Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:7621

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
10-08-2021
Datum publicatie
10-08-2021
Zaaknummer
21-007072-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling in hoger beroep voor het handelen munitie in beroep of gewoonte gedurende een periode van ongeveer elf maanden en het voorhanden hebben van wapens en munitie. Verdachte was verlofhouder. Het hof legt een hogere gevangenisstraf op dan de rechtbank (ECLI:NL:RBGEL:2018:5478), namelijk éénentwintig maanden.

Wetsverwijzingen
Wet wapens en munitie 26
Wet wapens en munitie 31
Wet wapens en munitie 55
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-007072-18

Uitspraak d.d.: 10 augustus 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 18 december 2018 met parketnummer 05-880383-18 in de strafzaak tegen

[voornamen & achternaam verdachte C],

geboren op [geboortedatum en -plaats] 1955,

wonende aan de [woonplaats].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 8 januari 2020 en 27 juli 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.A. Schadd, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld voor – kort gezegd – het een beroep of een gewoonte maken van het voorhanden hebben en overdragen van munitie gedurende een periode van ongeveer elf maanden, alsmede het voorhanden hebben van (onderdelen van) vuurwapens en munitie in zijn woning. Daarvoor heeft de rechtbank verdachte een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van het voorarrest en waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, opgelegd.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewezenverklaring, een andere kwalificatie en een andere strafoplegging komt. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:

1.

op meer tijdstippen in de periode van 21 maart 2017 tot en met 26 februari 2018 te Nijmegen en/of Beuningen en/of Plasmolen en/of Malden en/of Heumen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen munitie van categorie II en/of categorie III, heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad, te weten scherpe patronen/kogels, terwijl hij, verdachte van het verhandelen van munitie een beroep of een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 27 februari 2018 te [woonplaats verdachte C], een of meer wapens van categorie II en/of III, te weten een gasrevolver (merk Umarex type Little Joe) en/of een geweer met geluiddemper(merk Voere type Grendel), en/of een patronenmagazijn van het merk Dymaco, bestemd voor een semi-automatisch geweer (AR-15), zijnde vuurwapens en/of een onderdeel van een vuurwapen en/of munitie van categorie II en/of III, te weten 1882 stuks, in elk geval een groot aantal, patronen scherpe munitie van verschillende kalibers vallende onder categorie II en/of III aanwezig heeft gehad.

Het bewijs 1

De verdediging heeft het hoger beroep ter terechtzitting beperkt tot een strafmaatappel en heeft geen bezwaren aangevoerd tegen de bewezenverklaring, zoals die door de rechtbank is vastgesteld. Het hof leidt daaruit af dat de verdediging zich kan verenigen met de bewezenverklaring zoals die door de rechtbank is vastgesteld.

De advocaat-generaal heeft zich niet uitgelaten over het bewijs. Het hof leidt daaruit af dat ook de advocaat-generaal zich kan verenigen met de bewezenverklaring zoals die door de rechtbank is vastgesteld.

Het hof verenigt zich met de conclusies van de rechtbank en zal gelet op het voorgaande de bewijsoverwegingen van de rechtbank ten aanzien van feit 1 (grotendeels) overnemen. Het hof zal daarbij enkele bewijsmiddelen aanvullen.

Verdachte heeft bekend dat hij een aantal keren munitie heeft verstrekt en hier geld voor heeft

ontvangen.2 De vraag die het hof met name dient te beantwoorden is of verdachte van deze handel een beroep of gewoonte heeft gemaakt.

