Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:8200

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26-08-2021
Datum publicatie
13-09-2021
Zaaknummer
Wahv 200.272.015/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Om de gedraging ‘rijden zonder (goed) werkende richtingaanwijzer’ te kunnen vaststellen, moet blijken dat daadwerkelijk met het voertuig werd gereden terwijl de richtingaanwijzer niet functioneerde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.272.015/01

CJIB-nummer

: 220107085

Uitspraak d.d.

: 26 augustus 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 5 december 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De bezwaren richten zich onder meer tegen de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij de inleidende beschikking in stand is gebleven.

2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl voertuig niet voorzien is van goed werkende richtingaanwijzer(s)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 september 2018 om 10.54 uur op de Bosrandweg in Aalsmeer met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

3. De gemachtigde voert aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. De gemachtigde wijst erop dat in de bijlage als bedoeld in artikel 2 van de Wahv de gedraging is omschreven als "als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het voertuig niet is voorzien van (een) goed werkende richtingaanwijzer. Uit het dossier blijkt niet dat de betrokkene heeft gereden met een niet werkende richtingaanwijzer, terwijl het rijden van het voertuig een element is van de verweten gedraging. De wetgever heeft deze formulering bewust opgenomen, zoals blijkt uit een aandachtspunt voor de handhaving in de bijlage bij de Wahv. Daarin staat dat feiten gebaseerd op de Regeling voertuigen niet op kenteken kunnen worden geconstateerd en dat dit volgt uit de koptekst “als bestuurder rijden…”.

4. Artikel 2, eerste lid, eerste volzin, van de Wahv luidt als volgt:

"Ter zake van de in de bijlage bij deze wet omschreven gedragingen die in strijd zijn met op het verkeer betrekking hebbende voorschriften gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, de Provinciewet of de Gemeentewet, kunnen op de wijze bij deze wet bepaald administratieve sancties worden opgelegd."

5. In de bijlage als bedoeld in artikel 2 van de Wahv is de gedraging, waarvoor de ambtenaar hier een sanctie heeft opgelegd, als volgt omschreven:

"Regeling voertuigen

als bestuurder van een voertuig rijden (terwijl) (..)

10 - Verlichting (..)

het niet is voorzien van (een) goed (werkend(e) (..)

richtingaanwijzers"

6. Gelet hierop kan alleen een sanctie voor deze gedraging op grond van de Wahv worden opgelegd indien de bestuurder gereden heeft (vergelijk artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef, van de Regeling voertuigen) met een voertuig dat niet is voorzien van een goed werkende richtingaanwijzer.

7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“Ik, verbalisant, zag dat bij controle van de richtingaanwijzers de rechter richtingaanwijzer van de aanhanger defect was. Ik zag dat de richtingaanwijzer van het trekkend voertuig wel in werking was.”

8. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal waarin de ambtenaar – kort samengevat – onder andere verklaart dat de ambtenaren belast waren met een verkeerscontrole en dat op de controleplaats een Volkswagen Caddy verscheen met aanhanger. Bij de controle heeft de ambtenaar geconstateerd dat de rechter richtingaanwijzer van de aanhangwagen geen licht uitstraalde en niet naar behoren functioneerde. Daarop heeft de ambtenaar tegen de bestuurder van het voertuig gezegd dat hij een proces-verbaal kreeg (het hof begrijpt: hem een sanctie werd opgelegd).

9. Uit de verklaringen van de ambtenaar blijkt niet dat hij heeft geconstateerd dat op het moment dat de bestuurder met het voertuig reed, de aanhanger niet was voorzien van een goed werkende (rechter) richtingaanwijzer. De verklaringen van de ambtenaar bieden ook geen grondslag voor het oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de bestuurder met de aanhanger gereden heeft terwijl deze niet was voorzien van een goed werkende (rechter) richtingaanwijzer. In dit verband wijst het hof op hetgeen de betrokkene in administratief beroep naar voren heeft gebracht, namelijk dat hij het vreemd vond dat het rechter achterlicht niet functioneerde omdat alles nieuw was en toen hij 500 meter eerder bij zijn bedrijf was vertrokken, er niets loos was met de verlichting. De betrokkene heeft daarbij een factuur overgelegd, gedateerd 8 september 2018, betreffende een BOVAG-onderhoudsbeurt van de aanhanger waarbij de verlichting is hersteld.

10. Uit het voorgaande vloeit voort dat de gedraging niet kan worden vastgesteld.

11. De inleidende beschikking kan niet in stand blijven. Het hof zal beslissen als volgt. De overige bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter behoeven geen bespreking meer.

12. De proceskosten, verband houdende met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, komen voor vergoeding in aanmerking. Het betreft de volgende proceshandelingen: indienen beroepschrift bij kantonrechter, indienen hoger beroepschrift en het geven van een nadere toelichting (in totaal 2,5 punten). De wegingsfactor is 0,5 (gewicht van de zaak is licht). De advocaat-generaal zal worden veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten tot een bedrag van (2,5 x 0,5 x € 748,- =) € 935,-.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking waarbij, onder nummer 220107085 een sanctie is opgelegd;

bepaalt dat het tot zekerheid gestelde bedrag aan de betrokkene wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten ad € 935,-.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.