Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:6399

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
17-06-2021
Datum publicatie
30-06-2021
Zaaknummer
TBS P21/0058
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vernietiging van de beslissing van de rechtbank, omdat het hof tot een andere beslissing komt over de termijn van verlenging. Uitzondering op uitgangspunt van het hof tot verlenging van één of twee jaar. Terbeschikkinggestelde is ongewenst vreemdeling. Het hof acht het van belang dat de verlengingsrechter op kortere termijn dan bij een verlenging met twee jaar kennis kan nemen van de vorderingen om de terbeschikkinggestelde - met behoud van een in verband met het hoge recidivegevaar toereikend juridisch kader van toezicht en begeleiding - naar Polen te repatriëren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

TBS P21/0058

Beslissing d.d. 17 juni 2021

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1986,

verblijvende in Centrum voor Transculturele Psychiatrie (CTP) Veldzicht te Balkbrug (hierna: de kliniek).

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 27 januari 2021, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling voor een termijn van twee jaren.

Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 5 februari 2021;

- de aanvullende informatie van de CTP Veldzicht van 20 mei 2021, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 13 augustus 2020 tot en met 9 februari 2021.

Het hof heeft ter zitting van 3 juni 2021 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. van Appia, advocaat te Amsterdam, en de advocaat-generaal

mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit. Tevens zijn als deskundigen gehoord S. Castilla Carasco,

GZ-psycholoog, en N.M. Kok, assistent-hoofdbehandelaar en basispsycholoog, beiden verbonden aan CTP Veldzicht.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De terbeschikkinggestelde is medicatietrouw en het recidiverisico wordt door de kliniek ingeschat als laag. De raadsman heeft de indruk dat de behandeling is afgerond en de behandeldoelen zijn bereikt. Het gaat nu om de administratieve handeling om terbeschikkinggestelde zo snel mogelijk in Polen te krijgen. Als overname van de verpleging van overheidswege niet lukt via een WETS-procedure, dan zou terbeschikkinggestelde in Polen vrijwillig in behandeling kunnen gaan. Hij is erg gemotiveerd om aan zichzelf te gaan werken en zijn netwerk is bereid om te helpen. Verlenging van de verpleging van overheidswege met de duur van twee jaren is niet nodig en kan averechts werken. De raadsman heeft verzocht om de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar.

Het standpunt van het openbaar ministerie

Er is sprake van een stoornis en gevaar voor herhaling. Gelet op het verleden is terbeschikkinggestelde niet als medicatietrouw aan te merken. Als hij stopt met het gebruik van medicatie, zal hij zeer snel psychisch ontregelen. Eerdere behandeling heeft recidive niet kunnen voorkomen. Langdurige behandeling zal moeten geschieden om het recidiverisico terug te dringen. Daarnaast heeft de terbeschikkinggestelde ook nog niet kunnen oefenen met meer vrijheden door middel van verloven. Nederland heeft ook een verantwoordelijkheid met betrekking tot bescherming van de maatschappij van andere landen. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt over de duur van de verlenging.

Indexdelict

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft aan de terbeschikkinggestelde bij arrest van 15 juni 2018 de maatregel van ter beschikkingstelling opgelegd ter zake van doodslag en heeft daarbij vastgesteld dat het gaat om een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

Stoornis en recidivegevaar

Uit het verlengingsadvies van de kliniek van 17 december 2020 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van schizofrenie met psychotische episodes met

betrekkings- en achtervolgingswanen, akoestische hallucinaties en complotdenken. De kliniek schat het gevaar op herhaling zonder maatregel in als matig op de kortere termijn en als hoog op de langere termijn. Het is voor de terbeschikkinggestelde van belang zich te focussen op een vaste structuur met werk en dagbesteding en een vaste woonplek en het voorkomen van sociaal isolement. De grootste nadruk ligt op het trouw blijven aan medicatie. De grootste riscofactor is het vermijden van lastige gesprekken en situaties. Aangezien dit ‘uit zorg’ zomaar kan, bestaat er dan een reële kans op destabilisatie van terbeschikkinggestelde.

Uit het advies volgt ook dat de terbeschikkinggestelde tijdens zijn verblijf in de kliniek stabiel functioneert. Hij neemt deel aan het dagprogramma, waaronder verschillende therapieën en trainingen, is niet bekend met drugsgebruik en er hebben zich geen incidenten voorgedaan tijdens verblijf in de kliniek. Daarnaast is bij de terbeschikkinggestelde sprake van probleembesef en -inzicht, is hij adequaat ingesteld op medicatie en heeft hij zijn eigen medicatie in beheer. Dat neemt echter niet weg dat zonder de huidige structuur, toezicht en zorg de kans op het stoppen met nemen van medicatie, gelet op het verleden, erg groot is. Dat kan leiden tot (rand)psychotisch gedrag. Het op eigen houtje stoppen met medicatie heeft in het verleden het indexdelict tot gevolg gehad.

