Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:7541

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
05-08-2021
Datum publicatie
13-09-2021
Zaaknummer
Wahv 200.256.166/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ambtenaar bekwaam om meetapparaat te bedienen? De werking van alle door de Nederlandse politie gebruikte lasersnelheidsmeters berust op hetzelfde principe. Een ambtenaar die is opgeleid voor het bedienen van één type laserapparaat kan ook andere apparaten bedienen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.256.166/01

CJIB-nummer

: 213468203

Uitspraak d.d.

: 5 augustus 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 17 december 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

Het tussenarrest

De inhoud van het tussenarrest van 2 april 2021 wordt hier overgenomen.

Het verdere verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft aangegeven dat een zitting bij het hof niet nodig is.

De beoordeling

1. Gelet op de bij tussenarrest geconstateerde schending van het beginsel van hoor en wederhoor, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen. De overige bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter behoeven geen bespreking meer. Derhalve staat thans het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ter beoordeling van het hof.

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de beslissing van de officier van justitie gebrekkig is gemotiveerd, zodat sprake is van strijd met het bepaalde in artikel 7:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Onvoldoende blijkt waarom de aangevoerde gronden geen doel treffen en de officier van justitie heeft verwezen naar websites waar de relevante documenten niet te vinden zijn (politie.nl en cjib.nl), alsmede zonder enige onderbouwing overwogen dat de betrokkene voor die stukken bij de verbaliserende instantie moet zijn, terwijl de officier van justitie weet dat de stukken daar niet kunnen worden opgevraagd. Bovendien heeft de officier van justitie ten onrechte verwezen naar een ambtsedige verklaring.

3. In artikel 7:26, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de beslissing op het beroep dient te berusten op een deugdelijke motivering, die bij de bekendmaking van de beslissing wordt vermeld.

4. De gemachtigde heeft in administratief beroep betwist dat de ambtenaar bevoegd was en verzocht om documentatie waaruit de bevoegdheid voortvloeit. Verder is betwist dat de gedraging is verricht en gesteld dat bebording ontbrak of onjuist was. Er zou een schouwrapport nodig zijn.

5. De officier van justitie heeft bij zijn beslissing op administratief beroep onder meer het volgende overwogen:

“U stelt dat de bevoegdheid van de verbalisant niet vaststaat, omdat er geen getuigschrift is verstrekt voor wat betreft de bevoegdheden en certificaten van de verbalisant. De officier van justitie overweegt dat in wetgeving en jurisprudentie is vastgelegd dat van u mag worden verwacht dat u aan de hand van feiten en/of omstandigheden een begin van bewijs aandraagt. U heeft geen voor deze zaak specifieke feiten en omstandigheden aangedragen die aanleiding geven om aan de bevoegdheid van verbalisant te twijfelen. De officier van justitie gaat er daarom van uit dat de verbalisant bevoegd is om deze beschikking op te leggen.

De officier van justitie overweegt dat gemachtigde niets in de weg staat om de betreffende stukken voor het beroep op te vragen bij de verbaliserende instantie, zodat niet onnodig aan de bevoegdheid van verbalisant getwijfeld hoeft te worden. Voor het verkrijgen van nadere informatie (bijvoorbeeld een bevoegdheidsakte) wordt verwezen naar www.cjib.nl of www.politie.nl.
U betwist ook de aanwezigheid en juistheid van de bebording. Ook ontkent u de maximumsnelheid te hebben overschreden. De officier van justitie overweegt dat in wetgeving en jurisprudentie is vastgelegd dat van u mag worden verwacht dat u aan de hand van feiten en/of omstandigheden een begin van bewijs aandraagt. U moet aannemelijk maken dat u de gedraging niet hebt begaan of dat deze u niet verweten kan worden. Omdat u uw stelling niet of onvoldoende hebt onderbouwd of aannemelijk gemaakt, gaat de officier van justitie uit van de juistheid van de beschikkingsgegevens.

Ook de andere gronden in uw beroepschrift zijn voor de officier van justitie ontoereikend of onvoldoende onderbouwd om de sanctie te vernietigen of het bedrag te verlagen. De officier van justitie heeft op basis van de beschikbare informatie, de inhoud van uw beroepschrift en het gesprek een beslissing genomen. Er wordt doorslaggevende betekenis toegekend aan de waarneming van de verbalisant.”

