Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:6712

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
13-07-2021
Datum publicatie
13-07-2021
Zaaknummer
200.236.204/03
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geschil over Rubik Kubus.

HB van ECLI:NL:RBMNE:2018:317

Rubik heeft in 1974 de beroemde Rubiks kubus ontworpen. Het hof heeft de beslissing van de rechtbank bevestigd dat de kubus de voor auteursrechtelijke bescherming vereiste oorspronkelijkheid bezit en dat de speelgoedhandelaar met twee van haar kubussen daarop inbreuk maakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.236.204/03

(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 342982 en 364692)

Arrest van 13 juli 2021

in de zaak van:

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Beckx Trading & Co B.V.,

gevestigd te Roermond,

2. de vennootschap naar Duits recht

Out Of The Blue KG,

gevestigd te Lilienthal, Duitsland,

appellanten in het principaal hoger beroep,

geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: eiseressen in de zaak met zaaknummer 342982,

gedaagden in de zaak met zaaknummer 364692,

hierna: gezamenlijk Beckx c.s.,

advocaten: mr. R.W. de Vrey en mr. C. van der Schoot,

tegen

Ernö Rubik,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde in het principaal hoger beroep,

appellant in het incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: gedaagde in de zaak met zaaknummer 342982,

eiser in de zaak met zaaknummer 364692,

hierna: Rubik ,

advocaten: mr. S.A. Klos en mr. A. Ringnalda

1 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

Naar aanleiding van het tussenarrest van 7 juli 2020 heeft op 29 januari 2021 een mondelinge behandeling plaatsgehad waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling hebben de advocaten van partijen spreekaantekeningen in het geding gebracht. Aan het slot van de mondelinge behandeling is een datum voor arrest bepaald.

1.2

Een dag voor de zitting hebben Beckx c.s. en Rubik het hof hun geactualiseerde kostenopgaven opgestuurd. Beckx c.s. en Rubik hebben ter zitting aangegeven geen bezwaren te hebben tegen elkaars kostenopgaven, zodat het hof zal uitgaan van de laatste opgaven. Beckx c.s. hebben bezwaar gemaakt tegen de bij de kostenopgave meegestuurde afbeeldingen van alternatieve kubussen, voor zover die niet al in de processtukken zijn genoemd. Het hof laat dit bezwaar voor wat het is, omdat de nieuwe afbeeldingen voor de beoordeling van deze zaak, zoals hierna zal blijken, niet van belang zijn.

2 Waar gaat de zaak over?

2.1

Centraal in hoger beroep staat de vraag of de door Rubik ontworpen kubus, zonder en met de specifieke kleurvlakken (zie respectievelijk de eerste en de tweede & derde kubus van afbeelding 1) de voor auteursrechtelijke bescherming vereiste oorspronkelijkheid bezit en zo ja of Beckx c.s. met de verhandeling van de Magic Cube en de Keychain Magic Cube (zie afbeelding 2) in Nederland inbreuk maken op deze auteursrechten van Rubik .

Afbeelding 1

Afbeelding 2

2.2

Het hof zal die vraag, net zoals de rechtbank, bevestigend beantwoorden voor de kubus met specifieke kleurvlakken. Het hof legt hierna uit waarom.

3 De feiten

3.1

In hoger beroep gaat het hof uit van de volgende feiten.

3.2

Rubik is de ontwerper van de Rubik Kubus. De kubus is een driedimensionaal logicaspel. De kubus bestaat uit 26 mini-kubussen, met in totaal 54 zichtbare vlakken die, elk verdeeld over de zes zijkanten, al draaiende in rijen van drie in hun eigen kleurvak geplaatst moeten worden.

3.3

Rubik heeft in 1975 in Hongarije een octrooi verkregen voor de kubus. De Nederlandse vertaling van het octrooischrift beschrijft het wezen van de uitvinding als volgt:

“ (…) dat de grote kubus vormende zevenentwintig elementen (die voor de eenvoud en volgens het getoonde uitvoeringsvoorbeeld ook als de vorm van “kleine kubussen” aangemerkte profielstenen kunnen worden aangeduid) zonder deze uit elkaar te nemen, dat betekent zonder het demonteren van de grote kubus in een nieuwe toestand kunnen worden gebracht, voor het bereiken daar is één homologe beweging noodzakelijk: noodzakelijk is het verdraaien van een willekeurige zijde van de grote vormende negen kleine kubussen.

