Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:6502

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
30-06-2021
Datum publicatie
12-07-2021
Zaaknummer
21-001171-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich gedurende een periode van enkele jaren schuldig gemaakt aan een aantal ernstige vermogensdelicten. Hij ging daarbij meedogenloos te werk en berokkende zijn slachtoffers grote financiële schade. Het hof veroordeelt verdachte wegens – kort gezegd – ‘oplichting, meermalen gepleegd’, ‘poging tot oplichting’, ‘opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift’ en ‘als bestuurder van een rechtspersoon plegen van faillissementsfraude’ tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest. Daarnaast wijst het hof de vorderingen van drie benadeelde partijen grotendeels toe en legt het aan verdachte schadevergoedingsmaatregelen op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001171-17

Uitspraak d.d.: 30 juni 2021

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 16 februari 2017 met parketnummer 08-960100-15 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 1 november 2017, 9 januari 2019, 9 juni 2021 en 16 juni 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte wegens alle ten laste gelegde feiten tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden en tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij1] B.V., [benadeelde partij2] B.V. en [benadeelde partij3] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [naam1] B.V. overeenkomstig de beslissing van de rechtbank in het vonnis waarvan beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft verdachte wegens de feiten 1 tot en met 4 veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest en heeft op de vorderingen van de benadeelde partijen beslist.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – tenlastegelegd dat:

1.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 te [plaats1] en/of [plaats2] en/of [plaats3] en/of [plaats4] en/of [plaats5] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, telkens

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meer perso(o)n(en) heeft bewogen tot

de afgifte van enig goed en/of het verlenen van een of meer dienst(en), te weten:

 een (giraal) geldbedrag van in totaal ongeveer 130.500,-- euro, in elk geval een (groot) geldbedrag, door [benadeelde partij1] , en/of

 een (giraal) geldbedrag van in totaal ongeveer 124.795,-- euro, in elk geval een (groot) geldbedrag, door [benadeelde partij2] , en/of

 een (giraal) geldbedrag van in totaal ongeveer 300.000,-- euro, in elk geval een (groot) geldbedrag, door [naam2] en/of [naam3] en/of

 een (giraal) geldbedrag van in totaal ongeveer 7.189,-- euro, in elk geval een (groot) geldbedrag, door [naam4] , en/of

 het verblijf en/of (het verstrekken van) een of meer consumptie(s) en/of een of meer andere dienst(en) en/of goed(eren) door (medewerkers van) [benadeelde partij2] , ter waarde van ongeveer 364.716,21 euro, en/of

 het verblijf en/of (het verstrekken van) een of meer consumptie(s) en/of een of meer andere dienst(en) en/of goed(eren) door (medewerkers van) [naam5] , ter waarde van ongeveer 18.368,-- euro,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

 zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en/of betrouwbare investeerder die via aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert, onder meer door zich herhaaldelijk te laten vergezellen door een advocaat en/of een notaris bij besprekingen en/of zich te laten begeleiden door (een) privé-chauffeur(s)/bodyguard(s) en/of

 een of meer valse/ongedekte bankgarantie(s) en/of valse/ongedekte/ongeautoriseerde cheques en credit cards, en/of (een) valse betalingsopdracht(en) en/of andere (al dan niet vervalste/valselijk opgemaakte) documenten getoond en/of gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een kapitaalkrachtige man is, en/of

 zich tegenover voornoemde personen/medewerkers voorgedaan en/of toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan die voornoemde personen een investering zal verstrekken, nadat die voornoemde personen/medewerkers eerst een (kleiner) geldbedrag aan hem, verdachte, overgemaakt dan wel verstrekt hebben, en/of

 aan voornoemde personen/medewerkers een of meer (valse) onderpanden verstrekt ter zekerheidsstelling en/of dekking van:

* de bedragen die voornoemde personen/medewerkers aan hem, verdachte, zouden
overmaken/verstrekken en/of

* de diensten die voornoemde personen/medewerkers aan verdachte zouden verlenen, en/of

het aan voornoemde personen/medewerkers verstrekken van obligaties ( [naam10] -bonds) ter zekerheidsstelling en/of dekking van de voornoemde bedragen en diensten, terwijl die obligaties door het handelen van verdachte (uiteindelijk) geen of slechts een zeer geringe waarde vertegenwoordigden en/of

 het initiatief nemen tot en/of opstellen van en/of ondertekenen van een ‘Letter of Intent’, ‘Joint Venture’, ‘Raamwerk’, ‘Memo of understanding’, ‘Overeenkomst investering’ en/of andere documenten waarin verdachte de intentie of verplichting uitspreekt en het vertrouwen wekt dat hij in de toekomst zal investeren en/of goederen/diensten zal afnemen van voornoemde personen/medewerkers en/of

 tegenover voornoemde personen/medewerkers herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan (in de Verenigde Staten en/of Nieuw Zeeland) en/of dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en/of dat hij dichtbij het bereiken van een grote financiële deal was en/of dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en/of (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking

waardoor een of meer bovengenoemde personen/medewerkers en/of andere personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgifte(s) en/of het verlenen van bovenomschreven dienst(en);

2.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 23 april 2015 te [plaats3] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de [bank1] te [plaats3] (kantoor [adres] , hoofdkantoor en/of een andere [bank1] -afdeling) te bewegen tot het verstrekken van krediet, dan wel tot afgifte van enig geldbedrag en/of het aangaan van een schuld en/of tot afgifte van enig goed (geschrift inhoudende een positief advies omtrent een bankgarantie) en/of het verlenen van een dienst (positief adviseren omtrent een bankgarantie),