Op 27 februari 2018 zijn in de woning van verdachte aan [woonadres verdachte C] in totaal ongeveer 1.882 patronen aangetroffen die vielen onder categorie III van de Wet wapens en munitie. Het ging om patronen van verschillende kalibers.3

Verbalisanten hebben telefooncontacten gedocumenteerd tussen het telefoonnummer 06-14546828, in gebruik bij [naam verdachte A],4 en 06-13779906, in gebruik bij verdachte,5 in de periode van 22 maart 2017 tot en met december 2017.6 In de periode van 21 juni 2017 tot en met 30 juni 2017 hebben zij meermalen telefonisch contact gehad en onder andere de volgende gesprekken gevoerd (hierna: T = [naam verdachte A], W = verdachte):7

Op 21 juni 2017:

T: Ik heb je effe nodig voor een paar losse onderdeeltjes. Van die Nike maat schoenen 12 (...) wat kost zoiets, Zitten er 25 in denk ik he

W: Nee 50, in die grote dozen. Groot gat bedoel je?

T: ja ja met die teen slippers met die grote gat

W: Ja, ja ik denk dat ik die wel heb liggen (...) je hebt met fijn je hebt grof je hebt met heel grof (...) gewoon een fijne zool, fijne zool (...) van ieder een doos? Ja van ieder eentje8

Op 23 juni 2017:

T: Joh met mij, Uhh waar ik laatst voor belde, weetje nog? (...) die normale die ik altijd heb

je daar 5 dingetjes van liggen, vijf doosjes

W: uhhh die van 9?

T: ja gewoon normaal de normale ja

W: uhhh, ja ik denk het wel (...)

T: Kan je nog wel iets met de prijs doen met die dingetjes? 5 doosjes.

W: Tientje of drie en een half (3,5) (...) ja, want ik heb die andere 6 dozen ook nog voor je er

liggen he’’9

Op 25 juni 2017:

T: He luister eens, laatst hadden wij toch die speciale gehaald, weetje nog die ehhhh van 25 lang

W: Ja

T: Die van 39 die ken je ook wel he

W: Ja

T: Wa kostte die, stuk of aaaaa een 100 (...) die ik eergisteren heb gehaald maar dan met ehh, dat gaatje voorin

W: Ja uhh

T: Heb je die ook

W: Ja’’10

Op 26 juni 2017 heeft [naam verdachte A] een sms naar verdachte gestuurd met de tekst: “wat kosten 100 stuks. Maar dan 39 lang.’’11

Op 30 juni 2017:

W zegt dat hij voor T 500 gehaald heeft.

T vraagt welke

W zegt die met dat gat er in.

T zegt dat hij ze niet besteld heeft, maar gevraagd heeft of hij er aan kon komen.

W zegt dat hij daar wel aan kan komen.

T zegt oke die 9 met dat gaatje erin. (...) T zegt dat hij er 100 wilde hebben, maar dat

hij eerst gaat kijken of die nog nodig is.’’12

Ook hebben verbalisanten telefoongesprekken afgeluisterd tussen [naam verdachte A] en zijn vriendin, [naam vriendin verdachte A]. Onder andere wordt op 28 juni 2017 het volgende gezegd:

“[naam verdachte A]: Ik heb hij al heel veel van dat soort shit liggen en niemand komt het ophalen. (...)

[naam vriendin verdachte A]: jajaja patje pitaminetje

[naam verdachte A]: ja da hek 5 doosjes voor gehaald maar uhhhh krijg nog geen bericht vanmorgen weer

bericht gestuurd bij jou thuis maar krijg niks terug en uhhh die andere voor die speciale muni.. muni speciale dinge.’’13

In de periode van 2 juli 2017 tot en met 6 juli 2017 hebben verdachte en [naam verdachte A] ook meermalen telefonisch contact gehad.14 Onder andere de volgende gesprekken zijn gevoerd:

Op 4 juli 2017:

T: had die kameraad nog werkschoenen maat 40

W: uhhh die ken ik zo meebrengen dan ja

(...)

T: oke luister, uhum doe maar sowieso, doe maar, doe maar sowieso een keer

W: die van 40, maat 40

T: ja, ja maat 40 doe die die die maar sowieso

W: en dan krijg je die maat 9 nog met die open slippers

(…)

W: en die andere moest je ook twee doosjes van hebben

T: welke?

