Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:9620

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
12-10-2021
Datum publicatie
26-10-2021
Zaaknummer
200.251.800
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Aanneming van werk.

Verantwoording.

In redelijkheid verschuldigd loon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.251.800

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 441782)

arrest van 12 oktober 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AMF Asbestsanering B.V.,

gevestigd te Barneveld,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: AMF,

advocaat: mr. E. Koekoek,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Loonbedrijf Berg B.V.,

gevestigd te Leusden,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde,

hierna: Berg,

advocaat: mr. E.R. Jonker.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 25 februari 2020 hier over.

1.2

De na het tussenarrest voor – uiteindelijk – 13 januari 2021 geagendeerde meervoudige comparitie van partijen heeft ingevolge corona-gerelateerde verhindering aan de zijde van Berg geen doorgang gevonden. Daarop hebben partijen afgezien van een mondelinge behandeling. AMF heeft nog een akte overleggen spreekaantekeningen genomen. Het door Berg gedaan verzoek om uitstel daarvoor is na bezwaar daartegen van AMF door de rolraadsheer afgewezen.

1.3

Vervolgens hebben partijen de (aanvullende) stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

Het hof gaat in hoger beroep uit van de feiten zoals beschreven in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.5 van het bestreden vonnis van 26 september 2018, nu partijen daartegen geen bezwaren hebben geuit.

3 Waar gaat deze zaak over?

AMF heeft asbestsaneringswerkzaamheden verricht op de volgende locaties:

i) project Hamersveldseweg te Leusden;

ii) project Dorpsstraat te Heerde;

iii) project Soesterweg Amersfoort.

Voor die werkzaamheden heeft AMF facturen gezonden aan Berg op respectievelijk

31 januari 2017, 13 april 2017 en 29 mei 2017 ter hoogte van € 29.320,-, € 21.076,50 en

€ 5.292,50.

Alleen op de eerste factuur heeft Berg € 10.000,- in mindering voldaan. Overigens heeft Berg deze bedragen, ook na sommatie, onbetaald gelaten.

Op 9 juni 2017 heeft AMF ten laste van Berg conservatoir beslag doen leggen op enkele roerende zaken.

4 Het geschil en de beslissing in eerste aanleg

4.1

AMF heeft in eerste aanleg kort samengevat gevorderd om aan haar (€ 45.689,- aan hoofdsom + € 1.231,89 aan buitengerechtelijke kosten =) € 46.920,89 te voldoen, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, de kosten van beslaglegging ten bedrage van

€ 1.726,59 en de proceskosten.

4.3

De rechtbank heeft bij vonnis van 26 september 2018 de vorderingen van AMF afgewezen, omdat AMF kortweg onvoldoende had toegelicht en onderbouwd dat Berg de gehele factuurbedragen verschuldigd is en de rechtbank bij gebrek aan voldoende specificaties niet kon vaststellen welk deel van de factuurbedragen terecht aan Berg in rekening werd gebracht.

5 De vordering in hoger beroep

In hoger beroep heeft AMF vernietiging van het rechtbankvonnis van 26 september 2018 gevorderd en toewijzing alsnog van de door haar ingestelde vorderingen, met veroordeling van Berg in de proceskosten, inclusief nakosten, en met terugbetaling aan haar van de door haar aan Berg betaalde proceskosten van de eerste aanleg ter hoogte van € 2.148,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

6 De voornaamste in hoger beroep te beoordelen vraagpunten

Het gaat in deze zaak naar de kern om de verplichtingen van Berg jegens AMF uit een drietal opdrachten van Berg aan AMF (projecten Leusden, Heerde en Amersfoort).

AMF heeft deze opdrachten uitgevoerd, maar het is de vraag of het door AMF in rekening gebrachte loon door Berg daarvoor in redelijkheid verschuldigd is, in het bijzonder gelet op de wijze van verantwoording daarvan. Voor het project in Amersfoort is ook de uitvoering ervan in zoverre nog betwist dat AMF nog geen vrijgavebewijs zou hebben afgegeven, waaruit blijkt dat de binnensanering ter plaatse aantoonbaar is verricht.

7. De beoordeling van deze vraagpunten

Samenvatting hof

Het hof is van oordeel dat Berg de haar door AMF voor de projecten Leusden, Heerde en Amersfoort in rekening gebrachte bedragen onvoldoende heeft betwist, zowel wat de onderbouwing als wat de redelijkheid daarvan betreft. Mede gelet op de aard van de opdracht en de verhouding tussen partijen heeft AMF ter zake voldoende verantwoording afgelegd.

De door AMF als productie 27 overgelegde onderzoeksrapportage van SGS Search acht het hof voldoende als vrijgavebewijs. De vorderingen van AMF komen voor toewijzing in aanmerking. Het hof zal het vonnis van de rechtbank daarom vernietigen en ook de vordering van AMF tot restitutie van de door haar uit hoofde daarvan aan Berg betaalde proceskosten toewijzen. Hierna zal het hof uitleggen hoe het tot dit oordeel komt.

