en 12:41 uur op 9 juni 2020 vier foto’s van het voertuig, het laadpunt en het verkeersbord. Dit was mijn eerste waarneming. Om 12:41 uur op 9 juni 2020 vertrok ik bij dit voertuig om mijn surveillance voort te zetten. Om 14:39 uur op 9 juni 2020 keerde ik naar dezelfde locatie terug. Ik zag toen dat de voornoemde personenauto van het merk MG met het kenteken [kenteken] op exact dezelfde plek was geparkeerd bij de laadpaal met laadpuntnummer 51152, terwijl de laadkabel van dit voertuig op exact dezelfde wijze aan hetzelfde laadpunt was verbonden. Ik zag daar toen, om 14:39 uur op 9 juni 2020, dat op dit laadpunt een groen lampje brandde, ten teken dat er op dat moment niet werd geladen. Ik zag dat het andere parkeervak bij deze laadpaal toen niet bezet was door een voertuig. Dit was mijn tweede waarneming.

Tussen mijn waarnemingen verstreken 1 uur en 59 minuten. Ten tijde van beide waarnemingen werd er niet opgeladen blijkens de laadpaal. Ik besloot daar, om 14:39 uur, op 9 juni 2020 een aankondiging van beschikking uit te schrijven.”

5. Het dossier bevat daarnaast een aantal foto’s van de gedraging. Hierop is te zien dat het voertuig op zowel 12:40 uur als 14:39 uur ter plaatse stond geparkeerd en dat de kabel was aangesloten op de laadpaal. Ook is te zien dat op beide tijdstippen een groen lampje brandt op de laadpaal en dat dit betekent ‘batterij vol/standby’.

6. In de Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk houdende regels omtrent openbare elektrische laadinfrastructuur Beleidsregels Openbare Elektrische Laadinfrastructuur Noordwijk versie 3 is in artikel 16 (Handhaving) het volgende bepaald: “Het juiste en enige toegestane gebruik van een oplaadpaal en/of oplaadinfrastructuur is: als een elektrisch voertuig met de kabel aangesloten is aan de oplaadpaal en/of oplaadinfrastructuur. Indien niet op de juiste manier/wijze wordt geparkeerd op een voor elektrische voertuigen gereserveerde parkeerplaats dan wordt hier op gehandhaafd. Hierbij wordt naar redelijkheid en billijkheid opgetreden. Het langdurig bezet houden van een gereserveerde parkeerplaats met een ander doel dan het opladen dan wel het ‘smart chargen’ is niet toegestaan (het zogenaamde paalkleven).”

7. Het hof stelt voorop dat geen sprake is van parkeren met het doel "opladen elektrische voertuigen" wanneer het voertuig niet daadwerkelijk wordt opgeladen. Dat een voertuig gedurende enige tijd wordt opgeladen nadat het op een daarvoor bestemde parkeerplaats wordt neergezet, doet er niet aan af dat het parkeren niet (meer) met dit doel plaatsvindt wanneer de batterij vol is. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat het lampje op de laadpaal groen brandde, wat betekent dat de batterij vol was. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene ten tijde van het constateren van de gedraging niet werd opgeladen. De betrokkene ontkent dit op zichzelf ook niet. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.

8. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof vervolgens te beoordelen of er redenen zijn het bedrag van de sanctie te matigen of een sanctie achterwege te laten.

9. Naar het oordeel van het hof is niet gebleken van dergelijke redenen. Het behoort tot de verantwoordelijkheid en het risico van de bestuurder van een elektrisch voertuig om het voertuig te verplaatsen zodra het voertuig niet meer wordt opgeladen op een parkeerplaats die is aangeduid met een bord E04 met het onderbord "opladen elektrische voertuigen". Voor zover van de zijde van de betrokkene is gesteld dat de bestuurder steeds bij het voertuig zou moeten blijven om te weten wanneer hij zijn voertuig moet verplaatsen, wordt opgemerkt dat na het aansluiten van een elektrisch voertuig aan een laadpaal door het voertuig in de regel zelf een berekening wordt gegeven van de te verwachten laadtijd, terwijl de bestuurder ook zelf een zodanige berekening kan maken. Van strijd met de Beleidsregels van de gemeente Noordwijk, waarin is bepaald dat het langdurig bezet houden van een parkeerplaats met een ander doel dan het opladen niet is toegestaan, is niet gebleken. In dit geval werd het voertuig gedurende ongeveer twee uren niet opgeladen. Dat in de Beleidsregels niet nader is gespecificeerd wat wordt bedoeld met langdurig parkeren doet er niet aan af dat dit hier duidelijk het geval was.

10. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Omdat de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.