Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:7252

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
28-07-2021
Datum publicatie
28-07-2021
Zaaknummer
21-004763-20
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2020:4149, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank, waarbij wel is beslist dat de kwalificatie van feit 3 poging “zware mishandeling” moet worden aangevuld met “meermalen gepleegd”. In het arrest zijn overwegingen gewijd aan de akte intrekking ter zake van 2 van de 3 feiten, die was opgemaakt nadat de behandeling van de strafzaak door het hof al op een eerdere zitting was aangevangen. Het hof verbindt aan die akte geen gevolg en heeft dan ook geen toepassing gegeven aan artikel 416 lid 2 Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004763-20

Uitspraak d.d.: 28 juli 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 3 december 2020 met parketnummer 08-952204-19 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 08-760108-17, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

thans verblijvende in P.I. Flevoland, HvB Lelystad te Lelystad.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 28 mei 2021 en 14 juli 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr. L. Snel, naar voren is gebracht.

Omvang van het beroep

Op 12 juli 2021 heeft mr. J.M. Keizer, per fax/mail de rechtbank Overijssel te kennen gegeven dat de verdediging het hoger beroep wenst in te trekken voor wat betreft de onder 1 en onder 2 tenlastegelegde feiten. De rechtbank heeft daarop diezelfde dag een akte partiële intrekking opgemaakt voor wat betreft het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde.

Ingevolge artikel 453 Sv kan het hoger beroep worden ingetrokken tot aan de aanvang van de behandeling van het hoger beroep.

De behandeling van het beroep in onderhavige zaak is aangevangen bij de terechtzitting van 28 mei 2021. Vanaf dat moment kan het hoger beroep niet meer (partieel) worden ingetrokken. De akte partiële intrekking is van na 28 mei 2021. Naar het oordeel van het hof is er dan ook geen sprake van een rechtsgeldige partiële intrekking van het hoger beroep.

Het hof zal voorts geen toepassing geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv met betrekking tot het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde, nu ter terechtzitting is gebleken dat de bezwaren van de verdediging, naast de bewezenverklaring van het onder 3 tenlastegelegde en de toewijzing van de vordering benadeelde partij [benadeelde] (feit 1 subsidiair), zich met name richten tegen de opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. Gezien het bepaalde in artikel 423, vierde lid, Sv zou toepassing van het in artikel 416, tweede lid, Sv er toe kunnen leiden dat die maatregel daarmee vaststaat.

Het hof oordeelt dat het beroep betrekking heeft op het vonnis van de rechtbank in zijn volle omvang.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 3 december 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de onder 1 subsidiair, onder 2 en onder 3 subsidiair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd, welke dadelijk uitvoerbaar is verklaard. De vordering van de benadeelde partij is geheel toegewezen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd. Ten slotte heeft de rechtbank de vordering tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijke opgelegde straf, te weten 57 dagen gevangenisstraf, geheel toegewezen.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist, behalve ten aanzien van de kwalificatie van het onder 3 bewezenverklaarde. Ten aanzien van de kwalificatie van het onder 3 bewezenverklaarde zal het hof het vonnis van de rechtbank vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen. Het hof zal het vonnis voor het overige met overneming van de gronden bevestigen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigd het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de kwalificatie van het onder 3 bewezenverklaarde en doet in zoverre opnieuw recht.

Kwalificeert het onder 3 bewezenverklaarde als:

poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door

mr. B.J.J. Melssen, voorzitter,

mr. R.J. Bokhorst en mr. E. van Dusschoten, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.A.J.H. Muurmans, griffier,

en op 28 juli 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. E. van Dusschoten is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.