Op dezelfde wijze kan – volgens een verdere uitvoeringsvorm – met de combinaties van het logicaspel overeenkomend, een willekeurig uit in totaal slechts acht kleine kubusvormige profielstenen opgebouwd zijvlak met de grote kubus – telkens vier profielschetsen – in het vlak van een willekeurige zijde van de kubus om de ruimtelijke assen van de kubus worden verdraaid.

(…) Het met de oplossing volgens de uitvinding overeenkomstige logicaspel zorgt echter ook voor volwassenen voor een voor het vertier wezenlijk attractief, het logisch denken ontwikkelend, een verdieping biedend logisch oefenmiddel, dat ook uitstekend geschikt is voor reclamedoeleinden”.

3.4

De Rubik kubus is uitgegroeid tot een wereldwijde bestseller. De Rubik kubus is als iconisch ontwerp opgenomen in de collectie van onder andere het Museum of Modern Art in New York.

3.5

Beckx is een in Nederland gevestigde onderneming die zich bezighoudt met handel in cadeauartikelen. Op de Nederlandse markt heeft zij naast de hiervoor (in 2.1, afbeelding 2) afgebeelde ‘Magic Cube’ en ‘Keychain Magic Cube’ ook de hierna afgebeelde ‘Pink Cube’, ‘Kama Sutra Cube’ en ‘Sudoku Cube’ aangeboden.

3.6

Out Of The Blue is een Duitse vennootschap die cadeauartikelen exporteert. Zij heeft de onder 3.5 genoemde producten aan Beckx geleverd.

3.7

Rubik heeft Beckx c.s. op 4 augustus 2011 in kort geding gedagvaard vanwege vermeende inbreuk op zijn auteursrecht op de Rubik kubus en gevorderd dat Beckx c.s. wordt bevolen deze inbreuk te staken en gestaakt te houden, met nevenvorderingen.

3.8

De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft in zijn vonnis
12 oktober 2011 geoordeeld dat op de Rubik kubus zonder kleurenvlakken geen auteursrecht rust, omdat de vormgeving daarvan technisch en functioneel is bepaald en de kubusvorm niet oorspronkelijk is en op die grond de vorderingen van Rubik afgewezen.

3.9

Rubik heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis en zijn vorderingen en de grondslag aangevuld. Rubik heeft subsidiair een beroep gedaan op auteursrechtelijke bescherming van de vormgeving van de Rubik kubus inclusief kleurvlakken en meer subsidiair een beroep gedaan op slaafse nabootsing.

3.10

Het Hof Arnhem heeft in zijn arrest in kort geding van 25 september 2012 - samengevat - geoordeeld dat aan Rubik kubus uitsluitend auteursrechtelijke bescherming toekomt ten aanzien van de combinatie van de zes gekleurde vakken van de kubus, op iedere zijde verdeeld over negen deelvlakken, zoals door hem op de markt gebracht en dat Beckx c.s. met de door haar verhandelde Magic Cube en Keychain Magic Cube daarop inbreuk maken. Het hof heeft het bestreden vonnis vernietigd en Beckx c.s. alsnog veroordeeld iedere inbreuk op dit auteursrecht te staken en gestaakt te houden op straffe van een dwangsom.

3.11

Rubik heeft het arrest op 19 oktober 2012 aan Beckx c.s. laten betekenen.

3.12

Rubik heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest. Beckx c.s. heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 19 september 2014, hersteld bij arrest van 17 oktober 2017, het principale en het incidentele cassatieberoep verworpen.

4 De vorderingen en de beslissingen van de rechtbank in de bodemprocedure

4.1

Beckx c.s. en Rubik hebben elkaar over een weer gedagvaard in een bodemprocedure voor de rechtbank Midden-Nederland, te Utrecht.

