Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:8356

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-08-2021
Datum publicatie
02-09-2021
Zaaknummer
200.291.034
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Toepasselijkheid algemene voorwaarden, geschillenregeling, professionele partijen, herhaald contracteren, 6:232 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.291.034

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 505322)

arrest van 31 augustus 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Casconed Montage B.V.,

gevestigd te Hoorn,

appellante,

in eerste aanleg: eiseres, tevens verweerster in het incident,

hierna: Casconed,

advocaat: mr. B. Wernik,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MBS Hybrid Casco B.V.,

gevestigd te Soest,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: gedaagde, tevens eiseres in het incident,

hierna: MBS,

advocaat: mr. R. Kroon.

1 De procedure bij de rechtbank

Voor de procedure bij de rechtbank verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis in incident van 28 oktober 2020 dat de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft gewezen.

2 De procedure bij het hof

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep van 26 januari 2021,

- de memorie van grieven met producties,

- de memorie van antwoord.

2.2

Vervolgens hebben partijen de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

Samenvatting en beslissing

3.1

Casconed, een bouwbedrijf, heeft in opdracht van MBS verschillende bouwwerkzaamheden in Amsterdam uitgevoerd (hierna: ‘het werk Amsterdam’). Casconed meent dat zij op basis van de aannemingsovereenkomst recht heeft op betaling van de nog openstaande facturen (een bedrag van € 40.015,90). Doordat MBS weigert te betalen, heeft Casconed het geschil ter beoordeling voorgelegd aan de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. MBS stelt zich op het standpunt dat de rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren, omdat tussen partijen algemene voorwaarden van toepassing zijn op basis waarvan geschillen dienen te worden voorgelegd aan de Raad van Arbitrage voor de Bouw en niet aan de rechtbank.

3.2

De rechtbank heeft zich in het vonnis in incident van 28 oktober 2020 onbevoegd verklaard om kennis te nemen van de zaak en heeft Casconed veroordeeld in de proceskosten.

3.3

Het hof is het eens met het oordeel van de rechtbank en zal het bestreden vonnis bekrachtigen. Het hof zal hieronder uitleggen waarom.

De algemene voorwaarden van MBS zijn van toepassing op ‘het werk Amsterdam’

3.4

Het hof stelt vast dat partijen al sinds 2017 geregeld zaken met elkaar doen. Volgens Casconed hebben partijen al vijf keer eerder een overeenkomst gesloten, en zijn daarvan twee overeenkomsten door partijen ondertekend. Of partijen in de andere gevallen beschikten over een ongetekende overeenkomst, of dat alleen mondeling overeenstemming bestond, is het hof niet duidelijk geworden. In ieder geval werd volgens Casconed per project onderhandeld over de voorwaarden waaronder de afzonderlijke overeenkomsten werden gesloten. Volgens MBS maakten de door haar gehanteerde algemene voorwaarden altijd deel uit van de tussen partijen gesloten overeenkomsten.

3.5

In of omstreeks januari 2019 is MBS met Casconed in overleg getreden over de uitvoering van twee werken. Kort gezegd gaat het om ‘het werk Rotterdam’ en ‘het werk Amsterdam’. MBS heeft op 25 januari 2019 een uitgewerkte schriftelijke overeenkomst ten aanzien van ‘het werk Rotterdam’ aan Casconed verzonden. In de begeleidende e-mail schrijft zij onder meer: “Als er geen bijzondere opmerkingen zijn ga ik in dezelfde lijn ook het contract opstellen voor Amsterdam 82 woningen”. Casconed heeft, zo begrijpt het hof, gereageerd op de inhoud van die overeenkomst, waarna MBS de overeenkomst heeft aangepast en nogmaals heeft toegezonden. MBS schrijft per e-mail van 4 februari 2019 aan MBS: “In dezelfde lijn zou ik ook Amsterdam aan je willen bevestigen, echter hier hebben we een totaalprijs voor afgesproken van €215.000.excl.BTW. Laat maar even weten of ik dit zo kan bevestigen.” Het hof leidt uit de stukken af dat MBS geen afzonderlijke overeenkomst met betrekking tot ‘het werk Amsterdam’ aan Casconed heeft verstuurd. Het is dan ook de vraag onder welke voorwaarden de overeenkomst voor ‘het werk Amsterdam’ tot stand is gekomen. Meer concreet dient te worden beoordeeld of op die overeenkomst de algemene voorwaarden van MBS van toepassing zijn. MBS stelt dat dat dat zo is, Casconed betwist dat. Het is MBS die zich beroept op het rechtsgevolg van de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden (namelijk dat de geschillenregeling van toepassing is) en dus is het