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

 zich jegens (een) bankmedewerker(s) van voornoemde bank voorgedaan als een succesvol zakenman en een bonafide kapitaalkrachtige persoon, onder meer door diverse malen in voornoemde bank te verschijnen in het bijzijn van een of meer bodyguard(s)/privé-chauffeur(s) en/of te arriveren in een of meer grote voertuigen, en/of

 een vals opgemaakte dan wel vervalste bankgarantie, althans een op 11 juni 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van ongeveer 40.000.000,-- Amerikaanse dollar, in elk geval een groot geldbedrag, op naam van/uitgegeven door of namens [naam6] , verstrekt en/of

 een (al dan niet vervalste of valselijk opgemaakt) concept SWIFT-bericht verstrekt waarin wordt verwezen naar voornoemde vals opgemaakte dan wel vervalste bankgarantie, althans de op 11 juni 2014 gedateerde ‘financial guarantee’ en/of een letter of guarantee en/of waarin wordt gesteld/gesuggereerd dat [naam11] BV de begunstigde zou zijn van een bedrag van 40.000.000,- Amerikaanse dollar ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015, te [plaats1] en/of [plaats3] en/of [plaats5] en/of [plaats2] , in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) valse of vervalste bankgarantie(s) en/of een op 11 juni 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, en/of een concept SWIFT-bericht als ware die/ dat geschrift(en) echt en onvervalst , dan wel deze geschriften heeft afgeleverd of voorhanden heeft gehad, te weten:

 een bankgarantie, althans cheque ten bedrage van ongeveer 50.000.000,- euro, in elk geval een groot geldbedrag, op naam van/uitgegeven door de [bank4] , en/of

 een bankgarantie ten bedrage van ongeveer 200.000.000,- euro, in elk geval een groot geldbedrag, op naam van/uitgegeven door de [bank2] N.V. (met als begunstigde [naam7] ) en/of

 een bankgarantie, althans de op 11 juni 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van ongeveer 40.000.000,- Amerikaanse dollar, in elk geval een groot geldbedrag, op naam van/uitgegeven door of namens [naam6] (Italy) en/of

 een concept SWIFT-bericht met als begunstigde [naam8] en/of [naam7] Netherlands BV, en/of

 een bankgarantie ten bedrage van ongeveer 1 miljard euro, in elk geval een groot geldbedrag, op naam van/uitgegeven door [bank3] ( [bank3] ),

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd(e) geschrift(en) is/zijn overgelegd/verstrekt aan (een medewerker van) [naam5] te [plaats5] en/of [benadeelde partij1] en/of de [bank1] te [plaats3] en/of [benadeelde partij2] en/of [naam9] , en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en),

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

 de bankgarantie(s), financial guarantee, cheque en het (concept) SWIFT-bericht niet door de bevoegde autoriteit(en) en/of instelling(en) is/zijn afgegeven, en/of

 de lay out niet overeenstemt met (een) onvervalste bankgarantie(s), financial guarantee en/of (concept) swift-bericht, en/of

 de uitgever of begunstigde van de bankgarantie, cheque of financial guarantee niet bekend is met het bestaan van het betreffende document, en/of

 een onjuist lettertype en logo wordt gehanteerd, en/of

 in het document ongebruikelijke tekens worden gebruikt, en/of

 specifieke stempels en handtekeningen ontbreken op het document of zijn vals/vervalst, en/of

 de persoon die het document heeft ondertekend niet voor de betreffende (bank)instelling werkzaam is, en/of

 de tenaamgestelde/verstrekker geen contacten heeft met de genoemde verzekeringsagent of de verzekeringsagent bestaat niet (meer), en/of

 in het document gegevens ontbreken die op (een) onvervalst(e) bankgarantie vermeld staan, en/of

 dat de sender van de bankgarantie een bedrijf betreft welke geen swift-relatie heeft met de bank-instelling, en/of

 dat de verzender van het document geen bank-instelling betreft, en/of

 het vermelde bedrag op de bankgarantie ongebruikelijk is, en/of

 de omvang van de bankgarantie afwijkt, en/of

 er diverse spelfouten in het document staan;

terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze

geschrift(en) bestemd was/waren voor zodanig gebruik;

4.
aan hem, verdachte, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten [naam1] BV, welke rechtspersoon bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank Gelderland d.d. 2 juni 2015 in staat van faillissement is verklaard, te wijten is dat in de periode van 23 augustus 2013 tot en met 2 juni 2015, te [plaats2] en/of [plaats3] en/of [plaats6] , in elk geval in Nederland, niet is voldaan aan:

 de volgens artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 5, eerste lid, van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in samenhang met artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omschreven verplichtingen, en/of

 de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens die artikelen administratie gevoerd is, en/of de boeken/bescheiden en andere gegevensdragers die ingevolge die artikelen zijn bewaard, niet in ongeschonden staat tevoorschijn zijn gebracht.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging ten aanzien van het bewijs

Door en namens verdachte is in eerste aanleg op gronden, zoals onder meer vermeld in de ter zitting in eerste aanleg overgelegde pleitnota, aangevoerd dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen aan hem is ten laste gelegd. In hoger beroep zijn, onder verwijzing naar in eerste aanleg overgelegde stukken, in de appelschriftuur d.d. 16 maart 2017 grieven geformuleerd tegen het veroordelende vonnis van de rechtbank. Deze grieven behelzen – zakelijk weergegeven – een opsomming van punten waartegen de verdediging bezwaar heeft. Die grieven zijn in de appelschriftuur niet nader onderbouwd en evenmin is hier naderhand in voorzien. De stelling dat verdachte moet worden vrijgesproken is in hoger beroep herhaald. Op de terechtzitting van het hof van 9 juni 2021, op welke zittingen het hof voornemens was een aanvang te maken met de inhoudelijke behandeling van de zaak, is van de zijde van de verdediging – zakelijk weergegeven – slechts om aanhouding van de behandeling gevraagd, omdat verdachte niet aanwezig was en er geen videoverbinding met verdachte – in de Verenigde Staten van Amerika, ten kantore van de advocaat van verdachte, mr. A.C. Tucci – tot stand was gebracht. Op de terechtzitting van het hof van 16 juni 2021 waren noch verdachte, noch zijn raadsman aanwezig.