4.2

Beckx c.s. hebben in de zaak 342982 gevorderd, verkort weergegeven:

  1. een verklaring voor recht dat Rubik in Nederland geen auteursrechtelijke bescherming op de Rubik Kubus toekomt en dus geen auteursrechten kan inroepen tegen Becks c.s. met betrekking tot enig door hen te verhandelen product, dan wel subsidiair, namelijk voor het geval de rechtbank oordeelt dat op de Rubik Kubus enig auteursrecht rust, een verklaring voor recht dat Beckx c.s. door het vervaardigen, aanbieden, verkopen of anderszins verveelvoudigen en/of openbaar maken van de in het lichaam van de dagvaarding beschreven en ter griffie van de rechtbank gedeponeerde Magic Cube en/of Keychain Magic Cube, geen inbreuk maken op enige auteursrechten van Rubik ten aanzien van de ter griffie van de rechtbank gedeponeerde Rubik kubus in Nederland;

  2. Rubik te veroordelen tot betaling van de schade die is geleden door het onrechtmatige handelen van Rubik tegenover Beckx c.s. nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  3. Rubik op de voet van 1019h Rv te veroordelen in de kosten van deze procedure met inbegrip van de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, en

  4. het vonnis, met inbegrip van de kostenveroordeling, te waarmerken als Europese executoriale titel zoals neergelegd in de verordening (EG) 805/2004 van 21 april 2004.

4.3

Rubik heeft op zijn beurt in de zaak 364692 gevorderd, eveneens beknopt weergegeven, een bevel dat iedere inbreuk op zijn auteursrechten op de Rubik kubus (in de gekleurde en ongekleurde) variant wordt gestaakt en gestaakt wordt gehouden, met de gebruikelijke nevenvorderingen, waaronder een opgave van een account met betrekking tot de voorraad en verkoop van het totaal aantal inbreukmakende producten en de vernietiging ervan een en ander op straffe van een dwangsom.

4.4

Rubik heeft voor zijn vorderingen verschillende grondslagen aangevoerd, waaronder naast auteursrechtinbreuk de grondslag dat de door Beckx c.s. verhandelde producten slaafse nabootsingen zijn van de Rubik kubus.

4.5

De rechtbank heeft beide zaken gevoegd en in het vonnis van 31 januari 2018 de vorderingen van Rubik gedeeltelijk toegewezen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de keuze van de grid (de contrasterende rand tussen de individuele blokjes), in deze specifieke vorm, dikte en zwarte kleur, in combinatie met de gekozen zes opvallende, met elkaar contrasterende specifieke kleuren voor de egale kleurvlakken en de plaatsing van die kleuren op de kubus, aan de Rubik kubus een unieke nog niet bestaande uiterlijke vormgevingsvorm geeft, die voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat de door Beckx c.s. verhandelde Magic Cube en Keychain Magic Cube inbreuk maken op dit auteursrecht. De rechtbank heeft de vorderingen van Rubik ten aanzien van de door Beck c.s. verhandelde Kama Sutra Cube, Pink Cube en Sudoka Cube afgewezen, omdat, kort gezegd, de daarop aangebrachte afbeeldingen een geheel ander aanzicht geven dan de Rubik kubus zonder decoratie. De rechtbank heeft Beckx c.s. veroordeeld in de proceskosten van Rubik in de door hen ingestelde zaak 342982, door haar begroot op € 34.272,83. De rechtbank heeft de proceskosten in de door Rubik ingestelde zaak 364692 gecompenseerd, in de zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, omdat slechts een deel van de vorderingen van Rubik wordt toegewezen.

5 De grieven en de beoordeling door het hof

Omvang van het hoger beroep

5.1

Beckx c.s. hebben tegen het oordeel van de rechtbank dat de Rubik kubus met de specifieke kleurvlakken in Nederland auteursrechtelijke bescherming geniet, hoger beroep ingesteld. Zij hebben in hun memorie van grieven negen bezwaren (grieven) tegen dit oordeel geformuleerd. Rubik heeft op zijn beurt incidenteel hoger beroep ingesteld tegen het oordeel dat de kubus zonder kleurvlakken geen auteursrechtelijk beschermd werk is. De grieven in het principaal en het incidenteel hoger beroep zullen hierna gezamenlijk worden behandeld aan de hand van de volgende thema’s.

Rechtsmacht

5.2

Het hof stelt ambtshalve vast dat het hof als beroepsinstantie van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Arnhem bevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van partijen. De rechtbank Midden-Nederland heeft haar bevoegdheid terecht gebaseerd op de EEX-Verordening, ten aanzien van Beckx c.s. volgde haar bevoegdheid uit artikel 5 lid 3 en ten aanzien van Rubik uit artikel 2 in verbinding met artikel 6 lid 1 van de EEX-Verordening.

