Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:8140

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
24-08-2021
Datum publicatie
26-08-2021
Zaaknummer
200.288.406/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding over een misgelopen samenwerking.

De ene partij heeft de samenwerking ontbonden dan wel opgezegd. De andere partij weigert dit te accepteren en zou zich schuldig maken aan onrechtmatige gedragingen.

De vorderingen strekken tot beëindiging van die gedragingen.

Daarnaast is ook een exhibitievordering ingesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.288.406/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 511969)

arrest van in kort geding van 24 augustus 2021

in de zaak van

Just 4 Kids B.V.,

gevestigd in Hilversum,

appellante,

bij de rechtbank: eiseres,

hierna: Just4Kids,

advocaat: mr. M.R.C. van Zoest, kantoorhoudend in Amsterdam,

tegen

1 Just Media Group B.V.,

gevestigd in Hilversum,

hierna: Just Media,

2. Just Entertainment Holding B.V.,

gevestigd in Hilversum,

hierna: Just Entertainment,

3. Bridge Rights B.V.,

gevestigd in Hilversum,

hierna: Bridge Rights,

geïntimeerden,

bij de rechtbank: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: Just Media c.s.,

advocaat: mr. L.A. van Driel, kantoorhoudend in Maastricht.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

Het hof verwijst naar het tussenarrest van 20 april 2021.

1.2

De in het tussenarrest bepaalde mondeling behandeling heeft op 6 juli 2021 plaatsgevonden. Daarvan is een proces-verbaal opgemaakt. Aan het slot van de mondelinge behandeling is op verzoek van partijen de zaak voor onderling overleg aangehouden. Nadat partijen hebben medegedeeld dat een minnelijke regeling niet is bereikt, heeft het hof arrest bepaald.

2 Waar gaat de zaak over?

2.1

Dit kort geding gaat over een misgelopen samenwerking. De samenwerking dateert van 2010 en berust niet op een schriftelijke overeenkomst. Just4Kids heeft de samenwerking vanwege tekortkomingen van Just Media ontbonden dan wel opgezegd. Zij stelt dat Just Media c.s. dit weigeren te accepteren en dat Just Media c.s. zich schuldig maken aan onrechtmatige gedragingen, waardoor Just4Kids in de voortzetting van haar bedrijfsvoering wordt belemmerd met financiële schade en reputatieschade tot gevolg. Naast vorderingen die hiermee verband houden, maakt Just4Kids aanspraak op afgifte/inzage van verschillende bescheiden.

2.2

De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, heeft de vorderingen van Just4Kids in het vonnis van 8 december 2020 afgewezen. Het hof komt tot dezelfde beslissing. Die beslissing zal hierna worden toegelicht.

3 De feiten

In hoger beroep gaat het hof, mede rekening houdend met hetgeen Just4Kids onder grief 1 heeft aangevoerd, uit van de volgende feiten.

3.1

Just4Kids is een uitgever van mediaproducten zoals tv-series, films, boeken, spellen en theatershows gericht op jongeren (hierna zal worden gesproken over de mediatitels van Just4Kids).

3.2

Just Media is een distributeur en levert werkzaamheden, kennis en ervaring op het gebied van marketing en promotie, distributie en administratie van de exploitatie van mediaproducten. Just Media maakt samen met onder meer Just Entertainment en Bridge Rights onderdeel uit van een internationaal mediaconcern.

3.3

In 2010 is Just4Kids opgericht. Just Media houdt 50% van de aandelen in Just4Kids. Fokko Holding B.V. houdt de overige 50% van de aandelen en is tevens bestuurder van Just4Kids.

3.4

Just4Kids en Just Media c.s. werken sinds de oprichting van Just4Kids in 2010 samen. Just Media verkoopt en distribueert de mediatitels van Just4Kids. Just Media c.s. betalen Just4Kids de opbrengsten van die verkoop en distributie na aftrek van een vergoeding voor door Just Media geleverde diensten. Just4Kids betaalt op haar beurt de rechthebbenden van de mediatitels. De afspraken tussen partijen zijn niet in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd.

