Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:8040

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
19-08-2021
Datum publicatie
20-08-2021
Zaaknummer
TBS P21/0046
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

Het hof bevestigt de beslissing waarvan beroep met aanvulling van gronden. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Het hof wijst in het bijzonder op de adviezen van de reclassering, de verklaring van de reclasseringsmedewerker ter zitting van het hof op 6 mei 2021, het herhaaldelijk overtreden van de voorwaarden en de mededeling van de terbeschikkinggestelde ter zitting over zijn overplaatsing naar de PI Lelystad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P21/0046

Beslissing d.d. 19 augustus 2021

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[naam terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,

verblijvende in PI Lelystad.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 19 januari 2021, houdende het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.

Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:

  • -

    het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

  • -

    de beslissing waarvan beroep;

  • -

    de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 25 januari 2021;

  • -

    de appelschriftuur van 5 februari 2021;

  • -

    het reclasseringsadvies van 26 april 2021;

  • -

    het proces-verbaal ter zitting van het hof van 6 mei 2021;

  • -

    de tussenbeslissing van het hof van 20 mei 2021;

  • -

    de aanvullende informatie van de reclassering van 22 juli 2021.

Het hof heeft ter zitting van 5 augustus 2021 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. L.E.J. Vleesenbeek, advocaat te Rotterdam en de advocaat-generaal mr. V. Smink.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij heeft begrepen dat is onderzocht of hij in een – derde klinische – setting zou kunnen worden geplaatst, maar dat hij graag naar huis wilt, zich wil houden aan de voorwaarden en een eventuele ambulante behandeling. De raadsman heeft verzocht om vernietiging van de beslissing van de rechtbank en verwijst daarbij naar de pro-Justitia rapportages van oktober 2019 waarin de psycholoog de voorkeur uitspreekt voor oplegging van terbeschikkingstelling met voorwaarden. Ook is door de raadsman gewezen op de positieve beschermingsfactoren waaronder de familie van de terbeschikkinggestelde en zijn nieuwe vriendin. De raadsman heeft aangevoerd dat de wachtlijsten en onmacht om de terbeschikkinggestelde op de juiste plek te plaatsen geen reden is om alsnog de verpleging van overheidswege te gelasten. Het alternatief zou volgens de raadsman moeten worden gezocht in voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met ambulante behandeling subsidiair klinische behandeling als voorwaarde.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat bevestiging van de beslissing van de rechtbank moet volgen. De reclassering heeft onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om het behandel- en resocialisatietraject voort te zetten in het kader van terbeschikkingstelling met voorwaarden, maar kwam tot de conclusie dat dit – mede als gevolg van de wachtlijsten bij [kliniek 1] en [kliniek 2] – niet wenselijk is. Ondanks het geboden kader met terbeschikkingstelling met voorwaarden wil het de terbeschikkinggestelde niet lukken om een goede ontwikkeling door te maken. Ook is voldaan aan de formele vereisten voor omzetting in terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege, aangezien de terbeschikkinggestelde herhaaldelijk de gestelde voorwaarden heeft overtreden en het recidiverisico volgens de meest recente inschatting van de reclassering gemiddeld tot hoog is. Om stappen in de goede richting te kunnen zetten heeft de terbeschikkinggestelde stevige ondersteuning nodig en het huidige juridische kader is daarvoor ontoereikend. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering die ertoe strekt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.

Het oordeel van het hof

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist tot het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Daarom zal de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met aanvulling van het volgende.

De reclassering heeft in het advies van 26 april 2021 aangegeven het advies tot omzetting in een terbeschikkingstelling met verpleging te handhaven en daarbij onder meer aangegeven dat de terbeschikkinggestelde telkens weer vervalt in middelengebruik en zich schuldig maakt aan strafbare feiten binnen de instellingen. De ingezette interventies zijn ontoereikend gebleken gezien de forse problematiek en houding van de terbeschikkinggestelde. Hij heeft aangegeven dat als hij een gaatje ziet hij de benen zal nemen.

Ter zitting van het hof van 6 mei 2021 heeft de reclassering aangegeven dat [kliniek 1] is gespecialiseerd in de lichte verstandelijke beperking in combinatie met verslavingsproblematiek, maar er is een wachtlijst van één tot anderhalf jaar. Mogelijk zou iets kunnen worden geregeld met stapelzorg. De reclasseringsmedewerker heeft in afwijking van het rapport van 26 april 2021 ter zitting aangegeven dat de kans van slagen onder de tien procent ligt, maar dat het voortzetten van de terbeschikkingstelling met voorwaarden het onderzoeken waard is.