W: die aparte met die verrekte neuzen erin

T: uhum, nee heb ik nog 7 van liggen

W: Nee die lange moest je hebben

T: die lange, die lange bedoel je15

Op 5 juli 2017:

T: ja met mij, he heb je toevallig misschien ook nog uhm een stuk of 20 van die uhhh, van die maggie

W: ik breng vanavond wel het een en ander mee

T: ja is goed, om vijf uur he

W: om vijf uur ja maar zijn die van dezelfde maat?

T: Welk, ja, ja luister wat ik bestel sowieso maar die uhh eindigt, eindigt op 7, 357. Heb je die ook 20 stuks.

W: Die heb ik ook ja.16

Op 5 juli 2017 om 16:27:37 uur:

W: luister eens jij moest één paar slippers hebben 7 op het eind he

(…)

T: ik ben onderweg daarheen

W: o nou, dan kom ik nou ook die kant op.’’17

Bij een observatie op 5 juli 2017 omstreeks 16:52 uur zien verbalisanten de Ford van verdachte [kentekencombinatie verdachte C] de parkeerplaats van de McDonalds in Beuningen op komen rijden. Ze herkennen de bestuurder als verdachte en de bijrijder als [naam verdachte A]. De auto werd geparkeerd naast een Audi [kentekencombinatie verdachte A] die op naam staat van [naam verdachte A]. In deze auto zat op dat moment niemand. Vervolgens is [naam verdachte A] uit de Ford gestapt met een plastic tas van Albert Heijn, die aan de bovenzijde dichtgevouwen is en voor ongeveer een kwart gevuld. [naam verdachte A] is uiteindelijk in de Audi gestapt en beide auto’s zijn weggereden.18

Ook op 10 en 11 juli 2017 hebben verdachte en [naam verdachte A] telefonisch contact gehad.19 Op 10 juli 2017 hebben zij het volgende gesprek gevoerd:

T: he met mijn, he luister eens heb je nog toevallig die slippers staan voor die kinderen maatje 32, 1,32

W: uhh, ja

T: ja, uhum luister doe we morgen wel even regelen.20

Op 11 juli 2017 hebben zij het volgende gesprek gevoerd:

W: Hoi luister eens, ben jij toevallig thuis?

T: ik kan als nou op de scooter stap ben ik binnen 10 minuten thuis

W: dan uh ben ik rond 1 uur bij jou?’’21

Op 21 en 22 november 2017 hebben verdachte en [naam verdachte A] ook meerdere telefoongesprekken gevoerd.22 Zij hebben onder meer de volgende gesprekken gevoerd op 21 november 2017:

W: Oooo dan hobbel ik effe wel langs (…) moet ik uhhh

T: ja neem effe die DVD’s mee, ja. Effe kijken, voor, voor laten we maar zeggen voor een 19

jarige dat snapje wel denk ik? Een 19 jarige?

W: ja

T: En dan uhh die van al die ijscootjes met dat chocolade eromheen, die ook

W: die kleintjes

T: nee die grote23

W: Die slippers van maat negen (9) moest je ook hebben?

T: ja één keer ja en dan die, die, die grote, drie vijf “zeef’’ (357)

W: ja, nee is goed24

[naam verdachte A] heeft op 16 februari 2018 aan een politieel pseudokoper verteld dat [naam verdachte C] uit [woonplaats verdachte C] van de schietclub gisteren nog langs was geweest. [naam verdachte C] had hem drie kilo kruit verkocht, die [naam verdachte A] weer had doorverkocht aan een Turk. De patronen zijn anders wel 12 euro per stuk en speciaal voor geweren voor de jacht. [naam verdachte A] koopt wel vaker zoveel kruit van [naam verdachte C]. Als hij te kort komt, dan regelt hij het kruit via bevriende sportschutters. De pseudokoper heeft gezien dat [naam verdachte A] vervolgens naar de kast onder de tv liep en daar een plastic tas pakte. Er zaten veel patronen in doosjes in de tas. [naam verdachte A] liet aan de pseudokoper zien dat het allerlei verschillende kalibers waren.25 Verdachte heeft verklaard dat zijn roepnaam [naam verdachte C] is, dat hij in [woonplaats verdachte C] woont en lid was van Schietvereniging [naam schietvereniging].26 Het hof heeft daarom, ook gelet op het contact tussen verdachte en [naam verdachte A], de overtuiging dat [naam verdachte A] met ‘[naam verdachte C] uit [woonplaats verdachte C]’ op verdachte doelt.