Toepasselijk recht, toetsingsmaatstaf werkbegrip

5.3

Het hof stelt verder vast dat de vraag of de kubus met en zonder de specifieke kleurvakken in Nederland een auteursrechtelijk beschermd werk is, moet worden beantwoord aan de hand van Nederlands recht, namelijk de Auteurswet 1912, zoals laatstelijk gewijzigd op 11 juli 2018.

5.4

Het auteursrechtelijk werkbegrip is een autonoom begrip dat in de landen van de Unie op uniforme wijze moet worden uitgelegd en toegepast. Het Europese Hof van Justitie

stelt twee eisen aan een werk, namelijk het dient i) oorspronkelijk en ii) nauwkeurig en objectief identificeerbaar te zijn1. Tussen partijen is niet in geschil dat de Rubik kubus nauwkeurig en objectief identificeerbaar is.

5.5

Een voorwerp is oorspronkelijk indien het een eigen intellectuele schepping van de auteur is die de persoonlijkheid van deze laatste weerspiegelt en tot uiting komt door de vrije creatieve keuzen van die auteur bij de totstandkoming ervan. Een voorwerp is niet oorspronkelijk indien voor de vervaardiging ervan technische overwegingen, regels of andere beperkingen gelden die geen ruimte hebben gelaten voor creatieve vrijheid of daarvoor een ruimte hebben gelaten die zo beperkt is dat het idee samenvalt met de uitdrukking ervan2. Het is namelijk niet de bedoeling dat door het auteursrecht ideeën of wiskundige concepten worden gemonopoliseerd3. Gelet op deze (Europese) maatstaf is het standpunt van Rubik dat alleen bij het louter volgen van dictaten van techniek en functionaliteit er geen sprake is van oorspronkelijkheid niet helemaal juist. Ook indien een voorwerp of onderdelen daarvan niet uitsluitend door hun (technische) functie worden gedicteerd, kan het zo zijn dat de overgebleven ontwerpruimte zo beperkt is, dat niet gezegd kan worden dat er sprake is van vrije creatieve keuzen. Het moet gaan om vrije en creatieve keuzen binnen het voorwerp waarvoor auteursrechtbescherming wordt geclaimd. Voor de beoordeling van de vrije en creatieve keuzen is het daarom niet relevant, zoals Rubik stelt, of twee makers onafhankelijk van elkaar tot eenzelfde voorwerp zouden komen.

5.6

Het bestaan van andere mogelijke verschijningsvormen waarmee hetzelfde functionele resultaat kan worden bereikt, wijst erop dat er keuzemogelijkheden zijn, maar dit is niet doorslaggevend voor de beoordeling van de factoren die de keuze van de maker hebben beïnvloed4. Gelet hierop is de stelling van Beckx c.s. dat het alternatieve vormgevingserfgoed irrelevant is voor de beoordeling van de oorspronkelijkheid van de kubus, niet juist. Verder geldt dat het bestaan van het inmiddels vervallen octrooi van Rubik , alleen in aanmerking moet worden genomen om te achterhalen met welke overwegingen hij bij de keuze van de verschijningsvorm van het betrokken product rekening heeft gehouden. Om de oorspronkelijkheid te beoordelen moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden ten tijde van het ontwerp, maar niet met de factoren na creatie5. Het feit dat dat het door Rubik in 1974 ontworpen driedimensionale logicaspel door zijn succes later voorwerp is geworden van (wereldwijde) competities en dat daardoor een behoefte aan standaardisatie is ontstaan, zoals Beckx c.s. aanvoeren, zijn dus geen elementen die een rol spelen bij de beoordeling van de oorspronkelijkheid van de kubus.

5.7

Toepassing van de hiervoor genoemde criteria op de onderhavige zaak leidt tot het volgende.