Het hof neemt in reactie op de puntsgewijze opsomming van grieven door de verdediging de onderstaande bewijsmotiveringen uit het vonnis over, voor zover hierna is vermeld. De rechtbank overwoog onder meer:

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1, 2 en 3. De verdediging heeft onder meer aangevoerd dat geen sprake is van de genoemde oplichtingsmiddelen. Verdachte heeft zich niet in strijd met de waarheid voorgedaan als een succesvol zakenman en een bonafide kapitaalkrachtige persoon. Er is geen sprake van valse documenten en voor zover sprake was van valse documenten, was verdachte niet op de hoogte van deze (vermeende) valsheid.

[…]

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Voor wat betreft de bewezenverklaring overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het beeld naar voren komt dat de verdachte door specifieke ernstige vormen van bedrieglijk handelen bij anderen een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen teneinde daarvan misbruik te kunnen maken. Immers blijkt uit de bewijsmiddelen dat:

  • -

    verdachte zich liet omringen door advocaten uit binnen- en buitenland, een notaris, bodyguards, chauffeurs en zich liet vervoeren in limousines. Daarnaast nodigde verdachte potentiële zakenpartners uit in skyboxen in de Arena te Amsterdam en het Gelredome te Arnhem. Verdachte wekte daardoor bij die potentiële zakenpartners de indruk een kapitaalkrachtige zakenman te zijn;

  • -

    verdachte door het tonen van financiële documenten die een aanzienlijke waarde zouden vertegenwoordigen, een bankgarantie van de [bank4] voor een bedrag van 50 miljoen euro, […] een bankgarantie althans een financial guarantee van [naam6] voor een bedrag van 40 miljoen Amerikaanse dollar en een bankgarantie van de [bank3] van 1 miljard euro, het vertrouwen wekte bij die potentiële zakenpartners daadwerkelijk over veel vermogen te kunnen beschikken, terwijl genoegzaam is komen vast te staan dat die documenten vals of vervalst waren. Verdachte heeft met [naam10] AG (verder: [naam10] ) een overeenkomst gesloten, waarbij verdachte de verplichting op zich nam bonds (obligaties) met een totale nominale waarde van 500 miljoen euro te verkopen, tegen een provisie van 50 miljoen euro. Verdachte heeft niet aan zijn verplichting voldaan om deze bonds te verkopen, waardoor er geen betaling aan [naam10] heeft plaatsgehad van 450 miljoen euro. Daardoor zijn er meer obligaties uitgegeven dan er feitelijk zijn betaald, waardoor bij beleggers en pandnemers een positiever beeld kan zijn ontstaan omdat het geplaatste bedrag niet in verhouding staat tot de werkelijke opbrengst. Om deze reden is de handel in deze bonds op 5 juli 2014 stilgelegd en zijn de bonds niet meer te verhandelen, waardoor de waarde is gereduceerd tot nihil. Uit het vorenstaande blijkt dat deze waardereductie een rechtstreeks gevolg is van het handelen van verdachte. Verdachte heeft voor 95 miljoen euro aan bonds bij anderen in onderpand gegeven, wetende dat door niet nakoming van zijn verplichtingen in de richting van [naam10] deze bonds uiteindelijk niets meer waard zouden zijn, terwijl verdachte de schijn wekte richting die anderen dat deze bonds juist wel een waarde vertegenwoordigden;

  • -

    verdachte zich heeft voorgedaan als een investeerder in projecten van aanzienlijke omvang zoals een scheepswerf voor een bedrag van 165 miljoen euro, de bouw van een jacht ter waarde van 150 miljoen euro, een Broadway productie voor een bedrag van uiteindelijk ruim 17 miljoen euro, een verbouwing van een hotel voor een bedrag van 1,5 miljoen euro, de bouw van schepen voor bedragen van 16 miljoen en 39 miljoen en de aankoop van een grachtenpand in [plaats3] voor een bedrag van ruim 1 miljoen euro;

  • -

    verdachte na betalingsverplichtingen te zijn aangegaan (door investeringstoezeggingen, geldleningen, het afnemen van goederen en diensten, het aantrekken van personeel, het betrekken van woonruimtes) een patroon laat zien van het toezeggen van het doen van betalingen, terwijl verdachte op die momenten weet dat hij niet aan die toezeggingen kan voldoen en daardoor anderen langdurig aan het lijntje houdt. Daarnaast is uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat verdachte in de jaren dat hij in Nederland verbleef zelfs maar één betaling uit eigen middelen heeft gedaan. Voor zover er al betalingen door verdachte zijn verricht, zijn die betalingen geschied uit middelen van anderen, bijvoorbeeld door geldleningen.

Feit 1

Gelet op het voorgaande in combinatie met de in de bewijsmiddelen opgenomen verklaringen van [benadeelde partij1] , [benadeelde partij2] , [naam2] en/of [naam3] , [naam4] , (medewerkers van) [benadeelde partij2] en (medewerkers van) [naam5] concludeert de rechtbank dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van deze personen.