aan haar om te stellen dat haar algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn.

3.6

In de overeenkomst ten aanzien van ‘het werk Rotterdam’, die MBS op 25 januari 2019 per e-mail aan Casconed heeft verstuurd, staat onder D: “Van toepassingen zijnde voorwaarden zie bijlage 1”. In bijlage I, zijnde de algemene voorwaarden, staat onder meer:

“Artikel 17: GESCHILLEN

Alle geschillen - daaronder begrepen die, welke slechts door een der partijen als zodanig worden beschouwd - die naar aanleiding van deze overeenkomst of van overeenkomsten die daarvan een uitvloeisel zijn, tussen opdrachtgever en opdrachtnemer mochten ontstaan, worden beslecht op de wijze zoals in de overeenkomst tussen opdrachtgever en diens hoofdaannemer is voorzien ten aanzien van eventuele geschillen tussen de opdrachtgever en diens opdrachtgever.”

Het hof leidt uit de stukken af dat Casconed nog heeft gereageerd op de inhoud van de overeenkomst van ‘het werk Rotterdam’ en dat MBS op basis daarvan de overeenkomst op onderdelen nog heeft aangepast, maar niet dat Casconed bezwaar had tegen de toepasselijkheid en/of de inhoud van de door MBS gehanteerde algemene voorwaarden. Het hof stelt dan ook vast dat op de overeenkomst voor ‘het werk Rotterdam’ de algemene voorwaarden van MBS van toepassing zijn. Het hof is van oordeel dat dit ook het geval is voor ‘het werk Amsterdam’ om de navolgende redenen.

3.7

Op de overeenkomst tussen partijen voor ‘het werk Rotterdam’ en voor ‘het werk Plantage Beverwijk’ waren dezelfde algemene voorwaarden van toepassing. MBS heeft in eerste aanleg een onder-aannemingsovereenkomst van 24 september 20181 overgelegd die ziet op laatstgenoemd werk. MBS heeft verder per e-mail tot twee keer toe nadrukkelijk gemeld dat voor ‘het werk Amsterdam’ een soortgelijke overeenkomst zou worden opgesteld als voor ‘het werk Rotterdam’ (zie r.o. 3.5). Zeker gelet op deze laatstgenoemde correspondentie mocht Casconed er niet van uitgaan dat voor ‘het werk Amsterdam’ ineens andere (algemene) voorwaarden zouden gelden dan de voorwaarden waarover zij op dat moment in het kader van ‘het werk Rotterdam’ contact had met MBS. In de berichten van de zijde van MBS zijn ook geen aanknopingspunten te vinden op grond waarvan Casconed ervan uit mocht gaan dat voor deze overeenkomst iets anders zou gelden. Indien Casconed in de veronderstelling verkeerde dat op deze overeenkomst andere (algemene) voorwaarden van toepassing waren of dat wilde, dan had het op haar weg gelegen om dat aan MBS te berichten. Zij heeft dat niet gedaan en dan geldt op grond van de wilsvertrouwensleer dat Casconed, wegens de eerdere toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van MBS, nogmaals onder die voorwaarden met MBS heeft gecontracteerd. Het voorgaande rechtvaardigt het oordeel dat Casconed ook voor ‘het werk Amsterdam’ de algemene voorwaarden heeft aanvaard, althans in ieder geval bij MBS het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat zij de al eerder gehanteerde voorwaarden ook voor de onderhavige opdracht heeft aanvaard.