Het hof heeft in zijn tussenbeslissing van 20 mei 2021 het volgende overwogen:

Het hof acht het voor de vorming van zijn eindoordeel noodzakelijk dat er door de reclassering onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheden tot voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden, al dan niet onder gewijzigde voorwaarden, waaronder die met betrekking tot een eventuele klinische behandeling. Het onderzoek dient zich met name te richten op het vinden van een passende plek met een toereikend beveiligingsniveau voor de combinatie van verslavingsproblematiek en de licht verstandelijke beperking van de terbeschikkinggestelde en, indien deze wordt gevonden, tevens aan te geven op welke termijn de terbeschikkinggestelde op die plek kan worden geplaatst.

Naar aanleiding van deze tussenbeslissing heeft reclasseringswerker J. Lieuwma het reclasseringsadvies van 22 juli 2021 opgesteld. Dit adviesrapport houdt onder meer het volgende in:

[De terbeschikkinggestelde] heeft vanuit zijn verstandelijke beperkingen eigenlijk hand in hand begeleiding nodig. De enige kliniek die dat adequaat kan bieden is [kliniek 1] . Om de wachtlijst te overbruggen zou een tijdelijke plaatsing bij [kliniek 2] een optie zijn. Het mogen duidelijk zijn dat dit de derde poging zal zijn om betrokkene geplaatst te krijgen. Binnen de eerdere twee behandelingen heeft betrokkene laten zien zich niet aan afspraken te conformeren en voorwaarden te schenden, zoals het in het bezit hebben van drugs in de laatste kliniek.

[kliniek 2] heeft een wachtlijst van twee tot drie maanden. In die tussenliggende periode is er geen behandelplek voor hem te realiseren. Daar zit nu het probleem .Terug naar huis of vriendin en zich dan na drie maanden melden bij een kliniek vinden wij ongepast en niet realistisch in de huidig[e] situatie. Het risico op onttrekking is hierbij te groot, alsmede het gemis van passende behandelinterventies die van groot belang zijn voor het risicomanagement, waarbij wij dat risico niet kunnen managen en dragen. Drie maanden is voor de reclassering te kort om bijvoorbeeld een ambulante behandeling in te zetten en het opstarten daarvan zal die periode in beslag nemen.

Alles overziend en onderzocht hebbende blijkt een (directe) plaatsing binnen een behandelsetting niet mogelijk. Er blijft een gat zitten van twee tot drie maanden die niet adequaat kan worden opgevuld door de forensische zorg. De reclassering voorziet grote problemen indien betrokkene huiswaarts zal keren en zich na bijvoorbeeld drie maanden zelf moet gaan melden bij de kliniek. Dan rest er vanuit reclasseringsperspectief niet veel meer dan handhaving van de eerder [ingezette] omzetting van de tbs maatregel naar een dwangverpleging.

Gelet op de adviezen van de reclassering, het herhaaldelijk overtreden van de voorwaarden die aan de terbeschikkingstelling zijn verbonden, de mededeling ter zitting van de terbeschikkinggestelde dat hij recent vanuit de PI [locatie] in Rotterdam is overgeplaatst naar de PI Lelystad omdat zijn naam genoemd is als behorende bij een groep gedetineerden die betrokken zou zijn bij de invoer van contrabande en het gebrek aan motivatie voor een klinische behandeling bij de terbeschikkinggestelde, concludeert het hof dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verpleging van overheidswege eist. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat een periode van twee tot drie maanden zonder forensische zorg op dit moment onverantwoord zou zijn.

Beslissing

Het hof:

Bevestigt met aanvulling van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 19 januari 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [naam terbeschikkinggestelde] .

Aldus gedaan door

mr. G. Mintjes als voorzitter,

mr. M. Keppels en mr. W.A. Holland als raadsheren,

en dr. I. Troost en drs. D.M.L. Versteijnen, als raden,

in tegenwoordigheid van mr. M.A. Valé als griffier,

en op 19 augustus 2021 in het openbaar uitgesproken.

mr. W.A. Holland en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.