Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHARL:2021:6327

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
29-06-2021
Datum publicatie
27-07-2021
Zaaknummer
Wahv 200.265.393
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bebording aanwezig? In een door de gemachtigde overgelegde e-mail verklaart de bestuurder zelf dat hij een bord A1 (50 km/u) is gepasseerd. De kantonrechter kon op basis van deze verklaring vaststellen dat een bord A1 aanwezig was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.265.393/01

CJIB-nummer

: 212392006

Uitspraak d.d.

: 29 juni 2021

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 21 juni 2019, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat van de zitting van de kantonrechter van

21 juni 2019 geen deugdelijk proces-verbaal aanwezig is.

2. Een proces-verbaal dient een zakelijke weergave te bevatten van hetgeen is voorgevallen ter zitting (vgl. het arrest van het hof van 9 oktober 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:8307).

3. Het hof stelt vast dat het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 21 juni 2019 een zakelijke weergave bevat van hetgeen is voorgevallen op de zitting, waaronder de vermelding van het standpunt van de zittingsvertegenwoordiger van de officier van justitie ten aanzien van het beroep. De klacht van de gemachtigde faalt.

4. Voorts voert de gemachtigde gronden aan tegen de inleidende beschikking. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij die beschikking een sanctie opgelegd van € 279,- voor: “overschrijding maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1), met 27 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 november 2017 om 19.38 uur op de Nijmeegseweg - Batavierenweg in Arnhem met het voertuig met het kenteken [kenteken] .

5. Namens de betrokkene betwist de gemachtigde dat de juiste bebording is geplaatst. De betrokkene bestrijdt dat er sprake was van een maximumsnelheid van 50 km/h. Uit het dossier blijkt niet dat de bebording (kort) voor aanvang van de controle is gecontroleerd. Het ligt op de weg van de officier van justitie om een schouwrapport in het geding te brengen aangezien de aanwezigheid van de bebording cruciaal is voor de vaststelling van de gedraging. De gemachtigde wijst in dit verband op jurisprudentie van het hof. De plicht om een schouwrapport in het geding te brengen, geldt ook voor zover de gedraging is vastgesteld door middel van een vaste flitspaal. Volgens de gemachtigde verwijst de kantonrechter ten onrechte naar een e-mailbericht d.d. 1 februari 2018. Uit dit bericht volgt niet dat de bebording op de pleeglocatie op orde was. Verder is dit bericht verzonden op verzoek van de officier van justitie. Voorts staat het de kantonrechter niet vrij om ongevraagd te verwijzen naar een e-mailbericht dat niet aan hem is voorgelegd. De kantonrechter beslist op grond van de beroepsgronden. De officier van justitie heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat gelet op de jurisprudentie van het hof geen schouwrapport behoeft te worden overgelegd en niet verwezen naar een e-mailbericht. Onder die omstandigheden treedt de kantonrechter buiten de omvang van het geding door in het dossier te speuren naar voor de betrokkene vermeend onwelgevallige zaken. Als dit bericht wel mag worden meegenomen en daaruit de conclusie kan worden getrokken dat de betrokkene op de hoogte was van de bebording op de pleeglocatie dan doet de gemachtigde namens de betrokkene een beroep op het arrest van het hof van 9 mei 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:4055. Het ligt dan op de weg van de advocaat-generaal om schouwrapporten te overleggen waaruit blijkt dat de betrokkene op een weg reed binnen de bebouwde kom.

6. De kantonrechter heeft - voor zover relevant - overwogen:

“In dit geval lag het niet op de weg van de officier van justitie om door middel van een proces-verbaal of schouwrapport(en) nader te onderbouwen dat de maximum snelheid ter plaatse 50 km/u is, zoals aangegeven in het zaakoverzicht. Daartoe is redengevend dat betrokkene zelf in een zich in het dossier bevindende workmail van 1 februari 2018 aangeeft dat hij vanaf de Decathlon (rijnhal) in Arnhem naar het kruispunt is gereden om op de A325 richting Nijmegen te rijden. Hij geeft daarbij aan: “Als je deze weg oprijdt zie je een blauw bord (autoweg) en een bord met maximaal 50. Na de stoplichten waar ik ben geflitst rij je de A325 op waar je eerst 70 mag rijden en verderop 100.” Naar het oordeel van de kantonrechter was het betrokkene gezien zijn eigen bewoordingen duidelijk dat op de kruising waar hij is geflitst, een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gold.”

7. In het dossier bevindt zich een schermafdruk van een e-mailbericht d.d. 1 februari 2018 van de bestuurder van het voertuig met het kenteken [kenteken] . Uit dit bericht blijkt dat de betrokkene de werkgever is van de bestuurder van het voertuig. De inhoud van het hiervoor onder 6. weergegeven bericht acht de kantonrechter redengevend voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Het verweer dat de kantonrechter ten onrechte verwijst naar dit niet aan de kantonrechter voorgelegde bericht kan het hof niet volgen. Nu dit bericht door de gemachtigde in het geding is gebracht - al dan niet op verzoek van de officier van justitie - en zodoende is toegevoegd aan het dossier mag de kantonrechter dit stuk bij zijn oordeel betrekken.

8. De kantonrechter is niet buiten de gronden van het beroep getreden. Namens de betrokkene is de bebording betwist. In gevallen waarbij de gedraging op geautomatiseerde wijze is vastgesteld door apparatuur die in een vaste flitspaal is gemonteerd, kan een betwisting van de bebording slechts worden weerlegd aan de hand van (nadere) informatie, zoals een proces-verbaal of schouwrapport (vgl. het arrest van het hof van 28 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1803). De betwisting van de bebording is door de kantonrechter weerlegd aan de hand van informatie in voormeld

e-mailbericht. De kennelijke opvatting van de gemachtigde dat de kantonrechter niet naar dit stuk mocht verwijzen, nu de officier van justitie niet naar dit stuk heeft verwezen, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Voorts mist het verweer dat de officier van justitie niet naar het

e-mailbericht heeft verwezen feitelijke grondslag, nu blijkens het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter de officier van justitie heeft aangevoerd dat door de betrokkene zelf is aangegeven dat hij een bord 50 km/h is gepasseerd.

9. Anders dan in arrest van het hof van 9 mei 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:4055 is niet van meet af aan gesteld dat op de met het voertuig van de betrokkene gereden route het desbetreffende bord niet is gepasseerd. Nu de bestuurder van het onderhavige voertuig volgens het door de kantonrechter aangehaalde e-mailbericht aangeeft dat een bord waarop de maximumsnelheid van

50 km/h is aangegeven zichtbaar is als de weg wordt opgereden waar het voertuig waarin hij reed na de verkeerslichten is geflitst, faalt het verweer dat uit dit bericht niet volgt dat de bebording ter plaatse op orde was. Nu op grond van de informatie uit voornoemd e-mailbericht de kantonrechter de betwisting van de bebording kon weerleggen, faalt eveneens het verweer dat het op de weg van de advocaat-generaal ligt om schouwrapporten te overleggen.

w

10. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 1 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.