De functie van de Rubik kubus

5.8

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de Rubik kubus een driedimensionaal logicaspel vormt, door de rechtbank omschreven als een 3D-puzzel. Dat blijkt uit het octrooischrift (zie hiervoor onder 3.3) alsook de wijze waarop de kubus door Rubik in de markt is gezet. Dat de kubus daarnaast esthetische waarde heeft en is opgenomen in onder andere de design collectie van het Museum of Modern Art in New York, is voor de beoordeling of de verschijningsvorm van de kubus wordt bepaald door technische overwegingen, (wiskundige) regels of andere beperkingen niet relevant. De enkele omstandigheid dat de kubus met de specifieke kleurvlakken een esthetische waarde heeft, zegt namelijk nog niets over mogelijke vrije creatieve keuzen bij het ontwerpen ervan en de wijze waarop die keuzen in de kubus waarneembaar zijn.

Vormgevingskeuzen van de kubus zonder kleurvlakken functioneel bepaald (de incidentele grief van Rubik )

5.9

Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank, na een eigen visuele en tactiele waarneming van de Rubik kubus, dat de acht vormgevingskeuzen van de kubus zonder kleurvlakken, opgesomd in rechtsoverweging 5.12 van het bestreden vonnis, gelet op de functie van de kubus, in hoge mate technisch en functioneel bepaald zijn. Aan Rubik kan worden toegegeven dat de rechtbank in haar beoordeling niet geheel consistent is geweest in de bewoordingen van die functie, maar duidelijk is dat het gaat om de functie van de kubus als driedimensionaal logicaspel of puzzel. Aan de stelling van Rubik dat het begrip logicaspel onvoldoende duidelijk of begrensd is, gaat het hof voorbij. Uit onder andere het octrooischrift en de verklaring van Rubik (productie 7 van Beckx c.s.), is het duidelijk dat het hier om een driedimensionale puzzel gaat.

5.10

Het hof leest in de incidentele grief van Rubik geen andere relevante stellingen of verweren dan die hij in de procedure bij de rechtbank heeft aangevoerd en die door de rechtbank uitgebreid gemotiveerd zijn verworpen in rechtsoverwegingen 5.18 tot en met 5.21 van het bestreden vonnis. Het hof neemt die overwegingen integraal over en voegt daaraan nog het volgende toe.

5.11

De rechtbank is, anders dan Rubik stelt, niet voorbijgegaan aan het kinetische aspect van de kubus. De rechtbank is in rechtsoverweging 5.18 uitgebreid ingegaan op de vereiste draaibaarheid van de deelelementen van de kubus. De draaibaarheid van de afzonderlijke elementen wordt beschreven in het octrooischrift. De beweging van de deelelementen, waaronder de afzonderlijke kleine kubussen, is - zo blijkt uit het octrooischrift - het wezenlijke element van het logicaspel en is daarmee naar het oordeel van het hof functioneel bepaald. Auteursrechtelijke bescherming daarvan zou leiden tot monopolisering van techniek en/of wiskundige uitgangspunten (de systeemtheorie), hetgeen op grond van vaste rechtspraak niet is toegestaan.

5.12

De rechtbank heeft geoordeeld dat de keuze voor de kubus als hoofdvorm van een logicaspel, gelet op de toen aanwezige logicaspellen van MacHahon’s Coloured Cubes en de SOMA Cube van Piet Hein, voor de hand liggend was en daarmee, zo vult het hof aan, geen creatieve keuze behelsde. De rechtbank zegt dus niet dat Rubik zijn keuze voor de kubus als hoofdvorm heeft ontleend aan eerdere werken van derden. De daartegen gerichte klacht van Rubik berust op een verkeerde lezing van het vonnis.

5.13

Gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen, is het hof van oordeel dat de incidentele grief van Rubik faalt.

Vormgevingskeuzen voor de specifieke kleurtinten in combinatie met de grid niet functioneel bepaald (grieven I – V van Beckx c.s.)

5.14

De rechtbank heeft geoordeeld dat de keuze voor de grid (de zwarte lijnen tussen de afzonderlijke deelelementen) in de specifieke vorm, dikte en zwarte kleur in combinatie met de gekozen zes opvallende, met elkaar contrasterende specifieke kleuren voor de egale kleurvlakken en de plaatsing van de kleuren op de kubus getuigt van creatieve arbeid van Rubik en daarom voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt (r.o. 5.29).

