Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:7644

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
09-08-2021
Datum publicatie
13-09-2021
Zaaknummer
Wahv 200.273.455/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De sanctie is opgelegd door een ander dan de ambtenaar die de gedraging heeft geconstateerd. Dat is in strijd met artikel 3, lid 2, Wahv. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.273.455/01

CJIB-nummer

: 220538035

Uitspraak d.d.

: 9 augustus 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Noord-Holland van 22 oktober 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 380,- opgelegd voor: “parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 mei 2018 om 11:31 uur bij de aankomstpassage op Schiphol met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht en voert aan dat hij niets met deze overtreding te maken heeft. Hij heeft alleen de werktas van zijn collega overgenomen. Deze collega heeft de gedraging verricht, is daarvoor staandegehouden en heeft een bekeuring gekregen. Op het moment dat de betrokkene de tas van zijn collega overnam, moest hij zich legitimeren en kreeg ook hij een bekeuring voor dit feit.

3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld.

4. In het dossier bevindt zich een zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast de volgende verklaring van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd:

“Gedragingsgegevens: zie proces-verbaal van bevindingen welke als bijlage is toegevoegd.

Naam ambtenaar 1: [naam1]

Opmerkingen ambtenaar l: Officier van justitie [naam2] heeft besloten dat [betrokkene] een mini proces-verbaal krijgt ter zake van parkeren op een invalide parkeerplaats zonder geldige invalide parkeerkaart. (…)

Tweede verbalisant [naam3] . (…)

Verklaring betrokkene: zie bijgevoegde verklaring.”

5. Daarnaast bevindt zich een op 4 mei 2018 gedateerd proces-verbaal van bevindingen bij de stukken. Hierin verklaren de ambtenaren [naam4] en [naam5] - kort samengevat weergegeven - dat zij zagen dat de betrokkene een rode Mini, voorzien van het kenteken [kenteken] , parkeerde op de vertrekpassage 2 te Schiphol en een gehandicaptenparkeerkaart onder de ruit legde. De door de betrokkene gebruikte gehandicaptenparkeerkaart blijkt echter niet aan hem toe te behoren.

6. Uit het voorgaande volgt dat de administratieve sanctie voor de vermeende gedraging door ambtenaar [naam1] is opgelegd, terwijl de gedraging is geconstateerd door de ambtenaren [naam4] en [naam5] . Dit brengt mee dat de sanctie niet is opgelegd door de ambtenaar die de gedraging zelf heeft geconstateerd. Daardoor is gehandeld in strijd met artikel 3, tweede lid, van de Wahv. Gelet daarop kan de inleidende beschikking niet in stand blijven. Het hof zal die beschikking daarom vernietigen.

7. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voornoemd CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;

bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.