Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:7942

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
18-08-2021
Datum publicatie
13-09-2021
Zaaknummer
Wahv 200.271.950/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 5 Wahv. De enkele mededeling van de ambtenaar dat hij bezig was een ander voertuig te volgen, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat er geen reële mogelijkheid was de bestuurder staande te houden. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.271.950/01

CJIB-nummer

: 221941817

Uitspraak d.d.

: 18 augustus 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 4 oktober 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en in de inleidende beschikking en de beslissing van de officier van justitie de plaatsaanduiding van de gedraging gewijzigd. Voor het overige is het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 211,- voor: “overschrijding maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, (verkeersbord A1) met 22 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 6 december 2018 om 16.59 uur op de Elderseweg in Arnhem met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De kantonrechter heeft de inleidende beschikking gewijzigd in zoverre dat de plaatsaanduiding van de gedraging de Eldenseweg te Arnhem is.

3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat wordt betwist dat de maximumsnelheid is overschreden. Het gaat hier om de Eldenseweg, waar de maximumsnelheid hoofdzakelijk 70 km/h is. De ambtenaar heeft nergens opgegeven ter hoogte van welke hectometerpaal de gedraging zou zijn verricht. Zo kan ook geen onderzoek worden gedaan naar bebording en de meetafstand. Door de foutieve plaatsaanduiding, in combinatie met het feit dat de betrokkene niet is staandegehouden, is de betrokkene in haar verdediging geschaad. De enkele blote stelling van de ambtenaar dat hij een ander voertuig aan het volgen was, maakt niet dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouden meer bestaat. Daarvoor is meer nodig, zoals bijvoorbeeld de opmerking dat het andere voertuig meer prioriteit had.

4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:

“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.

Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 80 km per uur.

Snelheid volgens kalibratietabel: 75 km per uur.

Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 72 km per uur.

Toegestane snelheid: 50 km per uur.

Overschrijding met: 22 km per uur.

Meetafstand: 800 m.

Tussenafstand: 150 m. (…)

Reden geen staandehouding: andere werkzaamheden.”

6. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal waarin de ambtenaar – kort samengevat – verklaart dat er geen staandehouding is uitgevoerd omdat de ambtenaren een ander voertuig aan het volgen waren. De toegestane snelheid is 50 km per uur en dit staat aangegeven door middel van bord A1.

7. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaringen van de ambtenaar. In de onderhavige zaak is de betreffende ambtenaar ter plaatse geweest en heeft hij blijkens zijn verklaring aldaar geconstateerd dat de bebording aanwezig was. Nu de betrokkene niet ontkent met de gemeten snelheid te hebben gereden, stelt het hof vast dat de gedraging is verricht.

8. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.

9. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.

10. Op dit punt heeft de ambtenaar verklaard dat geen staandehouding kon plaatsvinden in verband met andere werkzaamheden. In het aanvullend proces-verbaal is toegelicht dat die werkzaamheden bestonden uit het volgen van een andere auto. Zonder nadere uitleg over het belang of de reden van het volgen van een andere auto, volgt uit deze verklaringen naar oordeel van het hof onvoldoende dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. Dit betekent dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd en de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.

11. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigde heeft de volgende handelingen verricht die voor vergoeding in aanmerking komen: het indienen van een administratief beroepschrift, een beroepschrift bij de kantonrechter en een hoger beroepschrift. Hieraan dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend.

12. In het beroepschrift aan de officier van justitie heeft de gemachtigde van de betrokkene verzocht te worden gehoord. In het dossier bevindt zich een verslag van de hoorzitting van de officier van justitie van 18 april 2019. Blijkens dit verslag is de gemachtigde van de betrokkene gehoord en heeft hij geen aanvulling op het administratief beroepschrift. Gelet hierop is het hof van oordeel dat ter zake van het horen door de officier van justitie geen sprake is van kosten die de betrokkene in verband met de behandeling van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Het hof ziet dan ook geen aanleiding voor deze proceshandeling een punt toe te kennen.

13. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 534,- en voor het (hoger) beroep € 748,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van
€ 1.015,-.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;

veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.015,-.

Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.