5.15

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de algemene keuze om iedere deelkubus aan de zichtbare oppervlakten identificeerbaar te maken functioneel is. Om de puzzel op te lossen, is het namelijk nodig dat ieder van de zes zijvlakken van de kubus en de daarvan deel uitmakende deelkubussen één geheel vormen, dat kan door kleur maar ook - zo blijkt uit de door Rubik getoonde vormgevingsalternatieven - door andere identificerende elementen, zoals letters, cijfers, symbolen of afbeeldingen. De wijze waarop de zes zijvlakken van de kubus worden vormgegeven, biedt naar het oordeel van het hof, en daarin volgt het hof de rechtbank, dus ruimte voor vrije creatieve keuzen.

5.16

Het hof volgt de rechtbank ook in haar oordeel dat de door Rubik gekozen kleurtinten rood, groen, geel, blauw, wit en oranje voor een driedimensionale 3D-puzzel/ logicaspel in de vorm van een kubus niet zodanig voor de hand liggen, in de woorden van Beckx c.s. banaal zijn, dat alle creativiteit daaraan moet worden ontzegd. Daarbij betrekt het hof dat [naam1] en [naam2] , die door Beckx c.s. als prior art voor de kubus worden aangevoerd, voor een geheel andere kleurencombinatie kozen. [naam1] koos onder andere voor de kleuren goud, bruin en zilver en [naam2] voor de kleuren rood, licht blauw, donker blauw, donker groen, licht groen en roze.

5.17

Dat de zwarte lijnen tussen de blokjes, de zogenaamde grid, ervoor zorgt dat de gebruikte kleuren zo sprekend mogelijk worden weergegeven, zal zo zijn, maar ditzelfde resultaat kan ook worden bereikt met een andere kleur grid en daarmee contrasterende andere kleuren. Dat het kunststofgranulaat waaruit de kubus wordt gemaakt altijd zwart is, omdat dit goedkoper is, wordt door Rubik betwist en is naar het oordeel van het hof bovendien niet relevant. Dit uit de slaafse nabootsing ontleende economische argument speelt bij de beoordeling van de oorspronkelijkheid van de kubus van Rubik in auteursrechtelijke zin naar het oordeel van het hof geen rol.

5.18

Dat de door Rubik gekozen grid uitsluitend functioneel bepaald is, zoals Beckx c.s. betogen, wordt door Rubik gemotiveerd betwist. Rubik erkent dat voor de draaibaarheid van de deelkubussen ter vermijding van wrijving het nodig is dat de deelkubussen niet naadloos op elkaar aansluiten, maar bestrijdt dat het nodig is de deelkubussen af te ronden op de wijze zoals hij dat heeft gedaan, dat wil zeggen ieder kleurvlak van de deelkubus iets kleiner te maken dan het oppervlak daarvan, zodat rondom de kleurvlakken randen zichtbaar zijn.

Dat was zijn vrije creatieve keuze. Het hof volgt Rubik daarin. Daarbij betrekt het hof dat in het octrooischrift niet wordt gerept over een functie en breedte van de grid. Uit de door Rubik onder 214 van zijn memorie van grieven getoonde alternatieven, blijkt ook dat er verschillende alternatieven zijn voor de dikte en de kleur van de grid of het geheel weglaten van de grid, zodat er ook in die zin keuzevrijheid was en is.

5.19

Becks c.s. voeren daarnaast nog aan dat de breedte van de grid nodig is om te voorkomen dat in hun uitvoering van de kubus de op de zijden geplakte stickers los komen te zitten. Ook dit argument lijkt ontleend te zijn aan het leerstuk van slaafse nabootsing waarbij voor de beoordeling van de vraag of de nabootsing is geoorloofd onder andere de vraag moet worden gesteld of de nabootser zonder afbreuk te doen aan de deugdelijkheid en de bruikbaarheid van het nagemaakte product evengoed een andere weg had kunnen inslaan. Voor de beoordeling van de vraag of de door Rubik voor zijn kubus gekozen grid getuigt van een creatieve keuze, is het technische proces waarmee Beckx c.s. de kubus maakt echter niet relevant.