Feit 2

De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 23 april 2015 zich heeft schuldig gemaakt aan poging tot oplichting van de [bank1] te [plaats3] door opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich jegens bankmedewerkers van voornoemde bank voor te doen als een succesvol zakenman en een bonafide kapitaalkrachtige persoon, door een vals opgemaakte dan wel vervalste op 11 juni 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van 40.000.000,- Amerikaanse dollar, op naam van [naam6] , te verstrekken en door een concept SWIFT-bericht te verstrekken waarin wordt verwezen naar voornoemde vals opgemaakte dan wel vervalste op 11 juni 2014 gedateerde ‘financial guarantee’ en een letter of guarantee en waarin wordt gesteld/gesuggereerd dat [naam1] B.V. de begunstigde zou zijn van een bedrag van 40.000.000,- Amerikaanse dollar.

[…]

Feit 3

De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste geschriften als waren die geschriften echt en onvervalst, terwijl hij, verdachte, wist dat deze geschriften bestemd waren voor zodanig gebruik, dan wel deze geschriften heeft afgeleverd of voorhanden gehad. Zo heeft verdachte een valse/vervalste cheque ten bedrage van 50.000.000,- euro, op naam van/uitgegeven door de [bank4] overgelegd/verstrekt aan (een medewerker van) [naam5] te [plaats5] , […] een valse/vervalste bankgarantie, althans de op 11 juni 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van 40.000.000,- Amerikaanse dollar, op naam van/uitgegeven door of namens [naam6] (Italy), overgelegd/verstrekt aan [benadeelde partij1] , een vals/vervalst concept SWIFT-bericht met als begunstigde [naam7] Netherlands BV overgelegd/verstrekt aan de [bank1] te [plaats3] en [benadeelde partij2] en een valse/vervalste bankgarantie ten bedrage van 1 miljard euro, op naam van/uitgegeven door [bank3] ( [bank3] ), overgelegd/verstrekt aan [benadeelde partij1] en/of [naam9] .

Het hof overweegt ten aanzien van het bewijs daarnaast nog het volgende.

Door en namens verdachte is bij herhaling aangeven dat hij wel degelijk over vermogen beschikte en dat hij op een serieuze, niet-criminele wijze, bij grote transacties betrokken was.

Verdachte heeft aangegeven dat zijn detentie in Nederland hem bemoeilijkte om aan te tonen dat hij (wel) over vermogen beschikt(e). Verdachte heeft echter nimmer concreet toegelicht waaruit dat vermogen zou bestaan en wat de door hem voorgedragen getuigen (uit eigen wetenschap) over die vermogensbestanddelen zouden kunnen verklaren. Uit de omstandigheid dat verdachte allerlei besprekingen voerde met partijen over financiële transacties vloeit geenszins voort dat hij over vermogen beschikte of redelijkerwijs kon worden vermoed daarover te zullen beschikken, laat staan dat dit vermogen betrof of zou betreffen van een – in de context van zijn (schijnbaar) voorgenomen transacties – relevante omvang.

Uit de bewijsmiddelen blijkt reeds anders. Voor zover verdachte al over vermogen beschikte, was dat geen eigen vermogen. Tegenover de [naam10] bonds (met een nominale waarde € 500.000.000,-) stond een schuld van € 450.000.000,-. Deze [naam10] bonds waren door verdachte voor een groot deel (ruim € 90.000.000,-) aan anderen overgedragen of verpand zonder dat die bonds betaald waren, terwijl er evenmin ooit geld aan de uitgever van de bonds ( [naam10] ) betaald was. Het Hof is van oordeel dat de intentie van verdachte reeds bij het aangaan van de verschillende overeenkomsten met de benadeelden bedrieglijk is geweest, aangezien hij aldus voor € 500.000.000,- aan bonds kocht tegen 90% van de nominale waarde – door de verdediging is nog geen begin van aannemelijkheid gemaakt voor de stelling dat de werkelijke waarde van de bonds de 90% oversteeg – zonder daarvoor te betalen, waarna hij een groot deel van die bonds overdroeg en/of verpandde veelal direct ten behoeve van de voldoening van kosten in zijn levensonderhoud dan wel via de boeg van schijninvesteringen, waarbij bovendien nog zij daargelaten dat die schijninvesteringen redelijkerwijs niets van doen hadden met verantwoord ondernemerschap (mede in relatie tot zijn betalingsverplichting) jegens [naam10] . Nog los van de vraag of er met de bonds mogelijk nog andere problemen waren (zoals: het ontbreken van een handtekening, had het overdragen en verpanden van een groot deel van de bonds en het niet inlossen van de schuld aan [naam10] onontkoombaar tot gevolg dat [naam10] op een faillissement afstevende. Verdachtes oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling blijkt voorts meer subjectief onder meer uit een e-mail d.d. 6 juni 2014 van [naam10] aan verdachte inhoudende: “Please notice that you can not sell your bonds to third parties without payment to us – they will erase”, terwijl de wetenschap bij verdachte dat hij de bonds niet mocht verhandelen zonder ze eerst te betalen reeds blijkt uit zijn e-mail d.d. 14 april 2014 aan [naam10] . Ook na voornoemde data heeft verdachte zich nog verscheidene malen wederrechtelijk bevoordeeld, niet alleen door deze bonds in te zetten, maar ook door het opzettelijk overleggen van valse bankgaranties, welke gedragingen evengoed bijdragen aan het wettige en overtuigende bewijs van verdachtes oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling bij het aangaan van de verschillende overeenkomsten die ten grondslag lagen aan de respectieve ten laste gelegde bevoordelingen. Daarnaast draagt het feit dat verdachte gebruik maakte van valse bankgaranties (ook indien deze werden aangewend ten aanzien van derden) bij aan de overtuiging dat verdachte niet over enig relevant vermogen beschikte en zich dus ten onrechte als een vermogend man uitgaf.

Naast het zich in strijd met de waarheid voordoen als succesvol zakenman/betrouwbaar investeerder, heeft verdachte ten slotte een bepaald gedragspatroon aan de dag gelegd waaruit zijn criminele intentie en een planmatig handelen spreekt. Hij is immers keer op keer overeenkomsten aangegaan waarbij hem substantiële bedragen zijn geleend, wetende dat hij – bij gebrek aan eigen (redelijkerwijs te verwachten) vermogen - nimmer in staat zou zijn na te komen.