Toelichting oordeel hof

7.1

Niet ter discussie staat dat de opdrachten voor de uitgevoerde werken zijn verleend.

Berg heeft in eerste aanleg nog verdedigd dat zij de opdracht voor het project te Heerde niet in eigen naam maar op naam van een derde ( [naam1] Bouwbedrijf B.V.) had opgedragen, maar dit is door AMF bestreden. De rechtbank heeft dit verweer van Berg, waarop zij in hoger beroep niet meer is teruggekomen, verworpen. Het hof deelt die verwerping en maakt daarvoor hetgeen de rechtbank heeft overwogen tot het zijne.

7.2

Evenmin is in debat dat de opdrachten zonder bezwaren van Berg als opdrachtgeefster zijn uitgevoerd. Dit wordt alleen voor het project te Amersfoort in zoverre betwist dat AMF nog geen vrijgavebewijs zou hebben afgegeven, waaruit blijkt dat de binnensanering ter plaatse aantoonbaar is verricht.

7.3

De bezwaren van Berg tegen de facturen van AMF hebben met name betrekking op de oncontroleerbaarheid daarvan, op de afgelegde verantwoording derhalve. Nu hier is gewerkt op regiebasis had het volgens Berg op de weg van AMF gelegen dag- en uurstaten te verstrekken.

AMF had daarin aanvankelijk niet voorzien vanuit de gedachte dat dit binnen de relatie zoals zij die met Berg had opgebouwd niet hoefde. Partijen werkten eerder met elkaar en dit was tussen hen niet gebruikelijk.

Berg hield daaraan vast met de motivering dat het in de eerdere samenwerking vooral om buitensaneringen ging. Ook met de nadere specificaties van met name de facturering van het project te Leusden nam zij geen genoegen.

In hoger beroep heeft AMF daarom bij wijze van meer subsidiaire positie ter nadere specificatie van alle drie projecten alsnog dag- en uurstaten overgelegd.

7.4

Het gaat in deze zaak dus vooral om de vraag of AMF ter zake het in rekening gebrachte loon nu voldoende verantwoording heeft afgelegd. Het hof gaat niet mee in het standpunt van Berg dat AMF bij haar het gerechtvaardigd vertrouwen zou hebben gewekt dat er geen (rechts)acties meer zouden worden ondernomen tot incassering van haar vorderingen. Ook gaat het hof niet mee in de stellingname van Berg dat sprake zou zijn van een gerechtelijke erkenning van AMF die de opstelling van dag- en uurstaten voor de bedoelde projecten onmogelijk maakte. Juist is dat AMF tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg heeft verklaard dat partijen het niet over manstaten hadden gehad en dat deze, als dat van tevoren wordt aangegeven, kunnen worden bijgehouden en doorgegeven. Dit verlet echter niet dat werknemers urenbriefjes bijhielden aan de hand waarvan deze staten achteraf alsnog konden worden opgesteld, zoals AMF intussen onder bijvoeging van door haar werknemers ondertekende urenbriefjes heeft gedaan. AMF voegde ter zitting wel toe dat dat achteraf veel werk voor haar oplevert.

7.5

Hier doet zich de situatie voor waarin is gewerkt op regiebasis. (Alleen) voor het project te Leusden heeft AMF een richtprijs van € 30.000,- genoemd maar deze is door Berg betwist. Niet is voldoende onderbouwd gesteld of anderszins gebleken dat tussen partijen voor de verschillende projecten een prijsafspraak zou zijn gemaakt.

7.6

In dit geval zijn per project, naast de vaststaande opdrachten, asbestinventarisatierapporten beschikbaar die inzicht geven in de te verrichten werkzaamheden. Per project heeft ook een eindinspectie plaats gevonden. Als uurloon staat, als niet betwist, vast een bedrag van € 35,-. Voorts zijn inmiddels de later ingevulde urenbriefjes beschikbaar gekomen. Hetgeen in de urenbriefjes is opgeschreven komt het hof, tegen de achtergrond van de inventarisatierapporten, niet onredelijk voor. Berg heeft de juistheid van de achteraf opgestelde urenbriefjes nog in twijfel getrokken, maar zij heeft onvoldoende concreet betwist dat de op die briefjes vermelde uren daadwerkelijk gewerkt zijn en zij heeft ook niet gesteld dat het opgegeven aantal uren onredelijk is. Daarmee heeft zij het in rekening gebrachte aantal uren althans de redelijkheid daarvan onvoldoende weersproken, zodat het hof van de desbetreffende opgaven zal uitgaan. Daarin zijn het loon van de medewerkers voor de projecten en de kosten voor materiaal en gereedschap, mede aan de hand van een enkele niet onredelijk voorkomende stelpost en/of afronding, vermeld. Wat betreft het loon is in wezen sprake van berekening op de gebruikelijke wijze door vermenigvuldiging van het aantal gewerkte uren met het gebruikelijke uurloon.

Gelet op de aard van de opdrachten op basis van inventarisatierapporten en de door AMF geschetste en door Berg op zichzelf niet bestreden verhouding tussen partijen, waarin ter zake eerdere opdrachten - zij het voor buitensaneringen - evenmin dagstaten werden verstrekt, heeft AMF daarmee ter zake voldoende verantwoording afgelegd.