5.20

De stelling van Beckx c.s. dat de keuze van Rubik voor de kleuren rood, groen, geel, blauw, wit en oranje in combinatie met de zwarte grid onvoldoende oorspronkelijk is, vanwege het werk Composition Damebrett van Piet Mondriaan, volgt het hof evenmin. Zelfs indien bij wijze van veronderstelling moet worden aangenomen dat Rubik zich heeft laten inspireren door Mondriaan, dan is de eigen invulling die Rubik aan die stijl heeft gegeven in zijn driedimensionale puzzel dermate anders, dat niet kan worden gezegd dat Rubik zijn werk aan Mondriaan heeft ontleend of bewerkt.

5.21

Het hof komt met de rechtbank tot de conclusie dat de breedte, de kleur en de dikte van de grid tezamen met de door Rubik gekozen kleurtinten rood, groen, geel, blauw, wit en oranje de kubus zijn oorspronkelijke karakter geven. De principale grieven I tot en met V van Beckx c.s. falen dan ook.

Inbreuk (grieven VI en VII)

5.22

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de Magic Cube en de Keychain Magic Cube door het overnemen van kleuren die zeer dicht liggen tegen de door Rubik gekozen specifieke kleurtinten in combinatie met de voor de Rubik kubus kenmerkende grid, dezelfde totaalindruk wekken. Het enkele feit dat Beckx c.s. in beide versies één vlak hebben vervangen (in de Magic Cube de kleur geel en in de Keychain Magic Cube de kleur groen), maakt dit niet anders. De totaalindruk van beide producten blijft, doordat de overige vijf kleuren en de grid nagenoeg identiek zijn, dezelfde. De kleurenschema’s van Beckx c.s. in de memorie van grieven bevestigen dit. Het hof ziet geen, althans onvoldoende, verschil tussen de door Beckx c.s. afgebeelde koele primaire en secundaire kleuren van de Rubik kubus en de warme tertiaire kleuren van de Magic Cube en de Keychain Magic Cube. Dezelfde totaalindruk blijft overeind.

5.23

Ook het hof komt tot de conclusie dat de onder 2.1 afgebeelde Magic Cube en de Keychain Magic Cube inbreuk maken op het auteursrecht van Rubik op zijn kubus. De rechtbank heeft daarom terecht een dwangsomveroordeling opgelegd. De daartegen gerichte grief VIII van Beckx c.s. faalt dan ook. Grief IX is een zogenaamde veeggrief en mist zelfstandige betekenis en behoeft na het voorgaande geen verdere behandeling.

Bewijsaanbod

5.24

Partijen hebben verder geen (voldoende onderbouwde) stellingen betrokken die, indien bewezen, tot een ander oordeel kunnen leiden, zodat het hof aan het gedane bewijsaanbod voorbijgaat.

Proceskosten

5.25

Uit het voorgaande volgt dat Beckx c.s. in het principaal hoger beroep als de ongelijk te stellen partij moet worden beschouwd en Rubik in het incidenteel hoger beroep.
Partijen vorderen op de voet van artikel 1019h Rv een volledige proceskostenveroordeling. Partijen hebben in hun specificatie geen onderscheid gemaakt tussen het principaal en het incidenteel hoger beroep. Het hof ziet daarin aanleiding, in lijn met de uitkomst van deze procedure, om de proceskosten te compenseren, in de zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

6 Slotsom

Grieven I tot en met IX van Beckx c.s. en de incidentele grief van Rubik falen, zodat het bestreden vonnis van 31 januari 2018 onder aanvulling van gronden moet worden bekrachtigd. De proceskosten van het hoger beroep zullen daarom worden gecompenseerd als hierna bepaald.

7 De beslissing

Het gerechtshof, rechtdoende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:

bekrachtigt onder aanvulling van gronden het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht van 31 januari 2018;

compenseert de kosten van het hoger beroep aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Dit arrest is gewezen door mr. R.E. Weening, mr. F. de Vries en mr. D.M.I de Waele. Het is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2021 door de rolraadsheer, in aanwezigheid van de griffier.

1 HvJ EU, 12 september 2019, Cofemel, C683/17, ECLI: EU:C:2019:721

2 HvJ EU, 22 december 2010, Bezpečnostní softwarová asociace, C393/09, ECLI:EU:C:2010:816

3 Zie ten aanzien van ideeën het onder 2 genoemde arrest punten 48 en 49.

4 HvJEU, 11 juni 2020, Brompton Bicycle, C-833/18, ECLI:EU:C:2020:461

5 Zie Brompton Bicycle