De bewering van verdachte dat hij wel degelijk druk doende was met verkoop van de bonds kan het hof niet serieus nemen. Namens verdachte zijn ter ondersteuning van deze stelling “corporate invoices” overgelegd (bijlagen 45 en 461) voor de verkoop van ETI-bonds (oorspronkelijk [naam10] -bonds). Nog afgezien van het feit dat het opmaken van een invoice nog geen bewijs van een overeenkomst is, is het op zijn minst merkwaardig te noemen dat twee van de invoices spreken van een uitgangsbedrag van “four hundred million euro” en “settlement prices” van 76%, respectievelijk 87% van dat bedrag, ook weer in letters omschreven. Tussen haakjes is telkens een bedrag in cijfers weergegeven dat duizend keer zo hoog is (namelijk 400 miljard, c.q de percentages daarvan). Dat dergelijke fouten voorkomen in de overgelegde stukken wijst erop dat deze invoices nimmer zijn verzonden en dat de afspraken die ten grondslag zouden liggen aan die invoices gewoonweg niet bestaan.

Verdachte heeft zich voorgedaan als vermogend man, onder meer door zich te omringen met personeel dat hij niet betaalde. Verder maakte hij gebruik van valse bescheiden. Het handelen van verdachte is aan te merken als één grote façade.

Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte niet over vermogen beschikte. Dat zulks in weerwil van de bewijsmiddelen anders is, is niet aannemelijk geworden. Verdachte heeft na de schorsing van de Nederlandse voorlopige hechtenis per 23 januari 2019 tot 1 april 2019 in België gedetineerd gezeten. Daarna is hij feitelijk op vrije voeten gekomen. Ook na zijn vrijlating heeft hij niet aannemelijk gemaakt of onderbouwd dat hij over vermogen beschikte: er is door/namens hem niets concreets aangevoerd of geproduceerd wat daarop wijst en het hof constateert dat de benadeelde partijen na vele jaren nog steeds niet zijn betaald, ook niet voor het gedeelte van hun vorderingen dat door verdachte is erkend.

Het hof gaat gelet op het voorgaande, bezien in onderling verband en samenhang, voorbij aan het tot vrijspraak strekkende verweer.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

1.
hij in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 22 juni 2015 in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten:

- een geldbedrag van in totaal 130.500,- euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en betrouwbare investeerder die via aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert en

- valse/ongedekte bankgaranties en andere (al dan niet vervalste/valselijk opgemaakte) documenten getoond en gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een kapitaalkrachtige man is, en

- zich tegenover voornoemde persoon voorgedaan en toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan voornoemde persoon een investering zal verstrekken, nadat die voornoemde persoon eerst een (kleiner) geldbedrag aan hem, verdachte, overgemaakt dan wel verstrekt heeft, en

- het ondertekenen van een ‘Memo of understanding’, en andere documenten waarin verdachte de intentie of verplichting uitspreekt en het vertrouwen wekt dat hij in de toekomst zal investeren en

- tegenover voornoemde personen/medewerkers herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan en dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en dat hij dichtbij het bereiken van een grote financiële deal was en dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en/of (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking,

waardoor bovengenoemde persoon telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiftes;

en

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten:

- een geldbedrag van in totaal 124.795,- euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en betrouwbare investeerder die via aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert, onder meer door zich herhaaldelijk te laten vergezellen door een advocaat en een notaris bij besprekingen en zich te laten begeleiden door privé-chauffeurs en

- vervalste/valselijk opgemaakte documenten getoond en gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een kapitaalkrachtige man is, en

- zich tegenover voornoemde persoon voorgedaan en toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan die voornoemde personen een investering zal verstrekken, nadat die voornoemde persoon eerst een (kleiner) geldbedrag aan hem, verdachte, overgemaakt dan wel verstrekt heeft, en

- aan voornoemde persoon verstrekken van obligaties ( [naam10] -bonds) ter zekerheidsstelling en/of dekking van de voornoemde bedragen, terwijl die obligaties door het handelen van verdachte (uiteindelijk) geen of slechts een zeer geringe waarde vertegenwoordigden en

- het initiatief nemen tot en opstellen van en ondertekenen van een ‘Raamwerk’, waarin verdachte de intentie of verplichting uitspreekt en het vertrouwen wekt dat hij in de toekomst zal investeren en goederen/diensten zal afnemen van voornoemde persoon en

- tegenover voornoemde persoon herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan en dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en dat hij dichtbij het bereiken van een grote financiële deal was en dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking,

waardoor bovengenoemde persoon werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

hij in de periode van 1 september 2013 tot en met 22 juni 2015 in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam2] en/of [naam3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten:

- een geldbedrag van in totaal 300.000,- euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en betrouwbare investeerder die via aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert en

- zich tegenover voornoemde personen voorgedaan en toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan die voornoemde personen een investering zal verstrekken en

- het aan voornoemde personen verstrekken van obligaties ( [naam10] -bonds) ter zekerheidsstelling en/of dekking van de voornoemde bedragen, terwijl die obligaties door het handelen van verdachte (uiteindelijk) geen of slechts een zeer geringe waarde vertegenwoordigden en

- tegenover voornoemde personen meedelen dat zijn geld vast zou staan (in de Verenigde Staten),

waardoor bovengenoemde personen telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiftes;

en

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland, meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

[naam4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten:

- een geldbedrag van in totaal ongeveer 7.189,- euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en betrouwbare investeerder die via

aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert, onder meer door zich herhaaldelijk te laten vergezellen door een advocaat bij besprekingen en zich te laten begeleiden door een privé-chauffeur/bodyguard en