De door Berg nog gestelde niet-naleving van de arbeidstijden wet- en regelgeving laat het hof hier als onvoldoende toegelicht, ook wat betreft haar belang daarbij, ter zijde. De door AMF gevorderde factuurbedragen, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente, komen dus voor toewijzing in aanmerking, dit wat betreft het project Amersfoort met inachtneming van het navolgende.

7.7

Wat betreft het project in Amersfoort heeft Berg specifiek gevraagd om een vrijgavebewijs ter controle van de aantoonbaar verrichte binnensanering ter plaatse.

In afwachting van het verstrekken daarvan heeft zij haar betalingsverplichting opgeschort. De door AMF als productie 27 overgelegde onderzoeksrapportage van SGS Search acht het hof voldoende als vrijgavebewijs. Als eindconclusie is daarin immers het volgende vermeld:

‘Op grond van de resultaten ten tijde van de visuele inspectie en het eventueel aanvullend asbestonderzoek en/of luchtmetingen, mag de onderzochte ruimte/saneringsgebied conform artikel 4.51a van het arbeidsomstandighedenbesluit WEL zonder gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen betreden worden.’

Een dergelijk bewijs diende AMF naar het oordeel van het hof, op voorhand van betaling, wel af te geven. Dat in de branche gebruikelijk is zodanig bewijs pas af te geven na betaling is door AMF wel gesteld maar niet nader geadstrueerd, wat naar aanleiding van de betwisting door Berg wel op haar weg had gelegen. AMF heeft dit vrijgavebewijs bij memorie van grieven van 19 februari 2019 alsnog in het geding gebracht en het daarmee, naar het hof zonder verdere toelichting begrijpt, voor het eerst ter kennis van Berg gebracht. Het hof zal de vordering van AMF voor het project te Amersfoort daarom toewijzen, wat betreft de wettelijke (handels)rente echter – in overeenstemming met de betalingstermijn volgens de facturen van AMF – eerst vanaf 14 dagen na de datum van overlegging van dat bewijs op 19 februari 2019, derhalve vanaf 5 maart 2019, omdat Berg haar betalingsverplichting in afwachting daarvan mocht opschorten.

7.9

De vordering van AMF ter zake van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu uit niets blijkt dat harerzijds meer of andere werkzaamheden werden verricht dan reeds in het geliquideerd tarief zijn begrepen. De kosten van het gelegde beslag ter hoogte van € 1.726,59 komen wel voor toewijzing in aanmerking evenals de vordering van AMF tot restitutie van de door haar uit hoofde daarvan aan Berg betaalde proceskosten.

8 De slotsom

8.1

Het hof zal de vorderingen van AMF ten aanzien van de projecten te Leusden, Heerde en Amersfoort toewijzen voor bedragen ter hoogte van € 19.230,-, € 21.076,50 en

€ 5.292,50, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 14 februari 2017 respectievelijk 27 april 2017 respectievelijk 5 maart 2019. Voorts zal het hof de kosten van de beslaglegging ter hoogte van € 1.726,59 toewijzen en een bedrag van € 2.148,- ter restitutie van het door AMF ter zake van proceskosten in eerste aanleg aan Berg betaalde bedrag, het laatste te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2018.

8.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof Berg in de kosten van beide instanties veroordelen.

De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van AMF zullen worden vastgesteld op:

- explootkosten € 80,42

- griffierecht € 1.306,-

€ 1.386,42

- salaris advocaat € 2.685,- (2,5 punten x tarief IV à € 1.074,-).

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van AMF zullen worden vastgesteld op:

- explootkosten € 85,44

- griffierecht € 2.020,-

€ 2.105,44

- salaris advocaat € 2.031,- (1 punt x tarief I à € 2.031,-).

8.3

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

9 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, handelskamer, locatie Utrecht van 26 september 2018 en doet opnieuw recht;

veroordeelt Berg tot betaling aan AMF tegen behoorlijk bewijs van kwijting van € 19.230,-, € 21.076,50 en € 5.292,50, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf

14 februari 2017 respectievelijk 27 april 2017 respectievelijk 5 maart 2019 ter zake van de projecten te Leusden, Heerde en Amersfoort;

veroordeelt Berg tot betaling aan AMF ter hoogte van € 1.726,59 ter zake van beslagkosten;

veroordeelt Berg tot betaling aan AMF van een bedrag van € 2.148,- ter restitutie van het door AMF ter zake van proceskosten in eerste aanleg aan Berg betaalde bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 oktober 2018;

veroordeelt Berg in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van AMF wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € 1.386,42 voor verschotten en op
€ 2.685,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 2.105,44 voor verschotten en op € 2.020,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

veroordeelt Berg in de nakosten, begroot op € 163,-, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 85,- in geval Berg niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest ten aanzien van de daarin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. L.F. Wiggers-Rust, W.C. Haasnoot en R.J.A. Dil, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2021.