3.5

In juni 2019 zijn alle aandelen in het kapitaal van Just Media verkocht en geleverd aan Imopa N.V. Op 1 november 2019 verkocht en leverde Imopa de aandelen aan Marmalade Groep N.V. (hierna: Marmalade). De heer [naam1] is enig bestuurder van Marmalade.

3.6

Op 8 november 2019 heeft de advocaat van Just4Kids Just Media gesommeerd tot volledige nakoming van de tussen partijen gemaakte afspraken.

3.7

Op 30 september 2020 heeft Just4Kids de overeenkomst met Just Media op grond van tekortkomingen in de nakoming door Just Media per direct ontbonden. Just4Kids geeft in deze brief verder te kennen dat zij de mediatitels per 1 november 2020 bij een andere distributeur zal onderbrengen en dat zij de medewerking van Just Media verwacht bij de ontvlechting van hun activiteiten.

3.8

Bij brief van 15 december 2020 heeft de advocaat van Just4Kids Just Media verzocht om verstrekking van alle royalty statements van de mediatitels tot en met het derde kwartaal van 2020 alsmede de volledige administratie van Just4Kids tot en met 30 september 2020.

3.9

Bij brief van 5 maart 2021 heeft Just4Kids nogmaals en voor zover nodig de ontbinding van de overeenkomst met Just Media ingeroepen wegens tekortkomingen van Just Media.

4 De procedure bij de voorzieningenrechter

4.1

Just4Kids heeft Just Media c.s. gedagvaard in kort geding. Zij heeft - samengevat weergegeven - gevorderd dat Just Media c.s. op straffe van verbeurte van dwangsommen (I) haar onrechtmatige gedragingen staakt, (II) volledige medewerking verleent aan overdracht van de website, e-mail, servers en administratie van Just4Kids, (III) wordt verboden om op enigerlei wijze betrokken te zijn bij de mediatitels en (IV) alle fysieke zaken met betrekking tot de mediatitels overdraagt. Daarnaast vordert Just4Kids rectificaties van Just Media c.s. (V en VI) en afgifte van de in de inleidende dagvaarding genoemde bescheiden (VII). Een en ander met veroordeling van Just Media c.s. in de kosten van de procedure (VIII).

4.2

De voorzieningenrechter heeft in het vonnis van 8 december 2020 de vorderingen van Just4Kids afgewezen en haar veroordeeld in de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat een spoedeisend belang niet is gebleken en dat vanwege het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst en een verschil van mening tussen partijen over hun rechten en verplichtingen, geen oordeel kan worden gegeven over mogelijk tekortschieten van Just Media c.s., de opzegbaarheid van de overeenkomst en de rechtsverhouding tussen Just4Kids en Just Media c.s.

5 De beoordeling in hoger beroep

Algemeen

5.1

Just4Kids vordert in hoger beroep het vonnis van de voorzieningenrechter te vernietigen en alsnog haar in eerste aanleg geformuleerde vorderingen toe te wijzen. Het hof zal die vorderingen hierna bespreken, waarbij het hof zal ingaan op de grieven van Just4Kids tegen het vonnis van de voorzieningenrechter.

5.2

Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. Het hof moet daarom eerst beoordelen of Just4Kids ten tijde van dit arrest bij die voorzieningen een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat het hof in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze procedure geen plaats is voor bewijslevering.

Spoedeisend belang

5.3

Indien Just4Kids rechtsgeldig heeft ontbonden dan wel opgezegd, kan zij aanspraak maken op zelfstandige voortzetting van haar bedrijfsvoering. Voor zover zij hierin belemmering ervaart door Just Media c.s., heeft Just4Kids een spoedeisend belang bij opheffing van die belemmering. In zoverre is het spoedeisend belang bij vordering I tot en met VI gegeven.

Omdat Just4Kids stelt dat zij bewijsmateriaal nodig heeft om haar geldvordering jegens Just Media c.s. te onderbouwen en dat zij thans in een slechte liquiditeitspositie verkeert, heeft zij in beginsel ook een spoedeisend belang bij afgifte van bescheiden zoals onder VII gevorderd. Dat geldt ook als Just4Kids niet rechtsgeldig heeft ontbonden dan wel opgezegd.