- zich tegenover voornoemde persoon voorgedaan en toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan die voornoemde persoon een investering zal verstrekken en

- het ondertekenen van een ‘Letter of Intent’, waarin verdachte de intentie of verplichting uitspreekt en het vertrouwen wekt dat hij in de toekomst zal investeren en een goed zal afnemen van voornoemde persoon,

waardoor bovengenoemde persoon telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiftes;

en

hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland meermalen, althans eenmaal, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, (medewerkers van) [benadeelde partij2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het verlenen van een of meer dienst(en), te weten:

- het verblijf en het verstrekken van consumpties en diensten en goederen, ter waarde van 364.716,21 euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich voorgedaan als een succesvolle zakenman en betrouwbare investeerder die via aan hem gelieerde ondernemingen een groot vermogen beheert en

- vervalste/valselijk opgemaakte documenten getoond en gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een kapitaalkrachtige man is, en

- zich tegenover voornoemde medewerkers voorgedaan en toegezegd alsof/dat hij, verdachte, aan die voornoemde personen een investering zal verstrekken, nadat die medewerkers eerst een (kleiner) geldbedrag aan hem, verdachte, overgemaakt dan wel verstrekt hebben, en

- het aan voornoemde medewerkers verstrekken van obligaties ( [naam10] -bonds) ter zekerheidsstelling en/of dekking van de voornoemde diensten, terwijl die obligaties door het handelen van verdachte (uiteindelijk) geen of slechts een zeer geringe waarde vertegenwoordigden en

- het initiatief nemen tot en opstellen van en ondertekenen van een ‘Raamwerk’, waarin verdachte de intentie of verplichting uitspreekt en het vertrouwen wekt dat hij in de toekomst zal investeren en goederen/diensten zal afnemen van voornoemde medewerkers en

- tegenover voornoemde medewerkers herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan en dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en dat hij dichtbij het bereiken van een grote financiële deal was en dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking,

waardoor bovengenoemde medewerkers werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en

hij in de periode van 2 juni 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland meermalen, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, (medewerkers van) [naam5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het verlenen van diensten, te weten:

- het verblijf en het verstrekken van consumpties en/of een of meer andere dienst(en) en/of goed(eren), ter waarde van 18.368,- euro,

hebbende hij, verdachte, telkens met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- een valse/ongedekte/ongeautoriseerde cheque getoond en valse/ongedekte/ongeautoriseerde credit cards getoond en gebruikt ter onderbouwing van de stelling dat verdachte een kapitaalkrachtige man is, en

- aan voornoemde personen/medewerkers een vals onderpand verstrekt ter zekerheidsstelling en/of dekking van de diensten die voornoemde medewerkers aan verdachte zouden verlenen, en

- tegenover voornoemde medewerkers herhaaldelijk meedelen dat zijn geld vast zou staan (in de Verenigde Staten) en dat hij spoedig de beschikking zou krijgen over financiële middelen en dat hij binnenkort tot betaling zou overgaan en/of (vertrouwenwekkende/geruststellende) mededelingen van soortgelijke aard en strekking,

waardoor bovengenoemde medewerkers telkens werden bewogen tot het verlenen van bovenomschreven diensten;

2.
hij in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 23 april 2015 in Nederland, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

de [bank1] te [plaats3] te bewegen tot afgifte van enig goed (geschrift inhoudende een positief advies omtrent een bankgarantie) en het verlenen van een dienst (positief adviseren omtrent een bankgarantie), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- zich jegens bankmedewerkers van voornoemde bank voorgedaan als een succesvol zakenman en een bonafide kapitaalkrachtige persoon, door diverse malen in voornoemde bank te verschijnen in het bijzijn van bodyguard(s)/privé-chauffeur(s) en te arriveren in grote voertuigen, en

- een vals opgemaakte dan wel vervalste op 11 juni 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van 40.000.000,- Amerikaanse dollar, op naam van [naam6] , verstrekt en

- een concept SWIFT-bericht verstrekt waarin wordt verwezen naar voornoemde vals opgemaakte dan wel vervalste op 11 juni 2014 gedateerde ‘financial guarantee’ en een letter of guarantee en waarin wordt gesteld/gesuggereerd dat [naam11] BV de begunstigde zou zijn van een bedrag van 40.000.000,- Amerikaanse dollar,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.
hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 22 juni 2015 in Nederland, meermalen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) valse of vervalste bankgarantie(s) en een op 11 juni 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, en een concept SWIFT-bericht als waren die geschriften echt en onvervalst, te weten:

 een cheque ten bedrage van 50.000.000,- euro, op naam van/uitgegeven door de [bank4] ,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd geschrift is overgelegd/verstrekt aan (een medewerker van) [naam5] te [plaats5] ,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- specifieke handtekeningen ontbreken op het document, en

 een bankgarantie, althans de op 11 juni 2014 gedateerde ‘financial guarantee’, ten bedrage van 40.000.000,- Amerikaanse dollar, op naam van/uitgegeven door of namens [naam6] (Italy),

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd geschrift is overgelegd/verstrekt aan [benadeelde partij1] ,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- in het document gegevens ontbreken die op een onvervalste bankgarantie vermeld staan, en

- dat de sender van de bankgarantie een bedrijf betreft welke geen swift-relatie heeft met de bankinstelling, en

- dat de verzender van het document geen bankinstelling betreft, en

- de omvang van de bankgarantie afwijkt, en

 een concept SWIFT-bericht met als begunstigde [naam7] Netherlands BV,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd geschrift is overgelegd/verstrekt aan de [bank1] te [plaats3] en [benadeelde partij2] ,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- het (concept) SWIFT-bericht niet door de bevoegde autoriteit en/of instelling is afgegeven, en/of