Het hof heeft de overtuiging dat verdachte en [naam verdachte A] in hun telefoongesprekken spraken over munitie en dat er afspraken werden gemaakt om munitie aan [naam verdachte A] te leveren. In hun telefoongesprekken spreken zij over verschillende soorten goederen, waaronder slippers, ijsjes, dvd’s en werkschoenen. Deze goederen hebben weinig affiniteit met elkaar en voorts blijkt ook niet uit de verklaring van verdachte, [naam verdachte A] of anderen,27 dat zij in deze goederen handelen. Daarnaast worden in de gesprekken verschillende cijfers genoemd, die een aanduiding kunnen zijn van het kaliber. Zo zijn 32 en 357, die meermalen worden genoemd, kaliberaanduidingen,28 is 12 een kaliberaanduiding van hagelpatronen voor de meest gebruikte jachtgeweren en is het kaliber 9mm een gangbare munitie die wordt geleverd met een open punt van de kogel (hollow point munitie),29 waarbij verdachte en [naam verdachte A] naar de open punt kunnen hebben verwezen door ‘die dingen met dat gaatje voorin’ te noemen. Hierbij overweegt het hof nog dat in de gesprekken vaak slechts een cijfer wordt genoemd en dat de ander dan meteen lijkt te begrijpen wat wordt bedoeld. Dit wekt bij het hof de indruk dat telkens hetzelfde soort goed wordt gekocht en dat met het cijfer een type wordt aangeduid. Voorts hecht het hof waarde aan de verklaring van [naam verdachte A] dat hij over de telefoon nooit over wapens praat, maar bijvoorbeeld over auto-onderdelen.30 Dit versterkt de overtuiging van het hof dat [naam verdachte A] telefonisch in codetaal over wapens en munitie praat. Tot slot wordt het feit dat [naam verdachte A] en verdachte over de telefoon over munitie spraken bevestigd door hetgeen een alinea hiervoor staat vermeld.

Verdachte heeft ter terechtzitting bij de rechtbank verklaard dat hij slechts een ‘handvol keren’ munitie heeft verkocht. Het hof heeft gelet op voorgaande bewijsmiddelen de overtuiging dat verdachte (veel) vaker dan die handvol keren in munitie heeft gehandeld en dat hij daarom heeft gehandeld in beroep of gewoonte. Het hof hecht daarbij in het bijzonder waarde aan de vele telefooncontacten die verdachte en [naam verdachte A] hebben gevoerd over een langere periode. Verbalisanten hebben een aantal keren over een periode van enkele dagen de telefooncontacten tussen verdachte en [naam verdachte A] vastgelegd en in die perioden was er dagelijks contact tussen de mannen in versluierd taalgebruik. Naar het oordeel van het hof ging het daarbij bijna altijd over munitie. Voorts acht het hof van belang dat er in de woning van verdachte een grote hoeveelheid munitie is aangetroffen die hij niet op grond van zijn verlof onder zich mocht hebben.31 Het hof heeft daaruit de overtuiging bekomen dat verdachte al deze munitie onder zich had in het kader van zijn handel in munitie. Dat bij het onderzoek naar de financiën van verdachte (vooralsnog) geen onregelmatigheden zijn aangetroffen, doet daar naar het oordeel van het hof niet aan af.

Het hof heeft, met de rechtbank, onvoldoende aanwijzingen in het dossier aangetroffen dat verdachte het feit tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd. Van dit onderdeel zal verdachte daarom partieel worden vrijgesproken.