Vorderingen ten aanzien van Just Entertainment en Bridge Rights

5.4

Just4Kids klaagt erover dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat de rechtsverhouding tussen Just4Kids en Just Media c.s. onduidelijk is en dat Just4Kids in haar vorderingen geen onderscheid maakt naar overeengekomen rechten en verplichtingen tussen haar enerzijds en Just Media, Just Entertainment respectievelijk Bridge Rights anderzijds.

5.5

Just4Kids heeft ter zitting in hoger beroep erkend dat tussen haar en Just Entertainment en Bridge Rights geen contractuele relatie bestaat. Voor het desondanks aannemen van een rechtsverhouding en een rechtsgrond die de jegens hen ingestelde vorderingen kunnen dragen, ontbreekt het op dit moment aan een voldoende juridische en feitelijke onderbouwing. De enkele stelling dat Just Entertainment en Bridge Rights in het verleden betalingen aan Just4Kids hebben verricht is daartoe onvoldoende. Hetzelfde geldt voor de stelling dat zij zich als exclusief distributeur zouden presenteren waardoor het Just4Kids onmogelijk wordt gemaakt haar onderneming te drijven, welke stelling ook niet van enige onderbouwing is voorzien. Daarmee zijn de vorderingen voor zover gericht tegen Just Entertainment en Bridge Rights in dit kort geding niet toewijsbaar.

5.6

Hierna zullen de vorderingen voor zover gericht tegen Just Media worden besproken.

Vorderingen I-IV ten aanzien van Just Media

5.7

Deze vorderingen vloeien voort uit de wens van Just4Kids dat Just Media de ontbinding dan wel opzegging van de overeenkomst tussen partijen aanvaardt, dat Just Media haar pogingen tot frustratie van de werkzaamheden van Just4Kids staakt en dat Just Media meewerkt aan de beëindiging en afwikkeling van de relatie tussen partijen. Deze vorderingen zijn gebaseerd op de veronderstelling, zo is van de zijde van Just4Kids ter zitting van het hof bevestigd, dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden dan wel is opgezegd. Voor toewijzing van deze vorderingen is dus nodig dat het hof voldoende aannemelijk vindt dat de bodemrechter zal oordelen dat Just4Kids de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden dan wel opgezegd.

Ontbinding

5.8

Bij brief van 30 september 2020 heeft Just4Kids aan Just Media bericht dat zij de overeenkomst op grond van tekortkomingen van Just Media per direct ontbindt. Zoals in de processtukken en ter zitting in hoger beroep naar voren is gekomen, gaat het daarbij onder meer en met name om een tekortkoming in de betalingsverplichting en de administratieverplichting van Just Media. Daarmee is ook in hoger beroep de vraag aan de orde welke afspraken tussen partijen zijn gemaakt en of Just Media in de nakoming van de daaruit voortvloeiende verbintenissen is tekortgeschoten.

5.9

Volgens Just4Kids staat vast dat Just Media gehouden is tot betaling van de distributieopbrengsten van de mediatitels aan Just4Kids, onder aftrek van de aan Just Media toekomende distributievergoeding. Partijen hebben in eerste instantie geen afspraken gemaakt over betalingstermijnen. Op enig moment is Just Media haar betalingsverplichting in een rekening-courant gaan boeken. Omdat die rekening-courantschuld alleen maar verder opliep zijn partijen op aandringen van Just4Kids overeengekomen om de rekening-courant in te lopen, tot maximaal € 150.000,- ultimo 2019 en € 100.000,- ultimo 2020. Die afspraak is volgens Just4kids mondeling gemaakt, maar schriftelijk vastgelegd in de jaarrekening van Just4Kids over het boekjaar 2018. Daaruit blijkt dat de rekening-courantschuld van Just Media ultimo 2018 € 201.025,- bedraagt. Ondanks de gemaakte afspraak is de schuld niet verminderd maar nog verder opgelopen, tot € 499.224,67 per 31 mei 2021.

Hiermee staat de tekortkoming van Just Media vast. Ook indien partijen niet zijn overeengekomen om de rekening-courant per 2020 te verlagen tot maximaal € 100.000,-, levert de huidige rekening-courantstand een tekortkoming op. Op grond van artikel 6:38 BW is de rekening-courant namelijk terstond opeisbaar. Uit het feit dat de rekening-courant in de jaarrekening is gecategoriseerd onder vlottende activa, volgt in ieder geval dat die schuld binnen een jaar had moeten zijn afgelost.

De administratieverplichting van Just Media is volgens Just4Kids ook voldoende duidelijk. Just Media is gehouden tot het bijhouden van de administratie van Just4Kids (waaronder mede valt het opmaken van royalty-statements) en dient daar tevens rekening en verantwoording over af te leggen. Ook ten aanzien van deze verplichting valt volgens Just4Kids zonder nader onderzoek vast te stellen dat Just Media hierin is tekortgeschoten. Just4Kids verkrijgt geen inzicht in haar administratie en die administratie is niet op orde.

5.10

Just Media heeft de stelling van Just4Kids over de tussen partijen gemaakte betaalafspraak gemotiveerd bestreden. Volgens haar kan uit de jaarrekening van Just4Kids over 2018 geen betalingsverplichting van Just Media worden afgeleid. Daarin is namelijk opgenomen dat Just4Kids een vordering heeft op Just Entertainment B.V., een vennootschap die geen partij is bij deze procedure. Just4Kids functioneerde verder als een 100% dochtermaatschappij van Just Media en betalingen zijn steeds via een rekening-courantverhouding afgewikkeld. De afspraak was dat naar cashflowbehoefte van Just4Kids werd afgelost op deze rekening-courantverhouding en daarmee op de aan Just4Kids toekomende vergoedingen. Just4Kids heeft tot 2021 meegewerkt aan deze werkwijze door een overzicht van haar cashflowbehoefte te verstrekken. Betalingsafschriften van Just Media tonen aan dat betaling ad hoc plaatsvond. Van een tekortkoming in haar betalingsverplichting is geen sprake. Just Media heeft op basis van de overeengekomen cashflowbehoefte aflossingen aan Just4Kids voldaan totdat Just4Kids hieraan haar medewerking ontzegde.

Wat betreft haar administratieplicht erkent Just Media dat zij de administratie voor Just4Kids verzorgde. Just4Kids had een eigen toegang tot het administratiesysteem van Just Media, waarin rekening en verantwoording werd afgelegd. Tot verdergaande inzage was en is Just Media niet gehouden. De werkwijze rondom de administratie van Just4Kids vindt bevestiging in schriftelijke verklaringen van diverse medewerkers van Just Media die daarbij betrokken zijn geweest. Just Media betwist dat op haar de verbintenis rust om steeds op eigen initiatief royalty statements op te maken. Volgens haar gold daarvoor een zogenaamd “piepsysteem”. Omdat Just Media al zeker tien maanden geen inzage heeft in de bankrekening van Just4Kids, kan zij die statements overigens ook niet meer opmaken.

Just4Kids komt haar verplichtingen uit de overeenkomst niet meer na. Zij laat Just Media de distributie van de mediatitels niet meer bezorgen, waardoor zij schade toebrengt aan Just Media. Met het oog daarop beroept Just Media zich op een opschortings- en retentierecht.

5.11

In het licht van dit verweer en bij gebreke van een nadere onderbouwing heeft Just4Kids ook in hoger beroep niet voldoende aannemelijk gemaakt dat Just Media tekort is geschoten in een op haar rustende betalings- en administratieverplichting. Daarbij neemt het hof net als de voorzieningenrechter in aanmerking dat partijen geen schriftelijke overeenkomst hebben gesloten en dat op grond van het gevoerde partijdebat onduidelijk is gebleven wat zij precies met elkaar zijn overeengekomen over de betaling van distributieopbrengsten en de administratievoering. Om te kunnen vast stellen waartoe Just Media gehouden is, is nader feitenonderzoek en/of bewijslevering nodig waarvoor in het beperkte kader van het onderhavige kort geding geen plaats is. Dat betekent dat er thans niet van kan worden uitgegaan dat de bodemrechter zal oordelen dat Just Media is tekort geschoten in de nakoming van haar verbintenissen en dat Just4Kids die overeenkomst op goede gronden buitengerechtelijk (bij brief van 30 september 2020 dan wel 5 maart 2021) heeft ontbonden en dat die ontbinding effect heeft gesorteerd.

Opzegging

5.12

Onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad over duurovereenkomsten1, stelt Just4Kids subsidiair dat zij te allen tijde (en dus ook buiten het geval van ontbinding wegens een tekortkoming) bevoegd was om de tussen partijen bestaande overeenkomst op te zeggen.

5.13

In dit geval is sprake van een duurovereenkomst. Over de opzegging daarvan zijn partijen niets schriftelijk overeengekomen. De hoofdregel is dan dat de overeenkomst in beginsel te allen tijde opzegbaar is.

5.14

Just Media beroept zich op de niet-opzegbaarheid van de overeenkomst. De stelplicht en bewijslast daarvan rusten op haar. In dat verband stelt Just Media dat de overeenkomst naar bedoeling van partijen voor bepaalde tijd is aangegaan, namelijk zolang het aandeelhouderschap van partijen voortduurt, en dat deze niet tussentijds kan worden opgezegd. Just Media heeft echter geen concrete stellingen betrokken die voorshands het oordeel kunnen dragen dat partijen in dit opzicht daadwerkelijk niet-opzegbaarheid zijn overeengekomen of dat Just Media daarvan op grond van verklaringen en gedragingen van partijen over en weer gerechtvaardigd mocht uitgaan.

5.15

Just Media wijst er verder op dat sprake is van een gecombineerde aandeelhouders- en samenwerkingsovereenkomst, die elementen bevat van onder meer opdracht, huur en exploitatie van auteursrechtelijk beschermde werken. Gelet op deze aard en inhoud van de overeenkomst kan volgens Just Media van tussentijdse opzegging geen sprake zijn, althans niet zonder dat voor opzegging een zwaarwegende reden en/of een lange opzegtermijn is vereist. Ter nadere onderbouwing stelt Just Media dat zij mediatitels van Just4Kids verkocht samen met haar eigen verworven mediaproducten. Daarmee is sprake van pakketten aan titels die voor lange duur (jaren) in licentie zijn gegeven aan afnemers. Indien Just4Kids de samenwerking zonder goede reden en met onmiddellijke ingang kan beëindigen zou Just Media per direct haar verplichtingen jegens afnemers niet kunnen nakomen. Het is dus voor Just Media noodzakelijk om haar onderneming op een eventueel einde van de samenwerking voor te bereiden. Daarnaast acht Just Media de looptijd van de samenwerking van belang, gedurende welke Just4Kids volledig heeft geprofiteerd van alle voordelen die het concern van Just Media haar bood.

5.16

Het hof stelt vast Just Media haar stelling, dat de overeenkomst naar haar aard en inhoud niet opzegbaar is zonder zwaarwegende reden en/of een lange opzegtermijn, van de nodige onderbouwing heeft voorzien. Just4Kids heeft dit op haar beurt niet voldoende weersproken. Just4Kids heeft er slechts op gewezen dat partijen bij aanvang van de samenwerking zijn overeengekomen dat Just4Kids als zelfstandige onderneming ten opzichte van Just Media opereert, iets wat door Just Media gemotiveerd is weersproken. Ook de overige omstandigheden die Just4Kids in dit verband aanvoert, zoals dat Just Media haar werkzaamheden niet naar tevredenheid verricht en dat zij ook zonder distributeurschap voordeel bij haar aandeelhouderschap behoudt, staan ter discussie tussen partijen en kunnen op dit moment niet de doorslag geven. Gelet hierop oordeelt het hof voorshands dat opzegging niet zonder zwaarwegende grond of zonder inachtneming van een redelijke opzeggingstermijn kan geschieden.

5.17

Als (zwaarwegende) grond voor opzegging voert Just4kids hetzelfde aan als wat zij ter onderbouwing van haar beroep op ontbinding naar voren heeft gebracht. Om dezelfde reden als het hof ten aanzien van de ontbinding heeft overwogen, te weten het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst en het meningsverschil van partijen over de prestaties waartoe Just Media gehouden is, vergt ook de vraag of een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging aanwezig is en welke opzegtermijn in acht dient te worden genomen nader feitenonderzoek en/of bewijslevering. Zoals gezegd is daarvoor in dit kort geding geen plaats.

5.18

Gelet op het voorgaande faalt de klacht van Just4Kids over het oordeel van de voorzieningenrechter dat een toewijzend oordeel in deze zaak nader onderzoek vergt waarvoor in kort geding geen plaats is. Het hof vindt het op dit moment onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat sprake is van tekortkomingen dan wel een zwaarwegende grond die ontbinding respectievelijk onmiddellijke opzegging van de overeenkomst door Just4Kids rechtvaardigt. Daarmee zijn de vorderingen I tot en met IV, die uitgaan van de veronderstelling dat rechtsgeldig is ontbonden dan wel opgezegd, niet toewijsbaar.

5.19

Voor zover onder vordering II mede moet worden begrepen dat Just4Kids, ook zonder dat sprake is van ontbinding of opzegging van de overeenkomst, in ieder geval toegang wordt verleend tot haar website, e-mail en servers, overweegt het hof dat Just Media heeft betwist dat zij beschikt over de website, e-mail of servers van Just4Kids en dat Just4Kids door Just Media (c.s.) wordt belemmerd in de toegang tot die website, e-mail of servers. Aangezien verdere onderbouwing van Just4Kids op dit punt ontbreekt, acht het hof de vordering in zoverre evenmin toewijsbaar.

Vorderingen V-VI ten aanzien van Just Media (rectificatie)

5.20

Just4Kids vordert dat Just Media wordt veroordeeld om aan betrokken marktpartijen een rectificatie te sturen en die rectificatie bovendien op haar website te plaatsen. In die rectificatie moet Just Media aangeven dat zij door het hof is veroordeeld tot het staken van haar distributiewerkzaamheden met betrekking tot de mediatitels en dat relevante partijen zich te dien aanzien rechtstreeks kunnen wenden tot Just4Kids of een door haar aangewezen derde. Deze rectificatie strekt er volgens Just4Kids toe dat in de markt weer duidelijk is wie bevoegd is tot distributie van de mediatitels.

5.21

Ook deze vordering is gebaseerd op de veronderstelling dat rechtsgeldig is ontbonden dan wel is opgezegd. Uit het voorgaande vloeit voort dat van die veronderstelling in dit kort geding niet kan worden uitgegaan, zodat reeds daarom voor een rectificatie als door Just4Kids beoogd geen grond bestaat. Voor zover Just4Kids met haar verwijzing naar de brief van Just Media aan ITA van 9 oktober 2020 heeft bedoeld te betogen dat rectificatie desondanks aangewezen is, volgt het hof Just4Kids hierin niet. De rechtsgeldigheid van de beëindiging van de samenwerking staat ter discussie tussen partijen. De wijze waarop Just Media aan ITA haar visie op de zaak uiteen heeft gezet gaat de zorgvuldigheid die zij in deze kwestie jegens Just4Kids behoort te betrachten niet te buiten. Just Media heeft verder gemotiveerd betwist dat zij buiten de distributie met derden communiceert over mediatitels. Als er communicatie plaatsvindt, heeft dat volgens haar betrekking op praktische zaken en is dat niet onrechtmatig. Van de zijde van Just4Kids ontbreekt op dit punt onderbouwing.

Vordering VII ten aanzien van Just Media (afgifte/inzage bescheiden)

5.22

Just4Kids vordert afgifte dan wel inzage van:

( a) alle overeenkomsten die Just Media met derden heeft gesloten ter zake van mediatitels;

( b) alle door Just Media ontvangen en verzonden facturen op basis van de overeenkomsten genoemd onder (a);

( c) alle rapportages met betrekking tot alle kwartalen van 2019 en de eerste drie kwartalen van 2020, in ieder geval omvattend de volgende informatie over de exploitatie van de mediatitels: het bedrijfsresultaat (omzet, kosten en winst) en de royaltyrapportages per licentie per categorie (bioscoop, dvd, vod, en tv);

( d) afschriften van subsidiebesluiten van Just Media die betrekking hebben op mediatitels;

( e) alle grootboeken behorende tot de administratie van Just4Kids, vanaf 2017 bijgewerkt tot en met de datum van het in dezen te wijzen arrest.

5.23

Just4Kids heeft haar vordering primair gebaseerd op de verplichting die uit hoofde van de tussen partijen bestaande rechtsverhouding rust op Just Media tot verstrekking van genoemde bescheiden. Just Media dient rekening en verantwoording aan Just4Kids af te leggen over de ten laste van Just4Kids uitgegeven gelden en de namens haar ontvangen gelden. Subsidiair is deze vordering volgens Just4Kids toewijsbaar op grond van artikel 843a Rv.

5.24

Just Media heeft aangevoerd dat zij rekening en verantwoording aflegt in haar administratiesysteem. Just4Kids heeft toegang tot dat systeem en kan de administratie in zien. Daarin staan tevens de facturen. Daarnaast heeft Just Media op 10 september 2020 reeds een overzicht van subsidiebesluiten aan Just4Kids verstrekt. Just4Kids heeft dit als zodanig niet bestreden. Gelet hierop heeft Just4Kids naar voorlopig oordeel van het hof onvoldoende onderbouwd dat zij belang heeft bij toewijzing van de vordering tot afgifte/inzage van de onder (b) genoemde facturen, de onder (c) genoemde informatie over de exploitatie van de mediatitels en de onder (d) genoemde subsidiebesluiten. In zoverre zal de vordering worden afgewezen.

5.25

Hetzelfde geldt voor de onder (e) genoemde grootboeken. Vast staat dat Just Media de administratie inmiddels aan Just4Kids heeft overgedragen. Just4Kids heeft weliswaar aangevoerd dat deze onjuist en onvolledig is, maar onjuistheden in die administratie zijn voor de beoordeling van deze vordering niet relevant terwijl Just4Kids niet voldoende duidelijk heeft kunnen maken welke stukken uit de administratie van Just4Kids nog ontbreken en dat Just Media over die stukken beschikt. Just Media heeft bovendien (herhaaldelijk) aangeboden de administratie samen met Just4Kids door te nemen.

5.26

Wat betreft de onder (a) genoemde overeenkomsten en de onder (c) genoemde kwartaalrapportages, heeft Just4Kids tegenover de betwisting van Just Media niet aannemelijk kunnen maken dat zij op grond van de tussen partijen bestaande rechtsverhouding aanspraak kan maken op afgifte/inzage daarvan.

5.27

Die bescheiden zijn evenmin toewijsbaar op grond van artikel 843a Rv. Just4Kids heeft niet aannemelijk gemaakt dat Just Media, die dit betwist, kwartaalrapportages in haar bezit zou hebben en Just Media kan niet worden veroordeeld om documenten aan te leveren die niet bestaan. Het thans nog door Just4Kids gestelde belang bij de onderliggende overeenkomsten tussen Just Media en afnemers (c) heeft Just4Kids onvoldoende handen en voeten gegeven, nog daargelaten dat Just Media heeft aangevoerd dat dit concurrentiegevoelige informatie betreft waarop geheimhouding rust en Just4Kids daartegen niets heeft ingebracht.

5.28

Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering tot afgifte/inzage in dit kort geding niet toewijsbaar is en zal worden afgewezen.

6 De slotsom

6.1

De grieven falen, zodat het bestreden vonnis moet worden bekrachtigd.

6.2

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof Just4Kids in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Just Media c.s. zullen worden vastgesteld op € 772, aan griffierecht en € 2.228,- aan salaris advocaat (2 punten x tarief II à € 1.114,-).

6.3

Als niet weersproken zal het hof ook de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten toewijzen zoals hierna vermeld.

7 De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:

bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 8 december 2020;

veroordeelt Just4Kids in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Just Media c.s. vastgesteld op € 772,- voor verschotten en op € 2.228,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en - voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

veroordeelt Just4Kids in de nakosten, begroot op € 163,-, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 85,- in geval Just4Kids niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;

verklaart dit arrest ten aanzien van de daarin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. M. Willemse, J. Smit en J. Wichers en is door de rolraadsheer, in tegenwoordigheid van de griffier, in het openbaar uitgesproken op

24 augustus 2021.

1 HR 28 oktober 2011, ECLI:NL:2011:BQ9854.