6. Uit deze motivering blijkt naar het oordeel van het hof afdoende dat de officier van justitie de door de gemachtigde ingebrachte beroepsgronden bij de beoordeling van het beroep (op juiste wijze) heeft meegewogen. Zoals in het arrest van het hof van 23 december 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2019:10797, is overwogen, is het bestaan van de bevoegdheid van de betreffende ambtenaar ten tijde van het vaststellen van de gedraging het uitgangspunt. Dit is slechts anders indien hetgeen wordt aangevoerd gerede twijfel doet ontstaan omtrent de bevoegdheid van de ambtenaar. De enkele betwisting van die bevoegdheid doet een dergelijke twijfel niet ontstaan. Datzelfde geldt voor de stelling van de gemachtigde dat hij bepaalde documenten met betrekking tot de betrokken ambtenaar niet heeft kunnen achterhalen. Voor zover niet alle documenten die de gemachtigde van belang acht online vindbaar zijn, betekent dit niet dat de motivering van de beslissing ondeugdelijk is. De officier van justitie heeft verder, in het licht van wat is aangevoerd, kunnen volstaan met de overweging dat geen twijfel aan de waarneming van de ambtenaar is ontstaan. De stelling van de gemachtigde dat de officier van justitie aan een ambtsedige verklaring heeft gerefereerd, mist feitelijke grondslag. De verweren van de gemachtigde ten aanzien van de motivering van de beslissing van de officier van justitie falen.

7. De overige verweren richten zich tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd van € 178,- voor: “overschrijding maximumsnelheid op (auto)wegen buiten bebouwde kom, met 20 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 18 december 2017 om 09:21 uur op de Tussenring in Almere met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

8. De gemachtigde voert aan dat uit het zaakoverzicht blijkt dat twee ambtenaren betrokken zijn bij deze zaak. In zo’n situatie dient uit de gegevens duidelijk te blijken welke ambtenaar de gedraging heeft geconstateerd. Uit het zaakoverzicht blijkt dit niet. Er ontbreekt een (ambtsedige) verklaring van de ambtenaren. De Instructie snelheidsoverschrijdingen en snelheidsbegrenzers stelt nadere eisen omtrent de bediening van meetapparatuur. Zo bepaalt de Instructie onder meer dat de bedienaar van de meetapparatuur dient te zijn opgeleid. In deze zaak is niet gebleken welke ambtenaar de meetapparatuur heeft bediend en dat betreffende ambtenaar is opgeleid voor het gebruik van het gehanteerde snelheidsmeetmiddel, de Truspeed LT 2020. Uit het dossier is gebleken van een certificaat voor de bediening van een Ultralyte 100 LR Lasergun ten name van ambtenaar [naam1] . In het dossier ontbreekt informatie of de bediening van de Ultralyte vergelijkbaar is met die van de Truspeed. De inleidende beschikking kan dan ook geen stand houden. Verder voert de gemachtigde aan dat de verklaring van de betrokkene niet bruikbaar is omdat de betrokkene niet is gewezen op zijn recht op verhoorbijstand. Tot slot wordt gesteld dat het ijkingscertificaat van het meetmiddel is verlopen.

9. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.

10. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houden de gegevens in het zaakoverzicht kort samengevat in dat is gemeten dat met het voertuig met kenteken [kenteken] een (gecorrigeerde) snelheid is gereden van 100 km per uur op de onder 7. genoemde datum, tijd en plaats. Dit is vastgesteld door middel van een voor de meting getest, goedgekeurd en op voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel. Het meetmiddel betreft een Truspeed LT2020 en de meetafstand betrof 230 meter.

11. Uit het verweerschrift blijkt dat de advocaat-generaal navraag heeft gedaan bij de politie. Ambtenaar [naam1] heeft de lasergun bediend en ambtenaar [naam2] heeft de betrokkene staande gehouden. Blijkens de verklaring van de heer [naam3] van de politieacademie berust de werking van elk merk of type laser dat bij de Nederlandse politie in gebruik is op hetzelfde principe. Gelet op het feit dat de ambtenaar wel een certificaat bezit voor de Ultralyte 100 LR en de Laser Patrol en de heer [naam3] heeft uitgelegd dat de verschillen niet van invloed zijn op de juistheid van de meting, is er geen aanleiding om aan te nemen dat ambtenaar [naam1] de snelheidsmeting niet juist heeft verricht. Het verweer faalt.

12. Uit een door de advocaat-generaal overgelegde verklaring van het NMi d.d. 11 juli 2017 blijkt dat het in deze zaak gebruikte meetmiddel ten tijde van de meting van een geldige ijking was voorzien.

13. De verklaring van de betrokkene is niet nodig is voor de vaststelling van de gedraging. Het verweer daaromtrent behoeft geen bespreking.
14.Geen van de verweren treft doel. Het hof beslist als volgt.

15. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:

vernietigt de beslissing van de kantonrechter;

verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd dit arrest mede te ondertekenen.