Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:8316

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
31-08-2021
Datum publicatie
02-09-2021
Zaaknummer
200.293.326
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 1075 Rv jo. 985 Rv, verzoek erkenning en tenuitvoerlegging buitenlands arbitraal vonnis, exequatur, Verdrag van New York.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.293.326

beschikking van 31 augustus 2021

inzake

de stichting naar het recht van de Russische Federatie

Charitable Foundation Day One,

gevestigd te Moskou (Rusland),

verzoekster,

hierna: Day One,

advocaat: mr. B. de Ruijter,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Black Lion Holding B.V.,

gevestigd te Arnhem,

verweerster,

hierna: Black Lion Holding,

niet verschenen.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift tot tenuitvoerlegging van een arbitraal vonnis (artikel 1075 jo 985 Rv),
d.d. 22 april 2021 van Day One;

- de akte overlegging nadere producties 6 t/m 14 van Day One;

- de e-mail d.d. 10 juni 2021 met het verzoek om de mondeling behandeling door te laten gaan van Day One;

- het exploot van oproeping van 10 juni 2021 van Day One aan Black Lion Holding voor de mondelinge behandeling van 18 augustus 2021 (ontvangen op 11 juni 2021 en nogmaals op 3 augustus 2021).

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2021, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Bij die gelegenheid is alleen Day One verschenen.

1.3

Vervolgens heeft het hof beschikking bepaald op heden.

2 De motivering van de beslissing

2.1

Day One en Black Lion Holding hebben een koopovereenkomst voor medische ventilators met elkaar gesloten. Partijen zijn met elkaar overeengekomen dat Day One dertig ventilators ontvangt van Black Lion Holding binnen zeven tot tien dagen na betaling van het overeengekomen bedrag van USD 815.000,-. Op 6 april 2020 heeft Day One de koopsom aan Black Lion Holding voldaan. De levering van de ventilators door Black Lion Holding bleef uit. Op 18 april 2020 heeft Day One de koopovereenkomst ontbonden en Black Lion Holding verzocht het reeds betaalde bedrag terug te storten. Black Lion Holding heeft niet gereageerd op de verschillende verzoeken van Day One.

2.2

In artikel 7.1 van de koopovereenkomst is bepaald dat Zwitsers recht van toepassing is op de geschillen die naar aanleiding van de koopovereenkomst ontstaan. In artikel 7.2 van de koopovereenkomst is een arbitraal beding opgenomen. De Swiss Chambers’ Arbitration Institution (hierna: SCAI) heeft op 1 maart 2021 een arbitraal vonnis gewezen tussen partijen. Black Lion Holding is ondanks herhaalde oproepingen niet verschenen in die procedure. Het SCAI heeft Black Lion Holding veroordeeld tot betaling aan Day One van een bedrag van USD 815.000,- vermeerderd met rente van 5% per jaar vanaf 22 april 2020 en van de proceskosten.

2.3

Bij het verzoekschrift, ontvangen op 22 april 2021, heeft Day One het hof verzocht om erkenning te geven aan dat buitenlandse arbitrale vonnis en verlof te verlenen tot het tenuitvoerleggen van dat vonnis, onder uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de beschikking en met veroordeling van Black Lion Holding in de kosten van deze procedure. Black Lion Holding is niet verschenen in deze procedure en heeft geen verweer gevoerd.

Bevoegdheid van het hof

2.4

Het hof stelt voorop dat op grond van artikel 1075 Rv een in een vreemde Staat gewezen arbitraal vonnis waarop een erkennings- en tenuitvoerleggingsverdrag van toepassing is op verzoek van een van de partijen in Nederland kan worden erkend en ten uitvoer kan worden gelegd. Op het verzoek in deze zaak is het Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, New York, 10 juni 1958, Trb. 1959, 58 (hierna: het Verdrag) van toepassing. Zowel Zwitserland (het land waarin de scheidsrechtelijke uitspraak is gedaan) als Nederland (het land waarin om tenuitvoerlegging van de uitspraak wordt verzocht) is partij bij het Verdrag. Artikel III van het Verdrag bepaalt dat iedere verdragsluitende staat (in dit geval Nederland) onder de in het verdrag opgenomen voorwaarden scheidsrechterlijke uitspraken als bindend zal erkennen en deze ten uitvoer zal leggen overeenkomstig de regelen van rechtsvordering geldend in het gebied waar een beroep op de uitspraak wordt gedaan (dat is ook weer Nederland).