Het voorgaande leidt het hof tot de conclusie dat wettig en overtuigend bewezen is hetgeen hierna bewezen zal worden verklaard.

Ten aanzien van feit 2 is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. Het hof volstaat daarom met een opgave van de bewijsmiddelen:

  • -

    De kennisgevingen van inbeslagneming DZK-54-79;

  • -

    Het proces-verbaal van onderzoek wapen DZK-D-58;

  • -

    De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem op 5 december 2018.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel – ook in onderdelen – slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.

hij op meer tijdstippen in de periode van 21 maart 2017 tot en met 26 februari 2018 te Nijmegen en/of Beuningen en/of Plasmolen en/of Malden en/of Heumen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen munitie van categorie II en/of categorie III, heeft overgedragen en/of voorhanden heeft gehad, te weten scherpe patronen/kogels, terwijl hij, verdachte van het verhandelen van munitie een beroep of een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 27 februari 2018 te [woonplaats verdachte C], een of meer wapens van categorie II en/of III, te weten:

  • -

    een gasrevolver (merk Umarex, type Little Joe); en/of

  • -

    een geweer met geluiddemper (merk Voere, type Grendel); en/of

  • -

    een patronenmagazijn van het merk Dymaco, bestemd voor een semi-automatisch geweer (AR-15),

zijnde vuurwapens en/of een onderdeel van een vuurwapen, en/of

munitie van categorie II en/of III, te weten 1.882 stuks, in elk geval een groot aantal, patronen scherpe munitie van verschillende kalibers vallende onder categorie II en/of III voorhanden heeft gehad.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

de eendaadse samenloop van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het in strijd met de wet verhandelen van munitie een beroep of gewoonte maken,

en

handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en van het in strijd met de wet verhandelen van munitie een beroep of gewoonte maken.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd,

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De rechtbank Gelderland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank heeft daarbij tevens besloten tot de onttrekking aan het verkeer van de bij verdachte in beslag genomen wapen(onderdelen) en munitie.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierendertig maanden, met aftrek van het voorarrest.

Door en namens verdachte is verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het ondergane voorarrest op te leggen, waarbij tevens een forse voorwaardelijke gevangenisstraf kan worden opgelegd, alsmede de maximale taakstraf van tweehonderdenveertig uren. Daartoe is aangevoerd dat de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht hem zeer zwaar is gevallen en dat hij, mede ten gevolge daarvan, kampt met gezondheidsklachten die maken dat detentie voor verdachte (te) zwaar zal zijn.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij het volgende in beschouwing genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben en het verhandelen van munitie gedurende een periode van ongeveer elf maanden, terwijl hij van het verhandelen van munitie een beroep of een gewoonte heeft gemaakt. De hoeveelheid verhandelde munitie blijft ongewis maar op basis van het dossier is duidelijk dat dit aantal in ieder geval in de honderden, zo niet duizenden loopt. Verdachte heeft daarvan bovendien een beroep of gewoonte gemaakt. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van vuurwapens, onderdelen van vuurwapens en ruim 1.882 patronen die niet onder zijn verlof (vergunning) vielen.

Het ongecontroleerde bezit van (onderdelen van) vuurwapens en munitie brengt grote risico’s met zich voor de veiligheid van personen. Het bezit daarvan leidt maar al te vaak tot het gebruik daarvan, met alle mogelijke gevolgen van dien. Dit is een groot maatschappelijk probleem. Juist verdachte had als verlofhouder, en de in dat kader op hem rustende zorgplichten, van deze gevaren nog meer doordrongen moeten zijn. Het hof rekent het verdachte daarom zwaar aan dat hij zich, ondanks zijn verantwoordelijkheid, heeft schuldig gemaakt aan de illegale handel in munitie op deze schaal en het illegale bezit van (onderdelen van) wapens en munitie.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum, niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Een taakstraf acht het hof in het geheel niet passend.