3.8

Gelet op het feit dat partijen professionele contractspartijen zijn, partijen in het verleden diverse malen zaken met elkaar hebben gedaan, MBS expliciet per e-mail kenbaar heeft gemaakt dat de overeenkomst voor ‘het werk Amsterdam’ in lijn zou zijn met ‘het werk Rotterdam’ (en Casconed daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt), op die laatste overeenkomst de algemene voorwaarden van MBS van toepassing zijn, Casconed niet heeft geprotesteerd tegen de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden of de inhoud ervan en de toepasselijkheid van algemene voorwaarden bij een opdracht als deze gebruikelijk zijn, zodat Casconed daarop ook bedacht had dienen te zijn, is het hof van oordeel dat de algemene voorwaarden van MBS deel uitmaken van de overeenkomst voor ‘het werk Amsterdam’. Zodoende zijn partijen gebonden aan de geschillenregeling zoals geformuleerd in artikel 17 van de algemene voorwaarden.

De geschillenregeling kan worden toegepast

3.9

Casconed heeft nog gesteld dat de geschillenregeling in dit geval niet kan worden toegepast, omdat de geschillenregeling is bedoeld voor een vierpartijen-situatie (opdrachtgever, hoofdaannemer, aannemer en onderaannemer), terwijl hier sprake is van een driepartijen-situatie (opdrachtgever, aannemer, onderaannemer). Volgens Casconed is in dit geval namelijk geen sprake van een contractuele relatie tussen aannemer (MBS) en een hoofdaannemer en is de geschillenregeling op die situatie niet van toepassing.

3.10

Daargelaten of Casconed kan worden gevolgd in haar standpunt dat de geschillenregeling niet kan worden toegepast indien sprake is van een driepartijen-situatie, heeft MBS dat standpunt gemotiveerd betwist. Zij heeft bij de rechtbank met productie 6 aangevoerd dat geen sprake is van een driepartijen-situatie. Er is sprake van een contractuele relatie tussen een aannemer (MBS) en een hoofdaannemer: Bouwbedrijf [naam1] en Zonen B.V. (hierna: Bouwbedrijf [naam1] ), die op haar beurt in opdracht werkte van [naam1] Projectontwikkeling B.V. (hierna: [naam1] Projectontwikkeling). In hoger beroep heeft Casconed daar niets tegenover gesteld. Het hof ziet hierin dan ook geen aanknopingspunten om af te wijken van de toepasselijkheid van de geschillenregeling van artikel 17 van de algemene voorwaarden.

3.11

Op basis van die geschillenregeling dienen geschillen die ontstaan tussen de aannemer (MBS) en de opdrachtnemer (Casconed) te worden beslecht op de wijze zoals in de overeenkomst tussen de aannemer en diens opdrachtgever is voorzien ten aanzien van eventuele geschillen die tussen hen ontstaan. MBS heeft verwezen naar artikel 20 van de overeenkomst tussen Bouwbedrijf [naam1] en [naam1] Projectontwikkeling. Daarin is, kort gezegd, bepaald dat alle geschillen die ontstaan worden beslecht door arbitrage overeenkomstig de regels beschreven in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Dit is dan ook voor MBS en Casconed de aangewezen weg om tussen hen ontstane geschillen te (laten) beslechten.

3.12

Het hof is gelet op het voorgaande, met de rechtbank van oordeel dat voor de rechtbank geen bevoegdheid bestaat om kennis te nemen van de zaak.

4 De slotsom

4.1

De grief faalt. Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.

4.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof Casconed in de kosten van het hoger beroep veroordelen. Deze kosten zullen aan de zijde van MBS worden vastgesteld op € 2.106,- aan griffierecht en op € 1.442,- (1 punt x tarief III) aan salaris advocaat. Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals hierna vermeld.

5 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht van 28 oktober 2021;

veroordeelt Casconed in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van MBS vastgesteld op € 2.106,- voor griffierecht en op € 1.442,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente;

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. R. Prakke-Nieuwenhuizen, Th.C.M. Willemse en S.B. Boorsma en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2021.

1 Zie productie 1 bij conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid.