Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:8062

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-08-2021
Datum publicatie
23-08-2021
Zaaknummer
PIJ P21/0182
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

Het hof bevestigt (met aanvulling van gronden) de beslissing van de rechtbank tot verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) met een termijn van twaalf maanden.

De aanvullende rapportage van de inrichting van 23 juli 2021 houdt in dat het de laatste weken in toenemende mate onrustig is geweest rondom de verlofbewegingen van de jeugdige. De terugkeer naar de inrichting verloopt in toenemende mate rommelig; telkens lijkt er iets te zijn waardoor de jeugdige te laat terugkeert van verlof. Daarnaast is hij op 21 juni 2021 niet op zijn werk geweest, terwijl hij had aangegeven van wel en had gebeld dat hij moest overwerken. Hoewel er geen duidelijke signalen zijn dat de jeugdige zich bezighoudt met risicovol gedrag, roept dit wel vragen op en heeft dit geleid tot twijfels over zijn afspraakbetrouwbaarheid. Een en ander heeft ertoe geleid dat de jeugdige op initiatief van de inrichting is overgestapt naar een baan met een vaste eindtijd, waardoor het beter controleerbaar is of hij gemaakte afspraken nakomt.

Verder heeft de deskundige ter zitting verklaard dat de jeugdige waarschijnlijk in oktober of november 2021 kan starten met deelname aan een scholings- en trainingsprogramma. Het is van belang dat dit programma zes maanden duurt. In het geval van een verlenging van de maatregel met negen maanden, zoals bepleit door de raadsman, zullen er slechts drie maanden resteren voor het scholings- en trainingsprogramma, waarmee een zinvolle invulling van dat programma niet goed realiseerbaar is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PIJ P21/0182

Beslissing d.d. 19 augustus 2021

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam jeugdige] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,

verblijvende in [de inrichting] .

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’sHertogenbosch, van 26 april 2021, houdende verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: de (PIJ-)maatregel) met een termijn van twaalf maanden.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

 het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

 de beslissing waarvan beroep;

 de akte van het instellen van hoger beroep op 6 mei 2021;

 de aanvullende rapportage van de inrichting van 23 juli 2021;

 het negende perspectiefplan, dat dateert van 27 juli 2021.

Het hof heeft ter zitting van 5 augustus 2021 gehoord de jeugdige, bijgestaan door zijn raadsman, mr. O. Bolluyt, advocaat te Almere, en de advocaat-generaal, mr. V. Smink. Ook is L. Franck, die als behandelcoördinator is verbonden aan de inrichting, gehoord als deskundige.

Overwegingen

Het standpunt van de jeugdige en zijn raadsman

De raadsman heeft bepleit dat het hof de duur van de verlenging van de maatregel zal beperken tot negen maanden. Zijn programma heeft vertraging opgelopen door coronaperikelen. Daarnaast speelt mee dat hij uit het niets in verband met capaciteitsproblemen vanuit [plaats 1] werd overgeplaatst naar [plaats 2] . Hoewel hem gegarandeerd is dat dit niet zou leiden tot vertraging van zijn traject, zal dit wel gebeuren als de maatregel wordt verlengd met twaalf maanden, zoals gevorderd door het openbaar ministerie. Verlenging van de maatregel met negen maanden is ook passend gelet op de ontwikkeling die de jeugdige heeft doorgemaakt. Hij is open, heeft een baan en is coöperatief en vrolijk. Er zijn wel wat onduidelijkheden rondom zijn verlofbewegingen en het terugkeren naar de inrichting na afloop van een werkdag, maar er zijn geen concrete aanwijzingen dat hij zich opnieuw heeft ingelaten met criminaliteit.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De jeugdige werkt goed mee aan het behandelings- en resocialisatietraject, en de meeste recente ontwikkelingen zijn positief. Zo is zijn werkgever tevreden over hem. Wel zijn er onduidelijkheden in verband met zijn verlofbewegingen. Ook is de jeugdige binnen de inrichting betrokken geweest bij een geweldsincident. Daarbij heeft hij na afloop wel zijn verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag en een herstelgesprek gevoerd, dus dat is wel positief. De jeugdige lijkt toe te werken naar de afronding van het traject, maar dat zal nog meer tijd vergen dan de negen maanden die de jeugdige en zijn raadsman voor ogen hebben. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing waarvan beroep.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op de juiste wijze en op goede gronden heeft beslist. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd. Ter aanvulling van die gronden overweegt het hof het volgende.

De aanvullende rapportage van de inrichting van 23 juli 2021 houdt in dat het de laatste weken in toenemende mate onrustig is geweest rondom de verlofbewegingen van de jeugdige. De terugkeer naar de inrichting verloopt in toenemende mate rommelig; telkens lijkt er iets te zijn waardoor de jeugdige te laat terugkeert van verlof. Daarnaast is hij op 21 juni 2021 niet op zijn werk geweest, terwijl hij had aangegeven van wel en had gebeld dat hij moest overwerken. Hoewel er geen duidelijke signalen zijn dat de jeugdige zich bezighoudt met risicovol gedrag, roept dit wel vragen op en heeft dit geleid tot twijfels over zijn afspraakbetrouwbaarheid. Een en ander heeft ertoe geleid dat de jeugdige op initiatief van de inrichting is overgestapt naar een baan met een vaste eindtijd, waardoor het beter controleerbaar is of hij gemaakte afspraken nakomt.

Verder heeft de deskundige ter zitting verklaard dat de jeugdige waarschijnlijk in oktober of november 2021 kan starten met deelname aan een scholings- en trainingsprogramma. Het is van belang dat dit programma zes maanden duurt. In het geval van een verlenging van de maatregel met negen maanden zullen er slechts drie maanden resteren voor het scholings- en trainingsprogramma, waarmee een zinvolle invulling van dat programma niet goed realiseerbaar is.

Beslissing

Het hof bevestigt met aanvulling van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 26 april 2021 met betrekking tot de jeugdige, [naam jeugdige] .

Aldus gedaan door

mr. M. Keppels, voorzitter,

mr. G. Mintjes en mr. W.A. Holland, raadsheren,

dr. I. Troost en drs. D.M.L. Versteijnen, raden,

in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,

en op 19 augustus 2021 in het openbaar uitgesproken.

De voorzitter, mr. Holland en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.