- de omvang van de bankgarantie afwijkt, en

 een bankgarantie ten bedrage van 1 miljard euro, op naam van/uitgegeven door [bank3] ( [bank3] ),

bestaande dat gebruikmaken hierin dat voornoemd geschrift is overgelegd/verstrekt aan [benadeelde partij1] en/of [naam9] ,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat:

- de bankgarantie niet door de bevoegde autoriteit en/of instelling is afgegeven, en

- de lay out niet overeenstemt met onvervalste bankgarantie, en

- de uitgever van de bankgarantie niet bekend is met het bestaan van het betreffende document, en

- het vermelde bedrag op de bankgarantie ongebruikelijk is, en

- er diverse spelfouten in het document staan,

terwijl hij, verdachte, wist dat deze geschriften bestemd waren voor zodanig gebruik;

4.
aan hem, verdachte, als bestuurder van een rechtspersoon, te weten [naam1] BV, welke rechtspersoon bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank Gelderland d.d. 2 juni 2015 in staat van faillissement is verklaard, te wijten is dat in de periode van 23 augustus 2013 tot en met 2 juni 2015, in Nederland, niet is voldaan aan:

- de volgens artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek omschreven verplichtingen, en

- de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens die artikelen administratie gevoerd is, en/of de boeken/bescheiden en andere gegevensdragers die ingevolge die artikelen zijn bewaard, niet in ongeschonden staat tevoorschijn zijn gebracht.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

Oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

poging tot oplichting.

Het onder 3 bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:

als bestuurder van een rechtspersoon, welke in staat van faillissement is verklaard, terwijl aan hem te wijten is, dat de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, waarmee volgens artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek administratie gevoerd is en de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die ingevolge dit artikel zijn bewaard, niet in ongeschonden staat worden tevoorschijn gebracht.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van enkele jaren schuldig gemaakt aan een aantal ernstige vermogensdelicten. Onder de vele slachtoffers die hij daarmee maakte zijn zowel natuurlijke personen als bedrijven en de slachtoffers hebben, mede door de finesse waarmee verdachte meedogenloos te werk is gegaan, soms grote geldbedragen verloren. Een aantal van de slachtoffers is door toedoen van verdachte in grote financiële, maar ook emotionele nood geraakt. Projecten die, mede door toezeggingen van verdachte, reeds in gang waren gezet en waarbij veelal ook andere partijen (financieel) waren betrokken, moesten worden gestopt of uitgesteld nadat bleek dat de toezeggingen van verdachte loos waren. Verdachte ging steeds op uiterst slinkse wijze te werk en hij wist ook het vertrouwen te winnen van mensen met ervaring op het gebied waarop hij te werk ging, door hen op geslepen wijze te manipuleren. Verdachte maakte telkens gebruik van een breed arsenaal van oplichtingsmiddelen en speelde telkens in op de investeringsbehoefte van zijn slachtoffers. Door zijn slachtoffers te overstelpen met (valse) informatie, (valse) documenten en namen van mensen in instellingen die vertrouwen zouden moeten wekken, alsook door zich te presenteren als kapitaalkrachtig persoon die zich laat vervoeren in dure auto’s en die zich laat begeleiden door (een) chauffeur/bodyguard(s), wist hij het vertrouwen van zijn slachtoffers voor zich te winnen.

Met deze manier van doen is het verdachte gelukt vele malen en op grote schaal grote geldbedragen, goederen en diensten van zijn slachtoffers te bekomen, terwijl hij er ook in slaagde die slachtoffers lange tijd aan het lijntje te houden. Dat zijn slachtoffers door zijn toedoen in grote problemen geraakten, lijkt op verdachte geen enkele invloed te hebben gehad. Het lijkt hem slechts te doen te zijn geweest om zonder al teveel moeite op grote voet te kunnen leven, waarbij hij door anderen werd gezien als belangrijk persoon.

Niet alleen heeft verdachte met zijn handelingen aan mensen en bedrijven grote financiële schade toegebracht, maar ook heeft hij op grote schaal het in hem gestelde vertrouwen beschaamd.

De proceshouding van verdachte maakt duidelijk dat hij geen enkel inzicht heeft in de kwalijkheid van zijn handelen en ook dat hij geen oog heeft voor de financiële en emotionele schade die hij zijn slachtoffers heeft berokkend. Door halsstarrig en tegen beter weten in te blijven ontkennen en zelfs te blijven beweren dat hij daadwerkelijk vermogend is, geeft hij er blijk van dat hij niets heeft geleerd van de huidige vervolging.

Uit een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 10 mei 2021 blijkt niet van enige eerdere vervolging van verdachte in Nederland. Wel blijkt uit een beslissing van het Hof van Beroep te Gent d.d. 6 mei 2015, dat verdachte zich in België in de periode voorafgaand aan de onderhavige feiten aan soortgelijke feiten heeft schuldig gemaakt waarbij hij ook daar (naar inmiddels vaststaat) diverse slachtoffers financieel ernstig heeft benadeeld.

Het hof is, gelet op het voorgaande, bezien in onderling verband en samenhang, alsmede gelet op de omvang van de door verdachte aangerichte financiële, emotionele en maatschappelijke schade, met de advocaat-generaal van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren in beginsel passend en geboden is. Nu bij de behandeling van de strafzaak de redelijke termijn ruimschoots is overschreden, is matiging van die straf op zijn plaats. Het hof zal daarom aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van vier jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1] B.V.