2.5

Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Verdrag stellen aan een verzoek tot tenuitvoerlegging van een buitenlands arbitraal vonnis een aantal formele vereisten. Bij het verzoek tot tenuitvoerlegging van het buitenlandse arbitrale vonnis moet een authentiek afschrift van het arbitrale vonnis en het origineel of een behoorlijk gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst worden overgelegd (zie artikel 986 lid 2 Rv jo artikel 1075 lid 2 Rv en artikel IV lid 1, aanhef en onder a en b, van het Verdrag). Verder moet degene die verzoekt om de tenuitvoerlegging van het buitenlandse arbitrale vonnis woonplaats kiezen binnen het arrondissement van het hof (zie artikel 986 lid 1 Rv jo artikel 1075 lid 2 Rv) en moet zij de partij(en) tegen wie de tenuitvoerlegging wordt verlangd bij deurwaardersexploot oproepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek bij het hof en het bewijs van de oproeping aan het hof overleggen (zie artikel 987 lid 3 Rv jo artikel 1075 lid 2 Rv).

2.6

Het hof stelt vast dat Day One aan deze voorschriften heeft voldaan. Day One heeft aan het hof namelijk een authentiek afschrift van het arbitrale vonnis en het originele exploot van oproeping van Day One aan Black Lion Holding voor de mondelinge behandeling van 18 augustus 2021 overgelegd. Het exploot was weliswaar een dag later betekend dan de gestelde termijn door het hof, maar het hof heeft voorafgaand aan de mondelinge behandeling beslist dat de mondelinge behandeling alsnog op 18 augustus 2021 plaats zou vinden. Het hof oordeelt dat Black Lion Holding niet in haar belangen is geschaad doordat de oproeping een dag later is uitgebracht dan het hof had aangegeven. De door het hof gestelde termijn betreft geen wettelijke termijn en het exploot is op 10 juni 2021 aan Black Lion Holding betekend; dat was nog ruim voor de zittingsdatum van 18 augustus 2021. Black Lion Holding had dan ook nog ruimschoots de tijd om haar standpunt te bepalen en eventueel verweer voor te bereiden. Verder hebben zowel het hof als Day One een openbare oproeping geplaatst in de Staatscourant. Daarnaast heeft het hof alle correspondentie omtrent de verweertermijn en de mondelinge behandeling aangetekend naar alle bekende (voormalige) adressen van Black Lion Holding verstuurd (te weten: [adres1] , [plaats1] , [adres2] , [plaats1] , [adres3] , [plaats1] en [adres4] , [plaats2] ). Daarmee is Black Lion Holding rechtsgeldig opgeroepen en ook overigens voldoende in staat gesteld om zich in deze procedure te verdedigen. Gelet daarop acht het hof een nadere oproeping niet noodzakelijk.

2.7

Tussen partijen is geen origineel of behoorlijk gewaarmerkt exemplaar van de koopovereenkomst voorhanden. De overeenkomst tussen partijen is via de e-mail tot stand gekomen. Dit is ook vastgesteld door het SCAI. In de stukken heeft Day One de volledige communicatie per e-mail (inclusief bijlagen), een getuigenverklaring namens de vertegenwoordiger van Day One, die ook per Skype aanwezig was bij de mondelinge behandeling, en een rapportage van een IT-expert overgelegd. Het hof oordeelt dat de authenticiteit van de elektronisch tot stand gekomen overeenkomst in voldoende mate kan worden vastgesteld aan de hand van deze gegevens en de gegeven toelichting van mr. De Ruijter en de vertegenwoordigers van Day One tijdens de mondelinge behandeling.

Weigeringsgronden

2.8

In artikel V van het Verdrag staat een aantal gronden op basis waarvan op verzoek van de partij tegen wie een beroep op de uitspraak wordt gedaan de erkenning en tenuitvoerlegging van de uitspraak kan worden geweigerd. Black Lion Holding heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van Day One en geen beroep gedaan op de weigeringsgronden in artikel V van het Verdrag. Het hof is evenmin gebleken van strijdigheid met de openbare orde of andere gronden waarop het verzoek van Day One dient te worden afgewezen. Het arbitrale vonnis van 1 maart 2021 zal daarom worden erkend en het hof zal Day One verlof verlenen voor tenuitvoerlegging van dat vonnis in Nederland.

3 Slotsom

3.1

Het hof zal het arbitrale vonnis erkennen en aan Day One verlof voor de tenuitvoerlegging van dat vonnis verlenen.

3.2

Het hof zal Black Lion Holding als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van deze procedure veroordelen. De kosten voor de procedure aan de zijde van Day One zullen worden vastgesteld op € 772,- voor griffierecht en op € 2.228,- voor salaris van de advocaat overeenkomstig het liquidatietarief (2 punten x tarief II hof).

4 De beslissing

Het hof, beschikkende:

erkent en verleent verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van het arbitrale vonnis van de Swiss Chambers’ Arbitration Institution van 1 maart 2021, gewezen tussen Day One en Black Lion Holding, met zaaknummer 300510-2020;

veroordeelt Black Lion Holding in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Day One vastgesteld op € 772,- voor griffierecht en op € 2.228,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. H.L. Wattel, Th.C.M. Willemse en C.M.E. Lagarde, en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 augustus 2021.