Uit verdachtes houding ter terechtzitting blijkt dat verdachte zich nog altijd onvoldoende realiseert wat hij fout heeft gedaan. Verdachte heeft geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en heeft zijn handelen gebagatelliseerd als ‘uit de hand gelopen hobby’, dat hij ‘slechts een handvol keren munitie heeft weggeven’ en dat ‘het allemaal opgeblazen zou worden’ omdat hij nooit iemand een vlieg kwaad zou hebben gedaan. Uit het versluierd taalgebruik maakt het hof op dat verdachte wist dat wat hij deed niet door de beugel kon. Het hof rekent ook dit de verdachte zwaar aan.

Het hof heeft verder acht geslagen op wat andere rechters in vergelijkbare zaken hebben opgelegd.

Het hof heeft acht geslagen op het uittreksel van het justitieel documentatieregister waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Het hof is van oordeel dat in verband met hetgeen hiervoor is overwogen en met het oog op een juiste normhandhaving een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vierentwintig maanden passend en geboden is. Voor het opleggen van een voorwaardelijk deel, zoals door de raadsman nog bepleit, ziet het hof geen aanleiding.

Door en namens verdachte is gesteld dat verdachte vanwege zijn gezondheidsklachten ongeschikt is voor detentie. Daarbij is gesteld dat verdachte allerhande gezondheidsklachten heeft ontwikkeld gedurende het ondergaan van de voorlopige hechtenis in deze zaak. Dit standpunt is evenwel op geen enkele wijze onderbouwd. De enkele stelling dat detentie voor verdachte zwaarder is en derhalve niet zou moeten worden opgelegd is daartoe onvoldoende. Het hof wijst in dit verband ook op het reclasseringsrapport van 1 april 2021 waarin (juist) niet staat vermeld dat verdachte detentieongeschikt is. Aan verdachtes persoonlijke gezondheidssituatie en de (on)mogelijkheden in detentie zal in het bijzonder aandacht kunnen worden geschonken in het kader van de procedure van plaatsing door de selectiefunctionaris.

Het hof constateert dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in de fase in hoger beroep met ruim zeven maanden. Het hof zal die overschrijding compenseren met drie maanden strafvermindering.

Gelet op al het voorgaande legt het hof aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van éénentwintig maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Beslag

In verdachtes woning zijn wapens, onderdelen van wapens en munitie in beslag genomen. Deze goederen zijn nog niet teruggegeven.

De advocaat-generaal en de raadsman van verdachte hebben zich niet uitgelaten over het beslag.

Het hof zal de in beslag genomen en nog niet teruggegeven goederen, zoals vermeld op de aan dit arrest gehechte beslaglijst onttrekken aan het verkeer op grond van artikel 36c onder 2⁰ van het Wetboek van Strafrecht onttrekken aan het verkeer. Het bewezenverklaarde onder 2 is namelijk begaan met betrekking tot deze (onderdelen van) wapens en munitie en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 56 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 (eenentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de volgende op de aan dit arrest gehechte beslaglijst genoemde goederen:

1.) Patroonhouder Dymaco AR15, AAKS7189NL;

2.) Wapen Voere Grendel, AAKS7188NL;

3.) Munitie diversen, AAKS7190NL;

4.) Wapen UMAREX Little Joe, AAKS7191NL;

5.) Munitie diversen, AAKS7193NL;

6.) Munitie diversen, AAKS7102NL;

7.) Munitie diversen, AAKS7104NL.