Verlenging

Vanwege het recidivegevaar, de noodzaak van structuur, toezicht en zorg om dit gevaar te beperken en gelet op het nog lopende traject van behandeling en resocialisatie, dient de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te worden verlengd.

Wat betreft de duur van de verlenging, hanteert het hof als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar, de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden voor de duur van twee jaren.

Het is aannemelijk dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar. Uit de aanvullende informatie van de kliniek van 20 mei 2021 volgt dat op 25 maart 2021 een machtiging voor begeleid verlof is aangevraagd. Wegens de vreemdelingrechtelijke status zal het enige tijd duren voordat deze aanvraag zal worden besproken in het Adviescollege Verloftoetsing Tbs. De terbeschikkinggestelde moet derhalve nog oefenen met vrijheden. Het advies van de kliniek van 17 december 2020 om de maatregel met een jaar te verlengen blijkt te zijn gebaseerd op de pogingen om de terbeschikkinggestelde naar Polen te repatriëren. Als de terbeschikkinggestelde geen ongewenst vreemdeling zou zijn en in Nederland zou mogen blijven en resocialiseren, adviseren de ter zitting van het hof gehoorde deskundigen om de terbeschikkingstelling met het oog op het te doorlopen behandel- en resocialisatietraject te verlengen met een termijn van twee jaren.

Het hof ziet echter reden af te wijken van zijn uitgangspunt en de maatregel toch met slechts één jaar te verlengen. Gelet op zijn vreemdelingrechtelijke status zijn de mogelijkheden tot resocialisatie in Nederland voor de terbeschikkinggestelde beperkt en zal het resocialisatietraject tegen grenzen aanlopen. Hij zal als ongewenst verklaarde vreemdeling geen regulier resocialisatietraject kunnen doorlopen, kort gezegd, bestaande uit het praktiseren van verloven en opname in eventuele vervolgvoorzieningen. De Verlofregeling TBS staat immers slechts begeleid verlof toe en alleen voor zover dat noodzakelijk is voor vertrek uit Nederland. Daarnaast zal de terbeschikkinggestelde als ongewenst vreemdeling geen aanspraak kunnen maken op de voorzieningen die nodig zijn voor een geslaagde resocialisatie (zie ook Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 juli 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:4877).

De kliniek zet zich daarom in voor terugkeer van de terbeschikkinggestelde naar zijn land van herkomst. De deskundigen hebben hierover ter zitting verklaard dat de verpleging van overheidswege zou kunnen worden overgedragen aan Polen op grond van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (hierna: WETS). Het openbaar ministerie heeft hierover echter negatief geadviseerd. Het alternatief is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te beëindigen onder de voorwaarde dat terbeschikkinggestelde naar Polen gaat en niet meer terugkomt naar Nederland. In dat geval zou hij zelf zijn behandeling in Polen moeten regelen. De veiligheid van de maatschappij in Polen is voldoende gewaarborgd als er toezicht op de terbeschikkinggestelde is. Dit kan ook ambulant toezicht zijn of toezicht door zijn netwerk. De komende tijd wordt het netwerk van de terbeschikkinggestelde betrokken in de behandeling en wordt er contact gelegd met de kliniek in Polen waar hij graag naartoe zou willen.

Op de zitting heeft de advocaat-generaal toegelicht dat het genoemde negatieve advies van het openbaar ministerie dateert uit 2019 en dat niet op voorhand vaststaat dat een actueel advies wederom negatief zou zijn.

Het hof acht het van belang dat de verlengingsrechter op kortere termijn dan bij een verlenging met twee jaar kennis kan nemen van de vorderingen om de terbeschikkinggestelde - met behoud van een in verband met het hoge recidivegevaar toereikend juridisch kader van toezicht en begeleiding - naar Polen te repatriëren.

Daarbij merkt het hof op dat aan deze verlenging met één jaar niet de verwachting mag worden ontleend dat na verloop van dat jaar de terbeschikkingstelling (voorwaardelijk) zal worden beëindigd of opnieuw slechts met één jaar zal worden verlengd.

Beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 27 januari 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.

Aldus gedaan door

mr. W.A. Holland als voorzitter,

mr. M.E. van Wees en mr. E.A.K.G. Ruys als raadsheren,

en drs. D.M.L. Versteijnen en Dr. J. Lucieer als raden,

in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman als griffier,

en op 17 juni 2021 in het openbaar uitgesproken.

Mr. E.A.K.G. Ruys en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.