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 33.946.329,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 130.500,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd. Zij heeft daarbij op de terechtzitting van het hof van 16 juni 2021 aangegeven dat die voeging zowel haar persoonlijk als [benadeelde partij1] B.V. betreft en dat zij haar vordering namens haarzelf en [benadeelde partij1] B.V. handhaaft voor het bedrag waarvoor deze door de rechtbank is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij(en) als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft/hebben geleden tot een bedrag van € 130.500,00. Verdachte, die deze vordering in zoverre niet heeft betwist, is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zoverre zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.596.356,62. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 489.511,21. De benadeelde partij heeft zich, vertegenwoordigd door [benadeelde partij2] , in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. [benadeelde partij2] heeft daarbij aangegeven de vordering deels door hem in privé is gedaan en wordt gehandhaafd, te weten het deel van de vordering dat ziet op de door hem aan verdachte uitgeleende bedragen in contanten.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij(en) als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft/hebben geleden. De rechtbank heeft de vordering toegewezen tot een bedrag van € 489.511,21. Verdachte heeft de vordering in eerste aanleg betwist in zoverre dat hij op 24 januari 2013 € 5.500,- heeft terugbetaald aan [benadeelde partij2] en rond 21 februari 2014 nog eens € 10.000,-. Nu deze betwisting niet is weersproken door de benadeelde partij, en indachtig de beperkingen in dit strafproces zoals neergelegd in artikel 334 Sv, zal het Hof deze bedragen thans in aftrek brengen. Verdachte is hiermee gehouden tot vergoeding van een schadebedrag van in totaal € 474.011,21, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan(/kunnen) de benadeelde partij(en) daarom thans in haar(/hun) vordering niet worden ontvangen en kan(/kunnen) zij haar(/hun) vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het hof merkt hierbij ten overvloede op dat deze aanpassing geen gevolgen heeft voor de bewezenverklaring, nu ook leningen (c.q. voorschotten) van waarde zijn, tot welke leningen [benadeelde partij2] B.V. niet was overgegaan ingeval hem/haar duidelijk was geweest dat hem/haar een valse voorstelling van zaken werd gepresenteerd.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3] in zijn hoedanigheid van curator van het gefailleerde [naam1] B.V.

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 14.758,79. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 4 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte, die deze vordering niet heeft betwist, is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

De voorlopige hechtenis

Het hof heeft bij beslissing, gegeven op de terechtzitting van het hof van 9 januari 2019, de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst per 11 januari 2019 te 13:00 uur. Daarbij heeft het hof onder meer als voorwaarde gesteld dat verdachte van een eventuele adreswijziging onverwijld schriftelijk mededeling zal doen aan de advocaat-generaal. Verdachte heeft te kennen gegeven met de gestelde voorwaarden in te stemmen. Desondanks heeft verdachte na zijn vrijlating uit de Belgische detentie per 1 april 2019 nagelaten om opgave te doen van zijn adres in de Verenigde Staten van Amerika. Zodoende heeft verdachte een van de aan de schorsing van zijn voorlopige hechtenis gestelde voorwaarden geschonden.

De advocaat-generaal heeft op de terechtzitting van het hof van 16 juni 2021 gevorderd dat het hof de schorsing van de voorlopige hechtenis zal opheffen, gelet op de omstandigheid dat verdachte zich niet aan de voornoemde voorwaarde heeft gehouden, van verdachte geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is en daarom, in geval van veroordeling tot een gevangenisstraf die langer is dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, sprake is van vluchtgevaar en gevaar voor onttrekking door verdachte aan de executie van die straf.

Het hof ziet onder deze omstandigheden en gelet op hetgeen door de advocaat-generaal is aangevoerd reden om deze vordering van de advocaat-generaal toe te wijzen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 57, 225, 326 en 342 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij(en) [benadeelde partij1] B.V.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij1] , ingediend namens haarzelf en namens [benadeelde partij1] B.V., ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 130.500,00 (honderddertigduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij(en) gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de slachtoffers, genaamd [benadeelde partij1] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 130.500,00 (honderddertigduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 76 (zesenzeventig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 juni 2015.

Vordering van de benadeelde partij(en) [benadeelde partij2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij2] B.V., ingediend door [benadeelde partij2] , mede namens hemzelf (in privé), ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 474.011,21 (vierhonderdvierenzeventigduizend elf euro en eenentwintig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening met bepaling dat verdachte aan de één betalend jegens de ander zal zijn bevrijd.

Verklaart de benadeelde partij(en) voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij(en) in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan(/kunnen) aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij(en) gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de slachtoffers, genaamd [benadeelde partij2] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 489.511,21 (vierhonderdvierenzeventigduizend elf euro en eenentwintig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening met bepaling dat verdachte aan de één betalend jegens de ander zal zijn bevrijd.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 277 (tweehonderdzevenenzeventig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 juni 2015.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3] in zijn hoedanigheid van curator van het gefailleerde [naam1] B.V.

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij voornoemdter zake van het onder 4 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 14.758,79 (veertienduizend zevenhonderdachtenvijftig euro en negenenzeventig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de boedel van het gefailleerde [naam1] B.V., ter zake van het onder 4 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 14.758,79 (veertienduizend zevenhonderdachtenvijftig euro en negenenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 22 juni 2015.

Beveelt de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr. G. Dam, voorzitter,

mr. M. Aksu en mr. P.L.M van Gorkom, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. A. Meester, griffier,

en op 30 juni 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 30 juni 2021.

Tegenwoordig:

mr. B.J.J. Melssen, voorzitter,

mrs. P.R. Wery en E. van Dusschoten, raadsheren,

mr. M. Zwartjes, advocaat-generaal,

mr. A.M.J. Flach, griffier.

De voorzitter doet de zaak uitroepen.

De verdachte en zijn raadsman, mr. R.D.A. van Boom, zijn niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.

De voorzitter spreekt het arrest uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

1 Bij de in eerste aanleg overgelegde pleitnota.