Aldus gewezen door

mr. R.D.J. Visschers, voorzitter,

mr. R.M. Maanicus en mr. D. Visser, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. van Maaren, griffier,

en op 10 augustus 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Bijlage I:

De verkorte verwijzingen verwijzen naar de volgende dossierdelen:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Oost-Nederland, door verbalisant A. van der Honing, brigadier bij politie Oost-Nederland, proces-verbaalnummer 20180626.0930.1434 (WOD Cuijk-Dumas), onderzoek Cuijk/Dumas, gesloten op 12 juli 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld, een en ander zoals opgenomen in ordner 2. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Naar dit dossierdeel is in het arrest verkort verwezen als WOD;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Oost-Nederland, door verbalisant A. van der Honing, brigadier bij politie Oost-Nederland, proces-verbaalnummer 20180626.1530.1434 (Doorzoekingen/beslag), onderzoek Cuijk/Dumas, gesloten op 12 juli 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld, een en ander zoals opgenomen in ordner 3. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Naar dit dossierdeel is in het arrest verkort verwezen als DZK;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Oost-Nederland, door verbalisant A. van der Honing, brigadier bij politie Oost-Nederland, proces-verbaalnummer 20180626.1400.1434 (proces-verbaal IBN dossier object D + D1), onderzoek Cuijk/Dumas, gesloten op 10 juli 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld, een en ander zoals opgenomen in ordner 5. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Naar dit dossierdeel is in het arrest verkort verwezen als DZK-D;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Oost-Nederland, proces-verbaalnummer PL0600-2018320891 (Documentendossier), onderzoek Cuijk/Dumas, gesloten op 24 juli 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld, een en ander zoals opgenomen in ordners 12 en 13. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Naar dit dossierdeel is in het arrest verkort verwezen als DD;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Oost-Nederland, door verbalisant A. van der Honing, brigadier bij politie Oost-Nederland, proces-verbaalnummer 20180626.1325.1434 (persoonsdossier verdachte [naam verdachte A]), onderzoek Cuijk/Dumas, gesloten op 12 juli 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld, een en ander zoals opgenomen in ordner 14. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Naar dit dossierdeel is in het arrest verkort verwezen als PD01;

  • -

    het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de politie Oost-Nederland, door verbalisant A. van der Honing, brigadier bij politie Oost-Nederland, proces-verbaalnummer 20180626.1530.1434 (persoonsdossier verdachte [naam verdachte C]), onderzoek Cuijk/Dumas, gesloten op 12 juli 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld, een en ander zoals opgenomen in ordner 14. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Naar dit dossierdeel is in het arrest verkort verwezen als PD02.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van politie Oost-Nederland, genummerd PL0600-2018329891, gesloten op 23 juli 2018 en in de bijbehorende in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen betreffen (verkorte) verwijzingen naar de pagina’s van de doorgenummerde dossierdelen, tenzij anders vermeld. In de aan dit arrest gehechte bijlage staat vermeld wat de volledige vindplaats is van elk dossierdeel.

2 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem op 5 december 2018.

3 Proces-verbaal onderzoek wapen DZK-D-58.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte PD01-51.

5 Proces-verbaal vaststellen identiteit DD-10.

6 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-602, Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-683, Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-684, Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-688, Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-698, Gesprek ON5R016074 DD-699 en Gesprek ON5R016074 Cuijk ZD01-110.

7 Proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-43-44 en proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-72-73.

8 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-730.

9 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-738.

10 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-743.

11 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-745.

12 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-764.

13 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-751 en proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-72-73.

14 Proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-89-93.

15 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-778.

16 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-789.

17 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-790.

18 Proces-verbaal observeren DD 181-183.

19 Proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-87-88.

20 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-816.

21 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-818.

22 Proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-68-70.

23 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-1009.

24 Gesprek ON5R016074 Cuijk DD-1015-1016.

25 Proces-verbaal van bevindingen politieel pseudokoper WOD-86-87.

26 Proces-verbaal verhoor verdachte PD02-75-77.

27 Proces-verbaal verhoor getuige [naam getuige Z1] DD-483 en proces-verbaal verhoor getuige [naam getuige Z2] DD-488-489.

28 Proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-70, proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-88 en proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-92-93.

29 Proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-44 en proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-70 en proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken DD-74.

30 Proces-verbaal van bevindingen politieel pseudokoper WOD-45.

31 Proces-verbaal van onderzoek wapen DZK-D-58.